S'rî
S'uka zei: 'Eens aan zijn hof zittend temidden van de wijzen,
de edelen, de populaire persoonlijkheden, de zakenlieden en
zijn broers, nam Yudhishthhira het woord, en zei hij met al
de âcârya's, de familie, de ouderen, zijn
bloedverwanten, aangetrouwden en vrienden om zich heen
luisterend, het volgende:
S'ukadeva
Gosvâmî said: One day, as King Yudhishthhira sat
in the royal assembly surrounded by eminent sages,
brâhmanas, kshatriyas and vais'yas, and also by his
brothers, spiritual masters, family elders, blood relations,
in- laws and friends, he addressed Lord Krishna as everyone
listened. (Vedabase)
Text
3
S'rî
Yudhishthhira zei: 'O Govinda, ik zou graag de veelvoudige
glorie van U met de zuiverende koning van alle vuuroffers
genaamd Râjasûya eren; alstUblieft o Meester sta
het ons toe dat ten uitvoer te brengen.
S'rî
Yudhishthhira said: O Govinda, I desire to worship Your
auspicious, opulent expansions by the Râjasûya
sacrifice, the king of Vedic ceremonies. Please make our
endeavor a success, my Lord. (Vedabase)
Text
4
Zij die
constant in volledige dienstbaarheid mediteren op en van
verheerlijking zijn voor Uw slippers, welke de vernietiging
afroepen over alles wat ongunstig is, worden gezuiverd; zij, en
niet andere personen, o U wiens Navel als een Lotus is, slagen
erin aan een materieel bestaan een einde te te maken of
krijgen, als ze verlangens koesteren, de dingen die ze zich
wensen.
Purified
persons who constantly serve, meditate upon and glorify Your
shoes, which destroy everything inauspicious, are sure to
obtain freedom from material existence, O lotus-naveled one.
Even if they desire something in this world, they obtain it,
whereas others - those who do not take shelter of You - are
never satisfied, O Lord. (Vedabase)
Text
5
Derhalve, o God
der Goden, toon de bevolking de macht in deze wereld van de
dienst aan de lotusvoeten; alstUblieft toon, o Almachtige, de
status van die Kuru's en Sriñjaya's die U aldus
aanbidden, in verhouding tot de status van diegenen die niet
van aanbidding zijn.
Therefore,
O Lord of lords, let the people of this world see the power
of devotional service rendered to Your lotus feet. Please
show them, O almighty one, the position of those Kurus and
Sriñjayas who worship You, and the position of those
who do not. (Vedabase)
Text
6
In Uw geest van
Absolute Waarheid kan er geen verschil bestaan tussen wat het
Uwe is en van wat van anderen is, daar U de Ziel van Alle
Wezens bent die, een ieder gelijkgezind, binnenin Uzelf het
geluk ervaart. Hen die U naar behoren van dienst zijn gunt U
als de wensboom de verlangde resultaten naar gelang de
geleverde dienst, en hierin [in Uw beantwoorden aan
verlangens] schuilt geen tegenspraak.'
Within
Your mind there can be no such differentiation as "This one
is mine, and that is another's," because You are the Supreme
Absolute Truth, the Soul of all beings, always equipoised
and enjoying transcendental happiness within Yourself. Just
like the heavenly desire tree, You bless all who properly
worship You, granting their desired fruits in proportion to
the service they render You. There is nothing wrong in this.
(Vedabase)
Text
7
De Allerhoogste
Heer zei: 'Er mankeert niets aan uw voornemen o Koning, hiermee
zal de hele wereld getuige zijn van uw zegenrijke roem, o
kweller van de vijand!
The
Supreme Personality of Godhead said: Your decision is
perfect, O King, and thus your noble fame will spread to all
the worlds, O tormentor of your enemies. (Vedabase)
Text
8
Voor de wijzen,
de voorvaderen, de goden en ook de vrienden, o meester van Ons,
alsook voor alle levende wezens is deze koning aller offers
[wat de letterlijke betekenis is van
Râjasûja] wenselijk.
Indeed,
My lord, for the great sages, the forefathers and the
demigods, for Our well-wishing friends and, indeed, for all
living beings, the performance of this king of Vedic
sacrifices is desirable. (Vedabase)
Text
9
Met het onder
controle brengen van de aarde, door al de koningen te
overwinnen en al de benodigdheden in te zamelen, moet u
[vervolgens] de grote offerplechtigheid uitvoeren.
