S'rî
S'uka zei: 'Met Balarâma vertrokken naar Nanda's
koeherdersdorp stuurde de heerser van Karûsha
[Paundraka], o Koning, dwaas denkend 'Ik ben
Vâsudeva', een boodschapper naar Krishna.
S'rî
S'uka zei: 'Met Balarâma vertrokken naar Nanda's
koeherdersdorp stuurde de heerser van Karûsha
[Paundraka], o Koning, dwaas denkend 'Ik ben
Vâsudeva', een boodschapper naar Krishna.
(Vedabase)
Tekst
2
Heel
kinderachtig hadden lieden hem ingefluisterd: 'Je bent
Vâsudeva, de Allerhoogste Heer nedergedaald als de
Meester van het Universum!', en aldus beeldde hij zich in dat
hij de Onfeilbare was.
Kinderlijke
lieden hadden hem ingefluisterd: 'Je bent Vâsudeva, de
Allerhoogste Heer nedergedaald als de Meester van het
Universum!', en aldus beeldde hij zich in dat hij de
Onfeilbare was. (Vedabase)
Tekst
3
Als een
jongetje van een gering bevattingsvermogen dat door kinderen
tot koning werd uitgeroepen stuurde hij, in zijn zotternij, een
boodschapper naar Krishna, Hij wiens wegen ondoorgrondelijk
zijn en die zich ophield in
Dvârakâ.
Als
een jongetje van een gering bevattingsvermogen door kinderen
tot koning uitgeroepen stuurde hij, in zijn zotternij, een
boodschapper naar Krishna Wiens Wegen Ondoorgrondelijk Zijn
in Dvârakâ. (Vedabase)
Tekst
4
De afgezant in
Dvârakâ aangekomen bracht toen in de koninklijke
vergadering aan Krishna Almachtig met de Lotusblaadjesogen het
bericht over van zijn koning:
De
afgezant in Dvârakâ aangekomen bracht toen in de
koninklijke vergadering aan Krishna Almachtig met de
Lotusblaadjesogen het bericht over van zijn koning:
(Vedabase)
Tekst
5
'Ik
Vâsudeva, de enige ware echte, ben in deze wereld
nedergedaald met de bedoeling van genade te zijn voor de
levende wezens. U echter, moet de valse aanspraak op die titel
opgeven!
'Ik
Vâsudeva, de enige ware echte, ben naar deze wereld
nedergedaald met de bedoeling van genade te zijn voor de
levende wezens. U echter, moet de valse aanspraak op de
titel opgeven! (Vedabase)
Tekst
6
O
Sâtvata, geef mijn symbolen op die U in Uw waan in Uw
vaandel voert. Kunt U zich maar beter tot mij voor Uw toevlucht
wenden; zo niet, treedt dan met mij in gevecht.'
O
Sâtvata, met het opgeven van Uw symbolen, welke U in
de waan met U meevoert, kan U maar beter naar mij als Uw
toevlucht toe komen; zo niet, lever dan anders strijd.'
(Vedabase)
Tekst
7
S'rî
S'uka zei: 'Toen ze die opsnijderij van de idiote Paundraka
hoorden, brulden de leden van de vergadering die werd
voorgezeten door Ugrasena van het lachen.
S'rî
S'uka zei: 'Toen ze die opsnijderij van de idiote Paundraka
hoorden, lachten de leden van de vergadering voorgezeten
door Ugrasena luidkeels. (Vedabase)
Tekst
8
De Allerhoogste
Heer zei, nadat iedereen was uitgegierd, toen tot de
boodschapper: 'Ik zal jou, o dwaas, de symbolen naar je hoofd
slingeren waar je zo over opschept.
De
Allerhoogste Heer zei toen, nadat iedereen was uitgegierd,
tot de boodschapper: 'Ik zal jouw, o dwaas, de symbolen naar
je hoofd slingeren waar je zo over opschept.
(Vedabase)
Tekst
9
De toevlucht
van honden zal je zijn, jij onbenul, voor lijk liggend met dat
gezicht van je overdekt door gieren, reigers en vatha's
overal om je heen.'
De
toevlucht van honden zal je zijn, jij onbenul, voor lijk
liggend met dat gezicht van je overdekt door gieren, reigers
en vatha's overal om je heen.'
