De
Allerhoogste Heer zei: 'Zij die het opgeven met deze manieren
om Mij te bereiken, bestaande uit de toewijding, de kennis en
het werk dat moet worden gedaan, komen met het onbeduidende van
de wisselvallige lusten die ze cultiveren met de zintuigen, te
staan voor de eindigheid van het materieel
bestaan.
The
Supreme Personality of Godhead said: Those who give up these
methods for achieving Me, which consist of devotional
service, analytic philosophy and regulated execution of
prescribed duties, and instead, being moved by the material
senses, cultivate insignificant sense gratification,
certainly undergo the continual cycle of material existence.
(Vedabase)
Tekst
2
Van de
standvastigheid die een ieder in zijn positie heeft zegt men
dat dat de feitelijke deugd is en het tegengestelde [ofwel
de onstandvastigheid] is inderdaad de ondeugd; dit is de
slotconclusie wat betreft de twee [zie ook B.G.
2:
16].
Steadiness
in one's own position is declared to be actual piety,
whereas deviation from one's position is considered impiety.
In this way the two are definitely ascertained.
(Vedabase)
Tekst
3
Wat zuiver of
onzuiver zou zijn wat betreft de religie, wat deugd of ondeugd
zou zijn in het normale leven en wat gunstig of ongunstig zou
zijn voor het fysieke voortbestaan zijn zaken die men moet
beoordelen vanuit dezelfde categorie van elementen, o zondeloze
[wat deugt voor het lichaam b.v. deugt nog niet in
religieus opzicht].
O
sinless Uddhava, in order to understand what is proper in
life one must evaluate a given object within its particular
category. Thus, in analyzing religious principles one must
consider purity and impurity. Similarly, in one's ordinary
dealings one must distinguish between good and bad, and to
insure one's physical survival one must recognize that which
is auspicious and inauspicious. (Vedabase)
Tekst
4
Deze werkwijze
[van onderscheid maken tussen goed en kwaad] stel Ik
aan de orde terwille van hen die gebukt gaan onder de last der
religieuze beginselen.
I
have revealed this way of life for those bearing the burden
of mundane religious principles. (Vedabase)
Tekst
5
Aarde, water,
vuur, lucht en ether zijn de vijf basiselementen die, van heer
Brahmâ af aan tot aan de niet-bewegende levende wezens,
deel uitmaken van de lichamen van de levende wezens die allen
verbonden zijn in de Opperziel.
Earth,
water, fire, air and ether are the five basic elements that
constitute the bodies of all conditioned souls, from Lord
Brahmâ himself down to the nonmoving creatures. These
elements all emanate from the one Personality of Godhead.
(Vedabase)
Tekst
6
Hoewel ze
bestaan uit dezelfde elementen en in die zin gelijk aan elkaar
zijn, kennen de Veda's hen verschillende namen en vormen toe
die de behartiging van hun eigenbelang ten dienste staan,
Uddhava [zie varnâs'rama].
My
dear Uddhava, although all material bodies are composed of
the same five elements and are thus equal, the Vedic
literatures conceive of different names and forms in
relation to such bodies so that the living entities may
achieve their goal of life. (Vedabase)
Tekst
7
Wat de juiste
en onjuiste overwegingen zouden zijn wat betreft de plaats, de
tijd, de dingen en wat dies meer zij, is door Mij ingesteld met
de bedoeling om materieel gemotiveerde handelingen aan banden
te leggen.
O
saintly Uddhava, in order to restrict materialistic
activities, I have established that which is proper and
improper among all material things, including time, space
and all physical objects. (Vedabase)
Tekst
8
Van alle
plaatsen zijn die plaatsen verdorven waar er geen respect
bestaat voor het brahmaanse en waar de gevlekte antilopen niet
te vinden zijn. En zelfs al zijn er antilopen
[overgebleven, d.w.z. niet allemaal gedood] is een
plaats waar de heilige mannen van de cultuur niet te vinden
zijn, een onbeschaafde plaats waar de praktijken onrein zijn en
de aarde geen wezenlijk nut heeft [zie
mleccha
en *].
