S'rî
S'uka zei: 'O Koning, de dochter van Duryodhana genaamd
Lakshmanâ werd door Sâmba ['met de
moeder'], de zoon van Jâmbavatî die altijd
zegevierde in de strijd, ontvoerd bij haar svayamvara.
S'rî
S'uka zei: 'O Koning, de dochter van Duryodhana genaamd
Lakshmanâ werd door Sâmba ['met de
moeder'], de zoon van Jâmbavatî altijd
zegevierend in de strijd, ontvoerd bij haar svayamvara.
(Vedabase)
Tekst
2
De Kaurava's
zeiden woedend: 'Wat een wangedrag is het van deze jongen om
ons zo te beledigen met het gewelddadige, tegen haar wil
ontvoeren van de maagd.
De
Kaurava's zeiden woedend: 'Wat een wangedrag van deze jongen
ons zo te beledigen met het met geweld tegen haar wil
meevoeren van de maagd. (Vedabase)
Tekst
3
Neem hem die zo
ongedisciplineerd is in hechtenis; wat kunnen de Vrishni's daar
nu tegen uitrichten? Door onze genade genieten ze het land dat
ze van ons kregen!
Houdt
hem aan die zo ongedisciplineerd is; wat kunnen de Vrishni's
nu uitrichten die door onze genade het land kregen om van te
genieten? (Vedabase)
Tekst
4
Als zij,
erachter komend dat hun zoon ingerekend is, hier naartoe komen,
zullen we de Vrishni's in hun trots breken en zullen ze de
vrede vinden zoals de zinnen dat zullen als ze naar behoren
onder controle worden gebracht.'
Als
zij, er achter komend dat hun zoon ingerekend is, hier
naartoe komen, zullen de Vrishni's, gebroken in hun trots de
vrede vinden zoals de zinnen het zullen naar behoren onder
controle gebracht.'
(Vedabase)
Tekst
5
Dit gezegd
hebbende gingen Karna, S'ala, Bhûri, Yajñaketu
[of Bhuris'ravâ] en Duryodhana, met de
toestemming van de Kuru-oudste [Bhîshma], eropuit
om met Sâmba de strijd aan te binden.
Dit
gezegd hebbende gingen Karna, S'ala, Bhûri,
Yajñaketu [of Bhuris'ravâ] en
Duryodhana, met de toestemming van de Kuru-oudste
[Bhîshma], er op uit om met Sâmba de
strijd aan te binden. (Vedabase)
Tekst
6
Meteen toen de
grote strijder Sâmba de volgelingen van
Dhritarâshthra op zich af zag komen, nam hij zijn
schitterende boog ter hand en stond hij in zijn eentje zijn
mannetje als was hij een leeuw.
De
grote strijder Sâmba toen hij de volgelingen van
Dhritarâshthra op zich af zag snellen, nam zijn
schitterende boog ter hand en stond in zijn eentje zijn
mannetje als was hij een leeuw.
(Vedabase)
Tekst
7
Vastbesloten
hem gevangen te nemen zeiden ze die door Karna werden
aangevoerd vol van woede: 'Halt jij, blijf staan en vecht!',
waarop de boogschutters, zich voor hem opstellend, hem
bestookten met pijlen.
Vastbesloten
hem gevangen te nemen zeiden ze, met Karna aan het hoofd,
vol van woede: 'Halt jij, blijf staan en vecht!', waarop de
boogschutters, zich voor hem opstellend, hem bestookten met
pijlen. (Vedabase)
Tekst
8
Hij, de zoon
van de Yadu's, o beste der Kuru's, onrechtmatig [met zijn
allen] aangevallen door de Kuru's, kon als een kind van de
Ondoorgrondelijke [Krishna] dat net zo min toelaten als
een leeuw het zou tolereren van lagere dieren.
