S'rî
S'uka zei: 'O beste van de Kuru's, de Allerhoogste Heer
Balarâma klom [op een dag] in Zijn wagen ernaar
verlangend Zijn vrienden te zien en reisde af naar Nanda's
koeherdersdorp.
S'rî
S'uka zei: 'O beste van de Kuru's, de Allerhoogste Heer
Balarâma klom [op een dag] in Zijn wagen er
naar verlangend Zijn vrienden te zien en reisde af naar
Nanda's koeherdersdorp. (Vedabase)
Tekst
2
Door de
gopa's en de gopî's, die Hem voor een lange
tijd inderdaad hadden gemist, werd Râma omhelsd en met
het brengen van Zijn eerbetuigingen voor Zijn ouders werd Hij
vreugdevol begroet met gebeden:
Door
de gopa's en de gopî's, die Hem voor een lange tijd
inderdaad hadden gemist, werd Râma omhelsd en met het
brengen van Zijn eerbetuigingen voor Zijn ouders werd Hij
vreugdevol begroet met gebeden:
(Vedabase)
Tekst
3
'O afstammeling
van Das'ârha, bescherm ons alsJeblieft altijd tezamen met
Je jongere broer, de Heer van het Levende Wezen', en dit gezegd
hebbende trokken ze Hem dicht naar zich toe op hun schoten en
omhelsden ze Hem, Hem bevochtigend met het nat van hun
tranen.
'O
afstammeling van Das'ârha, bescherm ons alsJeblieft
altijd tezamen met Je jongere broer, de Heer van het Levende
Wezen', en dit gezegd hebbende trokken ze Hem dicht naar
zich toe op hun schoten en omhelsden ze Hem, Hem
bevochtigend met het nat van hun tranen.
(Vedabase)
Tekst
4-6
Daarna begaf
Hij zich naar de oudere koeherders die Hij tegemoet trad met
glimlachen en het beetgrijpen van hun handen. Na Hem een
comfortabele zitplaats te hebben geboden zodat Hij wat had
kunnen uitrusten en zo meer, verzamelden zij, die alles in
dienst hadden gesteld van de lotus-ogige Krishna zich rondom
Hem en stelden ze met stemmen verstikt van de liefde vragen met
betrekking tot het welzijn van hun dierbaren:
Toen
zich naar de koeherders begevend en met glimlachen hun
handen beetgrijpend, een comfortabele zitplaats krijgend en
zo meer, stelden zij, die al hun goede geluk hadden geofferd
aan de lotus-ogige Krishna en zich van alle kanten hadden
verzameld, met Hem op Z'n gemak met stemmen verstikt van de
liefde vragen met betrekking tot het welzijn van hun
dierbaren: (Vedabase)
Tekst
7
'O
Balarâma gaat het onze verwanten allemaal goed?
Herinneren zich al de Jouwen, vrouwen en kinderen tezaam, ons
nog o Râma?
'O
Balarâma gaat het onze verwanten allemaal goed?
Herinneren zich al de Jouwen, vrouwen en kinderen tezaam,
ons nog o Râma? (Vedabase)
Tekst
8
Gelukkig werd
die zondaar van een Kamsa ter dood gebracht en werden onze
verwanten bevrijd; goddank vonden zij beschutting in een fort
[Dvârakâ] en werden onze vijanden gedood en
overwonnen!
Tot
ons grote geluk werd de zondige Kamsa ter dood gebracht en
werden onze verwanten bevrijd; goddank werden onze vijanden
gedood en overwonnen en vonden zij beschutting in een fort
[Dvârakâ]!'
(Vedabase)
Tekst
9
Zeer vereerd
Râma in hun midden te zien vroegen de gopî's
met een glimlach: 'Geniet Krishna, de lieveling van de dames in
de stad, een gelukkig leven?
Zeer
vereerd Râma in hun midden te zien vroegen de
gopî's met een glimlach: 'Geniet Krishna, de lieveling
van de dames in de stad, een gelukkig leven?
(Vedabase)
Tekst
10
Denkt Hij nog
wel aan Zijn mensen, zijn [pleeg-]vader en Zijn moeder;
zal Hij er ooit nog eens toe komen in eigen persoon Zijn moeder
weer te zien en herinnert Hij met Zijn machtige armen Zich onze
onwankelbare dienst nog?
