Canto
10
Hoofdstuk 43: Krishna Doodt de Olifant Kuvalayâpîda
(1) S'ri S'uka zei: 'Toen Krishna en Râma zich gewassen hadden, o bestraffer der vijanden, hoorden ze de klanken van pauken en gingen ze op pad om te kijken wat er gaande was. (2) Toen ze de poort bereikten van het strijdperk zag Krishna daar de olifant Kuvalayâpîda staan, gedirigeerd door zijn verzorger. (3) Zijn kleren strak aanhalend en Zijn krullende lokken samenbindend, sprak Hij met woorden zo gewichtig als de rollende donder tot de olifantenhoeder: (4) 'Olifantenhoeder, o olifantenhoeder, geef ons vrij baan, ga nu direct aan de kant of anders zal Ik u met uw olifant vandaag nog naar de wereld van Yama [de heer van de dood] helpen.'
(5) Aldus bedreigd stuurde de kwaad geworden olifantenhoeder de kwaaie olifant die was als Yama, de tijd en de dood, in de richting van Krishna. (6) De reuzenolifant op Hem afstormend greep met zijn slurf Krishna met geweld beet, maar door hem een slag toe te brengen ontsnapte Hij aan de greep en verdween Hij tussen zijn poten. (7) Getergd Hem niet te zien spoorde hij Hem op met zijn reukzin en nam hij Hem met het uiteinde van zijn lange neus te pakken, maar door kracht te zetten kwam Hij weer vrij. (8) Hem bij de staart grijpend sleurde Krishna hem, zo gemakkelijk als Garuda met een slang, die berg van geweld over een lengte van vijfentwintig booglengten. (9) Acyuta die hem van links naar rechts bewoog werd ook door hem in beweging gebracht, precies als een kalf met een jongetje [aan zijn staart] zou [zie ook 10.8: 24]. (10) Toen van aangezicht tot aangezicht, sloeg Hij de olifant met Zijn hand en rende Hij weer weg en hem aldus bij iedere stap een klap verkopend, liet Hij hem struikelen. (11) Wegrennend deed Krishna alsof Hij op de grond viel, maar dan stond Hij plotseling op zodat de olifant driest zijn slagtanden in de aarde stak. (12) Met zijn kunnen getrotseerd raakte die heer der olifanten gefrustreerd buiten zinnen, maar aangespoord door zijn verzorgers, viel hij opnieuw verwoed Krishna aan. (13) De Allerhoogste Heer, de doder van Madhu, die hem in zijn aanval tegemoet trad greep hem stevig bij zijn slurf en bracht hem ten val. (14) Met het gemak van een leeuw op de gevallen kolos springend, rukte de Heer een slagtand er uit en doodde daarmee de olifant en zijn helpers. (15) De dode olifant achter zich latend betrad Hij, besprenkeld met de druppels van het zweet en het bloed van de olifant en met de slagtand over Zijn schouder, het strijdperk met Zijn lotusgezicht glimmend van de fijne druppeltjes die door Zijn eigen transpireren waren verschenen. (16) Omringd door verschillende koeherdersjongens betraden Baladeva en Janârdana het perk, o Koning, met de slagtanden van de olifanten als de wapens van hun keuze. (17) Voor de worstelaars was Hij als de bliksem, voor de mannen was Hij de beste, voor de vrouwen was Hij Cupido in levende lijve, voor de koeherders was Hij een verwant, voor de ondeugdelijke heersers was Hij een bestraffer, voor Zijn ouders was Hij een kind, voor de koning van Bhoja was Hij de dood, voor de dommen was Hij het grofstoffelijke van het universum, voor de yogi's was Hij de Hoogste Werkelijkheid en voor de Vrishni's was Hij de meest aanbiddelijke godheid - op deze verschillende manieren bekeken betrad Hij het strijdtoneel samen met Zijn broer [zie * en rasa]. (18) Bij Kamsa vanbinnen, die Kuvalayâpîda gedood zag en Hen tweeën onoverwinnelijk, ontwikkelde zich toen waarlijk een grote angst, o heerser der mensen. (19) De twee machtig gearmde Heren op de manier waarop ze waren aangekleed met hun kleding, sierselen en bloemenslingers als waren ze twee acteurs in de prachtigste kostuums, straalden, aanwezig in het perk, met een gloed