Among
places, those bereft of the spotted antelope, those devoid
of devotion to the brâhmanas, those possessing spotted
antelopes but bereft of respectable men, provinces like
Kîkatha and places where cleanliness and purificatory
rites are neglected, where meat-eaters are prominent or
where the earth is barren, are all considered to be
contaminated lands. (Vedabase)
Tekst
9
De tijd noemt
men juist en geschikt als die ofwel door zijn eigen natuurlijke
aard [d.w.z. niet tegen de natuur in gemanipuleerd]
ofwel begrepen naar de persoon [de Heer, maar ook naar het
seizoen, het geld - de lakshmî-,
de beschikbaarheid van iets] geschikt is voor het uitvoeren
van de voorgeschreven plicht. Verkeerd en ongeschikt is de tijd
die iemand in zijn plichtsvervulling belemmert, de tijd die
niet geschikt is om arbeid te verrichten [een lustmatig,
willekeurig idee van de tijd, zie 11.20:
26,
kâla
en kâlakûtha
**].
A
specific time is considered pure when it is appropriate,
either by its own nature or through achievement of suitable
paraphernalia, for the performance of one's prescribed duty.
That time which impedes the performance of one's duty is
considered impure. (Vedabase)
Tekst
10
Het zuivere en
onzuivere van een ding [of van een substantie] stelt
men vast aan de hand van een ander ding, aan de hand van wat
men erover zegt, aan de hand van een ritueel, aan de hand van
de tijd of overeenkomstig de relatieve maat [zie
***].
An
object's purity or impurity is established by application of
another object, by words, by rituals, by the effects of time
or according to relative magnitude. (Vedabase)
Tekst
11
Afhankelijk van
iemands macht dan wel onmacht, intelligentie en weelde,
toestand en plaats, leidt het [te weten de kwaliteit van
iets] bij een persoon tot een overeenkomstige zondige
[dan wel deugdzame] reactie.
Impure
things may or may not impose sinful reactions upon a person,
depending on that person's strength or weakness,
intelligence, wealth, location and physical condition.
(Vedabase)
Tekst
12
Onder de
invloed van een combinatie van de tijd, lucht, vuur, aarde en
water, of door ieder van hen afzonderlijk [raken dingen
gezuiverd zoals b.v.] granen, zaken van been, klei of hout,
draad, huiden en vloeistoffen en zaken gewonnen uit het vuur.
Various
objects such as grains, wooden utensils, things made of
bone, thread, liquids, objects derived from fire, skins and
earthy objects are all purified by time, by the wind, by
fire, by earth and by water, either separately or in
combination. (Vedabase)
Tekst
13
Men beschouwt
dat als zuiverend wat in aanraking met het onzuivere een
kwalijke geur of vuil wegneemt, en zo de oorspronkelijke staat
herstelt van dat voorwerp.
A
particular purifying agent is considered appropriate when
its application removes the bad odor or dirty covering of
some contaminated object and makes it resume its original
nature. (Vedabase)
Tekst
14
Door te baden,
door liefdadigheid en verzaking, naar gelang zijn leeftijd,
zijn heldenmoed, rituele zuivering en zijn voorgeschreven
plichten behoort een tweemaal geboren man [als zijnde de
doener] in de heugenis van Mij, tewerk te gaan
overeenkomstig het zuivere, de reinheid van het
[oorspronkelijke] zelf.
The
self can be cleansed by bathing, charity, austerity, age,
personal strength, purificatory rituals, prescribed duties
and, above all, by remembrance of Me. The brâhmana and
other twice-born men should be duly purified before
performing their specific activities. (Vedabase)
Tekst
15
De zuivering
ontleend aan een mantra is het gevolg van het hebben van de
juiste kennis ervan en de zuivering ontleend aan een bepaalde
handeling is het gevolg van de toewijding die men voor Mij
heeft. Religiositeit is het gevolg van [de zuiverheid
van] de zes factoren [zoals vermeld: de plaats, de
tijd, de substantie, de mantra's, de doener en de toegewijde
handeling], terwijl goddeloosheid resulteert uit het
tegenovergestelde..
