
Bronteksten
(geen voorgaande teksten in het Nederlands voor
handen):
The
Killing of Dantavakra, Vidûratha and
Romaharshana
Tekst
1-2:
S'rî
S'uka zei: 'Als een daad van vriendschap tegenover de
overledenen, S'is'upâla, S'âlva en Paundraka die
naar een andere wereld waren geholpen, vertoonde zich, geheel
in zijn eentje, te voet en met een knots in zijn hand, o grote
koning, de slechterik [Dantavakra, zie 9.24:
37] die in
zijn woede met enkel zijn fysieke macht de aarde deed schudden
onder zijn voeten.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Acting out of friendship for
S'is'upâla, S'âlva and Paundraka, who had all
passed on to the next world, the wicked Dantavakra appeared
on the battlefield in a great rage, O King. All alone, on
foot and wielding a club in his hand, the mighty warrior
shook the earth with his footsteps.
Tekst
3
Toen Hij hem op
Zich af zag komen nam Heer Krishna snel Zijn knots van Zijn
wagen springend en bracht Hij hem tot stilstand zoals de kust
dat doet met de zee.
Seeing
Dantavakra approach, Lord Krishna quickly picked up His
club, jumped down from His chariot and stopped His advancing
opponent just as the shore holds back the ocean.
Tekst
4
Zijn
strijdknots heffend zei de koning van Karûsha verdwaasd
tot Mukunda: 'Wat een geluk, wat een geluk om vandaag Jou, mijn
weg kruisend, voor ogen te hebben.
Raising
his club, the reckless King of Karûsha said to Lord
Mukunda, "What luck! What luck - to have You come before me
today!
Tekst
5:
Jij Krishna als
onze neef van moeders zijde, die van geweld bent geweest met
mijn vrienden, bent eropuit om mij te doden; daarom, Jij
aardige vent, zal ik Je doden met mijn bliksemknots.
"You
are our maternal cousin, Krishna, but You committed violence
against my friends, and now You want to kill me also.
Therefore, fool, I will kill You with my thunderbolt
club.
Tekst
6:
Alleen dan, Jij
onbenul, zal ik, die om zijn vrienden geeft, met het doden van
de vijand in de gedaante van een familielid die is als een
ziekte in je lichaam, mijn schuld aan mijn vrienden hebben
ingelost.'
"Then,
O unintelligent one, I who am obliged to my friends will
have repaid my debt to them by killing You, my enemy
disguised as a relative, who are like a disease within my
body."
Tekst
7:
Aldus met grove
taal Krishna belasterend zoals men een olifant aanspoort met
stokken, brulde hij als een leeuw en sloeg hij Hem met zijn
strijdknots op het hoofd.
Thus
trying to harass Lord Krishna with harsh words, as one might
prick an elephant with sharp goads, Dantavakra struck the
Lord on the head with his club and roared like a
lion.
Tekst
8:
Ondanks te zijn
geraakt door de knots week Krishna, de verlosser van de Yadu's,
geen centimeter van het slagveld en deelde Hij hem een zware
klap midden op zijn borst uit met Zijn Kaumodakî
[Zijn knots].
Although
hit by Dantavakra's club, Lord Krishna, the deliverer of the
Yadus, did not budge from His place on the battlefield.
Rather, with His massive Kaumodakî club the Lord
struck Dantavakra in the middle of his chest.
Tekst
9:
Met zijn hart
verpletterd door de knots bloed spuwend stortte hij levenloos
ter aarde met zijn haar, armen en benen wijd
uitgespreid.
His
heart shattered by the club's blow, Dantavakra vomited blood
and fell lifeless to the ground, his hair disheveled and his
arms and legs sprawling.
Tekst
10
Toen, o koning,
ging, zo dat alle levende wezens het konden zien, net zoals bij
S'is'upâla [zie 10.74:
45], een
zeer subtiel, wonderbaarlijk licht Heer Krishna
binnen.
A
most subtle and wondrous spark of light then [rose from
the demon's body and] entered Lord Krishna while
everyone looked on, O King, just as when S'is'upâla
was killed.
Tekst
11
Daarop kwam
Vidûratha, zijn broer, verzonken in treurnis over zijn
verwant, met zwaard en schild naar voren, zwaar ademend in zijn
verlangen Hem te doden.
But
then Dantavakra's brother Vidûratha, immersed in
sorrow over his brother's death, came forward breathing
heavily, sword and shield in hand. He wanted to kill the
Lord.
