S'rî
S'uka zei: 'Op een dag ging, om de zoons van Pându te
zien, de Allerhoogste Persoonlijkheid Zichtbaar voor het Oog,
de Eigenaar van alle Weelde, naar Indraprastha vergezeld door
Yuyudhâna [Sâtyaki, Zijn wagenmenner] en
anderen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Once, the supremely opulent
Personality of Godhead went to Indraprastha to visit the
Pândavas, who had again appeared in public.
Accompanying the Lord were Yuyudhâna and other
associates. (Vedabase)
Tekst
2
Hem, Mukunda,
de Beheerser van Allen daar aangekomen ziend, stonden de helden
allen terstond op, alsof de meester hunner zinnen, hun
levensadem, was teruggekeerd.
When
the Pândavas saw that Lord Mukunda had arrived, those
heroic sons of Prithâ all stood up at once, like the
senses responding to the return of the life air.
(Vedabase)
Tekst
3
De helden die
Acyuta omhelsden raakten door het contact met Zijn lichaam
bevrijd van al hun zonden en ervoeren de vreugde van het
aanschouwen van Zijn toegenegen glimlachende
gelaat.
The
heroes embraced Lord Acyuta, and the touch of His body freed
them of sin. Looking at His affectionate, smiling face, they
were overwhelmed with joy. (Vedabase)
Tekst
4
Na aan de
voeten van Yudhishthhira en Bhîma Zijn eerbetuigingen te
hebben gebracht [daar ze ouder waren] en na
Phâlguna
[ofwel Arjuna, die maar acht dagen ouder was] stevig te
hebben omhelsd, begroette Hij respectvol de tweelingbroers
[Nakula en Sahadeva, die jonger waren].
After
the Lord bowed down at the feet of Yudhishthhira and
Bhîma and firmly embraced Arjuna, He accepted
obeisances from the twin brothers, Nakula and Sahadeva.
(Vedabase)
Tekst
5
Gezeten op een
hoger geplaatste zetel werd Krishna stapje voor stapje, een
beetje verlegen, benaderd door de pas [met de
Pândava's] getrouwde, onberispelijke Draupadî
om haar eerbetuigingen te brengen.
Faultless
Draupadî, the Pândavas' newly married wife,
slowly and somewhat timidly approached Lord Krishna, who sat
on an exalted seat, and offered Him her obeisances.
(Vedabase)
Tekst
6
Op dezelfde
manier werd Sâtyaki verwelkomd, geëerd en een plaats
toegewezen door de zoons van Prithâ en werden ook de
anderen geëerd en er omheen een plaats
toegewezen.
Sâtyaki
also accepted a seat of honor after receiving worship and
welcome from the Pândavas, and the Lord's other
companions, being duly honored, sat down in various places.
(Vedabase)
Tekst
7
Op Kuntî
afstappend om Zijn eerbetuigingen te brengen werd Hij door
haar, met haar ogen nat van haar buitengemene liefde, omhelsd
[zie ook 1.8:
18-43];
informerend naar het welzijn van haar en haar schoondochter
[Draupadî], deed zij op haar beurt als de zus van
Zijn vader [Vasudeva] tot in detail navraag over Zijn
verwanten.
The
Lord then went to see His aunt, Queen Kuntî. He bowed
down to her and she embraced Him, her eyes moist with great
affection. Lord Krishna inquired from her and her
daughter-in-law, Draupadî, about their welfare, and
they in turn questioned Him at length about His relatives
[in Dvârakâ]. (Vedabase)
Tekst
8
Met tranen in
haar ogen en met haar keel dichtgesnoerd door de emotie in haar
liefde voor Hem die Zichzelf vertoont om het leed te
verdrijven, zei ze, zich de vele beproevingen en tegenslagen
herinnerend:
So
overcome by love that her throat choked up and her eyes
filled with tears, Queen Kuntî remembered the many
troubles she and her sons had endured. Thus she addressed
Lord Krishna, who appears before His devotees to drive away
their distress. (Vedabase)
Tekst
9
'Slechts toen
ging het weer beter met ons toen Jij, als een beschermer die
Zich ons, Je verwanten, herinnerde o Krishna, mijn broer
[Akrûra] naar ons toestuurde [zie
10.49].