Hij,
de zoon van de Yadu's, o beste der Kuru's, onrechtmatig
[met zijn allen] aangevallen door de Kuru's, kon als
een kind van de Ondoorgrondelijke [Krishna] dat net
zo min toelaten als een leeuw het zou tolereren van lagere
dieren. (Vedabase)
Tekst
9-10
Schietend met
zijn wonderschone boog doorboorde de held helemaal in zijn
eentje, in één vloeiende beweging een zestal
krijgers van Karna met even zoveel pijlen voor hun
strijdwagens: vier pijlen waren er voor ieder span van vier
paarden en telkens één pijl voor zijn menner en
zijn krijgsheer. Voor dat wapenfeit werd hem door de grote
boogschutters alle lof toegezwaaid.
Schietend
met Zijn wonderschone boog doorboorde de held helemaal in
zijn eentje, tegelijkertijd, ieder van de zes van Karna en
hun strijdwagens met even zo vele pijlen: met vier pijlen
voor ieder span van vier paarden en met één
pijl voor zijn menner en zijn krijgsheer ieder; en voor dat
feit werd hij door de grote boogschutters geëerd.
(Vedabase)
Tekst
11
Met vier van
hen die zijn paarden troffen, één voor zijn
wagenmenner en één die zijn boog spleet, dreven
ze hem uit zijn strijdwagen.
Met
vier van hen uit op zijn paarden, één bedacht
op zijn wagenmenner en één die zijn boog
spleet, dreven ze hem uit zijn
strijdwagen.
(Vedabase)
Tekst
12
Toen ze eenmaal
in de strijd de jonge jongen uit zijn wagen hadden, bonden de
Kuru's hem vast en keerden ze, met hun meisje, zegevierend naar
hun stad terug.
Toen
ze eenmaal in de strijd de jonge jongen uit zijn wagen
hadden, bonden de Kuru's hem vast en gingen ze, met hun
meisje, zegevierend hun stad binnen.
(Vedabase)
Tekst
13
Toen ze
hierover vernamen van Nârada Muni o Koning, ontstaken ze
[de Yadu's] in woede jegens de Kuru's [zie ook
10.49:
27] en
bereidden ze zich er door Ugrasena toe aangezet op voor te gaan
vechten.
Naar
de woorden van Nârada Muni [hen daarover
inlichtend], o Koning, wierp [bij de Yadu's]
zich de woede op jegens de Kuru's [zie ook 10.49:
27] en bereidden ze zich, er door Ugrasena toe aangezet,
op voor te gaan vechten.
(Vedabase)
Tekst
14-15
Maar
Râma, Hij die het Tijdperk van de Redetwist
[Kali-yuga] zuivert, zag liever geen onderlinge strijd
ontstaan tussen de Vrishni's en de Kuru's. Hij bewoog de
Vrishni helden tot kalmte en ging met Zijn strijdwagen die
straalde als de zon naar Hastinâpura. Omringd door de
brahmanen en de ouderen van de familie zag Hij eruit als de
maan met de zeven planeten [die toentertijd bekend waren,
zie ook 5.22].
Maar
Râma, Hij die de besmetting van het Tijdperk van de
Redetwist [Kali-yuga] wegneemt, liever geen
onderlinge strijd zien ontstaand tussen de Vrishni's en de
Kuru's, bewoog de Vrishni helden tot kalmte en ging met Zijn
strijdwagen die straalde als de zon naar Hastinâpura
toe, omringd door de brahmanen en de ouderen van de familie
als was hij de maan met de zeven planeten [toentertijd
bekend, zie ook 5.22]. (Vedabase)
Tekst
16
Bij
Hastinâpura aangekomen bleef Râma buiten de stad
achter in een park en stuurde Hij Uddhava eropuit om uit te
zoeken wat Dhritarâshthra zich had voorgenomen.
In
Hastinâpura aangekomen bleef Râma buiten in een
park en stuurde Hij Uddhava er op uit om uit te zoeken wat
Dhritarâshthra voor had.