die de geesten van alle toeschouwers overweldigde. (20) Met het zien van de twee Verheven Persoonlijkheden sperden de mensen die op de tribunes zaten, de burgers en de mensen van buiten, o Koning, door de kracht van hun vreugde, hun ogen en monden wijd open en dronken ze hun gezichten in, nimmer genoeg krijgend van de aanblik van Hen. (21-22) Alsof ze dronken met hun ogen, likten met hun tongen, roken door hun neusgaten en met hun armen omhelsden, onderhielden ze zich met elkaar zich de schoonheid, kwaliteiten, charme en heldenmoed in herinnering brengend van wat ze feitelijk hadden gezien en gehoord: (23) 'Deze twee zijn vast en zeker de rechtstreekse expansies van Hari, de Allerhoogste Persoonlijkheid, die naar deze wereld zijn nedergedaald in het huis van Vasudeva. (24) Deze hier werd inderdaad, geboren uit Devakî, naar Gokula overgebracht alwaar Hij al die tijd in het geheim leefde opgroeiend in het huis van Nanda. (25) Pûtanâ zowel als de wervelwind-demon werden door Hem gedood en zo ging Hij ook tewerk met vele anderen: de Arjunabomen, S'ankhacûda, Kes'î, Dhenuka... (26-27) De koeien en hun herders werden door Hem gered uit de bosbrand, Kâliya de slang onderwiep Hij, Indra werd door Hem ontnuchterd, voor de duur van zeven dagen hield Hij met één hand de beste aller bergen omhoog waarmee Hij de ingezetenen van Gokula voor de wind, de hagel en de regen behoedde... (28) De gopî's met de aanblik van Zijn immer opgewekte, glimlachende gezicht en blik steeds vrij van vermoeidheid, konden alle soorten van ellende te boven komen en gelukkig leven... (29) Ze zagen dat door Hem deze Yadu-dynastie grote faam zal verwerven en, in ieder opzicht beschermd, alle rijkdom, glorie en macht zal verwerven... (30) En deze broer van Hem, de lotusogige Râma, Hij is van het gehele vermogen en doodde Pralamba, [en zo denken wij...] Vatsâsura, Bakâsura en anderen...'
(31) Terwijl de mensen aldus aan het spreken waren en de muziekinstrumenten weerklonken, sprak Cânûra, zich op Krishna en Balarâma richtend, de volgende woorden: (32) 'O zoon van Nanda, o Râma, jullie twee helden zijn alom gerespecteerd en bedreven in het worstelen; de koning die erover vernam wilde dat wel eens zien en ontbood jullie. (33) Inderdaad zal de burgers, als ze in hun denken, woorden en daden tewerk gaan naar de koning zijn zin, het geluk ten deel vallen, maar er tegenin gaand is dat een andere zaak. (34) De gopa's zijn er duidelijk steeds gelukkig mee hun kalveren in de bossen te hoeden en te spelen en te stoeien terwijl ze de koeien weiden. (35) Mogen daarom Jullie twee met ons handelen naar het genoegen van de koning die de belichaming vormt van ieder levend wezen, zodat een ieder daarmee tevredengesteld zal zijn.'
(36) Dat horend sprak Krishna woorden gepast de tijd en omstandigheid [zie ook 4.8: 54] ter verwelkoming van de worstelpartij die ook Hem goed van pas kwam: (37) 'Als onderdanen van de Bhoja koning, moeten ook Wij, ook al trekken We rond in de bossen, altijd ten uitvoer brengen wat hem ook maar zou behagen, omdat dat Ons het grootste voordeel zal brengen. (38) Wij jonge jongens zullen zoals het hoort Ons meten met hen die aan Ons gewaagd zijn; de worstelwedstrijd dient plaats te vinden opdat het publiek bijeengekomen in dit strijdperk niet niet van zijn geloof zal vallen.'
(39) Cânûra zei: 'Jij en Balarâma zijn geen jongetjes meer of jongeren, jullie zijn de sterksten van de sterken die zomaar voor de sport de olifant ter dood brachten die de kracht had van duizend olifanten! (40) Daarom moeten Jullie twee met hen de strijd aangaan die sterk zijn, daar schuilt geen onrecht in; Jouw kunnen tegen wat ik kan, o afstammeling van Vrishni, en Balarâma moet het opnemen tegen Mushthika.'
