S'rî
S'uka zei: 'Toen hij [Akrûra] naar
Hastinâpura ging, de stad die zich kenmerkte door de
glorie van de koningen van de Pûru-dynastie [zie
stamboom],
trof hij daar de zoon van Ambikâ
[Dhritarâshthra, zie 9.22:
25]
tezamen met Bhîshma, Vidura en Prithâ
[Kuntî] aan, als ook Bâhlika en zijn zoon
[Somadatta], Dronâcârya en
Kripâcârya, Karna, Duryodhana, de zoon van Drona
[As'vatthâmâ], de Pândava's en andere
vrienden.
S'rî
S'uka zei: 'Hij [Akrûra] toen hij naar
Hastinâpura ging, de stad die zich kenmerkte door de
glorie van de koningen van de Pûru-dynastie [zie
stamboom], trof hij daar de zoon van Ambikâ
[Dhritarâshthra, zie 9.22: 25] tezamen met
Bhîshma, Vidura en Prithâ [Kuntî]
aan, als ook Bâhlika en zijn zoon [Somadatta],
Dronâcârya en Kripâcârya, Karna,
Duryodhana, de zoon van Drona
[As'vatthâmâ], de Pândava's en
andere vrienden. (Vedabase)
Tekst
3
Nadat de zoon
van Gândinî [Akrûra, zie
9.24:
15] naar
behoren zijn verwanten en vrienden had begroet deden zij bij
hem navraag wat voor nieuws er was over hun naasten en
informeerde hij op zijn beurt hoe het hun
verging.
Nadat
de zoon van Gândinî [Akrûra, zie 9.24:
15] naar behoren zijn verwanten en vrienden had begroet
deden zij bij hem navraag wat voor nieuws er was over hun
naasten en informeerde hij op zijn beurt hoe het hun
verging. (Vedabase)
Tekst
4
Hij bleef daar
een paar maanden om er achter te komen wat de koning, die niet
zo sterk in zijn schoenen stond met zijn slechtgeaarde zoons,
allemaal deed met het beantwoorden aan de verlangens van de
kwaadwilligen [als Karna].
Hij
bleef daar een paar maanden om er achter te komen wat de
koning, die niet zo sterk in zijn schoenen stond met zijn
slechtgeaarde zoons, allemaal deed met het beantwoorden aan
de verlangens van de kwaaddoeners [als Karna].
(Vedabase)
Tekst
5-6
Zowel Vidura
als Kuntî vertelden hem alles van het onwelvoeglijke,
zoals het toedienen van gif, waaraan de zoons van
Dhritarâshthra zich schuldig hadden gemaakt in hun
intolerante houding wat betreft de invloed, de vaardigheid, de
kracht, heldenmoed enzovoorts van de zoons van Prithâ,
voor wiens hoogstaande kwaliteiten de burgerij een grote
voorliefde had.
Zowel
Vidura als Kuntî vertelden hem werkelijk alles van het
onwelvoeglijke, zoals het toedienen van gif, waaraan de
zoons van Dhritarâshthra zich schuldig hadden gemaakt,
intolerant gezind als ze waren in reactie op de invloed, de
vaardigheid, de kracht, heldenmoed en zo voorts van de zoons
van Prithâ, voor wiens hoogstaande kwaliteiten de
burgerij een grote voorliefde
had.
(Vedabase)
Tekst
7
Prithâ,
nu ze haar [Vrishni-]broeder Akrûra voor zich
zag, richtte zich tot hem en zei, terwijl ze zich, met tranen
in haar ogen, haar geboorteplaats [Mathurâ]
herinnerde:
Prithâ
die haar [Vrishni-]broeder Akrûra voor zich
had, benaderde hem en zei, terwijl ze zich, met tranen in
haar ogen, haar geboorteplaats [Mathurâ]
herinnerde: (Vedabase)
Tekst
8
'O
zachtmoedige, denken onze ouders en broers, mijn zussen, neven
en de vrouwen van de familie alsook mijn [oude
jeugd-]vriendinnen nog steeds aan ons?
'O
zachtgeaarde, denken onze ouders en broers, mijn zussen,
neven en de vrouwen van de familie als ook mijn [oude
jeugd-]vriendinnen nog steeds aan ons?
