Canto
11
Hoofdstuk 29: Bhakti Yoga: de Meest Zegenrijke Manier om de Dood te Overwinnen
(1) S'rî Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst in de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel is. AlsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen hoe iemand er met gemak in kan slagen [zie ook B.G. 6: 33-34]. (2) Over het algemeen, o Lotus-ogige, raken yogi's gefrustreerd als ze hun geest willen oefenen en worden ze, als het ze niet lukt de verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest te onderwerpen. (3) Om die reden, o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er gelukkig mee hun toevlucht te zoeken bij Jouw lotusvoeten, o Heer van het Universum. Maar zij die prat gaan op de resultaten van hun yoga doen dat niet en worden verslagen door Jouw materiële energie. (4) Het wekt geen verbazing Acyuta, dat Jij een vriend bent voor alle dienaren die, zonder een andere toevlucht, vereend zijn in de vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was voor de dier-gelijken [Vânara's] terwijl de zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door de stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ b.v.]. (5) Wie zou, bekend met het voordeel dat Jij biedt, o Allerhoogste Ziel, Verlener van Alle Volmaaktheden en Heer het meest geliefd bij hen die hun toevlucht zoeken, Jou nu van de hand wijzen of ooit iets anders toegewijd zijn om enkel maar een goed gevoel te hebben en dan [Jou] te vergeten? Zou er ook maar iets te wensen overblijven als we het stof van Jouw voeten dienen [zie ook 10.44: 15, 10.47: 46]? (6) Zelfs niet met een levensduur zolang als die van Brahmâ zouden de geschoolden - al hun werk ten spijt - er toe in staat zijn uitdrukking te geven aan de dankbaarheid [die we Jou verschuldigd zijn] o Heer. Want Jij toont Je weg op twee manieren: in de vorm van het verstandelijk begrepene [gezag van de Superziel] vanbinnen zodat men zich de vreugde kan heugen en in de vorm van de âcârya vanbuiten om het onfortuinlijke te verdrijven van het belichaamd zijn [de caittya- en de paramparâ-guru].'
(7) S'rî S'uka zei: 'Aldus door Uddhava die zeer aan Hem was verknocht ertoe verzocht, sprak de Heer liefdevol met een aantrekkelijke glimlach, Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en middels Zijn eigen energieën de drie verschillende persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de guna-avatâra's] heeft aangenomen. (8) De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal nu hier voor jou het dharma uitleggen dat in relatie tot Mij het meest zegenrijk is en waarmee een sterfelijk wezen, dat met geloof tewerk gaat, de zo onoverwinnelijke dood overwint. (9) Als men aan Mij zijn geest en intelligentie heeft opgedragen, behoort men stapsgewijze alle arbeid te Mijnentwille [leren] te verrichten, en daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle geest, de manier waarop Ik Mijn plichten nakom in gedachten te houden. (10) Men moet zijn toevlucht zoeken in de heilige plaatsen die worden bezocht door Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen van] de handelingen van Mijn toegewijden optredend onder de goddelijken, hen die van de duivel zijn bezeten en onder de menselijke wezens. (11) Alleen dan wel in samenkomst behoort men overeenkomstig de maanstand, bij speciale gelegenheden en met feestdagen zich bezig te houden met zang en dans en dergelijke, en gul te zijn met bijdragen. (12) Men moet Mij met een zuiver hart in zichzelf aanwezig zien als de Superziel die zich, net als de onbegrensde ether, binnen en buiten alle levende wezens bevindt [zie ook B.G. 13: 16 en 1.7: 10]. (13-14) O heldere geest, als men met Mijn liefde aldus van respect is voor alle levende wezens, heeft men met zo'n benadering zijn toevlucht genomen tot zuiver spirituele kennis. Als men op deze manier de brahmaan en de uitgestotene, de dief en degene die trouw is aan de brahmaanse cultuur, de zon en de vonk, de zachtgeaarde en de wreedaard gelijkgezind beziet, mag men zich een wijs mens noemen [zie B.G. 5: 18]. (15) Van de persoon die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle