regelbalk


 

 

Canto 10

Manah S'ikshâ

 

 

Hoofdstuk 78: Dantavakra Gedood en Romaharshana Geslagen met een Grasspriet

(1-2) S'rî S'uka zei: 'Als een daad van vriendschap tegenover de overledenen, S'is'upâla, S'âlva en Paundraka die naar een andere wereld waren geholpen, vertoonde zich, geheel in zijn eentje, te voet en met een knots in zijn hand o grote koning, de booswicht [Dantavakra, zie 9.24: 37] die in zijn woede met enkel zijn fysieke macht de aarde deed schudden onder zijn voeten. (3) Toen Hij hem op Zich af zag komen nam Heer Krishna snel Zijn knots, sprong van Zijn wagen en bracht Hij hem tot stilstand zoals de kust dat doet met de zee. (4) Zijn strijdknots heffend zei de koning van Karûsha verdwaasd tot Mukunda: 'Wat een geluk, wat een geluk om vandaag Jou mijn weg te zien kruisen. (5) Jij Krishna als onze neef van moeders zijde, die van geweld bent geweest met mijn vrienden, bent eropuit om mij te doden; daarom, Jij aardige vent, zal ik Je doden met mijn bliksemknots. (6) Alleen dan, Jij onbenul, zal ik, die om zijn vrienden geeft, met het doden van de vijand in de gedaante van een familielid die is als een ziekte in je lichaam, mijn schuld aan mijn vrienden hebben ingelost.'

(7) Aldus met grove taal Krishna belasterend zoals men een olifant aanspoort met stokken, brulde hij als een leeuw en sloeg hij Hem met zijn strijdknots op het hoofd. (8) Ondanks te zijn geraakt door de knots week Krishna, de verlosser van de Yadu's, geen centimeter van het slagveld en deelde Hij hem een zware klap midden op zijn borst uit met Zijn Kaumodakî [Zijn knots]. (9) Met zijn hart verpletterd door de knots bloed spuwend stortte hij levenloos ter aarde met zijn haar, armen en benen wijd uitgespreid. (10) Toen, o koning, ging, zo dat alle levende wezens het konden zien, net zoals bij S'is'upâla [zie 10.74: 45], een zeer subtiel, wonderbaarlijk licht Heer Krishna binnen. (11) Daarop kwam Vidûratha, zijn broer, verzonken in treurnis over zijn verwant, met zwaard en schild naar voren, zwaar ademend in zijn verlangen Hem te doden. (12) Van hem in de aanval sneed Krishna vervolgens met de messcherpe rand van Zijn cakra, o koning der koningen, het hoofd met de helm en de oorhangers eraf. (13-15) Na aldus de voor anderen onoverkomelijke S'âlva met zijn Saubha-fort tezamen met Dantavakra en zijn jongere broer Vidûratha te hebben gedood, werd Hij geprezen door de goden en de mensen, de wijzen en vervolmaakten, de zangers van de hemel en de wetenschappers, de groten der uitnemendheid en de dansmeisjes, de voorvaderen en de hoeders der weelde zowel als de achtenswaardigen en de machtigen die allen Zijn heerlijkheid bezongen onder het uitstrooien van bloemen toen Hij met de meest eminente Vrishni's om Zich heen Zijn opgesierde hoofdstad binnenkwam. (16) Het is op die manier dat de Heer van de Yoga, Krishna de Allerhoogste Heer en Meester van het Levende Wezen zegerijk is; het is in de ogen van hen die er een dierlijke manier van denken op nahouden dat Hij onder nederlagen gebukt lijkt te gaan [*].

