S'rî
S'uka zei: 'Toen hij hoorde dat Heer Krishna Naraka ter dood
had gebracht [zie 10.59]
en dat Hij alleen was getrouwd met zo vele vrouwen, wilde
Nârada dat wel eens zien met eigen ogen [en dacht
hij]: 'Hoe wonderlijk is het dat Hij met één
enkel lichaam met zovelen getrouwd is en dan tegelijkertijd in
zestienduizend afzonderlijke woningen alleen is met de
vrouwen.' Er benieuwd naar kwam de wijze der goden aldus naar
Dvârakâ, de plaats bloemrijk met zijn parken en
lusthoven die weerklonken van de groepjes vogels en zwermen
bijen. Bloeiende blauwe lotussen [indîvara's],
overdag bloeiende exemplaren [ambhoja's], witte eetbare
lotussen [kahlâra's], bij maanlicht bloeiende
lotussen [kumuda's] en waterlelies [utpala's]
vulden de vijvers waar men de geluiden van de zwanen en
kraanvogels hoorde. Er waren, versierd met kristalglas, zilver
en grote smaragden, negenhonderdduizend paleiselijke woningen
die weelderig waren ingericht met goud en juwelen. Ze waren
netjes planmatig gebouwd met vele lanen, wegen, kruispunten en
pleinen. Met ontmoetingsplaatsen en bekoorlijke tempels voor de
goden, waren haar paden en hoven, winkelstraten en veranda's,
allen besprenkeld met water terwijl de zon werd tegengehouden
door de vaandels die aan de vlaggenmasten wapperden.
S'rî
S'uka zei: 'Toen hij hoorde dat Heer Krishna Naraka ter dood
had gebracht [zie 10. 59] en dat Hij als enkeling
was getrouwd met zo vele vrouwen, wilde Nârada dat wel
eens zien [en dacht:]: 'Hoe wonderlijk dit met
één enkel lichaam tegelijkertijd getrouwd
zijn, in zestienduizend afzonderlijke woningen alleen zijnd
met de vrouwen.' Aldus er benieuwd naar kwam de wijze der
goden naar Dvârakâ, bloemrijk met zijn parken en
lusthoven die weerklonken van de groepjes vogels en zwermen
bijen. Bloeiende blauwe lotussen [indîvara's],
overdag bloeiende exemplaren [ambhoja's], witte
eetbare lotussen [kahlâra's], bij maanlicht
bloeiende lotussen [kumuda's] en waterlelies
[utpala's] vulden de vijvers luidruchtig met de
geluiden van de zwanen en kraanvogels. Er waren, versierd
met kristalglas, zilver en grote smaragden,
negenhonderdduizend paleiselijke woningen weelderig
ingericht met goud en juwelen. Systematisch gepland met vele
lanen, wegen, kruispunten en pleinen; met sociale ruimten en
bekoorlijke tempels voor de goden, waren zijn paden en
hoven, winkelstraten en veranda's, allen besprenkeld met
water en werd de zon tegengehouden door de vaandels die aan
de vlaggenmasten wapperden.
(Vedabase)
Tekst
7-8
In de stad was
er een luxueuze wijk die het brandpunt van de aandacht vormde
voor de verschillende autoriteiten. Aldaar had Tvashthâ
[de architect Vis'vakarmâ] voor de Heer [die
daar woonde] ten volle zijn talenten tentoongespreid door
de zestienduizend woningen van S'auri's
echtgenotes zo mooi mogelijk te
maken.
Nârada ging een van de grote paleizen
binnen.
