Tweede editie,
geladen 29 november 2008

Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Duryodhana
Humiliated
Tekst
1-2
De
achtenswaardige koning zei: 'Al de menselijkheid van God, o
brahmaan, die bijeenkwamen voor het Râjasûya-offer
van Ajâtas'atru [hij wiens vijand nog geboren moest
worden, ofwel Yudhishthhira], waren verrukt over de grote
feestelijkheid die ze zagen: de koningen, de wijzen en de
goddelijken, zo vernam ik mijn heer, behalve dan Duryodhana;
alstublieft stel ons op de hoogte van de reden
hiervan.'
Mahârâja
Parîkshit said: O brâhmana, according to what I
have heard from you, all the assembled kings, sages and
demigods were delighted to see the wonderful festivities of
King Ajâtas'atru's Râjasûya sacrifice,
with the sole exception of Duryodhana. Please tell me why
this was so, my lord. (Vedabase)
Tekst
3
De zoon van
Vyâsa zei: 'Bij het Râjasûya-offer van de
grote ziel die je grootvader is, waren al de familieleden die
waren verbonden in goddelijke liefde, in alle bescheidenheid
erbij betrokken hem van dienst te zijn.
S'rî
Bâdarâyani said: At the Râjasûya
sacrifice of your saintly grandfather, his family members,
bound by their love for him, engaged themselves in humble
services on his behalf. (Vedabase)
Tekst
4-7
Bhîma was
belast met de keuken, Duryodhana zag toe op de financiën,
Sahadeva regelde de ontvangst en Nakula bracht al het nodige
bij elkaar. Arjuna was de leermeesters van dienst, Krishna
waste de voeten, de dochter van Drupada diende het voedsel op
en de edelmoedige Karna deelde de giften uit.
Yuyudhâna,Vikarna, Hârdikya, Vidura en anderen als
de zonen van Bâhlîka met Bhûris'ravâ
voorop en Santardana, waren, volijverig de koning te behagen,
ertoe bereid zich tijdens de uitvoerige offerplechtigheid in te
zetten voor de uiteenlopende plichten, o beste der
koningen.
Bhîma
supervised the kitchen, Duryodhana looked after the
treasury, while Sahadeva respectfully greeted the arriving
guests. Nakula procured needed items, Arjuna attended the
respectable elders, and Krishna washed everyone's feet,
while Draupadî served food, and generous Karna gave
out the gifts. Many others, such as Yuyudhâna;
Vikarna, Hârdikya; Vidura; Bhûris'ravâ and
other sons of Bâhlîka; and Santardana, similarly
volunteered for various duties during the elaborate
sacrifice. They did so because of their eagerness to please
Mahârâja Yudhishthhira, O best of kings.
(Vedabase)
Tekst
8
De priesters,
de prominente voorgangers, de hooggeleerden en allen goed en
welgezind, die op gepaste wijze waren vereerd met aangename
woorden, zegenrijke gaven en geschenken uit dank, voerden,
nadat de koning van Cedi de voeten van de meester der
Sâtvata's was binnengegaan, het avabhritha-baden
in de rivier van de hemel [de Yamunâ]
uit.
After
the priests, the prominent delegates, the greatly learned
saints and the King's most intimate well-wishers had all
been properly honored with pleasing words, auspicious
offerings and various gifts as remuneration, and after the
King of Cedi had entered the lotus feet of the Lord of the
Sâtvatas, the avabhritha bath was performed in
the divine river Yamunâ. (Vedabase)
Tekst
9
Ter aanvang van
de avabhritha-viering weerklonk de muziek van een keur
aan gomukha hoorns, pauken, grote trommen,
mridanga's, kleinere trommels en
schelphoorns.
During
the avabhritha celebration, the music of many kinds
of instruments resounded, including mridangas,
conchshells, panavas, dhundhuris, kettledrums and
gomukha horns. (Vedabase)
Tekst
10
Dansmeisjes
dansten en zangers zongen vreugdevol in groepen toen de luide
klanken van hun vînâ's, fluiten en
hand-cymbalen de hemel roerden.
Female
dancers danced with great joy, and choruses sang, while the
loud vibrations of vînâs, flutes and hand
cymbals reached all the way to the heavenly regions.