[Queen
Kuntî said:l My dear Krishna, our welfare was assured
only when You remembered us, Your relatives, and gave us
Your protection by sending my brother to visit us.
(Vedabase)
Tekst
10
Voor Jou, de
Weldoener en Ziel van het Universum, bestaat er nooit het
wanbegrip van 'het onze' en 'het hunne'; niettemin maak Je, Je
bevindend in het hart, een eind aan het lijden van hen die zich
[Jou] voortdurend herinneren [zie ook
B.G.
9: 29].'
For
You, the well-wishing friend and Supreme Soul of the
universe, there is never any illusion of "us" and "them."
Yet even so, residing within the hearts of all, You
eradicate the sufferings of those who remember You
constantly. (Vedabase)
Tekst
11
Yudhishthhira
zei: 'Ik weet niet welke goede daden wij, zo twijfelachtig bij
verstand, allen hebben verricht om Jou te [mogen] zien,
o Opperste Beheerser die de beheersers van de Yoga maar zelden
[te] zien [krijgen].'
King
Yudhishthhira said: O supreme controller, I do not know what
pious deeds we fools have done so that we can see You, whom
the masters of yogic perfection rarely see.
(Vedabase)
Tekst
12
Alzo door de
koning ertoe uitgenodigd logeerde Hij, de Almachtige,
gelukkigerwijze gedurende de maanden van het regenseizoen
[zie ook 10.20]
aldaar, en verschafte daarmee de ogen van de bewoners van
Indraprastha het hoogste geluk.
Requested
by the King to stay with them, the almighty Lord remained
happily in Indraprastha during the months of the rainy
season, giving joy to the eyes of the city's residents.
(Vedabase)
Tekst
13-14
Op een dag
[**]
in kuras zijn wagen beklimmend met de apenvlag [van
Hanumân], zijn [boog] Gândîva in
de hand en twee onuitputtelijke kokers met pijlen, ging Arjuna,
de overwinnaar van de helden van de vijand, voor de sport met
Krishna samen een groot woud binnen dat vol was van prooidieren
[zie tevens B.G.
hoofdstuk 1].
Once
Arjuna, the slayer of powerful enemies, donned his armor,
mounted his chariot flying the flag of Hanumân, took
up his bow and his two inexhaustible quivers, and went to
sport with Lord Krishna in a large forest filled with fierce
animals. (Vedabase)
Tekst
15
Aldaar schoot
hij met zijn pijlen tijgers, beren, wilde buffels,
ruru's [een soort antilopen], s'arabha's
[een soort herten], gavaya's [een soort
runderen], neushoorns, zwarte herten, konijnen en
stekelvarkens [zie ook 4.28:
26 en
5.26:
13].
With
his arrows Arjuna shot tigers, boars and buffalo in that
forest, along with rurus, s'arabhas, gavayas,
rhinoceroses, black deer, rabbits and porcupines.
(Vedabase)
Tekst
16
Met de dienaren
van de koning ze meenemend om te worden geofferd voor een
speciale gelegenheid [anders zou de jacht verboden zijn
geweest, zie 9.6:
7-8] ging
overmand door de dorst hij, Bibhatsa ['de schrikaanjager',
Arjuna], vermoeid naar de Yamunâ.
A
crew of servants carried to King Yudhishthhira the slain
animals fit to be offered in sacrifice on some special
occasion. Then, feeling thirsty and tired, Arjuna went to
the bank of the Yamunâ. (Vedabase)
Tekst
17
Toen de twee
grote strijdwagenvechters er een bad namen en van het heldere
water dronken, zagen de twee Krishna's [zie
B.G.
