Canto
10
Hoofdstuk 33: De Râsadans
(1) S'rî S'uka zei: 'De gopî's, die alzo de allerbekoorlijkste woorden van de Allerhoogste Heer hoorden, gaven, met hun bereidwillige harten tevreden door [het aanraken van] Zijn ledematen, het op met het [gekoesterde] leed van hun in de steek gelaten zijn. (2) En daar ging Govinda toen over tot een dans [een z.g. râsa, of een spel] waarin de trouwe juwelen van vrouwen voldaan zich arm in arm geslagen samenvoegden.
(3-4) Het feestelijke vermaak nam zijn aanvang met de gopî's in een kring die werd opgesierd door, in hun midden, Krishna, de Beheerser van de Mystieke Eenheid, die de vrouwen, paarsgewijze aanwezig naast Hem, bij hun nekken vasthield. Op dat ogenblik dromden in de hemel honderden hemelse voertuigen samen van hemelbewoners en hun vrouwen wiens geesten in staat van vervoering verkeerden in de ijver van hun respect. (5) Toen klonken er pauken en een regen van bloemen kwam naar beneden terwijl de belangrijkste zangers van de hemel met hun vrouwen Zijn onberispelijke heerlijkheid bezongen. (6) In de kring van de dans was er een luid rumoer van de armbanden, de enkel- en de gordelbelletjes van de vrouwen die tezamen waren met hun Geliefde. (7) De Opperheer, de zoon van Devakî, zag er daar met hen net zo schitterend prachtig uit als een uitgelezen [blauwe] saffier temidden van gouden sieraden. (8) De manier waarop ze hun voeten neerzetten, door hun handgebaren, hun glimlachen en speelse wenkbrauwen en hun wiegende heupen; door hun bewegende borsten, hun kleren, hun oorbellen langs hun halzen en hun transpirerende gezichten; met de vlechten van hun haar, hun gordels strak aangetrokken en hun zingen over Hem, straalden ze in de rol van Krishna's metgezellen als bliksemflitsen tussen de wolken. (9) Hardop zongen zij, van wiens lied het hele universum doordrongen is, vanuit hun gekleurde kelen, blij dansend, genietend in hun toewijding tot de aanraking van Krishna. (10) Een gopî die samen met Krishna[- 's stem haar stem] hief in zuivere tonen van pure harmonie werd door Hem geprezen die verheugd uitriep: 'uitstekend, uitstekend!' en een andere die meedeed in een speciaal ritmisch patroon schonk Hij veel bijzondere aandacht. (11) Een bepaalde gopî [Râdhâ waarschijnlijk], stond er, met haar armbanden en bloemen losgegleden, vermoeid bij buiten de dans en greep met haar arm de schouder van de Meester van de Plechtigheid ['Hij die de knots vasthoudt']. (12) Ergens anders legde er een Krishna's arm, geurig als een blauwe lotus, over haar schouder en kuste die met haar haren overeind de geur van sandelhout opsnuivend. (13) Weer een andere prachtig met de schittering van haar, door het dansen, slingerende oorhangers, vleide haar wang tegen de Zijne en kreeg de bethel toebedeeld waarop Hij had gekauwd. (14) Een van hen die met Krishna staande aan haar zijde aan het dansen en zingen was met tinkelende enkel- en gordelbelletjes, plaatste, zich moe voelend, Acyuta's zegenrijke lotushand op haar borsten. (15) De gopî's die met Zijn armen om hun nekken de Onfeilbare Heer, de Exclusieve Minnaar van de Godin van het Geluk, hadden bereikt als hun minnaar, waren erover verrukt Hem te bezingen. (16) Met de lotusbloemen achter hun oren, hun haarlokken die hun kaken opsierden, de schoonheid van hun bezwete gezichten en het ritme van de harmonieuze geluiden van hun armbanden en belletjes, dansten de gopî's, met de