mensen aan het mediteren is, zal snel de rivaliteit, de afgunst, het neerkijken op anderen en het valse ego verdwijnen. (16) Onverschillig erover uitgelachen te worden door vrienden of zonder zich te schamen voor uiterlijkheden, moet men als een stok op de grond gevallen zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs [aan] honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie ook de S'rî S'rî S'ikshâshthaka-3]. (17) Zolang men niet de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde aanwezig in alle levende wezens, zal men op deze wijze met wat men zegt, denkt en doet met het lichaam van aanbidding moeten zijn [zie ook tridanda]. (18) Voor degene die door kennis en realisatie de alomtegenwoordige Superziel ziet, is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid. Aldus vrij van alle twijfel bestaat er voor zo iemand de plicht zich uit de wereld terug te trekken. (19) Dit met de functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan voor de waarheid van Mij in alle levende wezens, acht Ik de meest geëigende van alle processen. (20) Mijn beste, omdat deze door Mij op volmaakte wijze ingestelde methode vrij is van de geaardheden en geen nevenmotieven kent is er als men probeert Mij aldus van dienst te zijn Uddhava, bijgevolg niet het geringste verlies [zie ook B.G. 2: 40]. (21) O beste onder de vromen, van welk werelds ondernemen ook zal de angst en dat alles niks om het lijf hebben als het, aan Mij, het Allerhoogste, opgedragen zijnde, religieus is in de neiging tot een handelen dat vrij is van nevenmotieven [zie ook B.G. 18: 6]. (22) Het in dit leven op deze manier via het valse en sterfelijke bereiken van Mij, het onsterfelijke, vormt de schranderheid der schranderen en de intelligentie der intelligenten. (23) Hiermee is zowel in het kort als tot in detail het volledige overzicht geboden van de Absolute Waarheid die een wetenschap vormt die zelfs voor de goden moeilijk toegankelijk is. (24) Met het naar behoren hebben doorgrond van deze kennis die steeds weer met logische argumenten voor je werd uiteengezet, zal een persoon zijn twijfels uitgebannen zien en bevrijd zijn. (25) Hij die zich enkel maar concentreert op deze vraag van jou die naar behoren door Mij werd opgehelderd, reikt tot het eeuwige geheim van de Veda's, het Allerhoogste Absolute van de Waarheid. (26) Ik zal als vanzelf Mijn gezag verlenen aan degene die deze Allerhoogste Spirituele Waarheid zonder enig voorbehoud verkondigt als de traditie voor Mijn toegewijden. (27) Hij die hardop dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en helder is, zal, omdat hij met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid gestalte geeft, alle dagen zuivering vinden. (28) De persoon die aandachtig, met geloof hier regelmatig naar luistert is Mij bovenzinnelijk toegewijd [is een bhakta] en raakt niet verstrikt in karmische terugslagen [zie ook B.G. 3: 9]. (29) Uddhava, o vriend, heb je het spirituele nu duidelijk voor de geest en heeft het weeklagen en de illusie die in je geest opkwam nu het veld geruimd [zie 11.6: 42-49 en ook B.G. 18: 72]? (30) Vertel dit niet aan een schijnheilig iemand, een atheïst of een bedrieger, en zeg het ook niet aan iemand die niet wil luisteren of een opstandige niet-toegewijde [vergelijk met B.G. 18: 67]. (31) Deel dit met de persoon die vrij is van deze slechte eigenschappen, met hem die geheiligd en zuiver is, hij die vriendelijk toegenegen is en het welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met arbeiders en vrouwen als ze van bhakti zijn [vergelijk B.G. 9: 32]. (32) Voor de onderzoekende geest die hiervoor volledig begrip heeft, is er verder niets meer om in te drinken; wat zou iemand nog meer in zich op moeten nemen als hij gedronken heeft van de smakelijkste ambrozijnen drank die er is? (33) Ongeacht wat mensen van succes met de vier levensdoelen [catuh-vidah] ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek besturen, kan je in gelijke mate in Mij vinden. (34) Als een sterveling zich opoffert en al zijn baatzuchtige arbeid opgeeft in het verlangen naar het bijzondere van Mij, komt hij in dat proces van het bereiken van de onsterfelijkheid met Mij op dat moment in aanmerking voor het delen in de weelde die bij Mij hoort'
