S'rî
S'uka zei: 'Tijdens de eerste maand van het winterseizoen
[hemanta: nov./jan.] namen de ongetrouwde
meisjes van Nanda's Vraja, zich voedend met ongekruide
khichrî [een mengsel van rijst en linzen],
een gelofte in acht in aanbidding van Kâtyâyanî.
S'ukadeva
Gosvâmî said: During the first month of the
winter season, the young unmarried girls of Gokula observed
the vow of worshiping goddess Kâtyâyanî.
For the entire month they ate only unspiced
khichrî. (Vedabase)
Text
2-3:
Met
het ochtendgloren een bad nemend in het water van de
Yamunâ maakten ze van klei een beeltenis van de godin om,
weelderig doch eenvoudig, van aanbidding te zijn, o heerser der
mensen, met sandelhoutpasta, geurige bloemenslingers, giften
[van voedsel, kleding, etc.], wierook en lampen en met
offergaven van verse bladeren, vruchten en
betelnoten.
My
dear King, after they had bathed in the water of the
Yamunâ just as the sun was rising, the
gopîs made an earthen deity of goddess
Durgâ on the riverbank. Then they worshiped her with
such aromatic substances as sandalwood pulp, along with
other items both opulent and simple, including lamps,
fruits, betel nuts, newly grown leaves, and fragrant
garlands and incense. (Vedabase)
Text
4:
De
jonge meisjes waren van aanbidding met het chanten van een
mantra met de woorden: 'O Kâtyâyanî, voor u
onze eerbetuigingen, o grote macht, grootste van alle
yoginî's, o allerhoogste beheersing, alstublieft
maak de zoon van Nanda de gopa mijn echtgenoot!'
[*]
Each
of the young unmarried girls performed her worship while
chanting the following mantra. "O goddess
Kâtyâyanî, O great potency of the Lord, O
possessor of great mystic power and mighty controller of
all, please make the son of Nanda Mahârâja my
husband. I offer my obeisances unto you." (Vedabase)
Text
5:
Op
deze manier brachten de meisjes voor de duur van een maand hun
gelofte in de praktijk voor Bhadrakâlî van gepast
eerbetoon zijnde met 'Moge Hij, Nanda's zoon mijn man
worden'.
Thus
for an entire month the girls carried out their vow and
properly worshiped the goddess Bhadrakâlî, fully
absorbing their minds in Krishna and meditating upon the
following thought: "May the son of King Nanda become my
husband." (Vedabase)
Text
6
Iedere
dag, bij zonsopkomst elkaar erbij roepend, hielden ze elkaars
handen vast en gingen ze luidkeels zingend ter ere van Krishna
naar de Kâlindî om te baden.
Each
day they rose at dawn. Calling out to one another by name,
they all held hands and loudly sang the glories of Krishna
while going to the Kâlindî to take their bath.
(Vedabase)
Text
7
Op een dag al
zingend over Krishna daar bij de rivier aangekomen lieten ze
zoals gebruikelijk op de oever hun kleren achter en vermaakten
ze zich spelend in het water.
One
day they came to the riverbank and, putting aside their
clothing as they had done before, happily played in the
water while singing the glories of Krishna.
(Vedabase)
Text
8
Krishna, de
Allerhoogste Heer, als de Meester van alle meesters van de yoga
bekend met wat ze van zins waren, ging omringd door zijn
metgezellen erheen om de meisjes te verzekeren van het
resultaat van hun handelen.
Lord
Krishna, the Supreme Personality of Godhead and master of
all masters of mystic yoga, was aware of what the
gopîs were doing, and thus He went there
surrounded by His young companions to award the
gopîs the perfection of their endeavor.
(Vedabase)
Text
9
Hun
kleren wegkapend klom hij snel in een kadamba-boom lachend
samen met de jongens lol trappend door te
zeggen:
Taking
the girls' garments, He quickly climbed to the top of a
kadamba tree. Then, as He laughed loudly and His companions
also laughed, He addressed the girls jokingly.