(Vedabase)
Tekst
11
De koningen met
ketenen van goud gingen op weg [naar de Yamunâ]
met voetvolk, vlaggen en banieren van verschillende kleuren,
uitstekende majestueuze olifanten, en fijn opgetuigde wagens en
paarden.
All
the kings, wearing gold necklaces, then set off for the
Yamunâ. They had flags and banners of various colors
and were accompanied by infantrymen and well-adorned
soldiers riding lordly elephants, chariots and horses.
(Vedabase)
Tekst
12
De Yadu's,
Sriñjaya's, Kâmboja's, Kuru's, Kekaya's en
Kos'ala's met hun legers, met aan het hoofd [de
koning,] de uitvoerder van het offer, deden de aarde
schudden.
The
massed armies of the Yadus, Sriñjayas,
Kâmbojas, Kurus, Kekayas and Kos'alas made the earth
tremble as they followed Yudhishthhira Mahârâja,
the performer of the sacrifice, in procession.
(Vedabase)
Tekst
13
De voorgangers,
de priesters en andere kundige brahmanen lieten luid de
vedische mantra's weerklinken, terwijl de goden en de wijzen,
de voorvaderen en de zangers van de hemel lovende verzen
reciteerden en bloemen lieten neerregenen.
The
assembly officials, the priests and other excellent
brâhmanas resoundingly vibrated Vedic mantras, while
the demigods, divine sages, Pitâs and Gandharvas sang
praises and rained down flowers. (Vedabase)
Tekst
14
Mannen en
vrouwen fraai opgesierd met sandelhoutpasta, bloemenslingers,
juwelen en kleding, besmeurden en besprenkelden elkaar spelend
met verschillende vloeistoffen.
Men
and women, all adorned with sandalwood paste, flower
garlands, jewelry and fine clothing, sported by smearing and
sprinkling one another with various liquids.
(Vedabase)
Tekst
15
De courtisanes
werden door de mannen speels met yoghurt en geparfumeerd water
vol met turmeric- en vermiljoenpoeder ondergesmeerd, en zo
besmeurden ook zij hen op hun beurt [*].
The
men smeared the courtesans with plentiful oil, yogurt,
perfumed water, turmeric and kunkuma powder, and the
courtesans playfully smeared the men with the same
substances. (Vedabase)
Tekst
16
De koninginnen
bewaakt door de soldaten gingen, net als de vrouwen van de
goden in hun hemelwagens in de lucht, eropuit om dit met eigen
ogen te aanschouwen en terwijl ze door hun neven en vrienden
werden natgespoten, waren ze prachtig om te zien met hun
bloeiende gezichten en bedeesde glimlachen.
Surrounded
by guards, King Yudhishthhira's queens came out on their
chariots to see the fun, just as the demigods' wives
appeared in the sky in celestial airplanes. As maternal
cousins and intimate friends sprinkled the queens with
liquids, the ladies' faces bloomed with shy smiles,
enhancing the queens' splendid beauty. (Vedabase)
Tekst
17
Zij, hun
zwagers, hun vrienden enzovoorts, spoten elkaar allemaal nat
met spuiten waarbij hun armen, borsten, dijen en middel als
gevolg van de opwinding ontbloot raakten met hun kleren
doorweekt en uit hun verband, en de bloemen in hun haar
gevlochten losgeschoten; en aldus brachten ze op die manier
bekoorlijk verder spelend hen van streek die onrein van geest
waren.
As
the queens squirted water from syringes at their
brothers-in-law and other male companions, their own
garments became drenched, revealing their arms, breasts,
thighs and waists. In their excitement, the flowers fell
from their loosened braids. By these charming pastimes they
agitated those with contaminated consciousness.
(Vedabase)
Tekst
18
Hij, de keizer
klom in zijn wagen met de beste paarden ervoor en straalde, met
goud omhangen, het met zijn vrouwen in alle richtingen uit als
was hij de koning der offers, de Râjasûya met al
zijn rituelen, in eigen persoon.
The
emperor, mounted upon his chariot drawn by excellent horses
wearing golden collars, appeared splendid in the company of
his wives, just like the brilliant Râjasûya
sacrifice surrounded by its various rituals.