10: 37]
een maagd lopen die er bekoorlijk uitzag.
After
the two Krishnas bathed there, they drank the river's clear
water. The great warriors then saw an attractive young girl
walking nearby. (Vedabase)
Tekst
18
Eropaf gestuurd
door zijn Vriend, benaderde Phâlguna de verfijnde dame
die fraaie heupen en tanden had en een aantrekkelijk gezicht,
en vroeg hij:
Sent
by his friend, Arjuna approached the exceptional young
woman, who possessed beautiful hips, fine teeth and a lovely
face, and inquired from her as follows. (Vedabase)
Tekst
19
'Wie ben jij,
bij wie hoor je, o meisje met je slanke taille, waar kom je
vandaan en wat ben je van plan; Ik denk dat je op zoek bent
naar een echtgenoot, vertel me er alles over, o
schoonheid!'
[Arjuna
said:] Who are you, O fine-waisted lady? Whose daughter
are you, and where do you come from? What are you doing
here? I think you must be looking for a husband. Please
explain everything, O beautiful one. (Vedabase)
Tekst
20
S'rî
Kâlindî zei: 'Ik ben de dochter van de halfgod
Savitâ [de zonnegod], bezig met zware
boetedoeningen in mijn verlangen naar Vishnu, de allerbeste van
alle gunstverleners, als mijn echtgenoot [zie ook
Gâyatrî].
S'rî
Kâlindî said: I am the daughter of the sun-god.
I desire to get as my husband the most excellent and
munificent Lord Vishnu, and to that end I am performing
severe penances. (Vedabase)
Tekst
21
Ik wens geen
andere echtgenoot dan Hij, o held, moge de Verblijfplaats van
S'rî [de godin], Hij, de Allerhoogste Heer
Mukunda, de toevlucht der hulpelozen, tevreden over mij
zijn.
I
will accept no husband other than Him, the abode of the
goddess of fortune. May that Mukunda, the Supreme
Personality, the shelter of the helpless, be pleased with
me. (Vedabase)
Tekst
22
Totdat ik
Acyuta tegenkom, leef ik in een huis dat door mijn vader in de
wateren van de Yamunâ werd gebouwd en draag ik aldus de
naam Kâlindî [zie ook bhajan
vers 2 en
10.15:
47-52].'
I
am known as Kâlindî, and I live in a mansion my
father built for me within the water of the Yamunâ.
There I will stay until I meet Lord Acyuta.
(Vedabase)
Tekst
23
Aldus legde
Gudâkes'a
dit aan Vâsudeva voor die, Zich volledig van alles
bewust, haar omhoog tilde in Zijn wagen en wegreed naar koning
Dharma [Yudhishthhira].
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:l Arjuna repeated all this to
Lord Vâsudeva, who was already aware of it. The Lord
then took Kâlindî onto His chariot and went back
to see King Yudhishthhira. (Vedabase)
Tekst
24
Voor de zoons
van Prithâ liet Krishna [in het verleden], zo
gauw Hij daartoe verzocht werd, door Vis'vakarmâ een
hoogst opmerkelijke, kleurrijke stad bouwen
[Indraprastha].
[Describing
a previous incident, S'ukadeva Gosvâmî
said:] Upon the request of the Pândavas, Lord
Krishna had Vis'vakarmâ build them a most wonderful
and amazing city. (Vedabase)
Tekst
25
De Allerhoogste
Heer die daar verbleef voor het genoegen van Zijn toegewijden
verlangde het om Agni het Khândavabos
['suikergoedbos' te Kurukshetra] te schenken [door
het in brand te steken] en voor dat doel werd Hij Arjuna's
wagenmenner.
The
Supreme Lord stayed in that city for some time to please His
devotees. On one occasion, S'rî Krishna wanted to give
the Khândava forest as a gift to Agni, and so the Lord
became Arjuna's charioteer. (Vedabase)
Tekst
26
Daarover
verheugd gaf Agni aan Arjuna een boog en een strijdwagen met
witte paarden, o Koning, twee onuitputtelijke kokers met pijlen
en een wapenrusting die met geen enkele vorm van gewapende
weerstand te doorboren was.