(Vedabase)
Text
10
'Kom
dan hier meisjes, en wees zo lief ieder van jullie naar wens je
eigen kledingstuk uit te zoeken; het is geen grap, Ik meen het
serieus, daar jullie vast uitgeput zijn van de
verzaking.
[Lord
Krishna said:] My dear girls, you may each come here as
you wish and take back your garments. I'm telling you the
truth and am not joking with you, since I see you're
fatigued from executing austere vows. (Vedabase)
Text
11
Het
staat vast dat Ik nog nooit ook maar iets onwaars beweerd heb,
dat weten al deze jongens; derhalve, o slanke meisjes, wees er
zeker van jullie keuze te maken, dan wel een voor een dan wel
allemaal samen.'
I
have never before spoken a lie, and these boys know it.
Therefore, O slender-waisted girls, please come forward,
either one by one or all together, and pick out your
clothes. (Vedabase)
Text
12
Met
die streek van Hem zag Hij hoe de gopî's, vol van
liefde voor Hem, elkaar aankijkend moesten lachen, maar in
verlegenheid gebracht kwamen ze niet uit het water.
Seeing
how Krishna was joking with them, the gopîs
became fully immersed in love for Him, and as they glanced
at each other they began to laugh and joke among themselves,
even in their embarrassment. But still they did not come out
of the water. (Vedabase)
Text
13
Govinda aldus
het woord voerend had met Zijn grappenmakerij de geesten in
Zijn greep gekregen van hen die, tot hun nek bibberend in het
koude water, tot Hem zeiden:
As
S'rî Govinda spoke to the gopîs in this
way, His joking words completely captivated their minds.
Submerged up to their necks in the cold water, they began to
shiver. Thus they addressed Him as follows.
(Vedabase)
Text
14
'O Jij, wees
nou eerlijk, gedraag Je nu als degene die Je ook kan zijn, als
de beminde zoon van gopa Nanda die we kennen, o liefste, als
Hij die beroemd is in heel Vraja; overhandig ons alsJeblieft
onze kleren, we hebben het koud.
[The
gopîs said:] Dear Krishna, don't be unfair!
We know that You are the respectable son of Nanda and that
You are honored by everyone in Vraja. You are also very dear
to us. Please give us back our clothes. We are shivering in
the cold water. (Vedabase)
Text
15
O
S'yâmasundara ['mooie donkerhuidige'] wij, Jouw
dienstmaagden zullen doen wat Je ons maar zegt, geef ons
alsJeblieft onze kleren terug, o Kenner van het Dharma, of
anders wacht Je, dan zeggen we het tegen de koning!'
O
S'yâmasundara, we are Your maidservants and must do
whatever You say. But give us back our clothing. You know
what the religious principles are, and if You don't give us
our clothes we will have to tell the king. Please!
(Vedabase)
Text
16
De Allerhoogste
Heer zei: 'Als jullie Mijn dienaren zijn moeten jullie dan niet
doen wat Ik je zeg en met jullie onschuldige glimlachen uit het
water komen om je kleren uit te zoeken; zo niet dan krijg je ze
niet, en met de koning er boos over, wat kan hij er aan
doen?'
The
Supreme Personality of Godhead said: If you girls are
actually My maidservants, and if you will really do what I
say, then come here with your innocent smiles and let each
girl pick out her clothes. If you don't do what I say, I
won't give them back to you. And even if the king becomes
angry, what can he do? (Vedabase)
Text
17
Toen
kwamen al de meisjes, geplaagd door de koude, rillend
tevoorschijn uit het water, hun schaamstreek bedekkend met hun
handen.