bloemen in hun haar gevlochten eruit gevallen, op het gezoem van de bijen samen met de Allerhoogste Heer rond in het perk van de dans. (17) Hij, de Meester van de Godin van het Geluk, genoot aldus met omhelzingen, aanrakingen van Zijn hand, liefdevolle blikken en brede speelse glimlachen van de jongedames van Vraja net als een jongetje dat speelt met zijn eigen spiegelbeeld. (18) Van het lichamelijk contact met Hem overweldigd in hun zinnen was het voor de dames van Vraja niet gemakkelijk of zelfs maar mogelijk om hun haar, hun kleding en de omslagen over hun borsten keurig in orde te houden zodat hun bloemenkransen en opsier in wanorde verkeerde, o beste van de Kuru's. (19) Met de aanblik van de spelende Krishna raakten de godinnen, rondhangend in de hemel, rusteloos van liefdesverlangens in een trance en vielen de maan en zijn volgelingen [de sterren] in verbazing. (20) Zichzelf expanderend in evenzovele [gedaanten] als er koeherdersvrouwen aanwezig waren genoot Hij, hoewel Hij de in zichzelf voldane Opperheer was, ervan met Zijn Zelven met hen te spelen. (21) Van hen, vermoeid van het plezier van de romantiek, wiste Hij met Zijn hoogst rustgevende hand in liefdevol medeleven de gelaten, mijn beste. (22) Zeer blij met de aanraking van Zijn vingernagels bezongen de gopî's de wederwaardigheden van hun Held, Hem vererend met de nectar van de schoonheid van hun glimlachen, blikken, kaken en haarlokken, goud glanzend in de gloed van hun oorhangers.
(23) Met Zijn bloemenslinger geplet en besmeurd met de kunkuma van hun borsten, ging Hij, als de aanvoerder der Gandharva's onder begeleiding van de gezwind volgende bijen, moe zijnde, met de bedoeling de vermoeidheid te verdrijven, het water in ongeveer zoals een mannetjesolifant dat doet met zijn wijfjes na de irrigatiedijken [of de normale gedragsregels] doorbroken te hebben. (24) In het water werd Hij van alle kanten nat gespetterd door de meisjes die Hem met liefde en lachen in de gaten hielden, mijn beste, en aanbeden vanuit de hemelse voertuigen met een regen van bloemen vermaakte Hij, die persoonlijk altijd van binnenuit behaagd is, zich ermee aldaar te spelen als de koning der olifanten [zie ook 8.3]. (25) Net als een olifant met zijn wijfjes druipend van de bronst kwam Hij toen, omringd door Zijn zwerm bijen en vrouwen, aan in een bosje nabij de Yamunâ dat overal volhing met de door de wind meegevoerde geur van de bloemen in het water en op het land. (26) Op deze manier bracht Hij, de Waarheid van alle Verlangen, met Zijn vele liefhebbende vriendinnetjes de nacht door die zo helder was door de stralen van de maan. Daarbij manifesteerde Hij in Zichzelf alle romantische gebaren in Zijn genieten van de herfstnachten die zo inspireren tot poëtische beschrijvingen van bovenzinnelijke gemoedsgesteldheden [of rasa's].' (27-28) S'rî Parîkchit zei: 'Om het dharma te vestigen en de opstandigen te onderwerpen, daalde Hij neder, de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum met Zijn volkomen deelaspect [Balarâma]. Hoe kon Hij, de oorspronkelijk woordvoerder, uitvoerder en beschermer van de morele gedragscodes, zich dermate in tegenspraak daarmee gedragen o brahmaan, met het betasten van andermans vrouwen? (29) Wat had Hij, zo in Zichzelf tevreden, in gedachten met deze welzeker verwerpelijke vertoning, o beste der gezworenen, alstublieft verlos ons van onze twijfel in dezen.'