Being
pleased, O King, Lord Agni presented Arjuna with a bow, a
set of white horses, a chariot, a pair of inexhaustible
quivers, and armor that no fighter could pierce with
weapons. (Vedabase)
Tekst
27
Maya [de
demon] gered uit het vuur bood [in dankbaarheid]
een vergaderzaal aan zijn vriend [Arjuna] aan waarin
Duryodhana het water daarin aanzag voor een stevige vloer
[en erin viel, zie 10.75].
When
the demon Maya was saved from the fire by his friend Arjuna,
Maya presented him with an assembly hall, in which
Duryodhana would later mistake water for a solid floor.
(Vedabase)
Tekst
28
Hij
[Krishna] door hem [Arjuna] en Zijn weldoeners
toegestaan te vertrekken ging terug naar Dvârakâ
begeleid door Sâtyaki en de rest van Zijn kader [zie
ook 1:
10].
Then
Lord Krishna, given leave by Arjuna and other well-wishing
relatives and friends, returned to Dvârakâ with
Sâtyaki and the rest of His entourage.
(Vedabase)
Tekst
29
Maar nu trouwde
Hij, allergunstigst, met Kâlindî op een dag dat de
seizoenen, de sterren en de andere hemellichten het gunstigst
erbij stonden voor het verspreiden van het grootste geluk onder
Zijn mensen.
The
supremely auspicious Lord then married Kâlindî
on a day when the season, the lunar asterism and the
configurations of the sun and other heavenly bodies were all
propitious. In this way He brought the greatest pleasure to
His devotees. (Vedabase)
Tekst
30
Vindya en
Anuvindya, twee koningen uit Avantî [Ujjain] die
Duryodhana ondersteunden, hielden hun zuster
[Mitravindâ] die zich aangetrokken voelde tot
Krishna, tegen in haar svayamvara [kiezen van een
echtgenoot].
Vindya
and Anuvindya, who shared the throne of Avantî, were
followers of Duryodhana's. When the time came for their
sister [Mitravindâ] to select her husband in
the svayamvara ceremony, they forbade her to choose
Krishna, although she was attracted to Him.
(Vedabase)
Tekst
31
Mitravindâ,
de dochter van Râjâdhidevî, de zuster van
Zijn vader [9.24:
28-31],
werd met geweld, voor ogen van de koningen, meegevoerd door
Krishna, o Koning [vergelijk 10.53].
My
dear King, Lord Krishna forcibly took away Princess
Mitravindâ, the daughter of His aunt
Râjâdhidevî, before the eyes of the rival
kings. (Vedabase)
Tekst
32
Van de hoogst
godvruchtige heerser van Kaus'alya [Ayodhyâ, zie
9.10:
32]
genaamd Nagnajit was er een goddelijke dochter Satyâ, ook
wel Nâgnajitî genaamd, o Koning.
O
King, Nagnajit, the very pious King of Kaus'alya, had a
lovely daughter named Satyâ, or Nâgnajitî.
(Vedabase)
Tekst
33
Geen van de
koningen was in staat met haar te trouwen zonder zeven
onbeheersbare stieren te verslaan die met de scherpste horens
kwaad als ze waren de geur van krijgers konden verdragen.
The
kings who came as suitors were not allowed to marry her
unless they could subdue seven sharp-horned bulls. These
bulls were extremely vicious and uncontrollable, and they
could not tolerate even the smell of warriors.
(Vedabase)
Tekst
34
Erover
vernemend dat zij beschikbaar was voor degene die de stieren
wist te bedwingen, ging de Opperheer, de Meester der
Sâtvata's, naar de hoofdstad van Kaus'alya met een grote
legermacht om Zich heen.