Tekst
12
Van hem in de
aanval sneed Krishna vervolgens met de messcherpe rand van Zijn
cakra, o koning der koningen, het hoofd met de helm en de
oorhangers eraf.
O
best of kings, as Vidûratha fell upon Him, Lord
Krishna used His razor- edged Sudars'ana disc to remove his
head, complete with its helmet and earrings.
Tekst
13-15
Na aldus de
voor anderen onoverkomelijke S'âlva met zijn Saubha-fort
tezamen met Dantavakra en zijn jongere broer Vidûratha te
hebben gedood, werd Hij geprezen door de goden en de mensen, de
wijzen en vervolmaakten, de zangers van de hemel en de
wetenschappers, de groten der uitnemendheid en de dansmeisjes,
de voorvaderen en de hoeders der weelde zowel als de
achtenswaardigen en de machtigen die allen Zijn heerlijkheid
bezongen onder het uitstrooien van bloemen terwijl Hij met de
meest eminente Vrishni's om Zich heen Zijn opgesierde hoofdstad
binnenkwam.
Having
thus destroyed S'âlva and his Saubha airship, along
with Dantavakra and his younger brother, all of whom were
invincible before any other opponent, the Lord was praised
by demigods, human beings and great sages, by Siddhas,
Gandharvas, Vidyâdharas and Mahoragas, and also by
Apsarâs, Pitâs, Yakshas, Kinnaras and
Câranas. As they sang His glories and showered Him
with flowers, the Supreme Lord entered His festively
decorated capital city in the company of the most eminent
Vrishnis.
Tekst
16
Het is op die
manier dat de Beheerser van de Yoga, Krishna de Allerhoogste
Heer en Meester van het Levende Wezen zegerijk is; het is voor
hen wiens blik is als die van dieren dat Hij onder nederlagen
gebukt lijkt te gaan [*].
Thus
Lord Krishna, the Supreme Personality of Godhead, the master
all mystic power and Lord of the universe, is ever
victorious. Only those of beastly vision think He sometimes
suffers defeat.
Tekst
17
Heer Râma
toen Hij vernam dat de Kuru's en de Pândava's zich op
oorlog aan het voorbereiden waren, vertrok, bekend staande als
neutraal, zeggende dat Hij Zich zou baden in heilige plaatsen.
Lord
Balarâma then heard that the Kurus were preparing for
war with the Pândavas. Being neutral, He departed on
the pretext of going to bathe in holy places.
Tekst
18
Na Zich te
hebben gebaad in Prabhâsa en de halfgoden en wijzen, de
voorvaderen en menselijke wezens te hebben geëerd, ging
Hij omringd door brahmanen naar de Sarasvatî waar ze in
de westelijke richting naar de zee stroomt.
After
bathing at Prabhâsa and honoring the demigods, sages,
forefathers and prominent human beings, He went in the
company of brâhmanas to the portion of the
Sarasvatî that flows westward into the sea.
Tekst
19-20
O zoon van
Bharata, Hij legde een bezoek af aan de grote watervlakte van
Bindu-saras, Tritakûpa, Sudars'ana, Vis'âla en
Brahma-tîrtha, Cakra-tîrtha, de Sarasvatî
waar ze naar het oosten stroomt en al [de heilige
plaatsen] langs de Yamunâ en de Ganges als ook aan
het Naimisha woud alwaar de rishi's zich bezighielden met het
uitvoeren van een uitgebreide offerplechtigheid [zie ook
1.1:
4].
Lord
Balarâma visited the broad Bindu-saras Lake,
Tritakûpa, Sudars'ana, Vis'âla,
Brahma-tîrtha, Cakra-tîrtha and the
eastward-flowing Sarasvatî. He also went to all the
holy places along the Yamunâ and the Ganges, O
Bhârata, and then He came to the Naimisha forest,
where great sages were performing an elaborate
sacrifice.
Tekst
21
Hem bij Zijn
aankomst herkennend, begroetten zij die met het offer bezig
waren Hem, naar behoren opstaand en zich buigend in
eerbetoon.
Recognizing
the Lord upon His arrival, the sages, who had been engaged
in their sacrificial rituals for a long time, greeted Him
properly by standing up, bowing down and worshiping
Him.
Tekst
22
Toen Hij
tezamen met Zijn metgezellen was vereerd en een zitplaats had
ingenomen merkte Hij op dat de leerling [Romaharshana, zie
tevens 1.4:
22] van de
grootste der wijzen [Vyâsa] was blijven
zitten.