(Vedabase)
Tekst
10
Aldus
toegesproken bracht de boodschapper dat beledigende antwoord
tot in detail over aan zijn meester en ging Krishna, in Zijn
wagen geklommen, naar Kâs'î
[Vârânasî].
Aldus
toegesproken bracht de boodschapper die beledigingen in hun
geheel over aan zijn meester en ging Krishna, rijdend met
Zijn wagen, naar Kâs'î
[Vârânasî].
(Vedabase)
Tekst
11
Toen de
machtige krijgsheer Paundraka zag dat Hij Zijn voorbereidingen
trof, kwam hij snel uit de stad tevoorschijn vergezeld door
twee akshauhinî's.
De
machtige krijgsheer Paundraka toen hij Zijn voorbereidingen
zag, kwam snel uit de stad tevoorschijn vergezeld door twee
akshauhinî's.
(Vedabase)
Tekst
12-14
De Heer zag
Paundraka met achter zich aan zijn vriend, de meester van
Kâs'î, met nog eens drie akshauhinî's,
o Koning. Hij presenteerde zich compleet met een schelphoorn,
een werpschijf, een zwaard en een knots, een S'ârnga en
het S'rîvatsa-teken en andere symbolen, met inbegrip van
een Kaustubha-juweel en de sier van een woudbloemenslinger. Met
een stel fijne geelzijden kleren aan en met in zijn vaandel
Garuda, droeg hij een kostbare kroon en had hij glanzende
haaienvormige oorhangers als zijn sieraad.
De
Heer zag Paundraka met achter zich aan zijn vriend, de
meester van Kâs'î, met drie akshauhinî's,
o Koning, terwijl hij met zich meevoerde een schelphoorn,
een werpschijf, een zwaard en een knots, een S'ârnga
en het s'rîvatsa-teken en andere symbolen, met
inbegrip van een kaustubha-juweel en de sier van een
woudbloemenslinger. Een stel fijne geelzijden kleren dragend
en met in zijn vaandel Garuda droeg hij een kostbare kroon
en had hij glanzende haaienvormige oorhangers als zijn
sieraad. (Vedabase)
Tekst
15
De aanblik van
hem uitgedost als Zijn evenbeeld, als was hij een acteur op het
toneel, deed de Heer hartelijk lachen.
De
aanblik van hem uitgedost als Zijn evenbeeld, als was hij
een acteur op het toneel, deed de Heer hartelijk
lachen.
(Vedabase)
Tekst
16
Met drietanden,
knotsen en knuppels, spiesen, messen, projectielen met
weerhaken, lansen, zwaarden, bijlen en pijlen werd de Heer
aangevallen door de vijanden.
Met
drietanden, knotsen en knuppels, spiesen, messen,
projectielen met weerhaken, lansen, zwaarden, bijlen en
pijlen werd de Heer aangevallen door de vijanden.
(Vedabase)
Tekst
17
Krishna echter
met Zijn strijdknots, zwaard, werpschijf en pijlen teisterde
die militaire macht van olifanten, wagens, paarden en
voetsoldaten van Paundraka en de koning van Kâs'î
hevig, als was Hij het vuur aan het einde der tijden voor de
verschillende levende wezens.
Krishna
echter met Zijn strijdknots, zwaard, werpschijf en pijlen
teisterde die militaire macht van olifanten, wagens, paarden
en voetsoldaten van Paundraka en de koning van
Kâs'î hevig, als was hij het vuur aan het einde
van de wereld voor de verschillende levende wezens.
(Vedabase)
Tekst
18
Het slagveld,
bezaaid met de door Zijn schijf aan stukken gesneden wagens,
paarden, muilezels, olifanten, tweebenigen en kamelen, straalde
als het verschrikkelijke schouwtoneel van de Heer der Geesten
[Bhûtapati, of S'iva], die de wijzen daarmee een
plezier doet.
Dat
slagveld, bezaaid met de door Zijn schijf aan stukken
gesneden wagens, paarden, muilezels, olifanten, tweebenigen
en kamelen, straalde als het verschrikkelijke schouwtoneel
van de Heer der Geesten [Bhûtapati, of S'iva],
de wijzen genoegen verschaffend.
(Vedabase)
Tekst
19
S'auri zei toen
tot Paundraka: 'Die wapens waar je het tegen Mij over had bij
monde van je afgezant, laat Ik nu op jou los.