A
mantra is purified when chanted with proper knowledge, and
one's work is purified when offered to Me. Thus by
purification of the place, time, substance, doer, mantras
and work, one becomes religious, and by negligence of these
six items one is considered irreligious. (Vedabase)
Tekst
16
Soms echter
verandert een deugd in een ondeugd en verandert een ondeugd bij
machte van de vedische instructie in een deugd. Met het
inachtnemen van de regulerende beginselen komt men zo te staan
voor het feit dat het onderscheid [tussen wat wel en wat
niet deugt] feitelijk door hen vervaagd
[4*].
Sometimes
piety becomes sin, and sometimes what is ordinarily sin
becomes piety on the strength of Vedic injunctions. Such
special rules in effect eradicate the clear distinction
between piety and sin. (Vedabase)
Tekst
17
Hetzelfde karma
op basis waarvan iemand ten val kwam vormt niet de oorzaak van
nog een val. Iemand die gevallen is [voor de liefde...]
valt niet verder; voor zo iemand verandert de natuurlijke
gehechtheid in een deugd.
The
same activities that would degrade an elevated person do not
cause falldown for those who are already fallen. Indeed, one
who is lying on the ground cannot possibly fall further. The
material association that is dictated by one's own nature is
considered a good quality. (Vedabase)
Tekst
18
Waar men ook
van afziet raakt men van bevrijd - dit vormt voor menselijke
wezens de grondslag van het religieuze leven dat het lijden, de
angst en de begoocheling wegneemt.
By
refraining from a particular sinful or materialistic
activity, one becomes freed from its bondage. Such
renunciation is the basis of religious and auspicious life
for human beings and drives away all suffering, illusion and
fear. (Vedabase)
Tekst
19
Ervan uitgaande
dat de voorwerpen van de zinnen het goede zijn, werpt zich
vanuit die aanname de gehechtheid van een persoon op, aan die
gehechtheid ontspringt de lust en door de lust is er strijd
onder de mensen.
One
who accepts material sense objects as desirable certainly
becomes attached to them. From such attachment lust arises,
and this lust creates quarrel among men. (Vedabase)
Tekst
20
Door de strijd
is er de moeilijk te beheersen woede en als gevolg van de woede
is er onwetendheid; en zo raakt iemand's bewustzijn snel
overweldigd door de duisternis.
From
quarrel arises intolerable anger, followed by the darkness
of ignorance. This ignorance quickly overtakes a man's broad
intelligence. (Vedabase)
Tekst
21
O heilige ziel,
een levend wezen aldus verstoken [van een helder
verstand] wordt leeghoofdig zodat hij, vanwege het feit dat
zijn levensdoelen voor hem wegvielen, net als de trage materie
zo goed als dood is [vergelijk B.G. 2:
62-63].
O
saintly Uddhava, a person bereft of real intelligence is
considered to have lost everything. Deviated from the actual
purpose of his life, he becomes dull, just like a dead
person. (Vedabase)
Tekst
22
Bovenmate
verzonken in het zinnelijke kent hij, zinledig een leven erop
nahoudend als van een boom, zichzelf niet, noch de ander en is
zijn ademen slechts gepomp.
Because
of absorption in sense gratification, one cannot recognize
himself or others. Living uselessly in ignorance like a
tree, one is merely breathing just like a bellows.
(Vedabase)
Tekst
23
De beloningen
in het vooruitzicht gesteld door de geschriften vormen voor de
mens niet het hoogste goed; het zijn slechts aansporingen om de
smaak voor het uiteindelijke goed te pakken te krijgen, net
zoals men iemand aanspoort om een medicijn in te
nemen.
Those
statements of scripture promising fruitive rewards do not
prescribe the ultimate good for men hut are merely
enticements for executing beneficial religious duties, like
promises of candy spoken to induce a child to take
beneficial medicine. (Vedabase)
Tekst
24
Alleen al door
hun geboorte weerstreven stervelingen het belang van hun ziel
omdat hun geesten verstrikt zijn in de belangenbehartiging van
de zaken die ze begeren, van hun levensfuncties en van hun
beminden.
Simply
by material birth, human beings become attached within their
minds to personal sense gratification, long duration of
life, sense activities, bodily strength, sexual potency and
friends and family. Their minds are thus absorbed in that
which defeats their actual self-interest. (Vedabase)
Tekst
25
Onderworpen
[in religieuze zin] dolen ze, zich niet bewust zijnde
van hun ware eigenbelang, rond op het pad van de rampspoed.