(35) S'rî S'uka zei: 'Nadat hij de woorden van Uttamas'loka had aangehoord en hem aldus het pad van de yoga was getoond, zei Uddhava met zijn handen samengevouwen niets omdat zijn keel was dichtgesnoerd door de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen. (36) Volledig door de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest in evenwicht te krijgen o Koning, sprak hij, zich dankbaar voelend, met gevouwen handen voor de Grote Held der Yadu's en raakte daarbij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten aan. (37) S'rî Uddhava zei: 'De grote duisternis van de begoocheling waar ik in belandde, werd in de aanwezigheid van de Zon die Jij bent verdreven. Welke kou, duisternis en vrees zou zich kunnen doen gelden met degene die Jou benaderde, o Ongeboren Oorspronkelijke Persoon? (38) Door Jou die in Je goedheid zo genadig bent werd aan mij, Je dienaar, als antwoord de fakkel geboden die bestaat uit Jouw wijsheid. Wie ook die dankbaarheid voelt is er toe in staat af te zien van de basis van Jouw voeten en elders zijn heil te zoeken?(39) Het door Jouw mâyâ stevig bindende touw van mijn genegenheid voor de zich naar Jouw wil uitbreidende schepping [de familie] van de Dâs'ârha's, Vrishni's, Andhaka's en Sâtvata's, werd doorkliefd met het zwaard van de juiste kennis omtrent de ziel. (40) Mogen er mijn eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der Mystici, leg me alsJeblieft uit hoe ik stabiel kan zijn met de transcendentale aantrekking van Jouw lotusvoeten.'
(41-44) De Allerhoogste Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, aanvaard Mijn advies om naar Mijn hermitage genaamd Badârika te gaan. Zuiver je aan de oevers aldaar met het water wegstromend van Mijn voeten door er in te baden en het te beroeren [zie 5.17]. Wees met je ogen gericht op de Alakanandâ [een zijrivier van de Ganges] gezuiverd van alle smetten en kleed je met boombast Mijn beste, leef van wat het bos je biedt en vindt vrij van begeerte het geluk. Oefen met je intelligentie, spirituele kennis en wijsheid, verdraagzaamheid met alle dualiteiten, houdt heilig vast aan je principes, beteugel je zinnen, en verkeer in vrede en verzonkenheid. Hecht geloof aan en mediteer op dat wat je van Mij leerde te onderscheiden. Als je met je woorden en geest in Mij verzonken je ertoe wijdt om Mijn deugd te verwerkelijken zal je, met die disipline de oversteek wagend tot voorbij de drie bestemmingen [de guna's], vervolgens Mij bereiken.'
(45) S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer Vol van Begrip, omliep Uddhava Hem linksom en ondanks dat hij op het moment van zijn vertrek vrij was van de invloed der materiële tegenstellingen, doordrenkte hij, met een brekend hart met zijn hoofd voorover, Zijn voeten met zijn tranen. (46) Het er moeilijk mee hebbend om te vertrekken was hij niet in staat Hem te verlaten zodat hij buiten zichzelf overweldigd door grote pijn afscheid nam en daarbij keer op keer zijn eerbetuigingen bracht en de slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd nam [*]. (47) Daarna Hem in zijn hart installerend, ging de grote toegewijde naar het luisterrijke pelgrimsoord [dat als zodanig ookwel Vis'âlâ wordt genoemd] waar de Enige Vriend van het Universum het over had. Daar bereikte hij, nadat hij gewetensvol de boetedoeningen had volbracht, de bestemming van de Heer [Vaikunthha]. (48) Onverschillig wie ter wereld die oprecht gelovig de dienst aanvaardt van deze oceaan van vervoering, deze nectarzee van kennis die door Krishna, Hij wiens voeten worden gediend door de meesters van de Yoga, voor Zijn toegewijde werd bijeengebracht, zal bevrijd raken. (49) Ik buig voor de Eerste en Grootse Persoonlijkheid genaamd Krishna, die zorgt dat Zijn vele toegewijden de nectar van de oceaan te drinken krijgen die wordt gevormd door de essentie van de Veda's, de essentie van de spirituele kennis en wijsheid die Hij, als de auteur van de Veda's, gelijk een bij levert teneinde de angst weg te nemen van het materieel bestaan.'