(17) Heer Râma toen Hij vernam dat de Kuru's en de Pândava's zich op oorlog aan het voorbereiden waren, vertrok, bekendstaande als neutraal, met de mededeling dat Hij Zich wilde baden in heilige plaatsen. (18) Na Zich te hebben gebaad in Prabhâsa en de halfgoden en wijzen, de voorvaderen en menselijke wezens te hebben geëerd, ging Hij omringd door brahmanen naar de Sarasvatî waar ze in de westelijke richting naar de zee stroomt. (19-20) O zoon van Bharata, Hij legde een bezoek af aan de grote watervlakte van Bindu-saras, Tritakûpa, Sudars'ana, Vis'âla en Brahma-tîrtha, Cakra-tîrtha, de Sarasvatî waar ze naar het oosten stroomt en al [de heilige plaatsen] langs de Yamunâ en de Ganges alsook aan het Naimisha woud alwaar de rishi's zich bezighielden met het uitvoeren van een uitgebreide offerplechtigheid [zie ook 1.1: 4]. (21) Hem bij Zijn aankomst herkennend, begroetten zij die met het offer bezig waren Hem, naar behoren opstaand en zich buigend in eerbetoon. (22) Toen Hij tezamen met Zijn metgezellen was vereerd en een zitplaats had ingenomen merkte Hij op dat de leerling [Romaharshana, zie tevens 1.4: 22] van de grootste der wijzen [Vyâsa] was blijven zitten. (23) Met voor ogen dat de sûta [een zoon van een gemengd huwelijk van een brahmaanse vader en een kshatriya moeder] die zich niet had verbogen of zijn handen had samengebracht, neerzat hoger dan de rest van de geschoolden, raakte de lieve Heer vertoornd: (24) 'Omdat hij, als pratiloma geboren, hoger gezeten is dan deze geleerden en ook hoger dan Ik, de Beschermer der Religie, verdient hij het, arrogant als hij is, te sterven. (25-26) Na als een leerling van de Heer onder de wijzen [Vyâsa dus] in extenso de vele Itihâsa's, Purâna's en S'âstra's over de religie te hebben bestudeerd, is hij, zichzelf niet in de hand hebbend, ijdel de nederigheid missend en zijn geest niet onderworpen hebbend met het zichzelf voor een geleerde autoriteit houden, een acteur geworden die, door er een schone schijn van te maken, niet tot goede eigenschappen inspireert. (27) Het is voor dit doel inderdaad dat Ik nederdaalde in deze wereld: om aan hen een einde te maken die zich voordoen als religieus maar in feite het meest zondig zijn.'

(28) Dat gezegd hebbende, sloeg de Opperheer, daar Hij [in Zijn bedevaart] er ook mee was gestopt de ongelovigen te doden, onvermijdelijk als het was, hem met de punt van een grasspriet die door Hem als de Meester in Zijn hand werd gehouden. (29) 'Ohhh, ohhh' riepen al de wijzen uit en zeiden verstoord tot Sankarshana deva: 'U hebt zich schuldig gemaakt aan een goddeloze daad, o Meester. (30) Samen met een lang leven en de vrijheid van materiële zorgen hebben we hem de zitplaats van de meester vergund totdat de offerplechtigheid is afgerond, o Lieveling van de Yadu's. (31-32) Hoewel natuurlijk, voor U, Meester der Mystieke Macht, de schriftuurlijke voorschriften niet de dienst uitmaken, hebt U zonder het te weten iets begaan dat gelijk staat aan het vernietigen van een brahmaan; maar als U voor dit ter dood brengen van een brahmaan boete doet, o Zuiveraar van de Wereld, zullen de gewone mensen, die zich aan niemand anders spiegelen, hun voordeel doen met Uw voorbeeld.'

(33) De Allerhoogste Heer zei: 'Ik, die het verlang voor de gewone man van mededogen te zijn, zal de inlossing opbrengen voor de schade die Ik heb aangericht; alstublieft schroom u niet te zeggen wat het voorgeschreven ritueel is dat hiervoor zou gelden. (34) Oh, alstublieft breng dit onder woorden, dan zal Ik met Mijn mystiek vermogen het lange leven, de kracht en het zinnelijk vermogen in ere herstellen dat u [hem] beloofde.'