(30) S'rî S'uka zei: 'Het breken met wat dharma is en de onnadenkendheid, zoals men die kan aantreffen bij spiritueel gezaghebbenden, betekent nog niet dat ze verkeerd bezig zijn. Het is met hen als met een allesverzengend vuur [dat hetzelfde blijft ongeacht wat het verteert]. (31) Iemand die de beheersing niet gegeven is [over zichzelf] moet er zeer zeker niet aan denken ooit zoiets als dit te doen; zo'n iemand, handelend uit dwaasheid, zou eraan kapot gaan, net zoals iemand anders dan Rudra ten gronde zou gaan met [het drinken van] het vergif van de oceaan [zie 8.7]. (32) Waar zijn de woorden van degenen die de zaak in de hand hebben [met de Heer en met zichzelf] en wat ze doen behoort door mensen die intelligent zijn [alleen maar] in een aantal gevallen als voorbeeld te worden genomen, namelijk in die gevallen waarin er sprake van is dat wat ze doen in overeenstemming is met wat ze zeiden [zie * en tevens B.G. b.v. 3: 6-7, 3: 42, 5: 7]. (33) Zo goed als er voor hen die egoloos handelen geen voordeel te behalen valt met wat ze in hun vroomheid doen zullen zij ook geen nadeel ondervinden als ze tegengesteld aan de verwachtingen handelen. (34) Hoe kunnen we nu in verband met de Heer die heerst over al de geschapen wezens, al de dieren, de menselijke wezens en de bewoners van de hemel, spreken over goed en kwaad? (35) De wijzen, wiens karmische gebondenheid met het dienen van het stof van de lotusvoeten allemaal is weggewassen, vinden met de macht van de yoga hun tevredenheid en handelen vrijelijk, zij raken, door Hem, nimmer verstrikt; in welke zin zou er ook sprake zijn van gebondenheid onder hen die naar Zijn wil lichamen van bovenzinnelijkheid hebben aangenomen? [zie vapu]. (36) Hij die binnenin de gopî's en hun echtgenoten, ja werkelijk binnenin alle belichaamde wezens, leeft als de Allerhoogste Getuige, heeft Zijn gedaante aangenomen om in deze wereld Zijn spel te spelen. (37) Met het aannemen van een menselijk lichaam om Zijn toegewijden Zijn genade te tonen, gaat Hij over tot avonturen waardoor men erover vernemend aan Hem verslingerd raakt [zie ook 1.7: 10]. (38) Hoewel de koeherders van Vraja allen begoocheld waren door de macht van Zijn mâyâ waren ze niet jaloers op Krishna; ze gingen er allen van uit dat hun vrouwen aan hun zijde stonden. (39) Ook al wilden ze het niet, toch gingen de gopî's, de liefjes van de Allerhoogste Heer, op Krishna's aanraden weer naar huis toen die [eindeloze] nacht van Brahmâ om was. (40) Een ieder die met geloof luistert naar of een beschrijving geeft van dit spel en vermaak van Heer Vishnu met de koeienmeisjes van Vraja, zal de bovenzinnelijke toegewijde dienst aan de Allerhoogste Heer bereiken, hij zal snel tot zichzelf komend de ziekte van de lust in het hart weten te verdrijven.'
Tweede editie, geladen 25 juni 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'De gopî's, die alzo de allerbekoorlijkste woorden van de Allerhoogste Heer hoorden, gaven, met hun bereidwillige harten tevreden door [het aanraken van] Zijn ledematen, het op met het [gekoesterde] leed van hun in de steek gelaten zijn.S'rî S'uka zei: 'De gopî's, die alzo de allerbekoorlijkste woorden van de Allerhoogste Heer hoorden, gaven, met hun bereidwillige harten tevreden door [het aanraken van] Zijn ledematen, het op met het [gekoesterde] leed van hun in de steek gelaten zijn. (Vedabase)
En daar ging Govinda toen over tot een dans [een z.g. râsa, of een spel] waarin de trouwe juwelen van vrouwen voldaan zich arm in arm geslagen samenvoegden.
En daar ging Govinda toen over tot een dans [een z.g. râsa, of een spel] waarin de trouwe juwelen van vrouwen voldaan zich arm in arm geslagen samenvoegden. (Vedabase)
Het feestelijke vermaak nam zijn aanvang met de gopî's in een kring die werd opgesierd door, in hun midden, Krishna, de Beheerser van de Mystieke Eenheid, die de vrouwen, paarsgewijze aanwezig naast Hem, bij hun nekken vasthield. Op dat ogenblik dromden in de hemel honderden hemelse voertuigen samen van hemelbewoners en hun vrouwen wiens geesten in staat van vervoering verkeerden in de ijver van hun respect.