Waarom zouden de intelligenten [het vedisch gezag] hen
die de duisternis binnengaan aanzetten tot nog meer
zinsgenoegens [zie ook 5.5:
17]?
Those
ignorant of their real self-interest are wandering on the
path of material existence, gradually heading toward
darkness. Why would the Vedas further encourage them in
sense gratification if they, although foolish, submissively
pay heed to Vedic injunctions? (Vedabase)
Tekst
26
Sommige mensen,
zij die op deze manier met een geperverteerde intelligentie
niet de feitelijke conclusie begrijpen, spreken in bloemrijke
bewoordingen van de materiële beloningen waar degene die
de Veda's werkelijk kent niet over rept [zie ook B.G.
2:
42-44].
Persons
with perverted intelligence do not understand this actual
purpose of Vedic knowledge and instead propagate as the
highest Vedic truth the flowery statements of the Vedas that
promise material rewards. Those in actual knowledge of the
Vedas never speak in that way. (Vedabase)
Tekst
27
De wellustigen,
miserabelen en begeertigen zien de bloemen aan voor de
uiteindelijke waarheid; begoocheld door het vuur kennen ze,
stikkend in de rook, hun eigen positie niet [dat ze een
individuele ziel zijn i.p.v. een lichaam].
Those
who are full of lust, avarice and greed mistake mere flowers
to be the actual fruit of life. Bewildered by the glare of
fire and suffocated by its smoke, they cannot recognize
their own true identity. (Vedabase)
Tekst
28
Gewapend met
hun uitdrukkingen, Mijn beste, kennen ze Mij niet, Ik die zich
bevindt in het hart en uit wie dit universum dat Ik ook ben
ontsprong - uit op het zinnelijke zijn ze als mensen die in de
mist staren.
My
dear Uddhava, persons dedicated to sense gratification
obtained through honoring the Vedic rituals cannot
understand that I am situated in everyone's heart and that
the entire universe is nondifferent from Me and emanates
from Me. Indeed, they are just like persons whose eyes are
covered by fog. (Vedabase)
Tekst
29-30
Zonder begrip
voor Mijn vertrouwelijke conclusie [zie ook
10.87
en B.G. 9]
zijn ze, opgegaan in het sensuele, gehecht aan het geweld dat
kan voorkomen [in de natuur], maar dat zeker nimmer
wordt aangemoedigd voor het offeren. In werkelijkheid er
behagen in scheppend gewelddadig te zijn met de dieren die
terwille van het eigen zinsgeluk werden afgeslacht, zijn ze in
hun rituele aanbidding van de goden, de voorvaderen en de
leidende geesten, schadelijke mensen.
Those
who are sworn to sense gratification cannot understand the
confidential conclusion of Vedic knowledge as explained by
Me. Taking pleasure in violence, they cruelly slaughter
innocent animals in sacrifice for their own sense
gratification and thus worship demigods, forefathers and
leaders among ghostly creatures. Such passion for violence,
however, is never encouraged within the process of Vedic
sacrifice. (Vedabase)
Tekst
31
Die onheilige
wereld [door hen hooggehouden] staat gelijk aan een
droom die, aardig klinkend, gaat over wereldse prestaties
waarmee zij, ingebeeld in hun harten als waren ze zakenlieden,
de feitelijke bedoeling eraan hebben gegeven [van het
realiseren van de ziel].
Just
as a foolish businessman gives up his real wealth in useless
business speculation, foolish persons give up all that is
actually valuable in life and instead pursue promotion to
material heaven, which although pleasing to hear about is
actually unreal, like a dream. Such bewildered persons
imagine within their hearts that they will achieve all
material blessings. (Vedabase)
Tekst
32
Gevestigd in de
geaardheid hartstocht, goedheid en onwetendheid aanbidden ze de
goden en anderen geleid door Indra die zich evenzo verheugen in
de hartstocht, de goedheid en de onwetendheid. Mij echter
aanbidden ze zo niet op de juiste wijze [zie ook B.G.
9:
23 en
10:
24 & 25].