=In
de stad was er een luxueuze wijk waar al de verschillende
autoriteiten naar bogen alwaar Tvashtâ [de
architect Vis'vakarmâ] voor de Heer zijn kunnen
ten volle ten toon had gespreid. Daar ging hij een groot
paleis binnen, één van de zestienduizend
verblijfplaatsen voor S'auri's echtgenotes die de stad
verfraaiden. (Vedabase)
Tekst
9-12
Het gebouw
steunde op zuilen van koraal die zeer fraai waren ingelegd met
vaidûrya ['kattenoog' edelgesteente]. De muren
waren bedekt met saffieren en de vloeren glansden overal. Het
was opgetrokken met baldakijnen die door Tvashthâ waren
gebouwd met parels die neerhingen van de randen en kende
zitplaatsen en bedden gemaakt van ivoor die versierd waren met
de fijnste juwelen. Er waren daar goed aangeklede,
geornamenteerde dienstmaagden met hangers om hun nekken en goed
geklede mannen met tulbanden en wapenrusting, juwelen en
oorhangers. Vele met edelstenen ingelegde lampen verdreven met
hun licht het duister en op de dakranden met reliëf, mijn
beste, dansten de pauwen die luidkeels schreeuwden vanwege de
wolken van aguru-rook die ze zagen die opkringelde uit
het lattenwerk van de ramen.
Het
werd omhoog gehouden door zuilen van koraal zeer mooi
ingelegd met vaidûrya ['kattenoog'
edelgesteente], had muren overdekt met saffieren en een
immer glanzende vloer, was opgetrokken met baldakijnen door
Tvashtâ gebouwd met paarlen neerhangend aan de randen
en kende zitplaatsen en bedden gemaakt van ivoor versierd
met de fijnste juwelen. Er waren daar goed aangeklede,
opgesierde dienstmaagden met hangers om hun nekken en goed
geklede mannen met tulbanden en wapenrusting, juwelen en
oorhangers. Vele met edelstenen ingelegde lampen verdreven
met hun licht het duister en op de dakranden met
reliëf, mijn beste, dansten de pauwen luidkeels
schreeuwend in het hun voor wolken aanzien van de aguru-rook
die opkringelde uit het lattenwerk van de ramen.
(Vedabase)
Tekst
13
Daarbinnen zag
de wijze man de Heer van de Sâtvata's samen met Zijn
vrouw die Hem koelte toewuifde met een yakstaarten-wuifkwast
met een gouden handvat. Zij op haar beurt had op ieder moment
de beschikking over een duizendtal dienstmeisjes die qua
persoonlijke kwaliteiten, schoonheid, jeugd en keuze van
kleding aan haar gelijk waren.
Binnen
zag de geleerde man de Heer van de Sâtvata's samen met
Zijn vrouw die Hem koelte toewuifde met een
yakstaarten-wuifkwast met een gouden handvat, die op ieder
moment ondersteuning verkreeg van een duizendtal
dienstmeisjes qua persoonlijke kwaliteiten, schoonheid,
jeugd en kwaliteit van kleding gelijk aan haar.
(Vedabase)
Tekst
14
De Allerhoogste
Heer, de allerbeste onder hen die het dharma ten dienst staan,
stond zo gauw Hij hem zag meteen op van S'rî haar bank en
liet hem toen, met een buiging en met samengebrachte
handpalmen, plaatsnemen op Zijn eigen zitplaats.
De
Allerhoogste Heer, de beste van Allen ten Dienste van het
Dharma, hem opmerkend, stond direct op van S'rî haar
bank en liet hem Zich neerbuigend met samengebrachte
handpalmen plaats nemen op Zijn eigen zitplaats.
(Vedabase)
Tekst
15
Ondanks dat Hij
de Allerhoogste goeroe van het levende wezen is, waste Hij zijn
voeten en nam Hij dat water op Zijn hoofd; [het water
waarmee] Hij als de meester aller heiligen met recht de
naam draagt van 'de Begunstiger der Brahmanen'
[Brâhmanya deva] omdat men het aan het heiligdom
van Zijn voeten te danken heeft dat men een algehele zuivering
vindt [zie ook de verhalen over de Ganges
5.17
& 9.9].