Het feestelijke vermaak nam zijn aanvang met de gopî's in een cirkel die werd opgesierd door, in hun midden, Krishna, de Beheerser van de Mystieke Eenheid, die de vrouwen, paarsgewijze aanwezig naast Hem, bij hun nekken vasthield. Op dat ogenblik dromden zich in de hemel honderden van hemelse voertuigen samen die behoorden tot de ingezetenen der hemel en hun vrouwen die door de ijver van hun respect voor hen in hun geesten waren meegevoerd. (Vedabase)
Toen klonken er pauken en een regen van bloemen kwam naar beneden terwijl de belangrijkste zangers van de hemel met hun vrouwen Zijn onberispelijke heerlijkheid bezongen.
Pauken weerklonken toen en een regen van bloemen kwam naar beneden terwijl de belangrijkste zangers van de hemel met hun vrouwen Zijn onberispelijke heerlijkheid bezongen. (Vedabase)
In de kring van de dans was er een luid rumoer van de armbanden, de enkel- en de gordelbelletjes van de vrouwen die tezamen waren met hun Geliefde.
In de kring van de dans was er een luid rumoer van de armbanden, de enkel- en de gordelbelletjes van de vrouwen die tezamen waren met hun Geliefde. (Vedabase)
De Opperheer, de zoon van Devakî, zag er daar met hen net zo schitterend prachtig uit als een uitgelezen [blauwe] saffier temidden van gouden sieraden.
De Opperheer, de zoon van Devakî, zag er daar met hen net zo schitterend prachtig uit als een uitgelezen [blauwe] saffier temidden van gouden sieraden. (Vedabase)
De manier waarop ze hun voeten neerzetten, door hun handgebaren, hun glimlachen en speelse wenkbrauwen en hun wiegende heupen; door hun bewegende borsten, hun kleren, hun oorbellen langs hun halzen en hun transpirerende gezichten; met de vlechten van hun haar, hun gordels strak aangetrokken en hun zingen over Hem, straalden ze in de rol van Krishna's metgezellen als bliksemflitsen tussen de wolken.
De manier waarop ze hun voeten neerzetten, door hun handgebaren, hun glimlachen en speelse wenkbrauwen en hun wiegende heupen; door hun bewegende borsten, hun kleren, hun oorbellen langs hun halzen en hun transpirerende gezichten; met de vlechten van hun haar, hun gordels strak aangetrokken en hun zingen over Hem, straalden ze in de rol van Krishna's metgezellen als bliksemflitsen tussen de wolken. (Vedabase)
Hardop zongen zij, van wiens lied het hele universum doordrongen is, vanuit hun gekleurde kelen, blij dansend, genietend in hun toewijding tot de aanraking van Krishna.
Hardop zongen zij, van wiens lied het hele universum doordrongen is, vanuit hun gekleurde kelen, blij dansend, genietend in hun toewijding tot de aanraking van Krishna. (Vedabase)
Een gopî die samen met Krishna[- 's stem haar stem] hief in zuivere tonen van pure harmonie werd door Hem geprezen die verheugd uitriep: 'uitstekend, uitstekend!' en een andere die meedeed in een speciaal ritmisch patroon schonk Hij veel bijzondere aandacht.
Een gopî die samen met Krishna[- 's stem haar stem] hief in zuivere tonen van pure harmonie werd door Hem geprezen die verheugd uitriep: 'uitstekend, uitstekend!' en een andere die meedeed in een speciaal ritmisch patroon schonk Hij veel bijzondere aandacht. (Vedabase)
Een bepaalde gopî [Râdhâ waarschijnlijk], stond er, met haar armbanden en bloemen losgegleden, vermoeid bij buiten de dans en greep met haar arm de schouder van de Meester van de Plechtigheid ['Hij die de knots vasthoudt'].
Een bepaalde gopî [Râdhâ waarschijnlijk], stond er, met haar armbanden en bloemen losgegleden, vermoeid bij buiten de dans en greep met haar arm de schouder van de Meester van de Plechtigheid ['Hij die de knots vasthoudt']. (Vedabase)
Ergens anders legde er een Krishna's arm, geurig als een blauwe lotus, over haar schouder en kuste die met haar haren overeind de geur van sandelhout opsnuivend.