S'auri
zei toen tot Paundraka: 'Die wapens waar je het tegen Mij
over had bij monde van je afgezant, laat Ik nu op jou los.
(Vedabase)
Tekst
20
Ik zal je
dwingen afstand te doen van Mijn naam en alles erbij dat door
jou valselijk werd aangenomen o dwaas; voor vandaag zal Ik
[zoals je het wilde] bij jou Mijn toevlucht zoeken, zo
Ik de strijd niet wil.'
Ik
zal je dwingen afstand te doen van Mijn naam en alles erbij,
door jou valselijk aangenomen, o dwaas; voor vandaag
[zoals je het wilde] bij jou Mijn toevlucht zoekend,
zo niet strijd met je te
leveren.'
(Vedabase)
Tekst
21
Aldus de spot
met hem drijvend verdreef Hij met Zijn scherpe pijlen Paundraka
uit zijn wagen en scheidde Hij met Zijn werpschijf het hoofd
van zijn romp, net zoals Indra met zijn bliksemstraal een
bergtop klieft.
Aldus
de spot drijvend en met Zijn scherpe pijlen Paundraka uit
zijn wagen drijvend, sneed Hij met Zijn schijf hem het hoofd
eraf, zoals Indra met zijn bliksemstraal een bergtop klieft.
(Vedabase)
Tekst
22
Zo ook sneed
Hij met Zijn pijlen het hoofd van de romp van de koning van
Kâs'î, dat hij vliegend door de lucht
Kâs'î-puri injoeg als was het een bloemkelk van een
lotus die door de wind wordt meegevoerd.
=Zo
ook scheidde Hij met Zijn pijlen het hoofd van de romp van
de koning van Kâs'î, het vliegend door de lucht
Kâs'î-puri injagend als de wind die een
bloemkelk van een lotus
meevoert.
(Vedabase)
Tekst
23
Na aldus zowel
de jaloerse Paundraka als zijn vriend ter dood te hebben
gebracht ging de Heer Dvârakâ binnen, ter
gelegenheid waarvan de vervolmaakten Hem vereerden door Zijn
nectargelijke verhalen te reciteren.
Na
aldus de jaloerse Paundraka tezamen met zijn vriend ter dood
te hebben gebracht ging de Heer Dvârakâ binnen
aangeroepen door de vervolmaakten die de nectargelijke
verhalen over Hem zongen. (Vedabase)
Tekst
24
En zo gebeurde
het dat hij [Paundraka], van wie door zijn voortdurend
mediteren op Hem in het aannemen van de persoonlijke gedaante
van de Heer alle gebondenheid volledig werd vernietigd,
volledig verzonken raakte in Hem [ofwel Krishnabewust
werd], o Koning [zie sârûpya].
En
zo gebeurde het dat hij [Paundraka], van wie door
zijn voortdurend mediteren op Hem in het aannemen van de
persoonlijke gedaante van de Heer alle gebondenheid volledig
werd vernietigd, volledig verzonken raakte in Hem [ofwel
Krishnabewust werd], o Koning [zie
sârûpya]. (Vedabase)
Tekst
25
Toen zij het
hoofd met de oorhangers dat bij de paleispoort was terecht
gekomen zagen, vroegen de mensen zich af: 'wiens hoofd zou dat
nou zijn?'
Toen
zij het hoofd met de oorhangers neergevallen bij de
paleispoort zagen twijfelden de mensen: 'Wiens hoofd zou dat
zijn?' (Vedabase)
Tekst
26
Het herkennend
als het hoofd van de koning, de heerser van Kâs'î,
zetten zijn koninginnen, zijn zoons en andere verwanten en de
burgers het op een luidkeels huilen uitroepend: 'Helaas
meester, o meester, o Koning, we zijn gedood!'
Het
herkennend als het hoofd van de koning, de heerser van
Kâs'î, riepen zijn koninginnen, zijn zoons en
andere verwanten en de burgers er toen luidkeels bij uit:
'Helaas meester, o meester, o Koning, we zijn
gedood!'
(Vedabase)
Tekst
27-28
Zijn zoon
genaamd Sudakshina die voor de vader de begrafenisplechtigheden
voltrok, ging bij zichzelf te rade en besloot: 'Om mijn vader
te wreken zal ik de moordenaar van mijn vader ter dood brengen'
en om die reden bad hij als su-dakshina, 'de kampioen
der beloning', tezamen met de priesters met grote aandacht tot
Mahes'vara [Heer S'iva].