Denkt
Hij nog wel aan Zijn mensen, zijn [pleeg-] Vader en
Zijn Moeder; zal Hij er ooit nog eens toe komen in eigen
persoon Zijn moeder weer te zien en herinnert Hij met Zijn
machtige armen Zich onze standvastige dienst nog?
(Vedabase)
Tekst
11-12
Terwille van
Hem hebben we, o Heer, ons onthecht van hen waar men zich zo
moeilijk van kan losmaken: onze moeders, vaders, echtgenoten,
kinderen en zusters, o afstammeling van Das'ârha. Toen
Hij ons opeens afwees en vertrok, brak Hij met de vriendschap,
maar welke vrouw zou er nou geen geloof aan hechten weer van
Hem te horen?
Terwille
van Hem hebben we, o Heer, onze mensen die zo moeilijk op te
geven zijn in de steek gelaten; onze moeders, vaders,
echtgenoten, kinderen en zusters, o afstammeling van
Das'ârha. Ons opeens afwijzend, ons verlatend, wij
hier, brak Hij met de vriendschap; welke vrouw zou geen
geloof hechten er dan nu mee aangesproken?
(Vedabase)
Tekst
13
Hoe kunnen nu
die schrandere dames uit de stad vertrouwen stellen in de
woorden van Hem die Zijn hart zo makkelijk elders heeft en het
contact afbreekt? Ze verkijken zich op Zijn welbespraaktheid en
fraaie glimlachten omdat ze in werkelijkheid door de lust
worden aangespoord!
Hoe
inderdaad zouden die slimme stadsvrouwen acht kunnen slaan
op de woorden van Hem zo onstandvastig van hart met Zijn
verbreken; zij worden in werkelijkheid, met Zijn prachtige
spreken en mooie glimlachen, tot leven gewekt door de lust
aangespoord. (Vedabase)
Tekst
14
Maar waarom
zouden we nog langer over Hem moeten uitweiden o
gopî's, laten we het alsjeblieft over wat anders
hebben; als Hij Zijn tijd zonder ons doorbrengt, laten wij dan
hetzelfde doen [met proberen het zonder Zijn aanwezigheid
te redden. Zie ook 10.47:
47].'
Wat
nut het ons Hem ter sprake te brengen o gopî's, laten
we het alsjeblieft over wat anders hebben; als Hij Zijn tijd
zonder ons doorbrengt, laten wij dan het zelfde doen
[zie ook 10.47: 47].'
(Vedabase)
Tekst
15
Zich aldus
onderhoudend over de goedlachsheid, de gesprekken en de
aantrekkelijke blikken en zich de manier van lopen en
liefdevolle omhelzing van S'auri herinnerend, moesten de
vrouwen huilen.
Zich
aldus onderhoudend over de goedlachsheid, de gesprekken en
de aantrekkelijke blikken en zich de manier van lopen en
liefdevolle omhelzing van S'âuri herinnerend, moesten
de vrouwen huilen. (Vedabase)
Tekst
16
Sankarshana, de
Opperheer, als een expert in de verschillende wijzen van steun
verlenen, troostte hen met Krishna's vertrouwelijke
boodschappen die hen in hun harten raakten.
Sankarshana,
de Opperheer, als een expert in de verschillende wijzen van
steun verlenen, troostte hen met Krishna's vertrouwelijke
boodschappen die hen in hun harten raakten.
(Vedabase)
Tekst
17
Râma
verbleef daar toen voor de duur van de twee maanden Madhu en
Mâdhava [de eerste twee na de lente-equinox], en
bracht ook gedurende de nacht de gopî's in
[amoureuze] verrukking [zie ook
10.15:
8].
Râma
verbleef daar toen voor de duur van de twee maanden Madhu en
Mâdhava [de eerste twee na de lente-equinox],
en inderdaad ook tijdens de nacht de gopî's
[amoureuze] verrukking verschaffend [zie ook
10.15: 8]. (Vedabase)
Tekst
18
In een stukje
bos nabij de Yamunâ [bekend als
S'rîrâma-ghaththa] met in de wind de geur van
['s nachts bloeiende] kumuda lotussen, genoot Hij,
badend in het licht van de volle maan, ervan door de vele
vrouwen bediend te worden.