Ergens anders legde er een Krishna's arm, geurig als een blauwe lotus, over haar schouder en kuste die met haar haren overeind de geur van sandelhout opsnuivend. (Vedabase)
Weer een andere prachtig met de schittering van haar, door het dansen, slingerende oorhangers, vleide haar wang tegen de Zijne en kreeg de bethel toebedeeld waarop Hij had gekauwd.
Weer een andere prachtig met de schittering van haar, door het dansen, slingerende oorhangers, vleide haar wang tegen de Zijne en kreeg de bethel toebedeeld waarop Hij had gekauwd. (Vedabase)
Een van hen die met Krishna staande aan haar zijde aan het dansen en zingen was met tinkelende enkel- en gordelbelletjes, plaatste, zich moe voelend, Acyuta's zegenrijke lotushand op haar borsten.
Een van hen die met Krishna staande aan haar zijde aan het dansen en zingen was met tinkelende enkel- en gordelbelletjes, plaatste, zich moe voelend, Acyuta's zegenrijke lotushand op haar borsten. (Vedabase)
De gopî's die met Zijn armen om hun nekken de Onfeilbare Heer, de Exclusieve Minnaar van de Godin van het Geluk, hadden bereikt als hun minnaar, waren erover verrukt Hem te bezingen.
De gopî's die met Zijn armen om hun nekken de Onfeilbare Heer, de Exclusieve Minnaar van de Godin van het Geluk, hadden bereikt als hun minnaar, waren erover verrukt Hem te bezingen. (Vedabase)
Met de lotusbloemen achter hun oren, hun haarlokken die hun kaken opsierden, de schoonheid van hun bezwete gezichten en het ritme van de harmonieuze geluiden van hun armbanden en belletjes, dansten de gopî's, met de bloemen in hun haar gevlochten eruit gevallen, op het gezoem van de bijen samen met de Allerhoogste Heer rond in het perk van de dans.
Met de lotusbloemen achter hun oren, hun haarlokken die hun kaken opsierden, de schoonheid van hun bezwete gezichten en het ritme van de harmonieuze geluiden van hun armbanden en belletjes, dansten de gopî's, met de bloemen in hun haar gevlochten eruit gevallen, op het gezoem van de bijen samen met de Allerhoogste Heer rond in het perk van de dans. (Vedabase)
Hij, de Meester van de Godin van het Geluk, genoot aldus met omhelzingen, aanrakingen van Zijn hand, liefdevolle blikken en brede speelse glimlachen van de jongedames van Vraja net als een jongetje dat speelt met zijn eigen spiegelbeeld.
Hij, de Meester van de Godin van het Geluk, genoot aldus met omhelzingen, aanrakingen van Zijn hand, liefdevolle blikken en brede speelse glimlachen van de jongedames van Vraja net als een jongetje dat speelt met zijn eigen spiegelbeeld. (Vedabase)
Van het lichamelijk contact met Hem overweldigd in hun zinnen was het voor de dames van Vraja niet gemakkelijk of zelfs maar mogelijk om hun haar, hun kleding en de omslagen over hun borsten keurig in orde te houden zodat hun bloemenkransen en opsier in wanorde verkeerde, o beste van de Kuru's.
Van het lichamelijk kontakt met Hem overweldigd in hun zinnen was het voor de dames van Vraja niet gemakkelijk of zelfs maar mogelijk om hun haar, hun kleding en de omslagen over hun borsten keurig in orde te houden zodat hun bloemenkransen en opsier in wanorde verkeerde, o beste van de Kuru's. (Vedabase)
Met de aanblik van de spelende Krishna raakten de godinnen, rondhangend in de hemel, rusteloos van liefdesverlangens in een trance en vielen de maan en zijn volgelingen [de sterren] in verbazing.
Met de aanblik van de spelende Krishna raakten de godinnen, rondhangend in de hemel, rusteloos van liefdesverlangens in een trance en vielen de maan en zijn volgelingen [de sterren] in verbazing. (Vedabase)
Zichzelf expanderend in evenzovele [gedaanten] als er koeherdersvrouwen aanwezig waren genoot Hij, hoewel Hij de in zichzelf voldane Opperheer was, ervan met Zijn Zelven met hen te spelen.