When
the Supreme Personality of Godhead, the master of the
Vaishnavas, heard of the princess who was to be won by the
conqueror of the bulls, He went to the capital of Kaus'alya
with a large army. (Vedabase)
Tekst
35
De heer van
Kos'ala overeind gekomen, en vol aanbidding hem een plaats
toewijzend met niet onaanzienlijke offergaven en zo meer, werd
op zijn beurt ook begroet.
The
King of Kos'ala, pleased to see Lord Krishna, worshiped Him
by rising from his throne and offering Him a seat of honor
and substantial gifts. Lord Krishna also greeted the King
respectfully. (Vedabase)
Tekst
36
De dochter van
de koning die zag dat de huwelijkskandidaat waar ze naar
verlangde was aangekomen bad: 'Moge, ervan uitgaande dat ik me
aan mijn geloften houdt, het [offer-]vuur mijn wens in
vervulling doen gaan; laat Hij, de Echtgenoot van
Ramâ
mijn echtgenoot worden!
When
the King's daughter saw that most agreeable suitor arrive,
she immediately desired to have Him, the Lord of Goddess
Râma. She prayed, "May He become my husband. If I have
kept my vows, may the sacred fire bring about the
fulfillment of my hopes. (Vedabase)
Tekst
37
Hij van wiens
lotusgelijke voeten degene die op de lotus zit
[Brahmâ] en de meester op de berg [S'iva]
tezamen met de verschillende heersers over de wereld het stof
op hun hoofden houden, Hij die voor Zijn spel en vermaak met
het verlangen de spelregels van de religie te verdedigen die
Hij Zelf heeft ingesteld iedere keer dat Hij [er weer is
en] een lichaam aanneemt, waarmee kan Hij, de Allerhoogste
Heer, door mij tevreden worden gesteld?'
"Goddess
Lakshmî, Lord Brahma, Lord S'iva and the rulers of the
various planets place the dust of His lotus feet on their
heads, and to protect the codes of religion, which He has
created, He assumes pastime incarnations at various times.
How may that Supreme Personality of Godhead become pleased
with me?" (Vedabase)
Tekst
38
Hij
[Nagnajit] zei tot de Aanbedene verder nog het
volgende: 'O Nârâyana, o Heer van het Universum,
wat kan ik die zo onbeduidend ben doen voor U zo Vol van het
Geluk van de Ziel?'
King
Nagnajit first worshiped the Lord properly and then
addressed Him: "O Nârâyana, Lord of the
universe, You are full in Your own spiritual pleasure.
Therefore what can this insignificant person do for You?"
(Vedabase)
Tekst
39
S'rî
S'uka zei: 'O kind van de Kuru's, de Allerhoogste Heer tevreden
plaats te kunnen nemen sprak glimlachend tot hem met een stem
zo diep als een [rommelende] wolk.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O beloved descendant of Kuru, the
Supreme Lord was pleased, and after accepting a comfortable
seat He smiled and addressed the King in a voice as deep as
the rumbling of a cloud. (Vedabase)
Tekst
40
De Opperheer
zei: 'O heerser der mensen, smeken is voor een lid van de
heersende klasse die zijn eigen dharma naleeft door de
geschoolden veroordeeld; niettemin vraag Ik u om uw vriendschap
met het oog op uw dochter voor wie Wij, echter, niets als
tegenprestatie bieden.'
The
Supreme Lord said: O ruler of men, learned authorities
condemn begging for a person in the royal order who is
executing his religious duties. Even so, desiring your
friendship, I ask you for your daughter, though We offer no
gifts in exchange. (Vedabase)
Tekst
41
De Koning zei:
'Wie anders dan U, o Hoog Verheven Heer, zou in deze wereld een
voor mijn dochter begerenswaardige bruidegom zijn; U, op wiens
lichaam de Godin verblijft en van Wie ze nimmer wijkt, bent de
Enige die de kwaliteiten herbergt!