Tweede editie, geladen 31 augustus 2009
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst in de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel is. AlsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen hoe iemand er met gemak in kan slagen [zie ook B.G. 6: 33-34].S'rî Uddhava zei: 'Dit yogaproces is, zo denk ik, allermoeilijkst in de praktijk te brengen voor iemand die niet spiritueel is; alsJeblieft o Acyuta, zeg me in eenvoudige bewoordingen hoe een persoon daarin volmaakt kan zijn [zie ook B.G. 6: 33-34]. (Vedabase)
Over het algemeen, o Lotus-ogige, raken yogi's gefrustreerd als ze hun geest willen oefenen en worden ze, als het ze niet lukt de verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest te onderwerpen.
Over het algemeen, o Lotus-ogige, raken yogi's gefrustreerd met het oefenen van de geest en worden ze, er niet toe in staat de verzonkenheid te bereiken, het moe te proberen de geest te onderwerpen. (Vedabase)
Om die reden, o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er gelukkig mee hun toevlucht te zoeken bij Jouw lotusvoeten die de bron vormen van alle vervoering o Heer van het Universum. Maar zij die prat gaan op de resultaten van hun yoga doen dat niet en worden verslagen door Jouw materiële energie.
Daarom, o Lotus-ogige, zijn de zwaangelijken er dan inderdaad gelukkig mee zich te beroepen op de bron van alle vervoering, de toevlucht van Jouw lotusvoeten, o Heer van het Universum; maar zij die prat gaan op de resultaten van hun yoga, doen dat niet, daar dezen verslagen zijn door Jouw materiële energie. (Vedabase)
Het wekt geen verbazing Acyuta, dat Jij een vriend bent voor alle dienaren die, zonder een andere toevlucht, vereend zijn in de vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was voor de dier-gelijken [Vânara's] terwijl de zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door de stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ b.v.].
Het wekt geen verwondering Acyuta, dat Jij een vriend bent voor alle dienaren die met geen andere toevlucht vereend zijn in de vertrouwlijkheid met Jou, Jij die vol genegenheid was voor de dier-gelijken [vânara's] terwijl de zijkanten van je voetenbankje werden overdekt door de stralende helmen van de grote beheersers [Brahmâ b.v.]. (Vedabase)
Wie zou, bekend met het voordeel dat Jij biedt, o Allerhoogste Ziel, Verlener van Alle Volmaaktheden en Heer het meest geliefd bij hen die hun toevlucht zoeken, Jou nu van de hand wijzen of ooit iets anders toegewijd zijn om enkel maar een goed gevoel te hebben en dan [Jou] te vergeten? Zou er ook maar iets te wensen overblijven als we het stof van Jouw voeten dienen [zie ook 10.44: 15, 10.47: 46]?
Bekend met het voordeel dat Jij biedt, de Allerhoogste Ziel, de Verlener van Alle Volmaaktheden en de Heer het meest geliefd bij hen die hun toevlucht zoeken, wie zou er Jou dan afwijzen of ooit iets anders toegewijd zijn enkel maar om een goed gevoel te hebben en bijgevolg van het vergeten te zijn; wat staat ons feitelijk niet ter beschikking met het dienen van het stof van Jouw voeten? [zie ook 10.44: 15, 10.47: 46]. (Vedabase)
Zelfs niet met een levensduur zolang als die van Brahmâ zouden de geschoolden - al hun werk ten spijt - er toe in staat zijn uitdrukking te geven aan de dankbaarheid [die we Jou verschuldigd zijn] o Heer. Want Jij toont Je weg op twee manieren: in de vorm van het verstandelijk begrepene [gezag van de Superziel] vanbinnen zodat men zich de vreugde kan heugen en in de vorm van de âcârya vanbuiten om het onfortuinlijke te verdrijven van het belichaamd zijn [de caittya- en de paramparâ-guru].'