(35) De wijzen zeiden: 'AlstUblieft, o Râma, regel het zo dat zowel de macht van het doden door middel van Uw [gras-]wapen als dat wat wij gezegd hebben overeind blijft.'

(36) De Opperheer zei: 'Het kind geboren, zo zeggen het ons de Veda's, is waarlijk iemands eigen zelf, derhalve behoort zijn zoon [Sûta Gosvâmî, zie 1.2: 1] de spreker te zijn [van de Purâna, begiftigd] met een lang leven, sterke zinnen en fysiek vermogen [zie ook **]. (37) O besten der wijzen, zeg Me alstublieft wat u verlangt, ik zal het naleven, en wederom, bedenk alstublieft, o intelligenten, wat de juiste vorm van loutering zou zijn, want Ik heb er geen idee van.'

(38) De rishi's zeiden: 'De schrikwekkende duivel Balvala die Ilvala's zoon is bevuilt hier iedere nieuwe maan onze offerplechtigheid. (39) De beste dienst die U ons kan bewijzen is die zondaar die pus, bloed, uitwerpselen, urine en vlees over ons uitstort te verslaan, o afstammeling van Das'ârha. (40) Daaropvolgend dient U, voor de duur van twaalf maanden boete doend, sereen rond te trekken door het land van Bhârata [India] en U te zuiveren door te baden in de heilige plaatsen.'

 

next                       

 
 

Tweede editie, geladen 9 december 2008  

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande teksten in het Nederlands voor handen):

The Killing of Dantavakra, Vidûratha and Romaharshana

 

Tekst 1-2

S'rî S'uka zei: 'Als een daad van vriendschap tegenover de overledenen, S'is'upâla, S'âlva en Paundraka die naar een andere wereld waren geholpen, vertoonde zich, geheel in zijn eentje, te voet en met een knots in zijn hand o grote koning, de booswicht [Dantavakra, zie 9.24: 37] die in zijn woede met enkel zijn fysieke macht de aarde deed schudden onder zijn voeten.

S'ukadeva Gosvâmî said: Acting out of friendship for S'is'upâla, S'âlva and Paundraka, who had all passed on to the next world, the wicked Dantavakra appeared on the battlefield in a great rage, O King. All alone, on foot and wielding a club in his hand, the mighty warrior shook the earth with his footsteps. (Vedabase)

 

Tekst 3

Toen Hij hem op Zich af zag komen nam Heer Krishna snel Zijn knots, sprong van Zijn wagen en bracht Hij hem tot stilstand zoals de kust dat doet met de zee.

Seeing Dantavakra approach, Lord Krishna quickly picked up His club, jumped down from His chariot and stopped His advancing opponent just as the shore holds back the ocean. (Vedabase)

 

Tekst 4

Zijn strijdknots heffend zei de koning van Karûsha verdwaasd tot Mukunda: 'Wat een geluk, wat een geluk om vandaag Jou mijn weg te zien kruisen.

Raising his club, the reckless King of Karûsha said to Lord Mukunda, "What luck! What luck - to have You come before me today! (Vedabase)

 

Tekst 5

Jij Krishna als onze neef van moeders zijde, die van geweld bent geweest met mijn vrienden, bent eropuit om mij te doden; daarom, Jij aardige vent, zal ik Je doden met mijn bliksemknots.

"You are our maternal cousin, Krishna, but You committed violence against my friends, and now You want to kill me also. Therefore, fool, I will kill You with my thunderbolt club. (Vedabase)

 

Tekst 6

Alleen dan, Jij onbenul, zal ik, die om zijn vrienden geeft, met het doden van de vijand in de gedaante van een familielid die is als een ziekte in je lichaam, mijn schuld aan mijn vrienden hebben ingelost.'