Zelfs
al was Hij de Allerhoogste Goeroe van het Levende Wezen,
waste Hij zijn voeten en nam Hij dat water op Zijn hoofd;
[het water waarmee] Hij als de Meester der
Geheiligden met recht de naam draagt van 'de Heer die er
voor de Brahmanen is' [Brâhmanya deva] daar
het van het heiligdom van Zijn voeten is dat de volledige
wassing wordt gevonden [zie ook de verhalen over de
Ganges 5.17 & 9.9]. (Vedabase)
Tekst
16
Na zoals in de
geschriften voorgeschreven van volle aanbidding te zijn geweest
voor de devarishi ging de Grootste Wijze, de
Oorspronkelijke Nârâyana, de vriend van Nara, een
gesprek met hem aan in afgemeten woorden die zo zoet waren als
nectar en vroeg: 'O Meester, wat mogen We betekenen voor de
Fortuinlijke?'
Na
zoals in de geschriften voorgeschreven van volle aanbidding
te zijn geweest voor de devarishi ging de Grootste Wijze, de
Oorspronkelijke Nârâyana, de vriend van Nara,
een gesprek met hem aan in afgemeten woorden zo zoet als
nectar en vroeg: 'O Meester, wat mogen We betekenen voor de
Fortuinlijke?'. (Vedabase)
Tekst
17
S'rî
Nârada zei: 'Het wekt in het geheel geen verbazing dat U
vriendschap toont voor de mensen, o Almachtige Heerser van Al
de Werelden die de afgunstigen onderwerpt, daar U, alom
geprezen, er bekend om staat uit eigen beweging te zijn
nedergedaald voor het hoogste goed van de continuering en de
bescherming van het Levende Wezen [*].
S'rî
Nârada zei: 'Het wekt in het geheel geen verbazing dat
U, o Almachtige Heerser van Al de Werelden die de
afgunstigen onderwerpt, [desondanks] van vriendschap
bent voor de mensen, daar U, alom geprezen, er bekend om
staat uit eigen beweging te zijn nedergedaald voor het
hoogste goed van de continuering en de bescherming van het
Levende Wezen [*].
(Vedabase)
Tekst
18
Na het gezien
hebben van Uw voetenpaar, die voor Uw toegewijden de weg der
bevrijding vormen waarop Heer Brahmâ en de andere goden
met hun onpeilbare intelligentie mediteren in het hart en die
voor hen die gevallen zijn in de put van een materieel bestaan
de toevlucht voor hun verlossing vormen, vraag ik om Uw zegen U
te mogen herinneren zodat ik tijdens mijn reizen voortdurend
aan U kan denken.'
Na
het gezien hebben van Uw voetenpaar, die voor Uw toegewijden
de weg der bevrijding vormen waarop heer Brahmâ en de
andere goden met hun onpeilbare intelligentie mediteren in
het hart en die voor hen die gevallen zijn in de put van een
materieel bestaan de toevlucht voor hun verlossing vormen,
vraag ik om Uw zegen U te mogen herinneren zodat ik tijdens
mijn reizen voortdurend aan U kan denken.'
(Vedabase)
Tekst
19
Vervolgens ging
Nârada, mijn beste, een ander paleis van een vrouw van
Krishna binnen, met het verlangen de mystieke macht der illusie
[yogamâyâ] van de Meester Aller
Yogameesters te leren kennen.
Vervolgens
ging Nârada, mijn beste, een ander paleis van een
vrouw van Krishna binnen, met het verlangen de mystieke
macht der illusie [yoga-mâyâ] van de
Meester Aller Yogameesters te leren kennen.
(Vedabase)
Tekst
20-22
Er daar,
voorwaar, zag hij Hem eveneens, met Uddhava een potje aan het
dobbelen, van aanbidding zijnde met bovenzinnelijke toewijding
en opstaand met de bedoeling hem te doen plaatsnemen
enzovoorts, hem vragend, alsof Hij er geen weet van had,
'Wanneer is Uw goede zelf hier aangekomen? Hoe kunnen diegenen
[de huishouders] die niet zo compleet zijn, zoals Wij,
doen wat behoort te worden gedaan voor hen [de
sannyâsî's] die compleet zijn? Hoe dan
ook, alstublieft zeg Ons, o brahmaan, hoe in deze geboorte
succesvol te zijn', maar Nârada, verbluft, stond op en
ging zonder iets te zeggen naar een ander
paleis.