Zelfs niet met een levensduur gerekt tot die van Brahmâ zouden de geschoolden, al hun werk ten spijt, er toe in staat zijn uitdrukking te geven aan de dankbaarheid o Heer, daar Jij Je weg toont in de vormen van het mentaal begrepene [gezag van de Superziel] van binnen teneinde zich de vreugde te heugen en de âcârya van buiten om het onfortuinlijke te verdrijven van het belichaamd zijn [de caittya- en de paramparâ-guru].' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Aldus door Uddhava die zeer aan Hem was verknocht ertoe verzocht, sprak de Heer liefdevol met een aantrekkelijke glimlach, Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en middels Zijn eigen energieën de drie verschillende persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de guna-avatâra's] heeft aangenomen.
S'rî S'uka zei: 'Hij die het universum als Zijn speeltje heeft en middels Zijn eigen energieën de drie verschillende persoonlijke gedaanten van de Beheersers [de guna-avatâra's] heeft aangenomen, aldus door Uddhava in het hart zeer gehecht ertoe verzocht, sprak liefdevol met een aantrekkelijke glimlach. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal nu hier voor jou het dharma uitleggen dat in relatie tot Mij het meest zegenrijk is en waarmee een sterfelijk wezen, dat met geloof tewerk gaat, de zo onoverwinnelijke dood overwint.
De Allerhoogste Heer zei: 'Hier dan, zal Ik me uitlaten over het dharma dat in relatie tot Mij het meest zegenrijk is en waarmee een sterfelijk wezen, met geloof te werk gaand, de zo onoverwinnelijke dood overwint. (Vedabase)
Als men aan Mij zijn geest en intelligentie heeft opgedragen, behoort men stapsgewijze alle arbeid te Mijnentwille [leren] te verrichten, en daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle geest, de manier waarop Ik Mijn plichten nakom in gedachten te houden.
Met het aan Mij geofferd hebben van de geest en intelligentie, behoort men voor de bedoeling die Ik ben stapsgewijze [het te leren] alle arbeid te verrichten, met daarbij, bij de genade van de eigen liefdevolle geest, Mijn plichtsbetrachting in gedachten gehouden. (Vedabase)
Men moet zijn toevlucht zoeken in de heilige plaatsen die worden bezocht door Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen van] de handelingen van Mijn toegewijden optredend onder de goddelijken, hen die van de duivel zijn bezeten en onder de menselijke wezens.
Men moet zijn toevlucht zoeken in de heilige plaatsen bezocht door Mijn vrome toegewijden en [het voorbeeld volgen van] de handelingen van Mijn toegewijden onder de goddelijken, onder hen die van de duivel zijn bezeten en onder de menselijke wezens. (Vedabase)
Alleen dan wel in samenkomst behoort men overeenkomstig de maanstand, bij speciale gelegenheden en met feestdagen zich bezig te houden met zang en dans en dergelijke, en gul te zijn met bijdragen.
Alleen danwel in samenkomst behoort men naar de maan, bij speciale gelegenheden en met feestdagen het zo te regelen dat men te werk gaat met zang, dans en zeer royale bewijzen van genade. (Vedabase)
Men moet Mij met een zuiver hart in zichzelf aanwezig zien als de Superziel die zich, net als de onbegrensde ether, binnen en buiten alle levende wezens bevindt [zie ook B.G. 13: 16 en 1.7: 10].
Mij inderdaad moet men met een zuiver hart bezien als de zelfbewogen Superziel die zich net als de ether binnen en buiten alle levende wezens bevindt als ook in jezelf [zie ook B.G. 13: 16 en 1.7: 10]. (Vedabase)
O heldere geest, als men met Mijn liefde aldus van respect is voor alle levende wezens, heeft men met zo'n benadering zijn toevlucht genomen tot zuiver spirituele kennis. Als men op deze manier de brahmaan en de uitgestotene, de dief en degene die trouw is aan de brahmaanse cultuur, de zon en de vonk, de zachtgeaarde en de wreedaard gelijkgezind beziet, mag men zich een wijs mens noemen [zie B.G. 5: 18].