"Then, O unintelligent one, I who am obliged to my friends will have repaid my debt to them by killing You, my enemy disguised as a relative, who are like a disease within my body." (Vedabase)

     

Tekst 7

Aldus met grove taal Krishna belasterend zoals men een olifant aanspoort met stokken, brulde hij als een leeuw en sloeg hij Hem met zijn strijdknots op het hoofd.

Thus trying to harass Lord Krishna with harsh words, as one might prick an elephant with sharp goads, Dantavakra struck the Lord on the head with his club and roared like a lion. (Vedabase)

 

 Tekst 8

Ondanks te zijn geraakt door de knots week Krishna, de verlosser van de Yadu's, geen centimeter van het slagveld en deelde Hij hem een zware klap midden op zijn borst uit met Zijn Kaumodakî [Zijn knots].

Although hit by Dantavakra's club, Lord Krishna, the deliverer of the Yadus, did not budge from His place on the battlefield. Rather, with His massive Kaumodakî club the Lord struck Dantavakra in the middle of his chest. (Vedabase)

 

Tekst 9

Met zijn hart verpletterd door de knots bloed spuwend stortte hij levenloos ter aarde met zijn haar, armen en benen wijd uitgespreid.

His heart shattered by the club's blow, Dantavakra vomited blood and fell lifeless to the ground, his hair disheveled and his arms and legs sprawling. (Vedabase)

  

Tekst 10

Toen, o koning, ging, zo dat alle levende wezens het konden zien, net zoals bij S'is'upâla [zie 10.74: 45], een zeer subtiel, wonderbaarlijk licht Heer Krishna binnen.

A most subtle and wondrous spark of light then [rose from the demon's body and] entered Lord Krishna while everyone looked on, O King, just as when S'is'upâla was killed. (Vedabase)

 

Tekst 11

Daarop kwam Vidûratha, zijn broer, verzonken in treurnis over zijn verwant, met zwaard en schild naar voren, zwaar ademend in zijn verlangen Hem te doden.

But then Dantavakra's brother Vidûratha, immersed in sorrow over his brother's death, came forward breathing heavily, sword and shield in hand. He wanted to kill the Lord. (Vedabase)

 

Tekst 12

Van hem in de aanval sneed Krishna vervolgens met de messcherpe rand van Zijn cakra, o koning der koningen, het hoofd met de helm en de oorhangers eraf.

O best of kings, as Vidûratha fell upon Him, Lord Krishna used His razor- edged Sudars'ana disc to remove his head, complete with its helmet and earrings. (Vedabase)

 

Tekst 13-15

Na aldus de voor anderen onoverkomelijke S'âlva met zijn Saubha-fort tezamen met Dantavakra en zijn jongere broer Vidûratha te hebben gedood, werd Hij geprezen door de goden en de mensen, de wijzen en vervolmaakten, de zangers van de hemel en de wetenschappers, de groten der uitnemendheid en de dansmeisjes, de voorvaderen en de hoeders der weelde zowel als de achtenswaardigen en de machtigen die allen Zijn heerlijkheid bezongen onder het uitstrooien van bloemen toen Hij met de meest eminente Vrishni's om Zich heen Zijn opgesierde hoofdstad binnenkwam.

Having thus destroyed S'âlva and his Saubha airship, along with Dantavakra and his younger brother, all of whom were invincible before any other opponent, the Lord was praised by demigods, human beings and great sages, by Siddhas, Gandharvas, Vidyâdharas and Mahoragas, and also by Apsarâs, Pitâs, Yakshas, Kinnaras and Câranas. As they sang His glories and showered Him with flowers, the Supreme Lord entered His festively decorated capital city in the company of the most eminent Vrishnis. (Vedabase)

 

Tekst 16

Het is op die manier dat de Heer van de Yoga, Krishna de Allerhoogste Heer en Meester van het Levende Wezen zegerijk is; het is in de ogen van hen die er een dierlijke manier van denken op nahouden dat Hij onder nederlagen gebukt lijkt te gaan [*].