Zichzelf expanderend in even zovele [gedaanten] als er koeherdersvrouwen aanwezig waren genoot Hij, hoewel Hij de in zichzelf voldane Opperheer was, ervan met Zijn Zelven met hen te spelen. (Vedabase)
Van hen, vermoeid van het plezier van de romantiek, wiste Hij met Zijn hoogst rustgevende hand in liefdevol medeleven de gelaten, mijn beste.
Van hen, vermoeid van het plezier van de romantiek, wiste Hij met Zijn hoogst rustgevende hand in liefdevol medeleven de gelaten, mijn beste. (Vedabase)
Zeer blij met de aanraking van Zijn vingernagels bezongen de gopî's de wederwaardigheden van hun Held, Hem vererend met de nectar van de schoonheid van hun glimlachen, blikken, kaken en haarlokken, goud glanzend in de gloed van hun oorhangers.
Zeer blij met de aanraking van Zijn vingernagels bezongen de gopî's de wederwaardigheden van hun Held, Hem vererend met de nectar van de schoonheid van hun glimlachen, blikken, kaken en haarlokken, goud glanzend in de gloed van hun oorhangers. (Vedabase)
Met Zijn bloemenslinger geplet en besmeurd met de kunkuma van hun borsten, ging Hij, als de aanvoerder der Gandharva's onder begeleiding van de gezwind volgende bijen, moe zijnde, met de bedoeling de vermoeidheid te verdrijven, het water in ongeveer zoals een mannetjesolifant dat doet met zijn wijfjes na de irrigatiedijken [of de normale gedragsregels] doorbroken te hebben.
Met Zijn bloemenslinger geplet en besmeurd met de kunkum van hun borsten, ging Hij, als de aanvoerder der gandharva's onder begeleiding van de gezwind volgende bijen, moe zijnde, met de bedoeling de vermoeidheid te verdrijven, het water in ongeveer zoals een mannetjesolifant dat doet met zijn wijfjes na de irrigatiedijken doorbroken te hebben [of de normale gedragsregels]. (Vedabase)
In het water werd Hij van alle kanten nat gespetterd door de meisjes die Hem met liefde en lachen in de gaten hielden, mijn beste, en aanbeden vanuit de hemelse voertuigen met een regen van bloemen vermaakte Hij, die persoonlijk altijd van binnenuit behaagd is, zich ermee aldaar te spelen als de koning der olifanten [zie ook 8.3].
In het water werd Hij van alle kanten nat gespetterd door de meisjes die Hem met liefde en lachen in de gaten hielden, mijn beste, en aanbeden vanuit de hemelse voertuigen met een regen van bloemen vermaakte Hij, die persoonlijk altijd van binnenuit behaagd is, zich er mee daar te spelen als de koning der olifanten [zie ook 8.3]. (Vedabase)
Net als een olifant met zijn wijfjes druipend van de bronst kwam Hij toen, omringd door Zijn zwerm bijen en vrouwen, aan in een bosje nabij de Yamunâ dat overal volhing met de door de wind meegevoerde geur van de bloemen in het water en op het land.
Net als een olifant met zijn wijfjes druipend van de bronst kwam Hij toen, omringd door Zijn zwerm bijen en vrouwen, aan in een bosje nabij de Yamunâ dat overal volhing met de door de wind meegevoerde geur van de bloemen in het water en op het land. (Vedabase)
Op deze manier bracht Hij, de Waarheid van alle Verlangen, met Zijn vele liefhebbende vriendinnetjes de nacht door die zo helder was door de stralen van de maan. Daarbij manifesteerde Hij in Zichzelf alle romantische gebaren in Zijn genieten van de herfstnachten die zo inspireren tot poëtische beschrijvingen van bovenzinnelijke gemoedsgesteldheden [of rasa's].'