Er
daar, voorwaar, zag hij Hem eveneens, met Uddhava een potje
aan het dobbelen, van aanbidding zijnde met bovenzinnelijke
toewijding en opstaand met de bedoeling hem te doen plaats
nemen enzovoorts, hem vragend, alsof Hij er geen weet van
had, 'Wanneer is Uw goede zelf hier aangekomen? Hoe kunnen
diegenen [de huishouders] die niet zo compleet zijn,
zoals Wij, doen wat behoort te worden gedaan voor hen
[de sannyâsî's] die compleet zijn? Hoe
dan ook, alstublieft zeg Ons, o brahmaan, hoe in deze
geboorte succesvol te zijn', maar Nârada, verbluft,
stond op en ging stilletjes naar een ander paleis.
(Vedabase)
Tekst
23
En daar zag hij
Govinda die Zijn kleine kindjes knuffelde. Toen, in een ander
huis, zag hij Hem Zich voorbereidend op een bad.
En
daar zag hij Govinda die Zijn kleine kindjes knuffelde.
Toen, in een ander huis, zag hij Hem Zich voorbereidend op
een bad. (Vedabase)
Tekst
24
Hier zag hij
Hem offers brengen en daar zag hij Hem van aanbidding voor de
vijf offervuren [zie mahâ-yajña's]
met de gebruikelijke rituelen; dan weer voedde Hij de tweemaal
geborenen en ergens anders at Hij van wat er over was van de
offers.
Hier
zag hij Hem offers brengen en daar zag hij Hem van
aanbidding voor de vijf offervuren [zie
mahâ-yajña's] met de gebruikelijke
rituelen; dan weer voedde Hij de tweemaal geborenen en
ergens anders at Hij de overblijfselen.
(Vedabase)
Tekst
25
Ergens van
zonsondergang-aanbidding zijnd reciteerde Hij, Zijn spraak
beheersend, de mantra [zie Gâyatrî
en japa]
en elders bewoog Hij zich rond met Zijn zwaard en schild in de
oefengangen.
Ergens
van zonsondergang-aanbidding zijnd reciteerde Hij, Zijn
spraak beheersend, de mantra [zie gayâtri en
japa] en elders bewoog Hij zich rond met Zijn zwaard en
schild in de oefengangen. (Vedabase)
Tekst
26
Hier weer
bereed de Oudere broer van Gada, paarden, olifanten en wagens
en daar weer lag Hij op Zijn sofa bezongen door
barden.
Hier
weer bereed de Oudere broer van Gada, paarden, olifanten en
wagens en daar weer lag Hij op Zijn sofa bezongen door
barden. (Vedabase)
Tekst
27
Op deze plek
hield Hij ruggespraak met Zijn adviseurs, Uddhava en anderen en
op die plek vermaakte Hij Zich in het water omringd door
dansmeisjes en andere vrouwen.
Op
deze plek hield Hij ruggespraak met Zijn adviseurs, Uddhava
en anderen en op die plek vermaakte Hij Zich in het water
omringd door dansmeisjes en andere vrouwen.
(Vedabase)
Tekst
28
Ergens schonk
Hij excellente, fraai opgesierde koeien weg aan de tweemaal
geborenen en weer elders luisterde Hij naar de zegenrijke
klassieke verhalen [de Purâna's] en
historische epossen [de
Itihâsa's].
Ergens
schonk Hij excellente, fraai opgesierde koeien weg aan de
tweemaal geborenen en weer elders luisterde Hij naar de
zegenrijke klassieke verhalen [de purâna's] en
historische epossen [de
itihâsa's].
