Hoofdstuk 2: De Nood van de Olifant Gajendra

(27) Net als ieder ander
die zich maar moet schikken naar de wil van God, viel het lot hem ten
deel dat zijn poot, o Koning, daar toen werd gegrepen door een
vervaarlijke, kwaaie krokodil [ - van mâyâ], waarop
volgend de olifant uit alle macht die in hem was zich verwoed probeerde
te bevrijden uit de gevaarlijke positie waarin hij beland was.

Hoofdstuk 3: Gajendra's Gebeden van Overgave

(33) Toen Hij hem zo zag
lijden kwam de Ongeborene meteen naar beneden en redde Hij, voor ogen
van al de goddelijken aanwezig met Zijn werpschijf de krokodil zijn bek
eraf snijdend, koning Gajendra en trok Hij hem uit het water.'

Hoofdstuk 4: Gajendra Keert Terug naar de Geestelijke Wereld

(14) Dit wat ik u
beschreef, o Koning, over het onbegrensde vermogen van Heer Krishna in
het verlossen van de toegewijde Gajendra, bevordert hen die er van
horen naar de hemelse sferen en vergroot hun reputatie als toegewijden;
het neemt de smetten van Kali-yuga weg [zie 1.17: 24-25] en verjaagt de boze dromen, o beste der Kuru's.