Those
established in material passion, goodness and ignorance
worship the particular demigods and other deities, headed by
Indra, who manifest the same modes of passion, goodness or
ignorance. They fail, however, to properly worship Me.
(Vedabase)
Tekst
33-34
'Als we hier op
aarde met onze offerplechtigheden vol van aanbidding zijn voor
de goden zal ons het hemels geluk ten deel vallen en zullen we
daarna op aarde allen in een kast van een huis wonen en van een
goede komaf zijn.' Met hun geesten aldus verbijsterd door de
bloemrijke taal [van de Veda's] voelen ze zich ondanks
die taal als trotse en hoogst begeertige mensen niet
aangetrokken tot Mijn verhandelingen.
The
worshipers of demigods think, 'We shall worship the demigods
in this life, and by our sacrifices we shall go to heaven
and enjoy there. When that enjoyment is finished we shall
return to this world and take birth as great householders in
aristocratic families.' Being excessively proud and greedy,
such persons are bewildered by the flowery words of the
Vedas. They are not attracted to topics about Me, the
Supreme Lord. (Vedabase)
Tekst
35
De
trikânda
verdeelde Veda's hebben het spirituele begrip van het ware
zelf, de ziel, als hun onderwerp maar ook de vedische zieners
die zich meer esoterisch uitdrukken op eigen gezag zijn Mij
dierbaar [de 'andere goeroes'].
The
Vedas, divided into three divisions, ultimately reveal the
living entity as pure spirit soul. The Vedic seers and
mantras, however, deal in esoteric terms, and I also am
pleased by such confidential descriptions. (Vedabase)
Tekst
36
Het
bovenzinnelijk geluid [de s'abda-brahman]
dat zich manifesteert in de prâna,
de zinnen en de geest [van de zelfverwerkelijkte, verlichte
persoon], is iets dat heel moeilijk te begrijpen is, het is
onbegrensd en is onmetelijk diep als de oceaan.
The
transcendental sound of the Vedas is very difficult to
comprehend and manifests on different levels within the
prâna, senses and mind. This Vedic sound is
unlimited, very deep and unfathomable, just like the ocean.
(Vedabase)
Tekst
37
Het onpeilbare,
onveranderlijke Absolute van oneindige vermogens dat Ik
uitdraag [als zijnde Mijn natuur, zie Omkâra],
wordt in de levende wezens vertegenwoordigd in de vorm van
geluidsvibraties, zoals een lotusstengel wordt vertegenwoordigd
door een enkele vezel [zie ook 11.18:
32 en
6.13:
15].
As
the unlimited, unchanging and omnipotent Personality of
Godhead dwelling within all living beings, I personally
establish the Vedic sound vibration in the form of
omkâra within all living entities. It is thus
perceived subtly, just like a single strand of fiber on a
lotus stalk. (Vedabase)
Tekst
38-40
Net zoals een
spin vanuit het hart zijn web weeft via zijn lichaamsopening,
manifesteert de adem van God [de prâna]
vanuit de ether de geluidsvibratie via de geest in de vorm van
de verschillende klankeenheden. Vol van nectar al de vormen
omvattend die uitwaaieren in duizenden richtingen, heeft de
Meester, met de sier van medeklinkers, klinkers, halfklinkers
en sisklanken, Zich uitgebreid vanuit de lettergreep om.
Met de ontwikkelde diversiteit aan uitdrukkingen en
metrische schikkingen die ieder weer vier extra lettergrepen
hebben, schept Hij, en trekt Hijzelf ook weer terug, de enorme,
onbegrensde uitgebreidheid [van de vedische
klankmanifestatie, zie ook B.G. 15:
15].
Just
as a spider brings forth from its heart its web and emits it
through its mouth, the Supreme Personality of Godhead
manifests Himself as the reverberating primeval vital air,
comprising all sacred Vedic meters and full of
transcendental pleasure. Thus the Lord, from the ethereal
sky of His heart, creates the great and limitless Vedic
sound by the agency of His mind, which conceives of
variegated sounds such as the spars'as. The Vedic sound
branches out in thousands of directions, adorned with the
different letters expanded from the syllable om - the
consonants, vowels, sibilants and semivowels. The Veda is
then elaborated by many verbal varieties, expressed in
different meters, each having four more syllables than the
previous one. Ultimately the Lord again withdraws His
manifestation of Vedic sound within Himself.