Then,
shivering from the painful cold, all the young girls rose up
out of the water, covering their pubic area with their
hands. (Vedabase)
Text
18
De
Allerhoogste Heer die ze verslagen zag legde tevreden over de
zuiverheid van hun liefde hun kledingstukken over Zijn schouder
en zei met een liefdevolle glimlach:
When
the Supreme Lord saw how the gopîs were struck
with embarrassment, He was satisfied by their pure loving
affection. Putting their clothes on His shoulder, the Lord
smiled and spoke to them with affection. (Vedabase)
Text
19
'Omdat jullie,
met het uitvoeren van een vedisch offer, naakt in het water aan
het baden waren, hebben jullie een overtreding begaan jegens
Varuna en de andere goden; om die zonde ongedaan te maken
moeten jullie je eerbetuigingen brengen met jullie handen
samengevouwen boven jullie hoofden en dan je kleren weer
terugpakken.'
[Lord
Krishna said:] You girls bathed naked while executing
your vow, and that is certainly an offense against the
demigods. To counteract your sin you should offer obeisances
while placing your joined palms above your heads. Then you
should take back your lower garments. (Vedabase)
Text
20
Met wat de
Onfeilbare Heer hen zo uitduidde beschouwden de meisjes van
Vraja hun naaktzwemmen als een val van hun gelofte en
voornemens met succes die gelofte, alsook een oneindig aantal
soortgelijke vrome activiteiten te volbrengen, boden ze het
rechtstreeks voor hen zichtbare resultaat in de gedaante van de
Zuiveraar van Alle Zonden hun eerbetuigingen.
Thus
the young girls of Vrindâvana, considering what Lord
Acyuta had told them, accepted that they had suffered a
falldown from their vow by bathing naked in the river. But
they still desired to successfully complete their vow, and
since Lord Krishna is Himself the ultimate result of all
pious activities, they offered their obeisances to Him to
cleanse away all their sins. (Vedabase)
Text
21
De Allerhoogste
Heer, de zoon van Devakî, er tevreden over dat ze zich
verbogen gaf, vol van mededogen op die daad, hen toen de
kledingstukken terug.
Seeing
them bow down like that, the Supreme Personality of Godhead,
the son of Devakî, gave them back their garments,
feeling compassionate toward them and satisfied by their
act. (Vedabase)
Text
22
Ondanks het
feit dat ze met hun kleren weggestolen behoorlijk bij de neus
waren genomen, in hun schaamte ontkend waren, waren uitgelachen
en waren gemanipuleerd alsof ze marionetten waren, koesterden
ze, er blij mee in het gezelschap te verkeren van hun geliefde,
niettemin geen vijandigheid jegens Hem.
Although
the gopîs had been thoroughly cheated, deprived
of their modesty, ridiculed and made to act just like toy
dolls, and although their clothing had been stolen, they did
not feel at all inimical toward S'rî Krishna. Rather,
they were simply joyful to have this opportunity to
associate with their beloved. (Vedabase)
Text
23
Toen ze hun
kleren weer aanhadden waren ze, verrukt over de omgang met hun
geliefde, met hun geesten op hol er werkelijk niet toe in staat
zich te bewegen en wierpen ze Hem uiterst verlegen hun blikken
toe.
The
gopîs were addicted to associating with their
beloved Krishna, and thus they became captivated by Him.
Thus, even after putting their clothes on they did not move.
They simply remained where they were, shyly glancing at Him.
(Vedabase)
Text
24
Van hen
begrijpend dat ze er vast toe besloten waren de gelofte na te
leven met het verlangen de Allerhoogste Heer Zijn voeten te
beroeren, sprak Dâmodara
tot de meisjes:
The
Supreme Lord understood the determination of the
gopîs in executing their strict vow. The Lord
also knew that the girls desired to touch His lotus feet,
and thus Lord Dâmodara, Krishna, spoke to them as
follows. (Vedabase)
Text
25
'O vrome
zielen, met begrip voor jullie motief Me te aanbidden keur Ik
dat goed als zijnde waarachtig en moet het zo zijn gevolg
hebben.