(Vedabase)
Tekst
29
Lachend en
grappen makend met Zijn geliefde in deze woning, beoefende Hij
ergens anders de religie [dharma], de economie
[artha] en de [kâma]
fysieke lusten [ter regulatie, zie ook de
purushârtha's].
Lachend
en grappen makend met Zijn geliefde in deze woning,
beoefende Hij ergens anders de religie [dharma], de
economie [artha] en de [kâma] fysieke
lusten [ter regulatie, zie ook de
purushârtha's]. (Vedabase)
Tekst
30
Op een plaats
alleen neerzittend om te mediteren op de Oorspronkelijke
Persoon Verheven Boven de Materiële Natuur, verrichtte Hij
op een andere plaats klusjes voor de ouderen van aanbidding
zijnd met dingen die ze op prijs stelden.
Op
een plaats alleen neerzittend om te mediteren op de
Oorspronkelijke Persoon Verheven Boven de Materiële
Natuur, verrichtte Hij op een andere plaats klusjes voor de
ouderen van aanbidding zijnd met gewenste artikelen.
(Vedabase)
Tekst
31
Plannen makend
voor oorlog met bepaalde lieden hier en elders vrede sluitend,
waren Kes'ava samen met Râma ergens anders het welzijn
der vromen aan het behartigen.
Plannen
makend voor oorlog met bepaalde lieden hier en elders vrede
sluitend, waren Kes'ava samen met Râma ergens anders
het welzijn der vromen aan het behartigen.
(Vedabase)
Tekst
32
[Hij zag
Hem] groots opgezette huwelijken regelen van dochters en
zoons op het juiste tijdstip overeenkomstig de
vidhi
met echtgenotes en echtgenoten die bij hen
pasten.
[Hij
zag Hem] weelderige huwelijken regelen van dochters en
zoons op het juiste tijdstip overeenkomstig de vidhi met
echtgenotes en echtgenoten die bij hen pasten.
(Vedabase)
Tekst
33
[Hij zag
hoe] met de mensen vol verwondering over het grote
ceremonieel dat erbij hoorde de kinderen van de Meester der
Yogameesters van huis werden weggezonden en weer terug werden
gebracht.
[Hij
zag hoe] met de mensen in verwondering met grote
vieringen de kinderen van de Meester der Yogameesters van
huis werden weggezonden en weer terug werden gebracht.
(Vedabase)
Tekst
34
Met uitvoerige
offeranden in aanbidding van al de goden druk in de weer hier,
was Hij daar overeenkomstig het dharma in publieke dienst
voorzieningen aan het treffen als putten, parken en kloosters
en dergelijke.
Met
uitvoerige offeranden in aanbidding van al de goden druk in
de weer hier, was Hij daar overeenkomstig het dharma in
publieke dienst voorzieningen aan het treffen als putten,
parken en kloosters en dergelijke.
(Vedabase)
Tekst
35
Voor een
jachtpartij beklom Hij op deze plaats een paard afkomstig uit
Sindhî terwijl Hij op een andere plaats, omringd door de
meest ondernemende Yadu's, de dieren doodde die bestemd waren
voor de offers [zie **].
Voor
een jachtpartij beklom Hij op deze plaats een paard
afkomstig uit Sindhî terwijl Hij op een andere plaats,
omringd door de meest ondernemende Yadu's, de dieren doodde
voor het brengen van offers bestemd [zie **].
(Vedabase)
Tekst
36
Ergens anders
bewoog de Yogameester Zich in vermomming rond in de woningen
van Zijn ministers, omdat Hij er achter wilde komen wat ieders
mentaliteit was.
Op
de ene plek hing de Yogameester in de buurt in vermomming
rond in de woningen van Zijn ministers, benieuwd om bij
ieder van hen er achter te komen wat hun mentaliteit was.