After
being thus worshiped along with His entourage, the Lord
accepted a seat of honor. Then He noticed that Romaharshana,
Vyâsadeva's disciple, had remained seated.
Tekst
23
Met voor ogen
dat de sûta [een zoon van een gemengd huwelijk van
een brahmaanse vader en een kshatriya moeder] die zich niet
had verbogen of zijn handen had samengebracht, neerzat hoger
dan de rest van de geschoolden, raakte de lieve Heer
vertoornd:
Lord
Balarâma became extremely angry upon seeing how this
member of the sûta caste had failed to stand up, bow
down or join his palms, and also how he was sitting above
all the learned brâhmanas.
Tekst
24
'Omdat hij, als
pratiloma
geboren, hoger zit dan deze geleerden en ook hoger dan Ik, de
Beschermer der Religie, verdient hij het, arrogant als hij is,
te sterven.
[Lord
Balarâma said:] Because this fool born from an
improperly mixed marriage sits above all these
brâhmanas and even above Me, the protector of
religion, he deserves to die.
Tekst
25-26
Na als een
leerling van de Heer onder de wijzen [Vyâsa dus]
in extenso de vele itihâsa's,
purâna's
en s'âstra's
over de
religie te hebben bestudeerd, is hij, zichzelf niet in de hand
hebbend, ijdel de nederigheid missend en zijn geest niet
onderworpen hebbend met het zichzelf voor een geleerde
autoriteit houden, een acteur geworden die, door er een schone
schijn van te maken, niet tot goede eigenschappen inspireert
Although
he is a disciple of the divine sage Vyâsa and has
thoroughly learned many scriptures from him, including the
lawbooks of religious duties and the epic histories and
Purânas, all this study has not produced good
qualities in him. Rather, his study of the scriptures is
like an actor's studying his part, for he is not
self-controlled or humble and vainly presumes himself a
scholarly authority, though he has failed to conquer his own
mind.
Tekst
27
Het is voor dit
doel inderdaad dat Ik nederdaalde in deze wereld: om aan hen
een einde te maken die zich voordoen als religieus maar in
feite het meest zondig zijn.'
The
very purpose of My descent into this world is to kill such
hypocrites who pretend to be religious. Indeed, they are the
most sinful rascals.
Tekst
28
Dat gezegd
hebbend, sloeg de Opperheer, daar Hij [in Zijn
bedevaart] er ook mee was gestopt de ongelovigen te doden,
onvermijdelijk als het was, hem met de punt van een grasspriet
door Hem als de Meester in Zijn hand gehouden.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Although Lord
Balarâma had stopped killing the impious,
Romaharshana's death was inevitable. Thus, having spoken,
the Lord killed him by picking up a blade of kus'a grass and
touching him with its tip.
Tekst
29
'Ohhh, ohhh'
brachten al de wijzen uit en zeiden verstoord van geest tot
Sankarshana deva: 'U hebt zich schuldig gemaakt aan een daad
van ongeloof, o Meester.
All
the sages cried out, "Alas, alas !" in great distress. They
told Lord Sankarshana, "O master, You have committed an
irreligious act!
Tekst
30
Samen met een
lang leven en de vrijheid van materiële zorgen hebben we
hem de zitplaats van de meester vergund totdat de
offerplechtigheid is afgerond, o Lieveling van de Yadu's.
"O
favorite of the Yadus, we gave him the seat of the spiritual
master and promised him long life and freedom from physical
pain for as long as this sacrifice continues.
Tekst
31-32
Hoewel
natuurlijk, voor U, Meester der Mystieke Macht, de
schriftuurlijke voorschriften niet de dienst uitmaken, hebt U
zonder het te weten iets begaan dat gelijk staat met het
vernietigen van een brahmaan; maar als U voor dit ter dood
brengen van een brahmaan boete doet, o Zuiveraar van de Wereld,
zullen de gewone mensen, die zich aan niemand anders spiegelen,
hun voordeel doen met Uw voorbeeld.'
"You
have unknowingly killed a brâhmana. Of course, even
the injunctions of revealed scripture cannot dictate to You,
the Lord of all mystic power. But if by Your own free will
You nonetheless carry out the prescribed purification for
this slaying of a brâhmana, O purifier of the whole
world, people in general will greatly benefit by Your
example."
Tekst
33
De Allerhoogste
Heer zei: 'Ik, die het verlang voor de gewone man van mededogen
te zijn, zal de inlossing opbrengen voor de schade die Ik heb
aangericht; alstublieft schroom U niet te zeggen wat het
voorgeschreven ritueel is dat voorop zou staan.