Op deze manier bracht Hij, de Waarheid van alle Verlangen, met Zijn vele liefhebbende vriendinnetjes de nacht door zo helder door de stralen van de maan, in Zichzelf de romantiek voorbehoudend van alle [nachten] van de herfst die inspireren tot poëtische beschrijvingen van bovenzinnelijke gemoedsgesteldheden [of rasa's].' (Vedabase)
S'rî Parîkchit zei: 'Om het dharma te vestigen en de opstandigen te onderwerpen, daalde Hij neder, de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum met Zijn volkomen deelaspect [Balarâma]. Hoe kon Hij, de oorspronkelijk woordvoerder, uitvoerder en beschermer van de morele gedragscodes, zich dermate in tegenspraak daarmee gedragen o brahmaan, met het betasten van andermans vrouwen?
S'rî Parîkchit zei: 'Om het dharma te vestigen en de opstandigen te onderwerpen, daalde inderdaad Hij neder, de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum met Zijn volkomen deelaspect [Balarâma]; hoe kon Hij, de oorspronkelijk woordvoerder, uitvoerder en beschermer van de morele gedragscodes, zich zo in tegenspraak gedragen o brahmaan, met het betasten van andermans vrouwen? (Vedabase)
Wat had Hij, zo in Zichzelf tevreden, in gedachten met deze welzeker verwerpelijke vertoning, o beste der gezworenen, alstublieft verlos ons van onze twijfel in dezen.'
Wat had Hij, zo in Zichzelf tevreden, in gedachten met deze welzeker verwerpelijke vertoning, o beste der gezworenen, alstublieft verlos ons van onze twijfel in dezen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Het breken met wat dharma is en de onnadenkendheid, zoals men die kan aantreffen bij spiritueel gezaghebbenden, betekent nog niet dat ze verkeerd bezig zijn. Het is met hen als met een allesverzengend vuur [dat hetzelfde blijft ongeacht wat het verteert].
S'rî S'uka zei: 'Het breken met wat dharma is en de onnadenkendheid, zoals men die kan zien bij beheersers van spiritueel vermogen, houdt niet, zoals met een alles verzengend vuur [dat hetzelfde blijft], in dat ze verkeerd bezig zijn. (Vedabase)
Iemand die de beheersing niet gegeven is [over zichzelf] moet er zeer zeker niet aan denken ooit zoiets als dit te doen; zo'n iemand, handelend uit dwaasheid, zou eraan kapot gaan, net zoals iemand anders dan Rudra ten gronde zou gaan met [het drinken van] het vergif van de oceaan [zie 8.7].
Iemand die zichzelf niet in de hand heeft moet er voorzeker zelfs maar niet aan denken ooit zoiets als dit te doen; zo'n iemand, handelend uit dwaasheid, zou eraan kapot gaan net zoals iemand die niet Rudra is dat zou met [het drinken van] het vergif van de oceaan [zie 8.7]. (Vedabase)
Waar zijn de woorden van degenen die de zaak in de hand hebben [met de Heer en met zichzelf] en wat ze doen behoort door mensen die intelligent zijn [alleen maar] in een aantal gevallen als voorbeeld te worden genomen, namelijk in die gevallen waarin er sprake van is dat wat ze doen in overeenstemming is met wat ze zeiden [zie * en tevens B.G. b.v. 3: 6-7, 3: 42, 5: 7].
Waar zijn de woorden van degenen die de zaak in de hand hebben [met de Heer en met zichzelf] en wat ze doen behoort door mensen die intelligent zijn [alleen maar] soms te worden gedaan, daarbij van hen dat ten uitvoer brengend wat in overeenstemming is met wat ze zeiden [zie * en tevens B.G. b.v. 3: 6-7, 3:42, 5:7]. (Vedabase)
Zo goed als er voor hen die egoloos handelen geen voordeel te behalen valt met wat ze in hun vroomheid doen zullen zij ook geen nadeel ondervinden als ze tegengesteld aan de verwachtingen handelen.
Voor hen hoopt zich met hun vrome handelingen [religieuze oefeningen] het voordeel voor henzelf niet op noch zal er voor hen die vrij zijn van vals ego er [handelend] in tegenspraak sprake zijn van ongewenste terugslagen, mijn beste. (Vedabase)
Hoe kunnen we nu in verband met de Heer die heerst over al de geschapen wezens, al de dieren, de menselijke wezens en de bewoners van de hemel, spreken over goed en kwaad?