(Vedabase)
Tekst
17
Na het betonen
van zijn respect voor de zoon van Ambikâ
[Dhritarâshthra], Bhîshma en Drona,
Bâhlika en Duryodhana, stelde hij hen ervan op de hoogte
dat Râma was aangekomen.
Hij,
met het betonen van zijn respect voor de zoon van
Ambikâ [Dhritarâshthra], Bhîshma
en Drona, Bâhlika en Duryodhana, bracht hen ervan op
de hoogte dat Râma was aangekomen.
(Vedabase)
Tekst
18
Zij,
buitengewoon verheugd te horen dat Hij, Balarâma, hun
Innigste Vriend was meegekomen, gingen toen allen, na hem het
verschuldigde respect te hebben betoond, Hem tegemoet met
zegenrijke offergaven in hun handen.
Zij,
buitengewoon verheugd te horen dat Hij, Balarâma, hun
Innigste Vriend was gearriveerd, gingen allen, na hem het
verschuldigde respect te hebben betoond, er op af met
zegenrijke offergaven in hun
handen.
(Vedabase)
Tekst
19
Naar
Balarâma toegegaan presenteerden ze zoals dat hoorde
koeien en water om Hem te verwelkomen en bogen zij die op de
hoogte waren van Zijn macht hun hoofden diep.
Naar
Balarâma toe gegaan presenteerden ze zoals dat hoorde
koeien en water om Hem te verwelkomen en bogen zij die op de
hoogte waren van Zijn macht hun hoofden diep.
(Vedabase)
Tekst
20
Elkaar vragend
of hun verwanten allemaal goed en gezond waren, sprak
Râma daarop recht uit Zijn hart de
woorden:
Bij
elkaar nagaand om te horen of hun verwanten allemaal goed en
gezond waren sprak Râma daarop recht uit het hart de
woorden:
(Vedabase)
Tekst
21
'Als jullie
kunnen instemmen met wat onze meester Ugrasena, de heerser der
heersers van de aarde, van jullie vroeg, moeten jullie dat
onverwijld naleven. [Hij zei:]
'Met
onverdeelde aandacht vernemend wat onze meester Ugrasena, de
heerser der heersers van de aarde, van u heeft gevraagd,
moeten jullie dat onverwijld
naleven:
(Vedabase)
Tekst
22
'Het door
jullie in strijd met de regels met z'n allen verslaan en
knevelen van slechts één enkele man die zich wel
aan de regels [der krijg] hield, kan ik, die onder
verwanten de eenheid zoek, nog wèl verdragen ...
[maar ik wens het niet dat dat zo blijft en verlang daarom
van jullie dat Sâmba wordt vrijgelaten].'
Jullie
in strijd met de regels met z'n allen verslaan en knevelen
van slechts één enkele man die zich wel aan de
regels [der krijg] hield, kan Ik, onder verwanten de
eenheid verlangend, nog wèl verdragen ... [maar
ik wens het niet dat dat wordt
voortgezet].'
(Vedabase)
Tekst
23
Toen ze
Baladeva's woorden hoorden die passend voor Zijn macht geladen
waren met Zijn vermogen, heldenmoed en kracht, gaven de
Kaurava's kwaad geworden ten antwoord:
Baladeva's
woorden aanhorend die passend voor Zijn macht geladen waren
met Zijn vermogen, heldenmoed en kracht, gaven de Kaurava's
kwaad geworden ten antwoord:
(Vedabase)
Tekst
24
'Zie nu eens
hoe wonderlijk de onvermijdelijke gang van de Tijd is; nu wil
dat wat een schoen is boven op het hoofd kruipen dat gesierd is
met een kroon!
'Kijk
toch eens wat een wonder dit is, de onvermijdelijke gang van
de Tijd; dat wat een schoen is wil boven op het hoofd
kruipen dat gesierd is met een kroon!