(Vedabase)
Tekst
37
Daarop zei
Nârada tot Hrishîkes'a, zijn lachen bedwingend over
wat zich zo allemaal had ontvouwd van Zijn yogamâyâ
van het aannemen van de menselijke rol:
Daarop
zei Nârada tot Hrishîkes'a, zijn lachen
inhoudend met wat zich zo had ontvouwen van Zijn
yogamâyâ van het aannemen van de menselijke
rol:
(Vedabase)
Tekst
38
'Naar wat we
zagen gebeuren met de dienst aan Uw voeten hebben we
[nu] weet van Uw mystieke vermogens, vermogens die
zelfs voor de grote mystici moeilijk voorstelbaar zijn, o Heer
van de Yoga, o Allerhoogste Ziel.
'Zoals
waargenomen met de dienst aan Uw voeten hebben we
[nu] weet van Uw mystieke vermogens, die zelfs voor
de grote mystici moeilijk voorstelbaar zijn, o Heer van de
Yoga, o Allerhoogste Ziel. (Vedabase)
Tekst
39
Sta het me toe
U in nederigheid te volgen, o Godheid, ik zal rondtrekken langs
Uw plaatsen die doordrongen zijn van Uw faam en luidkeels Uw
tijdverdrijf bezingen dat al de werelden zuivert.'
Sta
het me toe te volgen in nederigheid, o Godheid, ik zal
rondtrekken langs Uw plaatsen doordrongen van Uw faam,
luidkeels Uw tijdverdrijf bezingend dat al de werelden
zuivert.'
(Vedabase)
Tekst
40
De Allerhoogste
Heer zei: 'O brahmaan, Ik ben er de spreker van, Ik ben er de
uitvoerder van en Ik ben degene die de sancties stelt terwijl
Ik het de wereld bijbreng; weest niet verstoord als je in deze
geest verkeert, o zoon.'
De
Allerhoogste Heer zei: 'O brahmaan, Ik ben er de spreker
van, Ik ben er de uitvoerder van en Ik ben degene die de
sancties stelt het de wereld onderrichtend; met het hierin
verwijlen, o zoon, weest niet
verstoord.'
(Vedabase)
Tekst
41
S'rî
S'uka zei: 'Aldus zag hij [zoals niemand anders dat kon
zien ***]
Hem aanwezig in één gedaante in al de woningen
waar Hij de zuiverende spirituele plichten in de praktijk
bracht die er voor de huishouders zijn.
S'rî
S'uka zei: 'Aldus zag hij [zoals niemand anders dat kon
zien ***] Hem aanwezig in één gedaante in
al de woningen de zuiverende spirituele plichten nalevend
die er voor de huishouders zijn.
(Vedabase)
Tekst
42
Na getuige te
zijn geweest van Krishna's onbegrensde kunnen in de
uitgebreide, meervoudige manifestatie van Zijn
yogamâyâ, stond de ziener vol van
verwondering verbaasd te kijken.
Na
getuige te zijn geweest van Krishna's onbegrensde kunnen in
de uitgebreide, herhaalde manifestatie van Zijn
yogamâyâ, stond de ziener vervuld van
verwondering verbaasd te
kijken.
(Vedabase)
Tekst
43
Met de
artha, de kâma en het dharma [van het
huishoudelijk bestaan, zie ook 7.14]
aldus door Heer Krishna's trouwe hart grondig eer aangedaan,
ging hij waarlijk verheugd heen met Hem steeds in
gedachten.
Met
de artha, de kâma en het dharma [van het
huishoudelijk bestaan, zie ook 7.14] aldus door Heer
Krishna's trouwe hart grondig eer aangedaan, ging hij
waarlijk verheugd heen Hem in gedachten houdend.
(Vedabase)
Tekst
44
Met het aldus
volgen van het pad der menselijke wezens genoot
Nârâyana, die voor ieders welzijn Zijn vermogens
tentoongespreid had, mijn beste, in Zijn voldoening over de
verlegen toegenegen blikken en het lachen van zestienduizend
van de fijnste gemalinnen.