Tweede editie, geladen 29 juli 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Toen Krishna en Râma zich gewassen hadden, o bestraffer der vijanden, hoorden ze de klanken van pauken en gingen ze op pad om te kijken wat er gaande was.S'rî S'uka zei: 'Krishna en Râma nadat ze zich gewassen hadden, o bestraffer der vijanden, gingen, met het horen van de klanken van de pauken, erheen om eens te kijken. (Vedabase)
Toen ze de poort bereikten van het strijdperk zag Krishna daar de olifant Kuvalayâpîda staan, gedirigeerd door zijn verzorger.
Toen ze de poort bereikten van het strijdperk zag Krishna daar de olifant Kuvalayâpîda staan, gedirigeerd door zijn verzorger. (Vedabase)
Zijn kleren strak aanhalend en Zijn krullende lokken samenbindend, sprak Hij met woorden zo gewichtig als de rollende donder tot de olifantenhoeder:
Zijn kleren strak aanhalend en Zijn krullende lokken samenbindend, sprak Hij met woorden zo gewichtig als de rollende donder tot de olifantenhoeder: (Vedabase)
'Olifantenhoeder, o olifantenhoeder, geef ons vrij baan, ga nu direct aan de kant of anders zal Ik u met uw olifant vandaag nog naar de wereld van Yama [de heer van de dood] helpen.'
'Olifantenhoeder, o olifantenhoeder, geef ons vrij baan, ga nu direct aan de kant of anders zal Ik u met uw olifant vandaag nog naar de wereld van Yama [de heer van de dood] helpen.' (Vedabase)
Aldus bedreigd stuurde de kwaad geworden olifantenhoeder de kwaaie olifant die was als Yama, de tijd en de dood, in de richting van Krishna.
Aldus bedreigd stuurde de kwaad geworden olifantenhoeder de kwade olifant in de richting van Krishna, van de tijd, de dood en Yama de uitnemendheid. (Vedabase)
De reuzenolifant op Hem afstormend greep met zijn slurf Krishna met geweld beet, maar door hem een slag toe te brengen ontsnapte Hij aan de greep en verdween Hij tussen zijn poten.
De reuzenolifant op Hem afstormend greep Hem gewelddadig met zijn slurf, maar door hem een slag toe te brengen slipte Hij ervan weg en verdween Hij tussen zijn poten. (Vedabase)
Getergd Hem niet te zien spoorde hij Hem op met zijn reukzin en nam hij Hem met het uiteinde van zijn lange neus te pakken, maar door kracht te zetten kwam Hij weer vrij.
Getergd Hem niet te zien ontdekte hij Hem met zijn reukzin en nam hij Hem met het uiteinde van zijn lange neus te pakken, maar door kracht te zetten kwam Hij weer vrij. (Vedabase)
Hem bij de staart grijpend sleurde Krishna hem, zo gemakkelijk als Garuda met een slang, die berg van geweld over een lengte van vijfentwintig booglengten.
Hem bij de staart grijpend sleurde Hij, zo gemakkelijk als Garuda met een slang, die berg van geweld over een lengte van vijfentwintig booglengten. (Vedabase)
Acyuta die hem van links naar rechts bewoog werd ook door hem in beweging gebracht, precies als een kalf met een jongetje [aan zijn staart] zou [zie ook 10.8: 24].
Acyuta die hem van links naar rechts bewoog werd ook door hem in beweging gezet, precies als een kalf met een jongetje [aan zijn staart] zou [zie ook 10.8: 24]. (Vedabase)
Toen van aangezicht tot aangezicht, sloeg Hij de olifant met Zijn hand en rende Hij weer weg en hem aldus bij iedere stap een klap verkopend, liet Hij hem struikelen.
Toen van aangezicht tot aangezicht, sloeg Hij de olifant met Zijn hand, rende weg en hem aldus bij iedere stap een klap verkopend, deed Hij hem struikelen. (Vedabase)
Wegrennend deed Krishna alsof Hij op de grond viel, maar dan stond Hij plotseling op zodat de olifant driest zijn slagtanden in de aarde stak.
Hij, rennend, speelde dat Hij op de grond viel, maar dan stond Hij plotseling op zodat hij [de olifant] met zijn slagtanden driest in de aarde stak. (Vedabase)
Met zijn kunnen getrotseerd raakte die heer der olifanten gefrustreerd buiten zinnen, maar aangespoord door zijn verzorgers, viel hij opnieuw verwoed Krishna aan.