(Vedabase)
Tekst
9
Denkt de zoon
van mijn broer, Krishna, de Almachtige Heer, de zorgzame
toevlucht van de toegewijden en Râma met Zijn
lotusblaadjesogen, nog aan de zoons van de zus van Zijn
vader?
Denkt
de zoon van mijn broer, Krishna, de Almachtige Heer, de
zorgzame toevlucht van de toegewijden en Râma met Zijn
lotusblaadjesogen, nog aan de zoons van de zus van Zijn
vader? (Vedabase)
Tekst
10
En... zal Hij
me met Zijn woorden komen troosten, ik die met jonge jongens
verstoken van hun vader temidden van vijanden te klagen heeft
als een hert tussen de wolven?
En...
zal Hij met Zijn woorden mij troosten, die met jonge jongens
verstoken van hun vader temidden van vijanden te klagen
heeft als een hert tussen de wolven?
(Vedabase)
Tekst
11
Krishna, o
Krishna, o Grootste van de Yoga, o Ziel en Beschermer van het
Universum, alsJeblieft waak over deze overgegeven ziel die
tezamen met haar kinderen verdrinkt in verdriet, o Govinda!
[zie ook 1.8:
17-43]
Krishna,
o Krishna, o Grootste van de Yoga, o Ziel en Beschermer van
het Universum, alsJeblieft waak over deze overgegeven ziel
die tezamen met haar kinderen verdrinkt in verdriet, o
Govinda! [zie ook 1.8: 17-43]
(Vedabase)
Tekst
12
Voor de
mensheid die bang is voor de dood en voor wedergeboorte zie ik
geen andere toevlucht dan de lotusvoeten van Jou, de Heer en
Meester die de bevrijding schenkt.
Voor
de mensheid in vrees voor de dood en voor wedergeboorte zie
ik geen andere toevlucht dan de lotusvoeten van Jou, de
Beheerser die de bevrijding schenkt.
(Vedabase)
Tekst
13
Mijn
eerbetuigingen voor Krishna, de zuivere Absolute Waarheid en
Superziel, de Beheerser van de Yoga en Vereniger van het
Bewustzijn; Jou die ik benader voor mijn toevlucht.'
Mijn
eerbetuigingen voor Krishna, de zuivere Absolute Waarheid en
Superziel, de Beheerser van de Yoga en Vereniger van het
Bewustzijn; Jou die ik benader voor mijn toevlucht.'
(Vedabase)
Tekst
14
S'rî
S'uka zei: 'Uw eigen overgrootmoeder o Koning, zich op deze
manier haar verwanten en Krishna, de Beheerser van het
Universum herinnerend, begon toen hardop in haar ongeluk te
huilen.
S'rî
S'uka zei: 'O Koning, uw eigen overgrootmoeder op deze
manier zich haar verwanten en Krishna, de Beheerser van het
Universum herinnerend, huilde, ongelukkig, hardop.
(Vedabase)
Tekst
15
Akrûra,
gelijkgestemd in leed en vreugd, en de luisterrijke Vidura
troostten Kuntî met de uitleg dat haar zoons uit goden
waren voortgekomen [zie stamboom].
Akrûra,
gelijkgestemd in leed en vreugd, en de luisterrijke Vidura
samen troostten Kuntî, haar uitleg verschaffend over
de [goddelijke] oorzaken van de geboorten van haar
zoons [zie stamboom]. (Vedabase)
Tekst
16
Toen het tijd
was om weer te vertrekken maakte hij zijn opwachting bij de
koning die zich temidden van zijn aanhangers bevond en zo zwaar
bevooroordeeld was ten gunste van zijn zoons, met de bedoeling
hem te spreken over wat in vriendschap was medegedeeld door
zijn, hem het beste toewensende, verwanten [Krishna en
Râma].
Toen
het tijd was om weer te vertrekken maakte hij zijn
opwachting bij de koning die zich temidden van zijn
aanhangers bevond en zo zwaar bevooroordeeld was ten gunste
van zijn zoons, met de bedoeling hem te spreken over wat in
vriendschap was medegedeeld door zijn, hem het beste
toewensende, verwanten [Krishna en
Râma].