Thus Lord Krishna, the Supreme Personality of Godhead, the master all mystic power and Lord of the universe, is ever victorious. Only those of beastly vision think He sometimes suffers defeat. (Vedabase)

 

Tekst 17

Heer Râma toen Hij vernam dat de Kuru's en de Pândava's zich op oorlog aan het voorbereiden waren, vertrok, bekendstaande als neutraal, met de mededeling dat Hij Zich wilde baden in heilige plaatsen.

Lord Balarâma then heard that the Kurus were preparing for war with the Pândavas. Being neutral, He departed on the pretext of going to bathe in holy places. (Vedabase)

 

Tekst 18

Na Zich te hebben gebaad in Prabhâsa en de halfgoden en wijzen, de voorvaderen en menselijke wezens te hebben geëerd, ging Hij omringd door brahmanen naar de Sarasvatî waar ze in de westelijke richting naar de zee stroomt.

After bathing at Prabhâsa and honoring the demigods, sages, forefathers and prominent human beings, He went in the company of brâhmanas to the portion of the Sarasvatî that flows westward into the sea. (Vedabase)

 

Tekst 19-20

O zoon van Bharata, Hij legde een bezoek af aan de grote watervlakte van Bindu-saras, Tritakûpa, Sudars'ana, Vis'âla en Brahma-tîrtha, Cakra-tîrtha, de Sarasvatî waar ze naar het oosten stroomt en al [de heilige plaatsen] langs de Yamunâ en de Ganges alsook aan het Naimisha woud alwaar de rishi's zich bezighielden met het uitvoeren van een uitgebreide offerplechtigheid [zie ook 1.1: 4].

Lord Balarâma visited the broad Bindu-saras Lake, Tritakûpa, Sudars'ana, Vis'âla, Brahma-tîrtha, Cakra-tîrtha and the eastward-flowing Sarasvatî. He also went to all the holy places along the Yamunâ and the Ganges, O Bhârata, and then He came to the Naimisha forest, where great sages were performing an elaborate sacrifice. (Vedabase)

  

Tekst 21

Hem bij Zijn aankomst herkennend, begroetten zij die met het offer bezig waren Hem, naar behoren opstaand en zich buigend in eerbetoon.

Recognizing the Lord upon His arrival, the sages, who had been engaged in their sacrificial rituals for a long time, greeted Him properly by standing up, bowing down and worshiping Him. (Vedabase)

   

 Tekst 22

Toen Hij tezamen met Zijn metgezellen was vereerd en een zitplaats had ingenomen merkte Hij op dat de leerling [Romaharshana, zie tevens 1.4: 22] van de grootste der wijzen [Vyâsa] was blijven zitten.

After being thus worshiped along with His entourage, the Lord accepted a seat of honor. Then He noticed that Romaharshana, Vyâsadeva's disciple, had remained seated. (Vedabase)

   

Tekst 23

Met voor ogen dat de sûta [een zoon van een gemengd huwelijk van een brahmaanse vader en een kshatriya moeder] die zich niet had verbogen of zijn handen had samengebracht, neerzat hoger dan de rest van de geschoolden, raakte de lieve Heer vertoornd:

Lord Balarâma became extremely angry upon seeing how this member of the sûta caste had failed to stand up, bow down or join his palms, and also how he was sitting above all the learned brâhmanas. (Vedabase)

 

Tekst 24

'Omdat hij, als pratiloma geboren, hoger gezeten is dan deze geleerden en ook hoger dan Ik, de Beschermer der Religie, verdient hij het, arrogant als hij is, te sterven.