(Vedabase)
Tekst
25
Deze Vrishni's
delen met ons, via huwelijksbanden verbonden, onze bedden,
zetels en maaltijden. We gingen met ze om op voet van
gelijkheid en ze kregen van ons hun tronen.
Dezen
hier de Vrishni's in het huwelijk verbonden, onze bedden,
zetels en maaltijden delend, werden door ons verheven tot
gelijkheid en kregen van ons hun tronen.
(Vedabase)
Tekst
26
Omdat wij een
andere kant op keken konden zij de twee yakstaarten-waaiers, de
schelphoorn, de witte parasol, de kroon, de troon en het
koninklijk bed genieten [vergelijk: 10.60:
10-20].
Omdat
wij een andere kant op keken konden zij het stel
yakstaarten-waaiers, de schelphoorn, de witte parasol, de
kroon, de troon en het koninklijk bed genieten
[vergelijk: 10.60: 10-20].
(Vedabase)
Tekst
27
Het is wel
welletjes met de eretekenen der goden onder de mensen
toebedeeld aan de Yadu's. Die tekenen werken voor de gever
[die wij zijn] zo nadelig als het geven van nectar aan
een slang. De Yadu's, die bij onze genade wisten te gedijen,
hebben nu de leiding nemend alle schaamte verloren.
Het
is wel welletjes met de eretekenen der goden onder de mensen
toebedeeld aan de Yadu's; die tekenen die voor de gever
[die wij zijn] zo nadelig uitwerken als het geven
van nectar aan een slang; de Yadu's die konden gedijen bij
onze genade, hebben nu het commando nemend alle schaamte
verloren. (Vedabase)
Tekst
28
Hoe zou zelfs
ook maar Indra het wagen zich dat toeëigenen wat niet is
verstrekt door Bhîshma, Drona, Arjuna of de andere
Kuru's: het is als een schaap die de buit van een leeuw
opeist!'
Hoe
zou zelfs ook maar Indra zich dat toeëigenen wat niet
is verstrekt door Bhîshma, Drona, Arjuna of de andere
Kuru's: het is als een schaap die de buit van een leeuw
opeist!' (Vedabase)
Tekst
29
De zoon van
Vyâsa zei: 'Zij die in hun arrogantie over de geboorte,
relaties en de volheden die hen groot gemaakt hadden, o beste
onder de Bharata's, als lompe kerels met barse woorden dit aan
Râma duidelijk maakten, verdwenen daarop de stad
in.
De
zoon van Vyâsa zei: 'Zij die in hun arrogantie over de
geboorte, relaties en de volheden die hen groot gemaakt
hadden, o beste onder de Bharata's, als lompe kerels met
barse woorden dit aan Râma duidelijk maakten,
verdwenen de stad in. (Vedabase)
Tekst
30
Geplaatst voor
het slechte karakter van de Kuru's en horend van hun
onwelvoeglijke woorden zei de Onfeilbare Heer kwaad geworden,
bij herhaling in de lach schietend en zonder Zich mooi voor te
doen:
Geplaatst
voor het slechte karakter van de Kuru's en horend van hun
onwelvoeglijke woorden zei de Onfeilbare Heer in woede
verzet, bij herhaling in de lach schietend en zonder Zich
mooi voor te doen: (Vedabase)
Tekst
31
'Met hun
uiteenlopende hartstochten van een grote bek zijnd hebben deze
onoprechte lieden duidelijk niet de vrede op het oog. Ze moeten
blijkbaar middels een lijfstraf de les gelezen krijgen zoals
dieren die met een stok moeten worden geslagen!
'Overduidelijk
met uiteenlopende hartstochten van een grote bek zijnd
moeten deze onoprechte lieden, inderdaad niet de vrede
verlangend, middels een lijfstraf de les gelezen krijgen
zoals dieren die met een stok moeten worden geslagen!