=Met zijn kunnen getrotseerd raakte die heer der olifanten gefrustreerd buiten zinnen, maar aangespoord door zijn verzorgers, viel hij opnieuw verwoed Krishna aan. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer, de doder van Madhu, die hem in zijn aanval tegemoet trad greep hem stevig bij zijn slurf en bracht hem ten val.
De Allerhoogste Heer, de doder van Madhu, die hem in zijn aanval tegemoet trad greep hem stevig bij zijn slurf en bracht hem ten val. (Vedabase)
Met het gemak van een leeuw op de gevallen kolos springend, rukte de Heer een slagtand er uit en doodde daarmee de olifant en zijn helpers.
Met het gemak van een leeuw op de gevallen kolos springend, rukte de Heer een slagtand er uit en doodde daarmee de olifant en zijn helpers. (Vedabase)
De dode olifant achter zich latend betrad Hij, besprenkeld met de druppels van het zweet en het bloed van de olifant en met de slagtand over Zijn schouder, het strijdperk met Zijn lotusgezicht glimmend van de fijne druppeltjes die door Zijn eigen transpireren waren verschenen.
De dode olifant achter zich latend betrad Hij, besprenkeld met de druppels van het zweet en het bloed van de olifant en met de slagtand over Zijn schouder, het strijdperk met Zijn lotusgezicht glimmend van de fijne druppeltjes die door Zijn eigen transpireren waren verschenen. (Vedabase)
Omringd door verschillende koeherdersjongens betraden Baladeva en Janârdana het perk, o Koning, met de slagtanden van de olifanten als de wapens van hun keuze.
Omringd door verschillende koeherdersjongens betraden Baladeva en Janârdana het perk, o Koning, met de slagtanden van de olifanten als de wapens van hun keuze. (Vedabase)
Voor de worstelaars was Hij als de bliksem, voor de mannen was Hij de beste, voor de vrouwen was Hij Cupido in levende lijve, voor de koeherders was Hij een verwant, voor de ondeugdelijke heersers was Hij een bestraffer, voor Zijn ouders was Hij een kind, voor de koning van Bhoja was Hij de dood, voor de dommen was Hij het grofstoffelijke van het universum, voor de yogi's was Hij de Hoogste Werkelijkheid en voor de Vrishni's was Hij de meest aanbiddelijke godheid - op deze verschillende manieren bekeken betrad Hij het strijdtoneel samen met Zijn broer [zie * en rasa].
Voor de worstelaars was Hij als de bliksem, voor de mannen was Hij de beste, voor de vrouwen was Hij Cupido in levende lijve, voor de koeherders was Hij een verwant, voor de ondeugdelijke heersers was Hij een bestraffer, voor Zijn ouders was Hij een kind, voor de koning van Bhoja was Hij de dood, voor de dommen was Hij het grofstoffelijke van het universum, voor de yogî's was Hij de Hoogste Werkelijkheid en voor de Vrishni's was Hij de meest aanbiddelijke godheid - op deze manieren verstaan betrad Hij het strijdtoneel samen met Zijn broer [zie * en rasa]. (Vedabase)
Bij Kamsa vanbinnen, die Kuvalayâpîda gedood zag en Hen tweeën onoverwinnelijk, ontwikkelde zich toen waarlijk een grote angst, o heerser der mensen.
Bij Kamsa van binnen, die Kuvalayâpîda gedood zag en Hen tweeën onoverwinnelijk, ontwikkelde zich toen waarlijk een grote angst, o heerser der mensen. (Vedabase)
De twee machtig gearmde Heren op de manier waarop ze waren aangekleed met hun kleding, sierselen en bloemenslingers als waren ze twee acteurs in de prachtigste kostuums, straalden, aanwezig in het perk, met een gloed die de geesten van alle toeschouwers overweldigde.
De twee machtig gearmde Heren op de manier waarop ze waren aangekleed met hun kleding, sierselen en bloemenslingers als waren ze twee acteurs in de prachtigste kostuums, straalden, aanwezig in het perk, met een gloed die de geesten trof van alle toeschouwers. (Vedabase)
Met het zien van de twee Verheven Persoonlijkheden sperden de mensen die op de tribunes zaten, de burgers en de mensen van buiten, o Koning, door de kracht van hun vreugde, hun ogen en monden wijd open en dronken ze hun gezichten in, nimmer genoeg krijgend van de aanblik van Hen.