[Lord Balarâma said:] Because this fool born from an improperly mixed marriage sits above all these brâhmanas and even above Me, the protector of religion, he deserves to die. (Vedabase)

 

 Tekst 25-26

Na als een leerling van de Heer onder de wijzen [Vyâsa dus] in extenso de vele Itihâsa's, Purâna's en S'âstra's over de religie te hebben bestudeerd, is hij, zichzelf niet in de hand hebbend, ijdel de nederigheid missend en zijn geest niet onderworpen hebbend met het zichzelf voor een geleerde autoriteit houden, een acteur geworden die, door er een schone schijn van te maken, niet tot goede eigenschappen inspireert

Although he is a disciple of the divine sage Vyâsa and has thoroughly learned many scriptures from him, including the lawbooks of religious duties and the epic histories and Purânas, all this study has not produced good qualities in him. Rather, his study of the scriptures is like an actor's studying his part, for he is not self-controlled or humble and vainly presumes himself a scholarly authority, though he has failed to conquer his own mind. (Vedabase)

 

 Tekst 27

Het is voor dit doel inderdaad dat Ik nederdaalde in deze wereld: om aan hen een einde te maken die zich voordoen als religieus maar in feite het meest zondig zijn.'

The very purpose of My descent into this world is to kill such hypocrites who pretend to be religious. Indeed, they are the most sinful rascals. (Vedabase)

 

 Tekst 28

Dat gezegd hebbende, sloeg de Opperheer, daar Hij [in Zijn bedevaart] er ook mee was gestopt de ongelovigen te doden, onvermijdelijk als het was, hem met de punt van een grasspriet die door Hem als de Meester in Zijn hand werd gehouden.

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] Although Lord Balarâma had stopped killing the impious, Romaharshana's death was inevitable. Thus, having spoken, the Lord killed him by picking up a blade of kus'a grass and touching him with its tip. (Vedabase)

 

 Tekst 29

'Ohhh, ohhh' riepen al de wijzen uit en zeiden verstoord tot Sankarshana deva: 'U hebt zich schuldig gemaakt aan een goddeloze daad, o Meester.

All the sages cried out, "Alas, alas !" in great distress. They told Lord Sankarshana, "O master, You have committed an irreligious act! (Vedabase)

 

 Tekst 30

Samen met een lang leven en de vrijheid van materiële zorgen hebben we hem de zitplaats van de meester vergund totdat de offerplechtigheid is afgerond, o Lieveling van de Yadu's.

"O favorite of the Yadus, we gave him the seat of the spiritual master and promised him long life and freedom from physical pain for as long as this sacrifice continues. (Vedabase)

 

 Tekst 31-32

Hoewel natuurlijk, voor U, Meester der Mystieke Macht, de schriftuurlijke voorschriften niet de dienst uitmaken, hebt U zonder het te weten iets begaan dat gelijk staat aan het vernietigen van een brahmaan; maar als U voor dit ter dood brengen van een brahmaan boete doet, o Zuiveraar van de Wereld, zullen de gewone mensen, die zich aan niemand anders spiegelen, hun voordeel doen met Uw voorbeeld.'

"You have unknowingly killed a brâhmana. Of course, even the injunctions of revealed scripture cannot dictate to You, the Lord of all mystic power. But if by Your own free will You nonetheless carry out the prescribed purification for this slaying of a brâhmana, O purifier of the whole world, people in general will greatly benefit by Your example." (Vedabase)

  

 Tekst 33

De Allerhoogste Heer zei: 'Ik, die het verlang voor de gewone man van mededogen te zijn, zal de inlossing opbrengen voor de schade die Ik heb aangericht; alstublieft schroom u niet te zeggen wat het voorgeschreven ritueel is dat hiervoor zou gelden.

The Personality of Godhead said: I will certainly perform the atonement for this killing, since I wish to show compassion to the people in general. Please, therefore, prescribe for Me whatever ritual is to be done first. (Vedabase)

  

 Tekst 34

Oh, alstublieft breng dit onder woorden, dan zal Ik met Mijn mystiek vermogen het lange leven, de kracht en het zinnelijk vermogen in ere herstellen dat u [hem] beloofde.'