(Vedabase)
Tekst
32-33
O, met hen de
vrede zoekend kwam Ik naar hier, na met beleid de Yadu's die
kookten van de woede alsook Krishna die boos was tot bedaren te
hebben gebracht; en diezelfde lieden, verdwaasd van geest
verslaafd aan gekissebis, wagen het vol van verbeelding, slecht
als ze zijn in hun minachting voor Hem - voor Mij dus -, om
zich te bedienen van barse bewoordingen!!
O,
voor dezen de vrede verlangend kwam Ik naar hier, na met
beleid de Yadu's die kookten van de woede als ook Krishna
die boos was tot bedaren te hebben gebracht; en diezelfde
lieden, verdwaasd van geest verslaafd aan gekissebis, wagen,
slecht zijnde met minachting voor Hem - Mijzelf, het
ingebeeld te houden op het gebruik van barse bewoordingen!!
(Vedabase)
Tekst
34
Ugrasena zou op
geen enkele manier geschikt zijn leiding te geven aan de
Bhoja's, de Vrishni's en de Andhaka's, terwijl S'akra ['de
machtige' ofwel Indra] en andere heersers zijn bevelen
opvolgen??
En
Ugrasena zou op geen enkele manier geschikt zijn leiding te
geven aan de Bhoja's, de Vrishni's en de Andhaka's, terwijl
S'akra ['de machtige' ofwel Indra] en andere
heersers zijn bevelen opvolgen!!!
(Vedabase)
Tekst
35
En Hij
[Krishna], gezeten in Sudharmâ [de hemelse
raadszaal], dankzij wie de hemelse pârijâta
boom die uit het bereik der onsterfelijken naar beneden werd
gebracht wordt genoten [zie 10.59:
38-39],
die Zelfde Persoon zou niet eens in aanmerking komen voor een
hoge zetel???
En
Hij [Krishna], gezeten in Sudharmâ [de
hemelse raadszaal], van wie de hemelse
pârijâta boom die van de onsterfelijken naar
beneden werd gebracht wordt genoten [zie 10.59:
38-39], die Zelfde Persoon zou niet eens in aanmerking
komen voor een hoge zetel??? (Vedabase)
Tekst
36
Hij, de Heerser
over het Volkomen Geheel, wiens twee voeten door de Godin van
het Geluk zelf worden aanbeden; Hij, waarlijk de Heer van
S'rî, zou dat wat hoort bij een mensenkoning niet eens
verdienen?!?!
Hij,
de Heerser over het Volledige, wiens twee voeten door de
godin van het geluk zelf worden aanbeden; Hij, waarlijk de
Heer van S'rî, zou het toebehoren van een mensenkoning
niet verdienen?!?!
(Vedabase)
Tekst
37
Hij van wie al
de hooggeplaatste heersers van de wereld op hun helmen het stof
van Zijn lotusvoeten houden; de plaats van aanbidding van al de
heilige plaatsen van wie Brahmâ, S'iva en ook Ik naast de
godin, als delen van een deel, eveneens voortdurend met zorg
het stof dragen; waar zou Zijn koninklijke troon
staan?????!
Hij
van wie al de hooggeplaatste heersers van de wereld op hun
helmen het stof van Zijn lotusgelijke voeten houden; de
plaats van aanbidding van al de heilige plaatsen van wie
Brahmâ, S'iva en ook Ik naast de godin, als delen van
een deel, eveneens voortdurend met zorg het stof dragen;
waar zou Zijn koninklijke troon staan?????!
(Vedabase)
Tekst
38
De Vrishni's
genieten maar een klein stukje grond dat hen vergund werd door
de Kuru's? En daamee zouden Wij zogenaamd de schoenen zijn,
terwijl de Kuru's dan het hoofd zouden
wezen?!!!?