In
een stukje bos nabij de Yamunâ [bekend als
S'rîrâma-ghaththa] met in de wind de geur
van ['s nachts bloeiende] kumuda lotussen, genoot
Hij, badend in het licht van de volle maan, er van door de
vele vrouwen bediend te worden.
(Vedabase)
Tekst
19
Door Varuna
gebracht vloeide uit de holte van een boom de goddelijke
[bedwelmende drank] Vârunî die met zijn
aroma het gehele bos zelfs nog meer deed geuren.
Door
Varuna gebracht vloeide uit de holte van een boom de
goddelijke [bedwelmende drank] Vârunî
die met zijn aroma het gehele bos zelfs nog meer deed
geuren. (Vedabase)
Tekst
20
Balarâma,
die de geur opsnoof van die honingstroom meegevoerd door de
wind, ging eropaf en dronk ervan samen met de vrouwen.
Balarâma,
die de geur opsnoof van die honingstroom meegevoerd door de
wind, ging er op af en dronk ervan samen met de
vrouwen.
(Vedabase)
Tekst
21
Pauken
weerklonken in de hemel, de Gandharva's lieten vol vreugde
bloemen neerregenen en de wijzen prezen Râma voor Zijn
heldendaden.
Pauken
weerklonken in de hemel, de Gandharva's lieten vol vreugde
bloemen neerregenen en de wijzen prezen Râma in Zijn
heldendaden. (Vedabase)
Tekst
22
En terwijl de
zangers van de hemel de heerlijkheid bezongen, genoot Hij, die
er in de kring van jonge vrouwen nog mooier uitzag, van de
jonge vrouwen, als was Hij Indra's olifantenstier met een kudde
wijfjes.
En
terwijl de zangers van de hemel de heerlijkheid bezongen
genoot Hij, nog mooier in de kring van jonge vrouwen, als
was Hij Indra's olifantenstier met een kudde wijfjes.
(Vedabase)
Tekst
23
Met Zijn
avonturen bezongen door de vrouwen zwierf Halâyudha
[Balarâma als 'gewapend met de ploeg'] onder de
invloed van de drank door het bos met Zijn ogen zwaar van de
bedwelming.
Met
Zijn avonturen bezongen door de vrouwen zwierf
Halâyudha [Balarâma als 'gewapend met de
ploeg'] onder invloed rond door het bos met Zijn ogen
zwaar van de bedwelming.
(Vedabase)
Tekst
24-25
Met bloemen,
met een enkele oorhanger, zot van het genoegen, met Zijn
Vaijayantî bloemenslinger om en met Zijn lachende,
lotusgelijke gezicht overdekt door zweetdruppeltjes als waren
het sneeuwvlokken, riep Hij om de Yamunâ met het
voornemen in het water te spelen, maar toen de rivier Zijn
dronken woorden daarop negeerde, werd zij door Hem kwaad omdat
ze niet kwam met de punt van Zijn ploeg erbij gesleept:
Met
bloemen, met een oorhanger, zot van het genoegen, met Zijn
Vaijayantî bloemenslinger om en met Zijn lachende,
lotusgelijke gezicht overdekt door zweetdruppeltjes als
waren het sneeuwvlokken, riep Hij om de Yamunâ met het
voornemen in het water te spelen, maar toen de rivier zijn
dronken woorden daarmee negeerde, werd zij door Hem met de
punt van Zijn ploeg kwaad dat ze niet kwam erbij gesleept:
(Vedabase)
Tekst
26
'Jij zondige,
je komt niet, terwijl je door Mij bent geroepen, en omdat, naar
je eigen idee je bewegend, je Mij niet gerespecteerd hebt, zal
Ik je met de punt van Mijn ploeg in honderden stroompjes
verdeeld naar Mij toe doen komen!'
'Jij
zondige, je komt niet, terwijl je door Mij bent geroepen, en
omdat je naar je zin bewegend Me niet gerespecteerd hebt,
zal Ik je in honderdvoud opbrengen met de punt van Mijn
ploeg!'
(Vedabase)
Tekst
27
Yamunâ
aldus berispt, bevreesd Hem ten voeten gevallen, o Koning,
sprak trillend voor het Yadu-kind de woorden
[*]:
Yamunâ
aldus berispt, bevreesd Hem ten voeten gevallen, o Koning,
sprak trillend voor het Yadu-kind de woorden [*]:
(Vedabase)
Tekst
28
'Râma,
Râma, o machtig gearmde, wat weet ik nu van waar U
allemaal toe in staat bent? U door wiens enkele deelaspect
[van S'esha] de aarde wordt gedragen, o Meester van het
Universum.