Zijn
zoon genaamd Sudakshina die voor de vader de
begrafenisplechtigheden voltrok, ging bij zichzelf te rade
en besloot: 'Om mijn vader te wreken zal ik de moordenaar
van mijn vader ter dood brengen' en zo aanbad hij als
su-dakshina, 'de kampioen der beloning', tezamen met de
priesters met grote aandacht Mahes'vara [Heer
S'iva].
(Vedabase)
Tekst
29
In [de
heilige plaats] Avimukta bood de grote heer hem
tevredengesteld een zegen naar eigen keuze, waarop hij voor
zichzelf bij de machtige halfgod de gunst bedong van een manier
om de Hem die zijn vader had gedood te verslaan.
In
[de heilige plaats] Avimukta bood de grote heer hem
tevreden gesteld een zegen naar eigen keuze, waarop hij voor
zichzelf bij de machtige halfgod de gunst bedong van een
manier om de Doder van zijn vader te verslaan.
(Vedabase)
Tekst
30-31
[S'iva
zei:] 'Weest met brahmanen en de geëigende priester
van dienst voor het dakshina [zuidelijke] vuur
met een abhicâra ['schade berokkenend']
ritueel dat van nut is tegen een vijand van de brahmanen, zodat
omringd door de Pramatha's [zie ook 10.63:
6] uw wens
in vervulling zal gaan', en aldus geïnstrueerd nam hij met
de bedoeling Krishna kwaad te doen de geloften in acht.
[S'iva
zei: ] 'Weest met brahmanen en de geëigende
priester van dienst voor het dakshina [zuidelijke]
vuur met een abhicâra ['schade berokkenend']
ritueel dat van nut is tegen een vijand van de brahmanen,
zodat omringd door de Pramatha's [zie ook 10.63: 6]
uw wens in vervulling zal gaan', en aldus geïnstrueerd
nam hij met de bedoeling Krishna kwaad te doen de geloften
in acht. (Vedabase)
Tekst
32-33
Uit het vuur
van de offerplaats verrees daarop een afschrikwekkende figuur
die een haarknot, baard en snor als van gesmolten koper had,
roodgloeiende kolen van ogen, verschrikkelijke tanden en een
ruw gezicht met omhooggetrokken, samengeknepen wenkbrauwen,
die, met zijn tong zijn mondhoeken likkend, naakt met een
laaiende drietand zwaaide [zie ook 4.5:
3 en
6.9:
12].
Uit
het vuur rees toen op uit de offerplaats een indrukwekkende
figuur allerverschrikkelijkst met een haarknot, baard en
snor als van gesmolten koper, roodgloeiende kolen van ogen,
afschrikwekkende tanden en een ruw gezicht met
omhooggetrokken, samengeknepen wenkbrauwen, die, met zijn
tong zijn mondhoeken likkend, naakt met een laaiende
drietand zwaaide [zie ook 4.5: 3 en 6.9: 12].
(Vedabase)
Tekst
34
Met benen die
zo massief waren als palmbomen deed hij de aarde schudden toen
hij vergezeld van geesten naar Dvârakâ rende en
daarbij de windrichtingen in lichterlaaie zette.
Met
benen massief als palmbomen het aardoppervlak doen schuddend
rende hij vergezeld van geesten naar Dvârakâ de
windrichtingen in lichterlaaie zettend.
(Vedabase)
Tekst
35
Toen ze hem,
die was voortgekomen uit het abhicâra-vuur, op
zich af zagen komen, raakten al de ingezetenen van
Dvârakâ, net als dieren voor een grote bosbrand,
door angst bevangen.
Toen
ze hem, voortgebracht uit het abhicâra-vuur, op zich
af zagen komen, raakten al de ingezeten van
Dvârakâ als dieren voor een grote bosbrand door
angst bevangen. (Vedabase)
Tekst
36
Van streek
gingen ze in paniek naar de Hoogste Persoonlijkheid van God die
in het hof een potje aan het dobbelen was [en zeiden]:
'Redt ons, redt ons van het vuur dat de stad verzengt, o Heer
van de Drie Werelden!'