Hoe kunnen we dan in samenhang met de Beheerser van hen die worden beheerst - al de geschapen wezens, dieren, menselijke wezens en bewoners van de hemel - spreken van goed en kwaad? (Vedabase)
De wijzen, wiens karmische gebondenheid met het dienen van het stof van de lotusvoeten allemaal is weggewassen, vinden met de macht van de yoga hun tevredenheid en handelen vrijelijk, zij raken, door Hem, nimmer verstrikt; in welke zin zou er ook sprake zijn van gebondenheid onder hen die naar Zijn wil lichamen van bovenzinnelijkheid hebben aangenomen? [zie vapu].
De wijzen, wiens karmische gebondenheid met het dienen van het stof van de lotusvoeten allemaal is weggewassen, vinden met de macht van de yoga hun tevredenheid en handelen vrijelijk, zij raken, door Hem, nimmer verstrikt; waar ook zou de gebondenheid te bekennen zijn van hen die naar Zijn wil lichamen van bovenzinnelijkheid hebben aangenomen? [zie vapu]. (Vedabase)
Hij die binnenin de gopî's en hun echtgenoten, ja werkelijk binnenin alle belichaamde wezens, leeft als de Allerhoogste Getuige, heeft Zijn gedaante aangenomen om in deze wereld Zijn spel te spelen.
Hij die binnen in de gopî's en hun echtgenoten, ja werkelijk binnen in alle belichaamde wezens, leeft als de Allerhoogste Getuige, heeft Zijn gedaante aangenomen om in deze wereld Zijn spel te spelen. (Vedabase)
Met het aannemen van een menselijk lichaam om Zijn toegewijden Zijn genade te tonen, gaat Hij over tot avonturen waardoor men erover vernemend aan Hem verslingerd raakt [zie ook 1.7: 10].
Met het aannemen van een menselijk lichaam om Zijn toegewijden Zijn genade te tonen, aanvaardt Hij dergelijke avonturen waarover men vernemend aan Hem verslingerd raakt [zie ook 1.7: 10]. (Vedabase)
Hoewel de koeherders van Vraja allen begoocheld waren door de macht van Zijn mâyâ waren ze niet jaloers op Krishna; ze gingen er allen van uit dat hun vrouwen aan hun zijde stonden.
Zelfs de koeherders van Vraja, die begoocheld door de macht van Zijn mâyâ allen dachten dat hun vrouwen aan hun zijde verkeerden, waren niet jaloers op Krishna. (Vedabase)
Ook al wilden ze het niet, toch gingen de gopî's, de liefjes van de Allerhoogste Heer, op Krishna's aanraden weer naar huis toen die [eindeloze] nacht van Brahmâ om was.
Toen van Brahmâ de nacht om was gingen de gopî's, de liefjes van de Allerhoogste Heer, onwillig op Krishna's aanraden naar hun huizen. (Vedabase)
Een ieder die met geloof luistert naar of een beschrijving geeft van dit spel en vermaak van Heer Vishnu met de koeienmeisjes van Vraja, zal de bovenzinnelijke toegewijde dienst aan de Allerhoogste Heer bereiken, hij zal snel tot zichzelf komend de ziekte van de lust in het hart weten te verdrijven.'
- In voorgaande editie overgeslagen. (Vedabase)
* S'rî Hayes'var Das, de vertaler van de eerste Canto's en het Krishnaboek in het Nederlands schreef in zijn latere dichterlijke © versie 'Het Spel van Krishna' van het tiende Canto er dit vers van:
Wat groten leren is volmaakt;
Niet steeds voorbeeldig is hun doen:
Een schrander mens volge hen slechts
In daden met de leer verzoend.
![]()
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie de
S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina.
Het eerste schilderij van de Râsadans op deze pagina is ©
Victoria & Albert Museum.
Het tweede schilderij getiteld: 'Krishna omarmt de gopis' is van een
Gîtâ-Govinda manuscript. 1760-1765.
Bron: The
Yorck Project: 10.000 Meisterwerke der
Malerei.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.