Met
het aldus volgen van het pad der menselijke wezens genoot
Nârâyana, voor ieders welzijn Zijn vermogens
gemanifesteerd hebbend, mijn beste, in Zijn voldoening over
de verlegen toegenegen blikken en het lachen van
zestienduizend van de fijnste gemalinnen.
(Vedabase)
Tekst
45
Wie dan ook,
mijn beste, die ook maar zingt, luistert of waardering opbrengt
[leest over] de zinnelijke activiteiten die,
onnavolgbaar in deze wereld, aan de dag worden gelegd door Hem
die de oorzaak is van de voleinding, de opwekking en de
voortgaande zaak van het universum, zal toewijding ontwikkelen
voor de Allerhoogste Heer, hetgeen waarlijk het pad der
bevrijding is.'
Wie
dan ook, mijn beste, die ook maar zingt, luistert of
waardering opbrengt [leest over] de zinnelijke
activiteiten die, onnavolgbaar in deze wereld, aan de dag
worden gelegd door Hem die de oorzaak is van de voleinding,
de opwekking en de voortgaande zaak van het universum, zal
toewijding ontwikkelen voor de Allerhoogste Heer, hetgeen
waarlijk het pad der bevrijding
is.
(Vedabase)
*
De
paramparâ voegt hier aan
toe: 'Zoals
aangegeven door S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî, zijn alle levende wezens in feite dienaren
van de Heer. De âcârya haalt ter
verduidelijking er het volgende vers uit de Padma Purâna
bij aan:
a-kârenocyate
vishnuh
s'rîr u-kârena kathyate
ma-kâras tu tayor dâsah
pañca-vims'ah prakîrtitah
"[In
de mantra AUM] betekent de letter a Heer Vishnu, de letter
u betekent de godin S'rî, en de letter m heeft betrekking
op hun dienaar, die het vijfentwintigste element is." Het
vijfentwintigste element is de jîva, het levende
wezen. Ieder levend wezen is een dienaar van de Heer, en de
Heer is de ware vriend van ieder levend wezen. Zelfs dus als de
Heer afgunstigen als Jarâsandha de les leest, leidt die
afstraffing tot ware vriendschap, aangezien zowel de Heer Zijn
bestraffing als Zijn Zegen er zijn voor het heil van het levend
wezen.'
**
Hoewel deze activiteit door de vidhi-regel van
dayâ verboden is voor de gewone man en de
brahmanen, teneinde fundamenteel van mededogen te zijn met alle
levende wezens, is het in bepaalde gevallen toegestaan in de
vedische orde dieren te doden. S'rîla Prabhupâda
geeft als commentaar: "Overeenkomstig de vedische
voorschriften, is het de kshatriya's toegestaan bij
bepaalde gelegenheden dieren te doden, dan wel om de vrede in
de bossen te handhaven dan wel om dieren te offeren in het
offervuur. Kshatriya's wordt het toegestaan de kunst van
het doden te beoefenen omdat ze genadeloos vijanden moeten
kunnen doden om de vrede in de samenleving te handhaven."
[zie ook b.v. 4:
26,
7:
15,
10.1:
4,
10.56:
13 en
10.58:
13-16].
***
De paramparâ voegt hier aan toe: 'Zoals gesteld in
tekst
2 van
dit hoofdstuk, werden al de handelingen in de vele paleizen van
de Heer uitgevoerd door de Heer Zijn enkele geestelijke
gedaante (ekena vapushâ), welke zich op vele
plaatsen tegelijk manifesteerde. Dit visioen werd Nârada
vergund vanwege zijn verlangen het te aanschouwen en de Heer
Zijn verlangen het hem te tonen. S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî duidt uit dat de andere ingezetenen van
Dvârakâ Krishna alleen maar konden zien in dat deel
van de stad waar ze zelf zaten, en niet ergens anders, zelfs al
gingen ze soms naar een andere wijk voor zaken. Aldus gunde de
Heer Zijn geliefde toegewijde Nârada Muni een bijzondere
kijk op Zijn spel en vermaak.'