First
conquer all kings, bring the earth under your control and
collect all the required paraphernalia; then execute this
great sacrifice. (Vedabase)
Text
10
Deze broers van
u o Koning, werden geboren als individuele delen van de
halfgoden die over de werelden heersen [zie
stamboom],
en Ik, die niet te overwinnen ben voor hen die zichzelf niet in
de hand hebben, geef Me gewonnen voor u die wel van
zelfbeheersing bent.
These
brothers of yours, O King, have taken birth as partial
expansions of the demigods ruling various planets. And you
are so self-controlled that you have conquered even Me, who
am unconquerable for those who cannot control their senses.
(Vedabase)
Text
11
Geen persoon,
zelfs niet een halfgod - om nog maar te zwijgen van een aardse
heerser -, kan door zijn kracht, schoonheid, roem of macht in
deze wereld iemand eronder krijgen die Mij is toegewijd.'
No
one in this world, even a demigod - what to speak of an
earthly king - can defeat My devotee with his strength,
beauty, fame or riches. (Vedabase)
Text
12
S'rî
S'uka zei: 'Met een gezicht bloeiend als een lotus, blij het
lied [de Gîtâ]
van de Allerhoogste Heer te horen, betrok hij, gesterkt door
het vermogen van Vishnu, zijn broers bij het veroveren van alle
windrichtingen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Upon hearing these words sung by
the Supreme Lord, King Yudhishthhira became joyful, and his
face blossomed like a lotus. Thus he sent forth his
brothers, who were empowered with Lord Vishnu's potency, to
conquer all directions. (Vedabase)
Text
13
Sahadeva met de
Sriñjaya's stuurde hij naar het zuiden, Nakula met de
Matsya's in westelijke richting, Arjuna met de Kekaya's naar
het noorden en Bhîma met de Madraka's naar het
oosten.
He
sent Sahadeva to the south with the Sriñjayas, Nakula
to the west with the Matsyas, Arjuna to the north with the
Kekayas, and Bhîma to the east with the Madrakas.
(Vedabase)
Text
14
Zij, de helden,
die bij de genade van hun kracht vele koningen onderwierpen
brachten van overal een overmaat aan rijkdommen mee voor degene
die van plan was zijn offerplechtigheid uit te voeren maar
waarvan de vijand o Koning, nog geboren moest worden.
After
defeating many kings with their prowess, these heroic
brothers brought back abundant wealth for Yudhishthhira
Mahârâja, who was intent on performing the
sacrifice, O King. (Vedabase)
Text
15
De koning zich
bezinnend op het nieuws dat Jarâsandha niet was
verslagen, werd door de Heer, de Oorspronkelijke Persoon, op de
hoogte gesteld van de manier zoals die door Uddhava was
voorgesteld [in 10.71:
2-10].
When
King Yudhishthhira heard that Jarâsandha remained
undefeated, he set to pondering, and then the primeval Lord,
Hari, told him the means Uddhava had described for defeating
Jarâsandha. (Vedabase)
Text
16
En zo gingen
Bhîmasena, Arjuna en Krishna uitgedost in de kleding van
brahmanen gedrieën naar Girivraja, mijn beste, alwaar de
zoon van Brihadratha [Jarâsandha] zich
ophield.
Thus
Bhîmasena, Arjuna and Krishna disguised themselves as
brâhmanas and went to Girivraja, my dear King, where
the son of Brihadratha was to be found. (Vedabase)
Text
17
Naar hem
toekomend op het uur bestemd voor de ontvangst van ongenode
gasten, bedelden de edelen, zich voordoend als brahmanen, bij
de religieuze huishouder die van respect was voor
brahmanen:
Disguised
as brâhmanas, the royal warriors approached
Jarâsandha at home during the appointed hour for
receiving guests. They submitted their entreaty to that
dutiful householder, who was especially respectful to the
brahminical class. (Vedabase)
Text
18
'O Koning, weet
dat wij behoeftige gasten zijn die arriveerden van verre; we
wensen u al het beste, alstublieft geef ons wat we graag
willen.
[Krishna,
Arjuna and Bhîma said:] O King, know us to be
needy guests who have come to you from afar. We wish all
good unto you. Please grant us whatever we desire.
(Vedabase)
Text
19
Wat zou er voor
een geduldig iemand niet te verdragen zijn, wat is voor de
onzedigen allemaal niet onmogelijk, wat kunnen de vrijgevigen
allemaal niet wegschenken, en wie kan nu hen die van een
gelijke blik zijn buitensluiten?