Van
streek gingen ze in paniek naar de Hoogste Persoonlijkheid
van God die in het hof een potje aan het dobbelen was
[en zeiden]: 'Redt ons, redt ons van het vuur dat de
stad verzengt, o Heer van de Drie
Werelden!'
(Vedabase)
Tekst
37
Toen Hij de
mensen zo hoorde roepen en zag hoezeer Zijn eigen mannen van
streek waren, lachte S'aranya, de Beschermheer, hardop en zei:
'Wees hier maar niet bang voor, Ik zal jullie
beschermen!'
Horend
van deze roep van de mensen en ziend hoezeer Zijn eigen
mannen van streek waren, lachte S'aranya, de Beschermheer,
hardop en zei: 'Wees hier maar niet bang voor, Ik zal jullie
beschermen!'
(Vedabase)
Tekst
38
De Almachtige
Heer, die vanbinnen en vanbuiten ieders Getuige is, begreep dat
het schepsel van Mahes'vara afkomstig was en stuurde toen voor
zijn vernietiging de cakra op hem af die Hij altijd bij
zich heeft.
De
Almachtige Heer, van binnen en van buiten ieders Getuige,
begreep dat het schepsel van Mahes'vara afkomstig was en
mikte toen voor zijn vernietiging Zijn cakra die zich aan
Zijn zijde bevond. (Vedabase)
Tekst
39
Dat wapen, de
Sudars'ana cakra van Krishna, dat als een miljoental zonnen zo
fel laaide met een gloed gelijk het vuur aan het einde der
tijden, teisterde met zijn hitte de lucht, de hemelen en de
aarde in alle tien de richtingen, en bedwong zo ook het vuur
[van de demon; zie ook 9.4:
46].
Dat
wapen, de sudars'ana cakra van Krishna, gelijk miljoenen
zonnen laaiend met een gloed gelijk het vuur aan het einde
van het universum, teisterde met zijn hitte de lucht, de
hemelen en de aarde in alle tien de richtingen zowel als het
vuur [van de demon; zie ook 9.4: 46].
(Vedabase)
Tekst
40
Hij, het
[schepsel van] vuur dat was opgeroepen, maakte
gefrustreerd door de macht van het wapen dat door Hem met de
Cakra in Zijn Hand werd ingezet rechtsomkeert, o Koning, en
belaagde in zijn verslagenheid van alle kanten
Vârânasî en verbrandde toen Sudakshina en al
zijn priesters zodat ze verteerden door de
abhicâra die hij zelf in het leven had geroepen.
Hij,
het vuur dat was geschapen, maakte gefrustreerd door de
macht van het wapen van Hem met de Cakra in Zijn Hand
rechtsomkeert, o Koning, en belaagde in zijn verslagenheid
van alle kanten Vârânasî en verbrandde
Sudakshina en al zijn priesters met de abhicâra die
hij zelf in het leven had
geroepen.
(Vedabase)
Tekst
41
Zo ook ging
de cakra van Vishnu erachteraan
Vârânasî binnen met zijn toegangspoorten,
wachttorens en zijn vele hoge veranda's, vergaderzalen,
marktplaatsen, warenhuizen en gebouwen die de olifanten,
paarden, wagens en granen behuisden.
Zo
ook ging de cakra van Vishnu er achter aan
Vârânasî binnen met zijn toegangspoorten,
wachttorens en zijn vele hoge veranda's, vergaderzalen,
marktplaatsen, warenhuizen en gebouwen die de olifanten,
paarden, wagens en granen behuisden.
(Vedabase)
Tekst
42
Na heel
Vârânasî in de as te hebben gelegd keerde
Vishnu's Sudars'ana schijf terug naar de zijde van Krishna
wiens handelingen moeiteloos zijn.
Na
heel Vârânasî in de as te hebben gelegd
keerde Vishnu's sudars'ana schijf terug naar de zijde van
Krishna die Moeiteloos in Zijn Handelingen is.
(Vedabase)
Tekst
43
Welke
sterveling ook die met volle aandacht vertelt over of luistert
naar dit heldhaftige avontuur van de Allerhoogste die wordt
geprezen in de verzen zal worden verlost van al zijn
zonden.'
De
sterfelijke mens die geconcentreerd verhaalt van of luistert
naar dit heldhaftige avontuur van de Allerhoogste Geprezen
in de Verzen zal worden verlost van al zijn zonden.
(Vedabase)