[Lord
Krishna said:] O saintly girls, I understand that your
real motive in this austerity has been to worship Me. That
intent of yours is approved of by Me, and indeed it must
come to pass. (Vedabase)
Text
26
Van hen wiens
bewustzijn ten volle in beslag wordt genomen door Mij zal het
verlangen niet leiden tot materiële lust, zoals geroosterd
en gekookt graan ook niet in staat is tot nieuw leven uit te
groeien [zie ook b.v. 1.6:
35,
3.15:
20,
7.7:
51-52].
The
desire of those who fix their minds on Me does not lead to
material desire for sense gratification, just as barleycorns
burned by the sun and then cooked can no longer grow into
new sprouts. (Vedabase)
Text
27
Ga nu, beste
meisjes, naar Vraja; met het gerealiseerd hebben van jullie
verlangen, zullen jullie samen met Mij één dezer
nachten genieten op een manier die zuiver zal zijn, jullie
leverden immers het bewijs van deze gelofte door het volbrengen
van jullie eerbetoon voor de godin.'
Go
now, girls, and return to Vraja. Your desire is fulfilled,
for in My company you will enjoy the coming nights. After
all, this was the purpose of your vow to worship goddess
Kâtyâyanî, O pure-hearted ones.
(Vedabase)
Text
28
S'rî
S'uka zei: 'Aldus geïnstrueerd door de Allerhoogste Heer
mediteerden de jonge meisjes, met hun verlangens in vervulling
gegaan, op Zijn lotusvoeten terwijl ze met moeite weer
teruggingen naar het koeherdersdorp.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus instructed by the Supreme
Personality of Godhead, the young girls, their desire now
fulfilled, could bring themselves only with great difficulty
to return to the village of Vraja, meditating all the while
upon His lotus feet. (Vedabase)
Text
29
Enige tijd
daarna begaf de zoon van Devakî temidden van de gopa's
zich een eind buiten Vrindâvana om de koeien te
hoeden samen met Zijn broer.
Some
time later Lord Krishna, the son of Devakî, surrounded
by His cowherd friends and accompanied by His elder brother,
Balarâma, went a good distance away from
Vrindâvana, herding the cows. (Vedabase)
Text
30
Met de zon
zinderend heet van het seizoen kijkend naar de bomen die Hem
met hun schaduw als parasol van dienst waren, zei Hij tot de
jongens:
Then
the sun's heat became intense, Lord Krishna saw that the
trees were acting as umbrellas by shading Him, and thus He
spoke as follows to His boyfriends. (Vedabase)
Text
31-32
'O Stoka
Krishna en Ams'u; o S'rîdâma, Subala en Arjuna; o
Vis'âla, Vrishabha en Ojasvî; o Devaprastha en
Varûthapa, zie toch eens dezen hier zo fortuinlijk wiens
leven er enkel uit bestaat er voor het hogere doel te zijn van
het afweren van de regen, de wind, de hitte en de sneeuw die ze
voor ons verdragen.
[Lord
Krishna said:] O Stoka Krishna and Ams'u, O
S'rîdâma, Subala and Arjuna, O Vrishabha,
Ojasvî, Devaprastha and Varûthapa, just see
these greatly fortunate trees, whose lives are completely
dedicated to the benefit of others. Even while tolerating
the wind, rain, heat and snow, they protect us from these
elements. (Vedabase)
Text
33
O hoe verheven
de geboorte van deze bomen die, zoals grote zielen dat doen,
alle levende wezens ondersteuning verlenen; zeker zal niemand
die ze nodig heeft ooit teleurgesteld bij hen vandaan komen.
Just
see how these trees are maintaining every living entity!
Their birth is successful. Their behavior is just like that
of great personalities, for anyone who asks anything from a
tree never goes away disappointed. (Vedabase)
Text
34
Met hun
bladeren, bloesems en vruchten; schaduw en wortels, bast en
hout; met hun geur, hun sap en as, pulp en spruiten vervullen
ze al je verlangens.