What
can the tolerant not bear? What will the wicked not do? What
will the generous not give in charity? And who will those of
equal vision see as an outsider? (Vedabase)
Text
20
Hij waarlijk is
verachtelijk en zielig die, er heel goed toe in staat zijnde,
met het tijdelijke lichaam niet de eeuwige roem verwerft zoals
die wordt bezongen door hen die zich heiligden.
He
indeed is to be censured and pitied who, though able to do
so, fails to achieve with his temporary body the lasting
fame glorified by great saints. (Vedabase)
Text
21
Velen als daar
zijn Haris'candra,
Rantideva,
Uñchavritti
Mudgala,
S'ibi,
Bali
en de legendarische jager en duif [zie*]
bereikten het blijvende uitgaande van het niet-blijvende.'
Haris'candra,
Rantideva, Uñchavritti Mudgala, S'ibi, Bali, the
legendary hunter and pigeon, and many others have attained
the permanent by means of the impermanent. (Vedabase)
Text
22
S'rî
S'uka zei: 'Echter, uit hun stemmen, hun fysieke voorkomen en
de sporen van de boogpees op hun armen zelfs, herkende hij
[Jarâsandha] hen als edelen, als leden van de
familie die hij al eens eerder had gezien.
S'ukadeva
Gosvâmî said: From the sound of their voices,
their physical stature and the marks of bowstrings on their
forearms, Jarâsandha could tell that his guests were
of the royal order. He began to think he had seen them
somewhere before. (Vedabase)
Text
23
[hij
dacht:] 'Deze verwanten van de adelstand met de kentekenen
van brahmanen moet ik geven wat ze ook maar vragen, zelfs iets
zo moeilijk om op te geven als mijn eigen
lichaam.
[Jarâsandha
thought:] These are surely members of the royal order
dressed as brâhmanas, but still I must grant their
request for charity, even if they beg me for my own body.
(Vedabase)
Text
24-25
Staat Bali niet
bekend als iemand wiens glorie zich wijd en zijd verbreidde
door het vlekkeloze van zijn machtsbekleding, ook al werd hij
ten val gebracht door Heer Vishnu [Vâmana] die,
in de uitdossing van een brahmaan zich voordoend als een
tweemaal geborene van Vishnu, Indra's weelde wilde wegnemen?
Willens en wetens schonk hij de ganse aarde weg, ook al was het
de daitya koning [Bali] afgeraden [door zijn
goeroe, zie 8.19].
Indeed,
the spotless glories of Bali Mahârâja are heard
throughout the world. Lord Vishnu, wishing to recover
Indra's opulence from Bali, appeared before him in the guise
of a brâhmana and made him fall from his powerful
position. Though aware of the ruse and forbidden by his
guru, Bali, king of the demons, still gave Vishnu the whole
earth in charity. (Vedabase)
Text
26
Wat voor zin
heeft het ook voor een gevallen kshatriya om in leven te
zijn maar met zijn vergankelijke lichaam zich niet beijveren
ten gunste van de meerdere eer en glorie van de
brahmanen?'
What
is the use of an unqualified kshatriya who goes on living
but fails to gain everlasting glory by working with his
perishable body for the benefit of brâhmanas?
(Vedabase)
Text
27
Aldus
ruimdenkend zei hij tot Krishna, Arjuna en Vrikodara
['wolvenbuik' ofwel Bhîma]: 'O mannen van de
leer, vraag me wat u maar wilt, ik geef u zelfs mijn eigen
hoofd!'
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus making up his mind,
the generous Jarâsandha addressed Krishna, Arjuna and
Bhîma: "O learned brâhmanas, choose whatever you
wish. I will give it to you, even if it is my own head."
(Vedabase)
Text
28
De Opperheer
zei: 'Alstublieft hoogmogende Koning, neem de uitdaging aan
strijd te leveren met ons in een man-tot-man gevecht; wij,
leden van de adelstand, zijn naar hier gekomen met de wens te
vechten en verlangen niets anders.
The
Supreme Lord said: O exalted King, give us battle in the
form of a duel, if you think it fitting. We are princes and
have come to beg a fight. We have no other request to make
of you. (Vedabase)
Text
29
Die daar is
Bhîma, de zoon van Prithâ en deze andere hier is
Arjuna in eigen persoon en Ik, Ik ben Krishna hun neef van
moeders zijde, uw vijand zoals u weet [zie
10.50].'