The
King said: My Lord, who could be a better husband for my
daughter than You, the exclusive abode of all transcendental
qualities? On Your body the goddess of fortune herself
resides, never leaving You for any reason. (Vedabase)
Tekst
42
Maar, er is
door ons voorheen een voorwaarde gesteld, o beste van de
Sâtvata's, met de bedoeling het kunnen op de proef te
stellen van de huwelijkskandidaten voor mijn naar een
echtgenoot verlangende dochter.
But
to ascertain the proper husband for my daughter, O chief of
the Sâtvatas, we previously set a condition to test
the prowess of her suitors. (Vedabase)
Tekst
43
Deze zeven
wilde stieren, o held, zijn ontembaar; een groot aantal prinsen
heeft het tegen hen afgelegd en zijn ledematen
gebroken.
These
seven wild bulls are impossible to tame, O hero. They have
defeated many princes, breaking their limbs.
(Vedabase)
Tekst
44
Als ze door U
worden onderworpen o nazaat van Yadu, hebt U mijn goedkeuring
als de bruidegom voor mijn dochter, o Echtgenoot van
S'rî.'
If
You can subdue them, O descendant of Yadu, You will
certainly be the appropriate bridegroom for my daughter, O
Lord of S'rî. (Vedabase)
Tekst
45
Aldus vernemend
over de gestelde voorwaarde, trok de Meester Zijn kleren strak
aan en onderwierp Hij, Zichzelf in zevenen opdelend, ze als was
het kinderspel.
Upon
hearing these terms, the Lord tightened His clothing,
expanded Himself into seven forms and easily subdued the
bulls. (Vedabase)
Tekst
46
Ze met touwen
bindend sleepte S'auri ze in hun trots en kracht gebroken
achter Zich aan als was Hij een jongetje met een houten
speelgoedje.
Lord
S'auri tied up the bulls, whose pride and strength were now
broken, and pulled them with ropes just as a child playfully
pulls wooden toy bulls. (Vedabase)
Tekst
47
De koning stond
versteld en gaf tevreden Krishna toen zijn geschikte dochter
die door de Allerhoogste Heer, de Meester, werd aanvaard
overeenkomstig de vedische voorschriften.
Then
King Nagnajit, pleased and astonished, presented his
daughter to Lord Krishna. The Supreme Personality of Godhead
accepted this suitable bride in the proper Vedic fashion.
(Vedabase)
Tekst
48
De koninginnen,
toen ze Krishna als de beminde echtgenoot voor de prinses
verwierven, ondergingen de hoogste extase waarop een grote
feestvreugde zich van hen meester maakte.
The
King's wives felt the greatest ecstasy upon attaining Lord
Krishna as the dear husband of the royal princess, and a
mood of great festivity arose. (Vedabase)
Tekst
49
Schelphoorns,
hoorns, en trommels weerklonken samen met liederen en
instrumentale muziek; de tweemaal geborenen formuleerden
heilswensen en verheugde mannen en vrouwen in hun beste kleren
sierden zichzelf met bloemenslingers.
Conchshells,
horns and drums resounded, along with vocal and instrumental
music and the sounds of brâhmanas, invoking blessings.
The joyful men and women adorned themselves with fine
clothing and garlands. (Vedabase)
Tekst
50-51
Als
huwelijksgift gaf de machtige koning tienduizend koeien,
drieduizend uitstekend geklede dienstmaagden met gouden
sieraden om hun nekken, negenduizend olifanten, honderd keer
zoveel wagens met honderd keer zoveel paarden als wagens en
daarbij nog eens honderd keer meer mannen dan er paarden
waren.
As
the dowry, powerful King Nagnajit gave ten thousand cows,
three thousand young maidservants wearing golden ornaments
on their necks and bedecked in fine clothing, nine thousand
elephants, a hundred times as many chariots as elephants, a
hundred times as many horses as chariots, and a hundred
times as many manservants as horses. (Vedabase)
Tekst
52
Hij, de koning
van Kos'ala die in zijn hart door de liefde was overwonnen,
liet het paar in een wagen klimmen en zond ze toen heen met een
groot leger er omheen.