=Met het zien van de twee Verheven Persoonlijkheden sperden de mensen die op de tribunes zaten, de burgers en de mensen van buiten, o Koning, door de kracht van hun vreugde, hun ogen en monden wijd open en dronken ze hun gezichten in, nimmer genoeg krijgend van de aanblik van Hen. (Vedabase)
Alsof ze dronken met hun ogen, likten met hun tongen, roken door hun neusgaten en met hun armen omhelsden, onderhielden ze zich met elkaar zich de schoonheid, kwaliteiten, charme en heldenmoed in herinnering brengend van wat ze feitelijk hadden gezien en gehoord:
Alsof ze dronken met hun ogen, likten met hun tongen, roken door hun neusgaten en met hun armen omhelsden, onderhielden ze zich met elkaar zich de schoonheid, kwaliteiten, charme en heldenmoed in herinnering brengend van wat ze feitelijk hadden gezien en gehoord: (Vedabase).
'Deze twee zijn vast en zeker de rechtstreekse expansies van Hari, de Allerhoogste Persoonlijkheid, die naar deze wereld zijn nedergedaald in het huis van Vasudeva.
'Deze twee zijn vast en zeker de rechtstreekse expansies van Hari, de Allerhoogste Persoonlijkheid, die naar deze wereld zijn nedergedaald in het huis van Vasudeva. (Vedabase)
Deze hier werd inderdaad, geboren uit Devakî, naar Gokula overgebracht alwaar Hij al die tijd in het geheim leefde opgroeiend in het huis van Nanda.
Deze hier werd inderdaad, geboren uit Devakî, naar Gokula overgebracht alwaar hij al die tijd in het geheim leefde opgroeiend in het huis van Nanda. (Vedabase)
Pûtanâ zowel als de wervelwind-demon werden door Hem gedood en zo ging Hij ook tewerk met vele anderen: de Arjunabomen, S'ankhacûda, Kes'î, Dhenuka...
Pûtanâ zowel als de wervelwind-demon werden door Hem gedood, en zo ging Hij ook te werk met vele anderen: de Arjunabomen, S'ankhacûda, Kes'î, Dhenuka... (Vedabase)
De koeien en hun herders werden door Hem gered uit de bosbrand, Kâliya de slang onderwiep Hij, Indra werd door Hem ontnuchterd, voor de duur van zeven dagen hield Hij met één hand de beste aller bergen omhoog waarmee Hij de ingezetenen van Gokula voor de wind, de hagel en de regen behoedde...
De koeien en hun herders werden door Hem gered uit de bosbrand, Kâliya de slang onderwiep Hij, Indra werd door Hem ontnuchterd, voor de duur van zeven dagen hield Hij met één hand de beste aller bergen omhoog waarmee Hij de ingezetenen van Gokula voor de wind, de hagel en de regen behoedde... (Vedabase)
De gopî's met de aanblik van Zijn immer opgewekte, glimlachende gezicht en blik steeds vrij van vermoeidheid, konden alle soorten van ellende te boven komen en gelukkig leven...
De gopî's met de aanblik van Zijn immer opgewekte, glimlachende gezicht en blik steeds vrij van vermoeidheid, konden alle soorten van ellende te boven komen en gelukkig leven... (Vedabase)
Ze zagen dat door Hem deze Yadu-dynastie grote faam zal verwerven en, in ieder opzicht beschermd, alle rijkdom, glorie en macht zal verwerven...
Ze zagen dat door Hem deze Yadu-dynastie grote faam zal verwerven en, in ieder opzicht beschermd, alle rijkdom, glorie en macht zal verwerven... (Vedabase)
En deze broer van Hem, de lotusogige Râma, Hij is van het gehele vermogen en doodde Pralamba, [en zo denken wij...] Vatsâsura, Bakâsura en anderen...'
En deze broer van Hem, de lotus-ogige Râma, Hij is van het gehele vermogen en doodde Pralamba, [en zo denken wij...] Vatsâsura, Bakâsura en anderen...' (Vedabase)
Terwijl de mensen aldus aan het spreken waren en de muziekinstrumenten weerklonken, sprak Cânûra, zich op Krishna en Balarâma richtend, de volgende woorden:
Terwijl de mensen aldus aan het spreken waren en de muziekinstrumenten weerklonken, sprak Cânûra, zich op Krishna en Balarâma richtend, de volgende woorden: (Vedabase)
'O zoon van Nanda, o Râma, jullie twee helden zijn alom gerespecteerd en bedreven in het worstelen; de koning die erover vernam wilde dat wel eens zien en ontbood jullie.