O sages, just say the word, and by My mystic power I shall restore everything you promised him - long life, strength and sensory power. (Vedabase)

 

 Tekst 35

De wijzen zeiden: 'AlstUblieft, o Râma, regel het zo dat zowel de macht van het doden door middel van Uw [gras-]wapen als dat wat wij gezegd hebben overeind blijft.'

The sages said: Please see to it, O Râma, that Your power and that of Your kus'a weapon, as well as our promise and Romaharshana's death, all remain intact. (Vedabase)

 

 Tekst 36

De Opperheer zei: 'Het kind geboren, zo zeggen het ons de Veda's, is waarlijk iemands eigen zelf, derhalve behoort zijn zoon [Sûta Gosvâmî, zie 1.2: 1] de spreker te zijn [van de Purâna, begiftigd] met een lang leven, sterke zinnen en fysiek vermogen [zie ook **].

The Supreme Lord said: The Vedas instruct us that one's own self takes birth again as one's son. Thus let Romaharshana's son become the speaker of the Purânas, and let him be endowed with long life, strong senses and stamina. (Vedabase)

 

 Tekst 37

O besten der wijzen, zeg Me alstublieft wat u verlangt, ik zal het naleven, en wederom, bedenk alstublieft, o intelligenten, wat de juiste vorm van loutering zou zijn, want Ik heb er geen idee van.'

Please tell Me your desire, O best of sages, and I shall certainly fulfill it. And, O wise souls, please carefully determine My proper atonement, since I do not know what it might be. (Vedabase)

 

 Tekst 38

De rishi's zeiden: 'De schrikwekkende duivel Balvala die Ilvala's zoon is bevuilt hier iedere nieuwe maan onze offerplechtigheid.

The sages said: A fearsome demon named Balvala, the son of Ilvala, comes here every new-moon day and contaminates our sacrifice. (Vedabase)

 

 Tekst 39

De beste dienst die U ons kan bewijzen is die zondaar die pus, bloed, uitwerpselen, urine en vlees over ons uitstort te verslaan, o afstammeling van Das'ârha.

O descendant of Das'ârha, please kill that sinful demon, who pours down pus, blood, feces, urine, wine and meat upon us. This is the best service You can do for us. (Vedabase)

 

 Tekst 40

Daaropvolgend dient U, voor de duur van twaalf maanden boete doend, sereen rond te trekken door het land van Bhârata [India] en U te zuiveren door te baden in de heilige plaatsen.'

Thereafter, for twelve months, You should circumambulate the land of Bhârata in a mood of serious meditation, executing austerities and bathing at various holy pilgrimage sites. In this way You will become purified. (Vedabase)

 

* In deze verzen van het Bhâgavatam staat beschreven dat men denkt als een beest als men veronderstelt dat de Heer ooit ten onder zou gaan zoals dat het geval leek te zijn toen Krishna wegvluchtte voor Jarâsandha [10.52], toen Krishna deed alsof Hij onder de indruk was van S'âlva's trucs [10.77: 27-32], toen de Boeddha bezweek aan voedselvergiftiging of toen Jezus Christus werd gekruisigd; uiteindelijk is er met Zijn neiging tot verdwijnen de victorie, de verlichting, de wederopstanding, de tweede geboorte in het aanvaarden van de leringen.

** Om het principe te verduidelijken hier verkondigd door Heer Balarâma wordt door de paramparâ in de persoon van S'rîla S'rîdhara Svâmî het volgende vedische vers aangehaald, dat zowel te vinden is in de S'atapatha Brâhmana (14.9.8.4) als in de Brihad-âranyaka Upanishad (6.4.8):

angâd angât sambhavasi
hridayâd abhijâyase
âtmâ vai putra-nâmâsi
sañjîva s'aradah s'atam

"U bent geboren uit mijn verschillende ledematen en bent ontsprongen aan mijn eigen hart. U bent mijn eigen zelf in de gedaante van mijn zoon. Moge een honderd herfsten uw deel zijn."

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties