Hoofdstuk 1: De Eerste Stap
in de Godrealisatie
(24) Zijn individuele lichaam
is deze grofstoffelijke materiële wereld waarin we al het
verleden, heden en toekomstige ervaren dat deel uitmaakt van het
bestaan van dit universum. (25) Dit uiterlijk omhulsel van het universum dat
bekend staat als een lichaam met zeven lagen [zie kos'a's], vormt
het idee van het voorwerp van de Universele Gedaante van de Purusha [de
Oorspronkelijke Persoon] die de Allerhoogste Heer is.

Hoofdstuk 2: De Heer in het
Hart

(8)
Anderen zien in de meditatie op Hem binnenin hun eigen lichaam in de
hartstreek de persoonlijkheid van God daar verblijven ter grootte van
twintig centimeter met vier armen die de lotus, het wiel van de
strijdwagen, de hoornschelp en de strijdknots hooghouden. (9) Met op
Zijn mond de uitdrukking van geluk, Zijn ogen wijd open als een lotus,
Zijn kleding geelgekleurd als een Kadambabloem, bedekt met juwelen en
met gouden sieraden ingelegd met kostbare stenen, draagt Hij een
stralende hoofdtooi met oorbellen. (10) Zijn voeten bevinden zich op
het bloemhart van de lotusharten van grote mystici. Op zijn borst
draagt Hij het prachtig gegraveerde Kaustubha-juweel en om Zijn nek
laat een bloemenslinger zijn schoonheid zien. (11) Met Zijn middel
decoratief omwikkeld, kostbare ringen om Zijn vingers, enkelbelletjes,
armbanden, smetteloos geolied, zwart krullend haar en Zijn prachtige,
glimlachende gezicht, ziet Hij er zeer aangenaam uit.

Hoofdstuk 3: Zuivere
Toegewijde Dienst -
de Verandering in het Hart

(12)
De kennis die leidt tot het uiterste van het zich volledig terugtrekken
uit de draaikolk van de materiële geaardheden geeft de bevrediging
van de ziel, welke in de transcendentie van het onthecht zijn van deze
geaardheden de zegeningen met zich meedraagt van het pad van de
bhakti-yoga. Wie die in beslag wordt genomen door de vertellingen over
de Heer zou niet in actie komen door deze aantrekking?"

Hoofdstuk 4: Het Proces van
de Schepping

(12)S'rî S'uka zei:
'Mijn eerbetuigingen voor de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, die
voor zowel de handhaving als voor het terugtrekken van het volkomen
geheel van de materiële schepping, middels Zijn spel en vermaak de
macht van de drie geaardheden aannam terwijl Hij Zich vanbinnen ophoudt
als de Ene wiens wegen ondoorgrondelijk zijn.

Hoofdstuk 5: De
Oorzaak Aller Oorzaken
(9)
De schepper antwoordde: 'O zachtgeaarde mij zo dierbaar, je bent zeer
vriendelijk in je volmaakte navraag.
Dit inspireert me ertoe nader in te gaan op de heldhaftigheid van de
Allerhoogste Heer.

Hoofdstuk 6: De Lofzang op de
Oorspronkelijke Persoon Bevestigd
(32) Naar Zijn wil schep ik
terwijl onder Zijn beschikking S'iva vernietigt. Hijzelf treedt daarbij
op
als de Oorspronkelijke Persoon en beheerser van de drie energieën
die het hele universum behoudt.
Kijk voor de © copyright
rechten van de individuele schilderijen
onderaan
het
hoofdstuk
waar
het
geplaatst
is.