O groot licht, met deze weg naar Mijn respect van liefde voor alle levende wezens, zal men aldus van overweging zijnde zijn toevlucht aan het nemen zijn tot zuiver spirituele kennis. Als men op deze manier in de brahmaan en de uitgestotene, de dief en de mens trouw aan de brahmaanse cultuur, in de zon en in de vonk, in de zachtgeaarde en in de wreedaard een gelijke blik heeft, wordt men geschoold geacht [een pandit, zie B.G. 5: 18]. (Vedabase)
Van de persoon die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle mensen aan het mediteren is, zal snel de rivaliteit, de afgunst, het neerkijken op anderen en het valse ego verdwijnen.
Van de persoon die voortdurend op Mijn aanwezigheid in alle mensen aan het mediteren is, zal voorzeker snel de rivaliteit, de afgunst, het neerkijken op en het valse ego verdwijnen. (Vedabase)
Onverschillig erover uitgelachen te worden door vrienden of zonder zich te schamen voor uiterlijkheden, moet men als een stok op de grond gevallen zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs [aan] honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie ook de S'rî S'rî S'ikshâshthaka-3].
Onverschillig erover uitgelachen te worden door vrienden of zich te schamen over uiterlijkheden, moet men als een stok op de grond zijn eerbetuigingen brengen aan [allen,] zelfs de honden, uitgestotenen, koeien en ezels [zie ook de s'ikshâshthaka-3]. (Vedabase)
Zolang men niet de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde aanwezig in alle levende wezens, zal men op deze wijze met wat men zegt, denkt en doet met het lichaam van aanbidding moeten zijn [zie ook tridanda].
Zolang men niet de visie heeft ontwikkeld van Mij als zijnde aanwezig in alle levende wezens, zal men voor die tijd op deze wijze in uitlatingen, de geest en met het lichaam van aanbidding moeten zijn [zie ook tridanda]. (Vedabase)
Voor degene die door kennis en realisatie de alomtegenwoordige Superziel ziet, is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid. Aldus vrij van alle twijfel bestaat er voor zo iemand de plicht zich uit de wereld terug te trekken.
Voor hem die door kennis en realisatie de alomtegenwoordige Superziel ziet, is alles gebaseerd op de Absolute Waarheid en is er, bevrijd van twijfel, de plicht om aan alle wereldse activiteiten een einde te maken. (Vedabase)
Dit met de functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan voor de waarheid van Mij in alle levende wezens, acht Ik de meest geëigende van alle processen.
Dit met de functies van je geest, je woorden en je lichaam gaan voor de waarheid van Mij in alle levende wezens wordt inderdaad door Mij beschouwd als zijnde de meest geëigende van alle processen. (Vedabase)
Mijn beste, omdat deze door Mij op volmaakte wijze ingestelde methode vrij is van de geaardheden en geen nevenmotieven kent is er als men probeert Mij aldus van dienst te zijn Uddhava, bijgevolg niet het geringste verlies [zie ook B.G. 2: 40].
Mijn beste, omdat het, door Mij op volmaakte wijze gevestigd, vrij is van de geaardheden en van nevenmotieven is er, Uddhava, in het pogen van Mijn plichtbetrachting te zijn dienovereenkomstig niet het geringste verlies [zie ook B.G. 2: 40]. (Vedabase)
O beste onder de vromen, van welk werelds ondernemen ook zal de angst en dat alles niks om het lijf hebben als het, aan Mij, het Allerhoogste, opgedragen zijnde, religieus is in de neiging tot een handelen dat vrij is van nevenmotieven [zie ook B.G. 18: 6].