'O zoon van Nanda, o Râma, jullie twee helden zijn alom gerespecteerd en bedreven in het worstelen; de koning die erover vernam wilde dat wel eens zien en ontbood jullie. (Vedabase)
Inderdaad zal de burgers, als ze in hun denken, woorden en daden tewerk gaan naar de koning zijn zin, het geluk ten deel vallen, maar er tegenin gaand is dat een andere zaak.
Inderdaad zal de burgers, als ze in hun denken, woorden en daden te werk gaan naar de koning zijn zin, het geluk ten deel vallen, maar er tegenin gaand is dat een andere zaak. (Vedabase)
De gopa's zijn er duidelijk steeds gelukkig mee hun kalveren in de bossen te hoeden en te spelen en te stoeien terwijl ze de koeien weiden.
De gopa's duidelijk altijd gelukkig hoeden hun kalveren in de bossen en spelen en worstelen met het weiden van de koeien. (Vedabase)
Mogen daarom Jullie twee met ons handelen naar het genoegen van de koning die de belichaming vormt van ieder levend wezen, zodat een ieder daarmee tevredengesteld zal zijn.'
Laten daarom Jullie twee en wij handelen naar het genoegen van de Koning die de belichaming vormt van ieder levend wezen, zodat een ieder daarmee tevreden gesteld zal zijn.' (Vedabase)
Dat horend sprak Krishna woorden gepast de tijd en omstandigheid [zie ook 4.8: 54] ter verwelkoming van de worstelpartij die ook Hem goed van pas kwam:
Dat horend sprak Krishna woorden gepast de tijd en omstandigheid [zie ook 4.8: 54] ter verwelkoming van de worstelpartij die ook Hem goed van pas kwam: (Vedabase)
'Als onderdanen van de Bhoja koning, moeten ook Wij, ook al trekken We rond in de bossen, altijd ten uitvoer brengen wat hem ook maar zou behagen, omdat dat Ons het grootste voordeel zal brengen.
'Als onderdanen van de Bhoja koning, moeten ook Wij, ook al trekken We rond in de bossen, altijd ten uitvoer brengen wat hem ook maar zou behagen, omdat dat Ons het grootste voordeel zal brengen. (Vedabase)
Wij jonge jongens zullen zoals het hoort Ons meten met hen die aan Ons gewaagd zijn; de worstelwedstrijd dient plaats te vinden opdat het publiek bijeengekomen in dit strijdperk niet niet van zijn geloof zal vallen.'
Wij jonge jongens zullen zoals het hoort Ons meten met hen die aan Ons gewaagd zijn; de worstelwedstrijd behoort plaats te vinden zodat de aanwezigen bijeengekomen in dit strijdperk niet zullen worden blootgesteld aan een breuk met de principes.' (Vedabase)
Cânûra zei: 'Jij en Balarâma zijn geen jongetjes meer of jongeren, jullie zijn de sterksten van de sterken die zomaar voor de sport de olifant ter dood brachten die de kracht had van duizend olifanten!
Cânûra zei: 'Jij en Balarâma zijn geen jongetjes meer of jongeren, jullie zijn de sterksten van de sterken die zomaar voor de sport de olifant ter dood brachten die de kracht had van duizend olifanten! (Vedabase)
Daarom moeten Jullie twee met hen de strijd aangaan die sterk zijn, daar schuilt geen onrecht in; Jouw kunnen tegen wat ik kan, o afstammeling van Vrishni, en Balarâma moet het opnemen tegen Mushthika.'
Daarom moeten Jullie twee met hen de strijd aangaan die sterk zijn, daar schuilt geen onrecht in; Jouw kunnen tegen wat ik kan, o afstammeling van Vrishni, en Balarâma met Mushthika.' (Vedabase)
*Aldus spreekt men van tien rasa's, houdingen of gemoedsgesteldheden in relatie tot Krishna: strijdlust [zoals waargenomen door de worstelaars], bewondering [door de mannen], geslachtelijke aantrekking [de vrouwen], lachen [de koeherders], ridderlijkheid [de koningen], genade [Zijn ouders], schrik [Kamsa], afschuw [de dommen], vredige neutraliteit [de yogi's] en liefdevolle toewijding [de Vrishni's].
![]()
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie de
S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina.
The picture of Krishna and Balarâma killing
Kuvalayâpîda is painted by Kailash
Raj.
© Exoticindiaart.com,
used with permission.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.