(Vedabase)
Tekst
17
Akrûra
zei: 'O beste, geliefde zoon van Vicitravîrya
[9.22:
21-25],
jij hebt tot de meerdere eer en glorie van de Kuru's, met je
broer Pându die overleed, nu de troon bestegen.
Akrûra
zei: 'O beste, geliefde zoon van Vicitravîrya
[9.22: 21-25], jij hebt tot de meerdere eer en
glorie van de Kuru's, met je broer Pându die overleed,
nu de troon bestegen.
(Vedabase)
.
Tekst
18
Volgens het
dharma de aarde en de burgers beschermend zal je, de mensen
vreugde verschaffend met een goed karakter, de volmaaktheid en
de roem bereiken als je je verwanten gelijkelijk gezind
blijft!
Volgens
het dharma de aarde en de burgers beschermend zal je, je
verheugend met een goed karakter, de volmaaktheid en de roem
bereiken als je je verwanten gelijk gezind blijft!
(Vedabase)
Tekst
19
Maar als je
daarmee in tegenspraak handelt echter, zal je, vervloekt in
deze wereld, in de duisternis belanden; blijf daarom de
Pândava's en zij die uit jou geboren zijn gelijkelijk
gezind.
Maar
als je daarmee in tegenspraak handelt echter, zal je,
vervloekt in deze wereld, in de duisternis belanden; blijf
daarom de Pândava's en zij die uit jouw geboren zijn
gelijkelijk gezind. (Vedabase)
Tekst
20
Maar als je
daarmee in tegenspraak handelt echter, zal je, vervloekt in
deze wereld, in de duisternis belanden; blijf daarom de
Pândava's en zij die uit jou geboren zijn gelijkelijk
gezind.
Voor
onverschillig wie is er in deze wereld geen omgang met wie
dan ook die stand zal houden, o Koning, zelfs niet de omgang
met het eigen lichaam; dus wat dan te zeggen van een vrouw,
kinderen en zo voorts?
(Vedabase)
Tekst
21
Men komt alleen
op de wereld, alleen komt men aan zijn einde, en alleen geniet
men van zijn verdienste zoals men zeker ook alleen de gevolgen
van zijn kwaad onder ogen moet zien.
Men
komt alleen op de wereld, alleen komt men aan zijn einde, en
alleen geniet men van zijn verdienste zoals men zeker ook
alleen de gevolgen van zijn kwaad onder ogen moet zien.
(Vedabase)
Tekst
22
Als een
onintelligent persoon met behoefte aan ondersteuning wordt men
door anderen die zich vermomd hebben [als verwanten]
van de weelde beroofd die tegen het dharma in werd verworven,
precies zoals een waterwezen in het water [het territorium
kwijtraakt aan zijn eigen kroost].
Als
een onintelligent persoon met behoefte aan ondersteuning
wordt men door anderen die zich vermomd hebben [als
verwanten] van de weelde beroofd die tegen het dharma in
werd verworven, precies zoals een waterwezen in het water
[het territorium kwijtraakt aan zijn eigen
kroost].
(Vedabase)
Tekst
23
Zich te buiten
gaand tegen het dharma in, onopgevoed denkend dat de dingen
waar hij van leeft zijn eigendom zijn, raakt hij in zijn opzet
door hen gefrustreerd met het verlies van zijn levensadem,
weelde, kinderen en anderen [zie 4.31
6.15:
21-23 en
7.15].
Zich
te buiten gaand tegen het dharma in, onopgevoed denkend dat
de dingen waar hij van leeft zijn eigendom zijn, raakt hij
in zijn opzet door hen gefrustreerd met het verlies van zijn
levensadem, weelde, kinderen en anderen [zie 4.31 6.15:
21-23 en 7.15].
(Vedabase)
Tekst
24
Door hen in de
steek gelaten de last op zich nemend, niet naar behoren bekend
met het doel van het leven, beland hij met zijn doelstellingen
onbevredigd blind voor zijn eigen religieuze plichten in de
diepste duisternis [zie ook 3.30;
5:
26;
6.1:
40].