The
King of Kos'ala, his heart melting with affection, had the
bride and groom seated on their chariot, and then he sent
them on their way surrounded by a great army.
(Vedabase)
Tekst
53
Toen ze hiervan
vernamen konden de [rivaliserende] koningen dat niet
verkroppen en blokkeerden zij, die in hun kracht op dezelfde
manier gebroken waren door de Yadu's als voorheen de stieren,
de weg waarlangs Hij Zijn bruid meevoerde.
When
the intolerant kings who had been rival suitors heard what
had happened, they tried to stop Lord Krishna on the road as
He took His bride home. But just as the bulls had broken the
kings' strength before, the Yadu warriors broke it now.
(Vedabase)
Tekst
54
Hem belagend
met een regen van pijlen, werden ze door Arjuna, Hij die Zich
met zijn Gândîva als een leeuw ervoor inspande om
zijn Vriend te behagen, teruggedreven als waren ze ongedierte.
Arjuna,
wielder of the Gândîva bow, was always eager to
please his friend Krishna, and thus he drove back those
opponents, who were shooting torrents of arrows at the Lord.
He did this just as a lion drives away insignificant
animals. (Vedabase)
Tekst
55
De zoon van
Devakî, de Allerhoogste Heer en leider van de Yadu's, nam
de bruidsschat met Zich mee en arriveerde toen in
Dvârakâ waar Hij een gelukkig leven had met
Satyâ.
Lord
Devakî-suta, the chief of the Yadus, then took His
dowry and Satyâ to Dvârakâ and continued
to live there happily. (Vedabase)
Tekst
56
Bhadrâ
een prinses van Kaikeya en dochter van S'rutakîrti, de
zuster van Zijn vader, werd door haar broers met Santardana
voorop [zie 9.24:
38]
uitgehuwelijkt aan Krishna.
Bhadrâ
was a princess of the Kaikeya kingdom and the daughter of
Lord Krishna's paternal aunt S'rutakîrti. The Lord
married Bhadrâ when her brothers, headed by
Santardana, offered her to Him. (Vedabase)
Tekst
57
Ook trouwde de
Heer met Lakshmanâ, de dochter van de koning van Madra
die een toonbeeld van alle goede eigenschappen was; ze werd
door Krishna op haar svayamvara ceremonie door Hem
eigenhandig weggekaapt, precies zoals Garuda ooit eens de
nectar van de halfgoden wegstal [zie ook
10.83:
17-39].
Then
the Lord married Lakshmanâ, the daughter of the King
of Madra. Krishna appeared alone at her svayamvara
ceremony and took her away, just as Garuda once stole the
demigods' nectar.
(Vedabase)
Tekst
58
Nadat Hij
Bhaumâsura [***]
gedood had werden duizenden evenzo prachtige vrouwen die door
hem gevangen waren gezet, Krishna's
echtgenotes.'
Lord
Krishna also acquired thousands of other wives equal to
these when He killed Bhaumâsura and freed the
beautiful maidens the demon was holding captive.
(Vedabase)
*
In totaal trouwde Krishna met 16008 vrouwen: 1 Rukminî, 2
Jâmbavatî, 3 Satyabhâmâ, 4
Kâlindî, 5 Mitravindâ, 6
Satyâ (Nâgnajitî), 7 Bhadrâ, 8
Lakshmanâ, besproken in 10.83:
17,
en de 1600o vrouwen gevangen gehouden door
Bhaumâsura.
** Een
latere datum dan het afbranden van het Khândava woud
waaraan gerefereerd wordt in vers 25.
***
Een demon die volgens de Vishnu-purâna ter wereld kwam
als gevolg van het aanraken van moeder aarde door Heer
Varâha toen hij haar uit de oceaan ophief [zie
3.13:
31].