De
Vrishni's, die genieten een beperkt stukkie grond zoals
toegestaan door de Kuru's en Wij, wijzelf, als de schoenen
zogezegd, dat zouden wij dan zijn - maar de Kuru's zouden
het hoofd zijn?!!!? (Vedabase)
Tekst
39
Ah, die trotse
gekken beneveld door hun heerschappij van schone schijn, welke
man van gezag kan nu hun onsamenhangende, ellendige geleuter
verdragen?
Ah,
die trotse gekken beneveld door hun heerschappij van schone
schijn, welke man van gezag kan nu hun onsamenhangende,
ellendige geleuter verdragen? (Vedabase)
Tekst
40
Vandaag nog zal
Ik de aarde bevrijden van de Kaurava's!', en aldus in woede
ontstoken Zijn ploeg ter hand nemend rees Hij op als wou Hij de
drie werelden verzengen.
Vandaag
nog zal Ik de aarde bevrijden van de Kaurava's, en aldus in
woede ontstoken Zijn ploeg ter hand nemend rees Hij op als
zou Hij de drie werelden verzengen.'
(Vedabase)
Tekst
41
Met de punt van
Zijn ploeg trok Hij woedend de stad Hastinâpura naar Zich
toe en sleurde haar mee met de bedoeling d'r in de Ganges te
werpen.
Met
de punt van Zijn ploeg trok Hij woedend de stad
Hastinâpura naar Zich toe en sleurde die mee met de
bedoeling hem in de Ganges te werpen.
(Vedabase)
Tekst
42-43
Toen de
Kaurava's zagen hoe de stad die in de Ganges dreigde te
belanden meegesleept heen en weer schudde als een vlot, raakten
ze in paniek en zochten ze, om in leven te blijven, met hun
families hun heil bij de Meester. Met Lakshmanâ en
Sâmba voorop geplaatst vouwden ze daarbij hun
handen:
Toen
de Kaurava's zagen hoe de stad die in de Ganges dreigde te
belanden, voortgesleept heen en weer schudde als een vlot,
raakten ze in paniek en zochten ze, om in leven te blijven,
met hun families hun heil bij de Meester, waarbij ze
Lakshmanâ en Sâmba met gevouwen handen voorop
plaatsten: (Vedabase)
Tekst
44
'Râma, o
Râma, o Grondvesting van Alles
[Akhilâdhâra], wij de verdwaasden die
slecht van begrip geen weet hebben van Uw Majesteit, moet U de
overtreding maar vergeven.
'Râma,
o Râma, o Grondvesting van Alles
[Akhilâdhâra], wij de doldwazen, slecht
van begrip niet wetend van Uw Majesteit - ons moet de
overtreding worden vergeven. (Vedabase)
Tekst
45
Van het
opwekken, het voortduren en het weer herenigen [van het
universum] bent U alleen de unieke oorzaak; en de werelden
zijn dienovereenkomstig, zo zegt men, het speelgoed waarmee U
speelt, o Hemelse Heer.
Van
de voortzetting, het opwekken en weer herenigen bent U
alleen de oorzaak zonder een andere; de werelden zijn
overeenkomstig, zo zegt men, het speelgoed waarmee U speelt,
o Hemelse Heer. (Vedabase)
Tekst
46
U alleen, o
Onbegrensde, draagt speels op Uw hoofd de aardbol, o
Duizendkoppige [zie ook 5.25]
en als de schepping eindigt bent U degene die neerligt om de
Enkele en Unieke Ene te blijven die in Zijn eigen lichaam het
universum weer heeft opgenomen [zie ook
6.16:
29-64].
U
alleen, o Onbegrensde, draagt speels op Uw hoofd de aardbol,
o Duizendkoppige [zie ook 5.25] en op het eind bent
U degene die, als U in Uw eigen lichaam het universum heeft
terug getrokken, neerligt om de Enkele en Unieke Ene te
blijven [zie ook 6.16: 29-64].