(Vedabase)
Tekst
19
Na de
patnî-samyâja- [**]
en avabhritha-plechtigheden te hebben uitgevoerd, lieten
de priesters hem de âcamana van het sippen van
water ter zuivering uitvoeren, en hem samen met Draupadî
een bad nemen in de Ganges.
The
priests led the King through the execution of the final
rituals of patnî-samyâja and
avabhrithya. Then they had him and Queen
Draupadî sip water for purification and bathe in the
Ganges. (Vedabase)
Tekst
20
De pauken van
de goden weerklonken tezamen met die van de mensen terwijl de
goden, de wijzen, de voorvaderen en de mensen een stortvloed
van bloemen lieten neerregenen.
The
kettledrums of the gods resounded, along with those of human
beings. Demigods, sages, forefathers and humans all poured
down showers of flowers. (Vedabase)
Tekst
21
Hierna namen de
mensen van alle rangen en standen een bad op die plaats waar
zelfs de grootste zondaar op slag kan worden bevrijd van alle
smetten.
All
the citizens belonging to the various orders of varna and
âs'rama then bathed in that place, where even the most
grievous sinner can immediately be freed from all sinful
reactions. (Vedabase)
Tekst
22
Daarna trok de
koning een nieuw stel zijden kleren aan en vereerde hij fraai
opgesierd de priesters, de voorgangers en de brahmanen met
juwelen en kleding.
Next
the King put on new silken garments and adorned himself with
fine jewelry. He then honored the priests, assembly
officials, learned brâhmanas and other guests by
presenting them with ornaments and clothing.
(Vedabase)
Tekst
23
Op
verschillende manieren putte de koning, Nârâyana
toegewijd, zich uit in zijn respectbetoon voor de koningen,
zijn vrienden, weldoeners, naaste verwanten, aangetrouwde
familie alsook voor anderen.
In
various ways King Yudhishthhira, who had totally dedicated
his life to Lord Nârâyana, continuously honored
his relatives, his immediate family, the other kings, his
friends and well-wishers, and all others present as well.
(Vedabase)
Tekst
24
Al de mannen,
met juwelen en oorhangers, bloemen dragend en tulbanden, jasjes
en zaken van zijde, zowel als met de meest kostbare
parelkettingen om, straalden als de halfgoden; en zo ook deden
dat de vrouwen die met de schoonheid van hun gezichten
opgesierd met paren oorhangers en haarlokken en met een gouden
gordel om, prachtig schitterden.
All
the men there shone like demigods. They were adorned with
jeweled earrings, flower garlands, turbans, waistcoats, silk
dhotîs and valuable pearl necklaces. The lovely faces
of the women were beautified by their matched earrings and
locks of hair, and they all wore golden belts.
(Vedabase)
Tekst
25-26
Toen, met zijn
permissie, gingen de hooggeëerde priesters, de
voorgangers, de experts in de Veda's, de brahmanen, de
kshatriya's, de vais'ya's, de s'ûdra's
en de koningen die waren gekomen en die, o koning, tezamen
met hun gevolg, de plaatselijke autoriteiten, de geesten, de
voorvaderen en de halfgoden waren vereerd, terug naar hun eigen
verblijfplaatsen.
Then
the highly cultured priests, the great Vedic authorities who
had served as sacrificial witnesses, the specially invited
kings, the brâhmanas, kshatriyas, vais'yas,
s'ûdras, demigods, sages, forefathers and mystic
spirits, and the chief planetary rulers and their followers
- all of them, having been worshiped by King Yudhishthhira,
took his permission and departed, O King, each for his own
abode. (Vedabase)
Tekst
27
Als sterfelijke
lieden met het drinken van de amrita konden ze er
werkelijk geen genoeg van krijgen de loftrompet te steken over
de grote viering van het Râjasûya-offer van de
geheiligde koning, de dienaar van Heer Krishna.
As
they all glorified the wonderful
Râjasûya-yajña performed by that great
saintly King and servant of Lord Hari, they were not
satiated, just as an ordinary man is never satiated when
drinking nectar. (Vedabase)
Tekst
28
Erdoor gekweld
dat hij van Krishna was gescheiden had koning Yudhishthhira
zoals gezegd [in 10.74:
48] door
liefde gedreven het er moeilijk mee zijn familieleden en
verwanten te laten gaan.