The
Personality of Godhead said: I will certainly perform the
atonement for this killing, since I wish to show compassion
to the people in general. Please, therefore, prescribe for
Me whatever ritual is to be done first.
Tekst
34
Oh, alstublieft
spreek dat woord, en Mijn mystiek vermogen zal het lange leven,
de kracht en het zinnelijk vermogen teweeg brengen dat u
voorspiegelde.'
O
sages, just say the word, and by My mystic power I shall
restore everything you promised him - long life, strength
and sensory power.
Tekst
35
De wijzen
zeiden 'AlstUblieft, o Râma, regel het zo dat zowel het
vermogen van de dood door Uw [kus'a-]wapen als dat wat
wij gezegd hebben overeind blijft.'
The
sages said: Please see to it, O Râma, that Your power
and that of Your kus'a weapon, as well as our promise and
Romaharshana's death, all remain intact.
Tekst
36
De Opperheer
zei: 'Het kind geboren, zo zeggen het ons de Veda's, is
waarlijk iemands eigen zelf, derhalve behoort het zijne
[het 'bijproduct', de zoon, de leerling of de purâna,
in dit geval Sûta Gosvâmî , zie
1.2:
1] de
spreker te zijn met een lang leven, sterke zinnen en fysiek
vermogen [zie ook **].
The
Supreme Lord said: The Vedas instruct us that one's own self
takes birth again as one's son. Thus let Romaharshana's son
become the speaker of the Purânas, and let him be
endowed with long life, strong senses and stamina.
Tekst
37
O besten der
wijzen, zeg Me alstublieft wat u verlangt, ik zal het naleven,
en wederom, bedenk alstublieft, o intelligenten, wat de juiste
vorm van loutering zou zijn voor Mij die inderdaad niet
weet.'
Please
tell Me your desire, O best of sages, and I shall certainly
fulfill it. And, O wise souls, please carefully determine My
proper atonement, since I do not know what it might
be.
Tekst
38
De rishi's
zeiden: 'Ilvala's angstwekkende zoon genaamd Balvala bevuilt
als een duivel onze offerplechtigheid hier iedere nieuwe
maan.
The
sages said: A fearsome demon named Balvala, the son of
Ilvala, comes here every new-moon day and contaminates our
sacrifice.
Tekst
39
De beste dienst
die U ons kan bewijzen is die zondaar die pus, bloed,
uitwerpselen, urine en vlees over ons uitstort te verslaan, o
Afstammeling van Bharata.
O
descendant of Das'ârha, please kill that sinful demon,
who pours down pus, blood, feces, urine, wine and meat upon
us. This is the best service You can do for us.
Tekst
40
Daarna dient U,
voor de duur van twaalf maanden boete doend, in alle sereniteit
rond te gaan door het land van Bhârata [India] en
gezuiverd te raken door te baden in de heilige
plaatsen.'
Thereafter,
for twelve months, You should circumambulate the land of
Bhârata in a mood of serious meditation, executing
austerities and bathing at various holy pilgrimage sites. In
this way You will become purified.
*
Het staat dus hier in het Bhâgavatam beschreven dat
men de visie van een beest heeft als men denkt dat de Heer ooit
ten onder zou gaan zoals met Krishna wegvluchtend voor
Jarâsandha [10.52],
Krishna die doet alsof Hij onder de indruk is van
S'âlva's truuks [10.77:
27-32],
de Buddha die ten onder ging aan voedselvergiftiging of Jezus
Christus die werd gekruisigd; aan het eind is er met Zijn
neiging tot verdwijnen de victorie, de verlichting, de
wederopstanding, de tweede geboorte in het aanvaarden van de
leringen.
** Om het
principe te verduidelijken hier verkondigd door Heer
Balarâma wordt door de paramparâ in de persoon van
S'rîla S'rîdhara Svâmî het volgende
vedische vers aangehaald, dat zowel te vinden is in de
S'atapatha Brâhmana (14.9.8.4) als in de
Brihad-âranyaka Upanishad (6.4.8):
angâd
angât sambhavasi
hridayâd abhijâyase
âtmâ vai putra-nâmâsi
sañjîva s'aradah s'atam
"U
bent geboren uit mijn verschillende ledematen en bent
ontsprongen aan mijn eigen hart. U bent mijn eigen zelf in de
gedaante van mijn zoon. Moge een honderd herfsten uw deel
zijn."