(Vedabase)
Tekst
47
De woede van U
bedoeld voor het onderricht van iedereen, o Bhagavân,
Instandhouder van de Geaardheid Goedheid, is er niet uit
hatelijkheid of afgunst maar is er voor het doel van de
handhaving en bescherming van het levende wezen.
De
woede van U bedoeld voor het onderricht van iedereen, o
Bhagavân, Instandhouder van de Geaardheid Goedheid,
bent er niet uit hatelijkheid of afgunst maar er voor het
doel van de continuïteit en bescherming van het levende
wezen. (Vedabase)
Tekst
48
Alle eer aan U,
o Ziel van Alle Wezens, o Belichamer van Alle Energieën
[met de symbolen die u draagt], o Onuitputtelijke,
Maker van het Universum; laat er het eerbetoon zijn voor U die
wij zochten voor onze toevlucht.'
Alle
eer aan U, o Ziel van Alle Wezens, o Belichamer van Alle
Energieën, o Onuitputtelijke, Maker van het Universum;
laat er het eerbetoon zijn voor U tot wie wij kwamen voor
onze toevlucht.'
(Vedabase)
Tekst
49
S'rî
S'uka zei: 'Heer Bala aldus gunstig gestemd door de overgegeven
zielen die in hoge nood verkeerden vanwege het beven en
schudden van hun woonplaats, verloste hen toen zeer kalm en
genadig van hun angst met de woorden: 'Wees maar niet
bang'.
S'rî
S'uka zei: 'Heer Bala aldus gunstig gestemd door de
overgegevenen die in hoge nood verkeerden door het beven en
schudden van hun woonplaats, verloste zeer kalm en gracieus
zeggend 'Wees niet bang' hen van hun angst.
(Vedabase)
Tekst
50-51
Als bruidsschat
voor zijn dochter deed Duryodhana als liefdevolle vader een
schenking van twaalfhonderd zestig jaar oude olifanten en
honderdentwintigduizend paarden, zestigduizend gouden wagens
gloeiend als de zon en duizend dienstmaagden met juwelen
halskettingen om.
Als
bruidsschat voor zijn dochter deed Duryodhana in vaderlijke
genegenheid een schenking van twaalfhonderd zestig jaar oude
olifanten en honderdentwintigduizend paarden, zestigduizend
gouden wagens gloeiend als de zon en duizend dienstmaagden
met juwelen hangers om hun nek.
(Vedabase)
Tekst
52
De Allerhoogste
Heer, de leider der Sâtvata's, aanvaardde die gift en
vertrok, uitgewuifd door Zijn weldoeners, met Zijn zoon en
schoondochter.
De
Allerhoogste Heer, de leider der Sâtvata's, aanvaardde
dat en vertrok uitgewuifd door Zijn weldoeners met Zijn zoon
en schoondochter. (Vedabase)
Tekst
53
Nadat Hij in
Zijn stad was teruggekeerd en Hij de verwanten had ontmoet die
Hem, de Hanteerder van de Ploeg, in hun harten hadden gesloten,
verhaalde Hij temidden van de vergadering van de Yaduleiders
over alles wat zich had afgespeeld tussen Hem en de
Kuru's.
Toen,
nadat Hij Zijn stad was binnengegaan en de verwanten had
ontmoet die in hun harten met Hem, de Hanteerder van de
Ploeg, verbonden waren, verhaalde Hij temidden van de
vergadering van de Yaduleiders over alles wat Hij met de
Kuru's in gang had gezet. (Vedabase)
Tekst
54
En waarlijk,
zelfs vandaag nog vertoont deze stad de tekenen van
Râma's macht, zoals ze laag bij de Ganges gelegen naar
het zuiden opvallend omhoogsteekt.'
En
waarlijk, zelfs vandaag nog toont deze stad, laag bij de
Ganges gezien en naar het zuiden hoog omhoogstekend, de
tekenen van Râma's
kunnen.
(Vedabase)