At
that time Râjâ Yudhishthhira stopped a number of
his friends, immediate family members and other relatives
from departing, among them Lord Krishna. Out of love
Yudhishthhira could not let them go, for he felt the pain of
imminent separation. (Vedabase)
Tekst
29
Mijn beste, om
hem een plezier te doen bleef de Allerhoogste Heer daar toen.
De Yaduhelden die in verband daarmee door Sâmba werden
aangevoerd stuurde Hij weg naar Dvârakâ.
My
dear Parîkshit, the Supreme Lord remained there for
some time to please the King, after first sending
Sâmba and the other Yadu heroes back to
Dvârakâ. (Vedabase)
Tekst
30
Op deze manier
raakte de koning, de zoon van Dharma [Yamarâja ofwel
Dharma, de heer der plichten] die met succes de zo moeilijk
over te steken oceaan van zijn verlangens overstak, door
Krishna bevrijd van de koorts [zie ook 10.63:
23].
Thus
King Yudhishthhira, the son of Dharma, was at last relieved
of his burning ambition, having by the grace of Lord Krishna
successfully crossed the vast and formidable ocean of his
desires. (Vedabase)
Tekst
31
Duryodhana deed
het zeer toen hij eenmaal in het paleis de weelde zag van de
Râjasûya en de grootheid van hem
[Yudhishthhira] wiens eigenlijke ziel Acyuta
was.
One
day Duryodhana, while observing the riches of King
Yudhishthhira's palace, felt greatly disturbed by the
magnificence of both the Râjasûya sacrifice and
its performer, the King, whose life and soul was Lord
Acyuta. (Vedabase)
Tekst
32
In dat paleis
waren de uiteenlopende vormen van weelde van de koningen der
mensen, de koningen der demonen en de koningen van de
godsbewusten bijeengebracht. Verschaft door de kosmische
architect [Maya Dânava], stond die weelde ter
beschikking van de dochter van koning Drupada met haar
echtgenoten [de Pândava's]. Zelf ook aangetrokken
tot haar treurde het hart van de Kuru-prins.
In
that palace all the collected opulences of the kings of men,
demons and gods were brilliantly manifest, having been
brought there by the cosmic inventor, Maya Dânava.
With those riches Draupadî served her husbands, and
Duryodhana, the prince of the Kurus, lamented because he was
very much attracted to her. (Vedabase)
Tekst
33
De duizenden
koninginnen van de Heer van Mathurâ waren daar de hele
tijd aanwezig, hoogst aantrekkelijk met hun tailles en volle
heupen, zich langzaam rondbewegend met hun voeten die charmant
tinkelden, met hun paarlen halskettingen die rood waren van de
kunkum van hun borsten en met hun mooie gezichten die rijk
versierd waren met oorbellen en haarlokken.
Lord
Madhupati's thousands of queens were also staying in the
palace. Their feet moved slowly, weighed down by their hips,
and the bells on their feet tinkled charmingly. Their waists
were very slender, the kunkuma from their breasts reddened
their pearl necklaces, and their swaying earrings and
flowing locks of hair enhanced the exquisite beauty of their
faces. (Vedabase)
Tekst
34-35
In de
ontvangstzaal gebouwd door Maya viel het zo voor dat de zoon
van Dharma, de keizer in eigen persoon, in het gezelschap van
zijn metgezellen, zijn familie en ook Krishna, zijn Eigenlijke
Blik, was gezeten op een troon van goud als was hij, met de
rijkdom van het hoogste leiderschap, Indra die vergezeld en
geprezen wordt door de hofdichters.
It
so happened that Emperor Yudhishthhira, the son of Dharma,
was sitting just like Indra on a golden throne in the
assembly hall built by Maya Dânava. Present with him
were his attendants and family members, and also Lord
Krishna, his special eye. Displaying the opulences of
Brahmâ himself, King Yudhishthhira was being praised
by the court poets. (Vedabase)
Tekst
36
Daar, o Koning,
kwam toen Duryodhana binnen omringd door zijn broers. Apetrots
een kroon dragend en een halsketting, had hij steeds zijn hand
op zijn zwaard terwijl hij kwaad aan het fulmineren was
[tegen de deurwachters].