(Vedabase)
Tekst
41
Bijvoorbeeld de
versmaten Gâyatrî,
Ushnik en Anushthup; Brihatî en Pankti alsook Trishthup,
Jagatî, Aticchanda, en Atyashthi,, Atijagatî en
Ativirâth [hebben ieder in deze volgorde telkens vier
extra lettergrepen].
The
Vedic meters are Gâyatrî, Ushnik, Anusthup,
Brihatî, Pankti, Tristhup, Jagatî, Aticchanda,
Atyasthi, Atijagatî and Ativirâth.
(Vedabase)
Tekst
42
Wat zij
[karma-kânda] voorschrijven [dat men
zou moeten doen], waar zij
[upâsana-kânda] op duiden [als
zijnde het voorwerp der aanbidding], welke aspecten ze
beschrijven of welke alternatieven zij aldus
[jñâna-kânda] literair bieden
[als filosofie], de kern van deze zaak is in deze
wereld aan niemand anders bekend dan aan Mij [vergelijk
11.20,
B.G. 5:
5,
7:
26,
10:
41].
In
the entire world no one but Me actually understands the
confidential purpose of Vedic knowledge. Thus people do not
know what the Vedas are actually prescribing in the
ritualistic injunctions of karma-kânda, or what
object is actually being indicated in the formulas of
worship found in the upâsanâ-kânda, or
that which is elaborately discussed through various
hypotheses in the jñâna-kânda
section of the Vedas. (Vedabase)
Tekst
43
Ik ben het
voorwerp der aanbidding, Mij geldt de voorgeschreven handeling
en Ik ben het alternatief dat wordt geboden en wegverklaard. De
bovenzinnelijke geluidsvibratie van de Veda's vestigt de
aandacht op Mij als zijnde hun betekenis en beschrijft
uitvoerig de materiële dualiteit als zijnde simpelweg het
illusoire dat moet worden ontkracht om uiteindelijk gelukkig te
worden.
I
am the ritualistic sacrifice enjoined by the Vedas, and I am
the worshipable Deity. It is I who am presented as various
philosophical hypotheses, and it is I alone who am then
refuted by philosophical analysis. The transcendental sound
vibration thus establishes Me as the essential meaning of
all Vedic knowledge. The Vedas, elaborately analyzing all
material duality as nothing but My illusory potency,
ultimately completely negate this duality and achieve their
own satisfaction. (Vedabase)
*:
S'rîla Madhvâcârya citeert als volgt uit de
Skanda Purâna: 'Religieuze personen behoren zich
op te houden binnen een straal van dertien kilometer van
rivieren, oceanen, bergen, hermitages, bossen, spirituele
gemeenschappen of plaatsen waar de
s'âlagrâma-s'îlâ [een zwarte
ovale riviersteen geschikt om te aanbidden] wordt
aangetroffen. Alle andere plaatsen moeten als
kîkatha worden beschouwd, ofwel als besmet. Maar
zelfs als men in zulke besmette plaatsen zwarte en gevlekte
antilopen aantreft, mag men zich daar ophouden zo lang als er
geen zondige personen aanwezig zijn. Zelfs als er zondige
personen aanwezig zijn mag men zich daar ophouden, mits het
burgerlijk gezag in handen is van respectabele autoriteiten. Zo
ook mag men zich daar ophouden waar de Beeltenis van Vishnu
naar behoren is geïnstalleerd en wordt
aanbeden.'