Over
there is Bhîma, son of Prithâ, and this is his
brother Arjuna. Know Me to be their maternal cousin,
Krishna, your enemy. (Vedabase)
Text
30
Aldus
uitgedaagd moest de koning van Magadha hard lachen en zei hij
vol minachting: 'In dat geval, zal ik de strijd met jullie
aanbinden, jullie dwazen!
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus challenged,
Magadharâja laughed out loud and contemptuously said,
"All right, you fools, I'll give you a fight!
(Vedabase)
Text
31
Maar ik ga het
gevecht niet aan met Jou. Laf, schoot Je in de strijd in kracht
tekort toen Je Je eigen stad Mathurâ achterliet om te
vertrekken naar een veilig plekje in de oceaan.
"But
I will not fight with You, Krishna, for You are a coward.
Your strength abandoned You in the midst of battle, and You
fled Your own capital of Mathurâ to take shelter in
the sea. (Vedabase)
Text
32
En wat betreft
hem hier, Arjuna, hij, niet oud genoeg en ook niet zo sterk, is
geen partij voor mij en moet niet mijn tegenstander zijn;
Bhîma is degene die zo sterk is als ik.'
"As
for this one, Arjuna, he is not as old as I, nor is he very
strong. Since he is no match for me, he should not be the
contender. Bhîma, however, is as strong as I am."
(Vedabase)
Text
33
Dat gezegd
hebbende gaf hij Bhîma een grote knots en begaf hij zich
buiten de stad, zelf een andere ter hand nemend.
Having
said this, Jarâsandha offered Bhîmasena a huge
club, took up another himself and went outside the city.
(Vedabase)
Text
34
Toen, tegenover
elkaar in het strijdperk, sloegen de twee helden op elkaar in
met hun bliksemschicht-gelijke strijdknotsen. Het gevecht dreef
hen tot een dolle woede.
The
two heroes thus began battling each other on the level
fighting grounds outside the city. Maddened with the fury of
combat, they struck each other with their
lightning-bolt-like clubs. (Vedabase)
Text
35
Kundig links-
en rechtsom cirkelend waren de twee die zich zo in het gevecht
rondbewogen zo prachtig om te zien als een stel acteurs op
toneel.
As
they skillfully circled left and right, like actors dancing
on a stage, the fight presented a magnificent spectacle.
(Vedabase)
Text
36
Als ze hun
knotsen tegen elkaar sloegen gaf dat een geluid dat leek op een
blikseminslag, o Koning, of op het gekletter van de slagtanden
van olifanten.
When
Jarâsandha's and Bhîmasena's clubs loudly
collided, O King, the sound was like the impact of the big
tusks of two fighting elephants, or the crash of a
thunderbolt in a flashing electrical storm.
(Vedabase)
Text
37
In woede
ontstoken hevig vechtend als een paar olifanten werden de
knotsen, die door de snelheid en kracht van hun armen machtig
tegen elkaars schouders, heupen, voeten, handen dijen en
sleutelbeenderen werden gezwaaid, in dat contact aan stukken
geslagen als waren het een stel arka-takken.
They
swung their clubs at each other with such speed and force
that as the clubs struck their shoulders, hips, feet, hands,
thighs and collarbones, the weapons were crushed and broken
like branches of arka trees with which two enraged elephants
furiously attack each other. (Vedabase)
Text
38
Met hun
strijdknotsen aldus aan gruzelementen bewerkten de twee grote
helden onder de mensen elkaar kwaad met hun vuisten, in het
slaan zo hard als ijzer, waarbij, met hen twee vechtende
olifanten, het geluid voortgebracht door de klappen van hun
handen aanzwol tot het geluid van donderslagen.
Their
clubs thus ruined, those great heroes among men angrily
pummeled each other with their iron-hard fists. As they
slapped each other, the sound resembled the crash of
elephants colliding or harsh thunderclaps. (Vedabase)
Text
39
Met de twee
aldus toeslaand, gelijk qua training, kracht en
uithoudingsvermogen, bleef het gevecht onbeslist en ging het
onverminderd verder o Koning. [**]
As
they thus fought, this contest between opponents of equal
training, strength and stamina reached no conclusion. And so
they kept on fighting, O King, without any letup.
(Vedabase)
Text
40
Op de hoogte
van de geboorte en dood van de vijand en hoe hij in het leven
was geroepen door Jarâ [zie 9.22:
8 en
***],
liet Krishna de zoon van Prithâ delen in Zijn
denkvermogen.
Lord
Krishna knew the secret of His enemy Jarâsandha's
birth and death, and also how he had been given life by the
demoness Jarâ. Considering all this, Lord Krishna
imparted His special power to Bhîma. (Vedabase)
Text
41
Na vastgesteld
te hebben wat de manier was om hun vijand te doden toonde Hij
wiens visie Onfeilbaar is het aan Bhîma door bij wijze
van teken een twijg in tweeën te splijten.
Having
determined how to kill the enemy, that Lord of infallible
vision made a sign to Bhîma by tearing in half a small
branch of a tree. (Vedabase)
Text
42
Dat begrijpend
greep de immens sterke Bhîma, de beste aller vechters,
zijn vijand bij de voeten beet en gooide hij hem op de grond.
Understanding
this sign, mighty Bhîma, the best of fighters, seized
his opponent by the feet and threw him to the ground.
(Vedabase)
Text
43
Met zijn voet
boven op één been staand greep hij met beide
handen het andere vast en reet hij, als een olifant met een
boomtak, hem van zijn anus naar boven uiteen.
Bhîma
pressed down on one leg with his foot while grabbing
Jarâsandha's other leg in his hands, and just as a
great elephant might break the branch of a tree, Bhîma
tore Jarâsandha apart from the anus upward.
(Vedabase)
Text
44
De koning zijn
onderdanen zagen hem toen in twee stukken gespleten met ieder
een been, een dij, een heup, een rugdeel, een schouder, een
arm, een oog, een wenkbrauw en een oor.
The
King's subjects then saw him lying in two separate pieces,
each with a single leg, thigh, testicle, hip, shoulder, arm,
eye, eyebrow and ear, and with half a back and chest.
(Vedabase)
Text
45
Met de dood van
de heer van Magadha steeg er een luide jammerklacht op, terwijl
Arjuna en Acyuta beiden Bhîma feliciteerden terwijl ze
hem omhelsden.
With
the death of the lord of Magadha, a great cry of lamentation
arose, while Arjuna and Krishna congratulated Bhîma by
embracing him. (Vedabase)
Text
46
De
Ondoorgrondelijke Ene, Allerhoogste Heer en Onderhouder van
Alle Levende Wezens kroonde zijn zoon Sahadeva tot de heer en
meester der Magadha's en bevrijde vervolgens de door de koning
van Magadha gevangen genomen koningen.'
The
immeasurable Supreme Personality of Godhead, the sustainer
and benefactor of all living beings, correlated
Jarâsandha's son, Sahadeva, as the new ruler of the
Magadhas. The Lord then freed all the kings Jarâsandha
had imprisoned. (Vedabase)
*
Het verhaal luidt dat de duif en zijn partner hun eigen vlees
aan een jager gaven als bewijs van hun gastvrijheid en zo naar
de hemel werden overgebracht in een hemels voertuig. Toen de
jager hun positie vanuit de geaardheid goedheid doorgrondde,
raakte hij ook verzaakt, en gaf hij aldus het jagen op en
vertrok hij om boete te doen. Omdat hij bevrijd was van alle
zonde werd hij, nadat zijn lichaam in een bosbrand verbrandde,
tot de hemel bevorderd.
**
Sommige âcârya's nemen de volgende twee
verzen mee in de tekst van dit hoofdstuk, en S'rîla
Prabhupâda vertaalde ze ook in 'Krishna':
evam
tayor mahâ-râja
yudhyatoh sapta-vims'atih
dinâni niragams tatra
suhrid-van nis'i tishthhatoh
ekadâ
mâtuleyam vai
prâha râjan vrikodarah
na s'akto 'ham jarâsandham
nirjetum yudhi mâdhava
"Aldus,
o Koning, gingen ze tweeënzeventig dagen door met vechten.
Aan het eind van iedere dag vechten, leefden beiden 's nachts
als vrienden in Jarâsandha's paleis. Toen op de
achtentwintigste dag, o Koning, zei Vrikodara
[Bhîma] zijn neef van moeders zijde,
'Mâdhava, ik kan Jarâsandha niet in de strijd
verslaan.' "
***
S'rîla Prabhupâda schrijft "Jarâsandha werd
in twee verschillende delen geboren uit twee verschillende
moeders. Toen zijn vader zag dat de baby geen nut had, wierp
hij de twee delen in het woud, waar ze later werden gevonden
door een heks met een zwart hart genaamd Jarâ. Zij
slaagde erin de twee delen van de baby van top tot teen samen
te voegen. Hiermee bekend, wist Heer Krishna daarom ook hoe hem
te doden."