bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 3 - pagina 1-2-3-4-5

Hoofdstuk 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12




Hoofdstuk 7: Verdere Vragen van Vidura

(14) Als men al een einde kan maken aan allerlei soorten van ellende door eenvoudig te luisteren naar de herhaalde verklaringen over de kwaliteiten van Murâri [Krishna als de vijand van Mura], wat kan men dan wel niet verwachten van het, zoals het hart het ingeeft, dienen in het stof van Zijn lotusvoeten?'



Hoofdstuk 8: Manifestatie van Brahmâ uit Garbhodakas'âyî Vishnu

(18) 'Wie ben ik die bovenop deze lotus zit? Waar kwam deze lotus vandaan? Er moet iets onder het water zitten.
Hier aanwezig zijn houdt in dat dat waaruit het zijn bestaan vond er ook moet zijn!' 



Hoofdstuk 9: Brahmâ's Gebeden voor het Creatief Vermogen

(12) U bent nooit echt tevreden met de pompeuze vertoningen met alles erop en eraan van hooggeplaatste dienaren die van aanbidding zijn met harten vol van allerlei soorten van verlangens. Want U, de zo verschillend waargenomen Ene en Unieke Weldoener, de Superziel in het hart van de levende wezens, bent er om alle levende wezens Uw grondeloze genade te tonen en kan niet worden bereikt door hen die zich richten op wat door mensen is geschapen en tijdelijk is [asat].


Hoofdstuk 10: De Afdelingen van de Schepping

(14) De conditionering [of schepping] die er door plaatsgreep wordt in negenen gedeeld overeenkomstig zijn materiële veranderingen [of geaardheden: hartstocht, goedheid en onwetendheid],  overeenkomstig de materiële kwaliteiten van de eeuwige tijd [beweging, kennis en onbeweeglijkheid] en naar gelang de drie soorten van verval mettertijd [het einde van de mensen, de dieren en de onbeweeglijke afdeling der planten en de rest van het universum].



Hoofdstuk 11: De Indeling van de Tijd zich Uitbreidend vanuit het Atoom

(15) Men moet de Ene [Heer van de Tijd] die verschillend van al het geschapene Zich roert onder de naam van de Eeuwige Tijd, die middels Zijn energie op verschillende manieren de zaden van de schepping tot leven wekt en die gedurende de dag de duisternis verdrijft, respect betonen met achting voor al Zijn vijf verschillende typen van  jaren, zodat men aldus door offers te brengen kwaliteit teweegbrengt in het materieel bestaan.'



Hoofdstuk 12: De Schepping van de Kumâra's en Anderen

(4) De zelfgeborene schiep toen Sanaka, Sananda, Sanâtana en Sanat-kumâra, [de Kumâra's] die vrij
van alle vruchtdragende handelingen overgegeven celibatairen zijn ['zij wiens zaad opwaarts gaat'].


Kijk voor de © copyright rechten van de individuele schilderijen
onderaan het hoofdstuk waar het geplaatst is.



  

volgende pagina