**:
De paramparâ voegt hier toe: 'Politieke, sociale
of economische verstoringen die iemand belemmeren in de
uitvoering van zijn religieuze plichten worden beschouwd als
tijden die ongunstig zijn.' Derhalve is de - vorm van, de soort
van - tijd waarmee men de omgang met de Opperheer of de Heer
Zijn zuivere toegewijde bereikt, de tijd die gunstig heet,
terwijl de vorm van tijd die politiek, economisch of sociaal
bepaald wordt en waarmee men die omgang verliest, een tijd is
die hoogst ongelukkig wordt genoemd. Religieuze timing -
overeenkomstig de zon en de maan b.v. - is sat kâla,
of ware timing en juiste conditionering, terwijl
menselijk bepaalde timing zoals de standaardtijd
asat kâla is, ofwel een tijdconditionering inhoudt
die is gebaseerd op vals gezag, een karma gemotiveerde tijd
gedreven door nevenmotieven. Wetenschappelijk betreft het een
biologisch conflict op het niveau van het zenuwstelsel tussen
de natuurlijke prikkels van de tijd, zoals de regelmaat van het
daglicht, en de culturele prikkels van de tijd die hier met
lineaire en gegeneraliseerde tijdsbegrippen als de gemiddelde
tijd en de zonetijd, haaks op staan. De tijdzin van de moderne
mens is daardoor gestoord, hij lijdt onder de psychologische
tijd, een instabiel gevoel van de tijd dat fundamenteel is voor
de cultuurneurose.
***:
Een voorbeeld ter illustratie bij deze nogal abstracte
formulering wordt gevormd door de klok: de klok is zuiver of
onzuiver naar gelang het object van meting: de tijd van de
natuur als een ander 'ding' van de tijd. Dit wordt het
criterium van de wetenschappelijke validatie genoemd ofwel het
bepalen van het nulpunt van de meting. Maar ook erover sprekend
in een wetenschappelijk betoog en uitleggen dat de gemiddelde
tijd, de klok die afwijkt van de natuur, is afgeleid uit en
refereert aan de natuur zelf middels een wetenschappelijke
formule die uitdrukking geeft aan de zogenaamde
tijdvereffening,
is een manier om een klaarblijkelijk afwijkende klok te
heiligen ofwel er op een politieke manier de waarheid van te
verklaren. Verder is er ook het religieuze ritueel dat het
kruis presenteert van Jezus Christus bijvoorbeeld, of de
Mahâmantra van Heer Caitanya, naar, naar aanleiding van
de aangehangen standaard van de tijd, ter vergeving van de
zonde van het pragmatisch afwijken van God's natuur en de
wetenschappelijke rationalisatie erover. Vervolgens kunnen we
eenvoudig
de klok instellen op de tijd van de
natuur,
op de tijd van Krishna, om in overeenstemming te verkeren met
het religieuze inzicht [zie f.c.o.].
En tenslotte, inziend dat de vertrouwelijkheid van Krishna's
tijd politiek gezien niet kan worden opgelegd, is er de
zuiverheid afgemeten aan de relatieve maat, zoals dit vers
stelt, die men met de moderne complexiteit van het
tijdbewustzijn kan respecteren met een dubbele tijdsaanduiding
die door sommige klokken wordt geboden of door twee klokken die
men tegelijk gebruikt: één tijdsaanduiding
ingesteld naar de natuur en een andere naar de politiek van de
pragmatische manier van omgaan met de tijd. Aldus kunnen we met
dit vers de onzuiverheid tolereren van de baatzuchtig
gemotiveerde, karmische tijdmanipulaties en nog steeds als
toegewijden met zuiverheid tewerk gaan [Prabhupâda
die enerzijds uitdrukkelijk verzocht om punctualiteit, verzocht
zijn toegewijden verder het onderwerp van de tijd te
bestuderen. 'Alle dagen en uren zijn mij hetzelfde. Ik laat die
aangelegenheid aan jullie over', vertrouwde hij toe in 'A
Transcendental Diary' door Hari S'auri
Dâsa].
4*:
De paramparâ geeft een voorbeeld: 'Iemand die zijn
vrouw en kinderen verlaat is zeker een onnadenkend en
onverantwoordelijk iemand. Als men echter sannyâsa
neemt, en verankerd blijft op een hoger spiritueel nivo,
beschouwt men hem als de heiligste persoon. Trouw en zonde
derhalve hangen af van specifieke omstandigheden en zijn bij
tijden moeilijk van elkaar te onderscheiden.' Volgens
S'rîla Madhvâcârya, worden personen boven de
veertien jaar in staat geacht onderscheid te maken tussen goed
en kwaad en zijn ze aldus verantwoordelijk voor hun vrome dan
wel zondige activiteiten.