'Râma,
Râma, o machtig gearmde, ik ben er niet mee bekend
waar U toe in staat bent. U door wiens enkele deelaspect
[van S'esha] de aarde wordt hooggehouden, o Meester
van het Universum. (Vedabase)
Tekst
29
AlstUblieft, o
Allerhoogste Heer, laat me gaan, ik heb me overgegeven, ik was
me niet bewust van Uw status Allerhoogste Persoonlijkheid, o
Ziel van het Universum die zo vol van mededogen bent voor Uw
toegewijden!'
AlstUblieft,
o Allerhoogste Heer, laat mij die zich heeft overgegeven
gaan, ik had geen weet van de status van [U als de]
Allerhoogste Persoonlijkheid, o Ziel van het Universum zo
vol van mededogen voor Uw toegewijden!'.
(Vedabase)
Tekst
30
Aldus ertoe
verzocht gaf Balarâma, de Allerhoogste Heer, de
Yamunâ de vrijheid en dompelde Zich toen met de vrouwen
onder in het water als was hij de koning der olifanten met zijn
wijfjes.
Er
toe verzocht gaf Balarâma, de Allerhoogste Heer, de
Yamunâ de vrijheid en dompelde Zich toen met de
vrouwen onder in het water als was hij de olifantenkoning
met zijn dames. (Vedabase)
Tekst
31
Zich naar
hartelust uitgeleefd hebbend en uit het water gekomen bood
Kânti ['de vrouwelijke schoonheid, de helderheid van
de maan', een naam van Lakshmî] Hem een blauw stel
kleren, hoogst kostbare sieraden en een prachtige
halsketting.
Zich
naar hartelust uitgeleefd hebbend en uit het water gekomen
bood Kânti ['de vrouwelijke schoonheid, de
helderheid van de maan', een naam van Lakshmî] een
blauw stel kleren aan, hoogst kostbare sierraden en een
verrukkelijke halsketting.
(Vedabase)
Tekst
32
Zich aankledend
met de blauwe kledingstukken en de gouden halsketting omdoend
zag Hij, schitterend uitgedost en ingesmeerd, er net zo
magnifiek uit als de olifant van de grote heer
Indra.
Zich
aankledend met de blauwe kledingstukken en de gouden
halsketting omdoend kwam Hij, uitnemend opgesierd en
ingesmeerd, zo magnifiek voor de dag als de olifant van de
grote heer Indra. (Vedabase)
Tekst
33
Tot op de dag
van vandaag worden, o Koning, de stromen van de Yamunâ
zoals ze werden getrokken door Balarâma's onbegrensde
vermogen, gezien als bewijs van Zijn kunnen.
Tot
op vandaag worden, o Koning, de stromen van de Yamunâ
getrokken door Balarâma zo onbegrensd in Zijn
vermogen, gezien als bewijs van Zijn kunnen.
(Vedabase)
Tekst
34
Aldus
voltrokken voor Râma, die in Zijn geest bekoord was door
de uitgelezen vrouwenschaar van de koeiengemeenschap, al de
nachten die Hij in Vraja genoot, zich als betrof het
één enkele nacht.'
Aldus
voltrokken voor Râma, in Zijn geest bekoord door de
uitgelezen vrouwenschaar van de koeiengemeenschap, al de
nachten die Hij in Vraja genoot, zich als betrof het
één enkele nacht.
(Vedabase)
*
De
paramparâ geeft als commentaar: 'Volgens
S'rîla Jîva Gosvâmî, is de godin die
verscheen voor Heer Balarâma een expansie van
S'rîmatî Kâlindî, een van Heer
Krishna's koninginnen in Dvârakâ. S'rîla
Jîva Gosvâmî noemt haar een 'schaduw' van
Kâlindî, en S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî bevestigt dat ze een expansie is van
Kâlindî, niet Kâlindî zelf.
S'rîla Jîva Gosvâmî levert ook bewijs
met de S'rî Hari-vams'a uitspraak -
pratyuvâcârnava-vadhûm - dat de Godin
van de Yamunâ de echtgenote van de oceaan is. De
Hari-vams'a refereert derhalve ook wel aan haar als
Sâgarânganâ.'