Door
hen in de steek gelaten de last op zich nemend, niet naar
behoren bekend met het doel van het leven, beland hij met
zijn doelstellingen onbevredigd blind voor zijn eigen
religieuze plichten in de diepste duisternis [zie ook
3.30; 5: 26; 6.1: 40]. (Vedabase)
Tekst
25
Breng daarom,
met het idee van deze wereld, o Koning, als zijnde een droom,
als iets magisch, als iets van het denken, de geest met
intelligentie onder controle en wordt gelijkmoedig en
vredig, prabhu.'
Breng
daarom, met het idee van deze wereld, o Koning, als zijnde
een droom, als iets magisch, als iets van het denken, de
geest met intelligentie onder controle en wordt gelijkmoedig
en vredig, prabhu.'
(Vedabase)
Tekst
26
Dhritarâshthra
zei: 'Van de woorden zo goedgunstig zoals je ze hier
uitspreekt, o meester der liefdadigheid, kan ik, als een
sterveling, nimmer genoeg krijgen; ze zijn als de nectar der
onsterfelijkheid!
Dhritarâshthra
zei: 'Van de woorden zo goedgunstig zoals je ze hier
uitspreekt, o meester der liefdadigheid, kan ik, als een
sterveling, nimmer genoeg krijgen; ze zijn als de nectar der
onsterfelijkheid!
(Vedabase)
Tekst
27
Hoe aangenaam
ze ook zijn echter, o zachtgeaarde, ze zijn, als gebliksem in
de wolken, niet verankerd in mijn hart dat onstandvastig is,
met mijn bevooroordeeld zijn in de genegenheid voor mijn
zoons.
Hoe
aangenaam ze ook zijn echter, o zachtgeaarde, ze zijn, als
gebliksem in de wolken, niet verankerd in mijn hart dat
onstandvastig is, met mijn bevooroordeeld zijn in de
genegenheid voor mijn zoons. (Vedabase)
Tekst
28
Op welke manier
zou ooit een persoon kunnen ontsnappen aan dat wat beschikt is
door de Heer die, om de last van de aarde weg te nemen, is
nedergedaald in de Yadu-familie? [zie B.G.
9: 8]
Op
welke manier zou ooit een persoon kunnen ontsnappen aan dat
wat beschikt is door de Beheerser die om de last van de
aarde weg te nemen is nedergedaald in de Yadu-familie?
[zie B.G. 9: 8]
(Vedabase)
Tekst
29
Hij wiens pad
onvoorstelbaar is, schept dit universum middels Zijn eigen
creatieve vermogen, verdeelt de geaardheden en gaat er in
binnen; voor Hem wiens wegen ondoorgrondelijk zijn, de
Allerhoogste Beheerser door wie we de bevrijding vinden uit de
kringloop van geboorte en dood, mijn eerbetuigingen.'
Hij
wiens pad onvoorstelbaar is, schept dit universum middels
Zijn eigen creatieve vermogen, verdeelt de geaardheden en
gaat er in binnen; aan Hem, onpeilbaar in de strekking van
Zijn wederwaardigheden, de Allerhoogste Beheerser van wie we
de bevrijding vinden uit de kringloop van geboorte en dood,
mijn eerbetuigingen.' (Vedabase)
Tekst
30
S'rî
S'uka zei: 'Zichzelf aldus overtuigend van de mentaliteit van
de koning, nam Akrûra afscheid van zijn weldoeners en
ging hij terug naar de stad van de Yadu's.
S'rî
S'uka zei: 'Zichzelf aldus overtuigend van de mentaliteit
van de koning, werd het Akrûra door zijn weldoeners
toegestaan te vertrekken en ging hij terug naar de stad van
de Yadu's. (Vedabase)
Tekst
31
Overeenkomstig
de bedoeling waarvoor hij gestuurd was, deed hij verslag aan
Râma en Krishna over de positie die Dhritarâshthra
had ingenomen in relatie tot de Pândava's, o nazaat van
Kuru.
Naar
de bedoeling waarvoor hij gestuurd was, deed hij verslag aan
Râma en Krishna over de positie die
Dhritarâshthra had ingenomen in relatie tot de
Pândava's, o nazaat van
Kuru. (Vedabase)