Proud
Duryodhana, holding a sword in his hand and wearing a crown
and necklace, angrily went into the palace in the company of
his brothers, O King, insulting the doorkeepers as he
entered. (Vedabase)
Tekst
37
Begoocheld door
de toverkunsten van Maya zag hij de harde vloer aan voor water
en hield hij het einde van zijn kleed omhoog, maar verderop
tuimelde hij in water dat hij aanzag voor een vaste
vloer.
Bewildered
by the illusions created through Maya Dânava's magic,
Duryodhana mistook the solid floor for water and lifted the
end of his garment. And elsewhere he fell into the water,
mistaking it for the solid floor. (Vedabase)
Tekst
38
Bhîma die
het zag schaterde het uit zoals ook de vrouwen, de koningen en
de rest dat deden, die, mijn beste, ook al werden ze door de
koning ervan weerhouden, de goedkeuring van Krishna genoten.
My
dear Parîkshit, Bhîma laughed to see this, and
so did the women, kings and others. King Yudhishthhira tried
to stop them, but Lord Krishna showed His approval.
(Vedabase)
Tekst
39
Hij
[Duryodhana], laaiend van de woede, vertrok toen
innerlijk ontdaan beschaamd met zijn gezicht naar beneden naar
Hastinâpura. Toen zich dat voordeed rees er onder de
waarachtigen een zeer luidruchtig 'helaas, helaas!' op.
Ajâtas'atru [de koning] zag het somber in en de
Opperheer, uit wiens blik de verbijstering voortkwam, hield
Zich er stil bij, erop voorbereid om de last van de aarde weg
te nemen [zie ook 1.15:
25-26,
10.2:
38 en
10.63:
27].
Humiliated
and burning with anger, Duryodhana turned his face down,
left without uttering a word and went back to
Hastinâpura. The saintly persons present loudly cried
out, "Alas, alas!" and King Yudhishthhira was somewhat
saddened. But the Supreme Lord, whose mere glance had
bewildered Duryodhana, remained silent, for His intention
was to remove the burden of the earth. (Vedabase)
Tekst
40
Ik heb nu
uitleg verschaft over dat wat u me vroeg, o Koning, betreffende
de verdorvenheid van Duryodhana gedurende het grote
Râjasûya-offer.'
I
have now replied to your question, O King, concerning why
Duryodhana was dissatisfied on the occasion of the great
Râjasûya sacrifice. (Vedabase)
*: In het huidige India kent men de traditie van het
Holi-feest, of kleurenfeest eens per jaar op de ochtend na
volle maan begin Maart, waarbij men dit spel speelt. Men viert
er het begin van de lente mee en de dood van de demone Holika.
Holika was de zuster van Hiranyakas'ipu die met het bestrijden
van Prahlâda er maar niet in slaagt hem te doden [zie
7.5].
Zij, tegen vuur bestand zo heette het, zittend met hem in een
vuur kan hem echter zo niet deren. Hij blijft ongedeerd, maar
zij gaat in vlammen op. Zo worden er met Holi de nacht tevoren
ook grote vreugdevuren ontstoken ter nagedachtenis aan dit
verhaal. Hoewel Holi over het gehele noorden van India wordt
gevierd, is er speciale aandacht en vreugde voor in
Mathurâ, Vrindâvana, Nandgaon, en Barsnar (de
plaatsen waar Heer Krishna en S'ri Râdhâ
opgroeiden). Heer Krishna, toen Hij opgroeide in Vraja, maakte
het feest populair met Zijn inventieve streken. De
gopî's van Vraja reageerden met een gepast
enthousiasme en de festiviteiten zijn sedertdien volgehouden.
Rolomdraaiing met travestie, feminisme etc. zijn aanvaarde
gebruiken gedurende dit festival. Mannen en vrouwen in Vraja
vechten met elkaar in een kleurig vertoon van een nepgevecht
tussen de sexen. Een in de natuur gevonden roodoranje
kleurstof, kesudo, wordt gebruikt om alle deelnemers te
besmeuren en doordrenken.
**:
Het patnî-samyâja ritueel is het ritueel dat
uitgevoerd wordt door de sponsor van het offer en zijn vrouw;
het bestaat uit uitgietingen voor Soma, Tvashthâ, de
vrouwen van bepaalde halfgoden, en
Agni.