These
trees fulfill one's desires with their leaves, flowers and
fruits, their shade, roots, bark and wood, and also with
their fragrance, sap, ashes, pulp and shoots.
(Vedabase)
Text
35
Het is aan
ieder levend wezen deze volmaaktheid van geboren zijn na te
leven in deze wereld: namelijk om met je leven, je welvaart,
intelligentie en woorden jegens ieder levend wezen steeds van
het allerhoogste te zijn in je plichtsbetrachting [zie ook
de Vaishnava
Pranâma].'
It
is the duty of every living being to perform welfare
activities for the benefit of others with his life, wealth,
intelligence and words. (Vedabase)
Text
36
Van tussen de
bomen die voorover bogen met hun overvloed aan bladeren,
trossen vruchten, bloesems en twijgen, kwam Hij op deze manier
sprekend aan bij de Yamunâ.
Thus
moving among the trees, whose branches were bent low by
their abundance of twigs, fruits, flowers and leaves, Lord
Krishna came to the Yamunâ River. (Vedabase)
Text
37
Aldaar drenkten
de gopa's de koeien in het heldere, frisse en koele, heilzame
water, o heerser, en dronken ze zichzelf ook vol met het zoet
smakende nat.
The
cowherd boys let the cows drink the clear, cool and
wholesome water of the Yamunâ. O King Parîkshit,
the cowherd boys themselves also drank that sweet water to
their full satisfaction. (Vedabase)
Text
38
In een bosje
langs de Yamunâ waar ze de dieren los lieten lopen, o
heerser der mensen, zeiden ze, gekweld door de honger
Râma en Krishna benaderend, dit:'
Then,
O King, the cowherd boys began herding the animals in a
leisurely way within a small forest along the Yamunâ.
But soon they became afflicted by hunger and, approaching
Krishna and Balarâma, spoke as follows.
(Vedabase)
*
Het
onderscheid tussen het inwendige van
yoga-mâyâ en het uitwendige, of illusoire,
vermogen van de Heer van mahâ-mâyâ
wordt beschreven in de Nârada-pañcarâtra, in
het gesprek tussen S'ruti en Vidyâ:
jânâty
ekâparâ kântam
saivâ durgâ tad-âtmikâ
yâ parâ paramâ s'aktir
mahâ-vishnu-svarûpinî
yasyâ vijñâna-mâtrena
parânâm paramâtmanah
mahûrtâd deva-devasya
prâptir bhavati nânyathâ
ekeyam prema-sarvasva
svabhâvâ gokules'varî
anayâ su-labho jñeya
âdi-devo 'khiles'varah
asyâ âvârika-s'aktir
mahâ-mâyâkhiles'varî
yayâ mugdam jagat sarvam
sarve dehâbhimâninah
"De
Heer Zijn lagere vermogen, dat bekend staat als Durgâ, is
Zijn liefdevolle dienst toegewijd. Het vermogen van de Heer
zijnde, verschilt deze lagere energie niet van Hem. Er is een
andere hogere energie, waarvan de vorm zich op hetzelfde
spirituele niveau bevindt als dat van God zelve. Eenvoudig door
wetenschappelijk deze hogere energie te begrijpen, kan men
onmiddellijk de Allerhoogste Ziel aller zielen bereiken, die de
Heer aller heren is. Er bestaat geen ander proces om Hem te
bereiken. Dat allerhoogste vermogen van de Heer staat bekend
als Gokules'varî, de godin van Gokula. Het ligt in haar
aard volledig verzonken te zijn in liefde voor God, en door
Haar kan met gemak de voorwereldlijke God, de Heer van al wat
er is worden bereikt. Dit inwendig vermogen van de Heer heeft
een overdekkend vermogen, bekend als
Mahâ-mâyâ, dat de materiële wereld
bestiert. In feite begoochelt ze het ganse universum, en dus
identificeert iedereen in dat universum zich valselijk met het
materiële lichaam." Zie ook 8.12:
40
voor
Durgâ.