O beste onder de gelovigen, welke vorm van angst of soortgelijk enzovoorts van ondernemen er ook moge zijn, heeft niets om het lijf als dat [ondernemen], welk neigt tot vruchteloosheid, religiositeit is richting Mij, de Allerhoogste [zie ook B.G. 18: 6]. (Vedabase)
Het in dit leven op deze manier via het valse en sterfelijke bereiken van Mij, het onsterfelijke, vormt de schranderheid der schranderen en de intelligentie der intelligenten.
Dit waarmee men middels het valse en sterfelijke in dit leven het ware verwerft van Mij, het onsterfelijke, is de schranderheid der schranderen en de intelligentie der intelligenten. (Vedabase)
Hiermee is zowel in het kort als tot in detail het volledige overzicht geboden van de Absolute Waarheid die een wetenschap vormt die zelfs voor de goden moeilijk toegankelijk is.
Hiermee is zowel in het kort als tot in detail het volledige overzicht geboden van de Absolute Waarheid die zelfs voor de goden moeilijk te overzien is. (Vedabase)
Met het naar behoren hebben doorgrond van deze kennis die steeds weer met logische argumenten voor je werd uiteengezet, zal een persoon zijn twijfels uitgebannen zien en bevrijd zijn.
Met het naar behoren hebben doorgrond van deze kennis, bij herhaling met logische argumenten voor je uiteengezet, zal een persoon, met zijn twijfels teniet gedaan, bevrijd zijn. (Vedabase)
Hij die zich enkel maar concentreert op deze vraag van jou die naar behoren door Mij werd opgehelderd, reikt tot het eeuwige geheim van de Veda's, het Allerhoogste Absolute van de Waarheid.
Hij die zich enkel maar concentreert op deze vraag van jou naar behoren opgehelderd door Mij, reikt tot het eeuwige geheim van de Veda's, het Allerhoogste Absolute van de Waarheid. (Vedabase)
Ik zal als vanzelf Mijn gezag verlenen aan degene die deze Allerhoogste Spirituele Waarheid zonder enig voorbehoud verkondigt als de traditie voor Mijn toegewijden.
Degene die als de verlener van het Allerhoogste Spirituele vrijmoedig dit verkondigt onder Mijn toegewijden zal Ik Mijzelf middels Mijzelf vergunnen. (Vedabase)
Hij die hardop dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en helder is, zal, omdat hij met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid gestalte geeft, alle dagen zuivering vinden.
Hij die hardop dit Allerhoogste reciteert dat zo heiligend en helder is, zal, met de lamp der kennis Mijn aanwezigheid gestalte gevend, dag na dag gezuiverd zijn. (Vedabase)
De persoon die aandachtig, met geloof hier regelmatig naar luistert is Mij bovenzinnelijk toegewijd [is een bhakta] en raakt niet verstrikt in karmische terugslagen [zie ook B.G. 3: 9].
De persoon die zonder afgeleid te zijn, met geloof regelmatig hiernaar luistert zal, met het doen van bovenzinnelijke toegewijde dienst [bhakti], niet gebonden zijn aan karmische terugslagen [zie ook B.G. 3: 9]. (Vedabase)
Uddhava, o vriend, heb je het spirituele nu duidelijk voor de geest en heeft het weeklagen en de illusie die in je geest opkwam nu het veld geruimd [zie 11.6: 42-49 en ook B.G. 18: 72]?
Uddhava, o vriend, heb je afdoende het spirituele begrepen en heeft dit weeklagen en deze illusie die uit je geest voortkwam nu het veld geruimd [zie 11.6: 42-49 en ook B.G. 18: 72]? (Vedabase)
Vertel dit niet aan een schijnheilig iemand, een atheïst of een bedrieger, en zeg het ook niet aan iemand die niet wil luisteren of een opstandige niet-toegewijde [vergelijk met B.G. 18: 67].
Deel dit niet met een schijnheilig iemand, een atheïst of een bedrieger, noch met iemand die niet met geloof luistert of met een obstinate niet-toegewijde [vergelijk met B.G. 18: 67]. (Vedabase)
Deel dit met de persoon die vrij is van deze slechte eigenschappen, met hem die geheiligd en zuiver is, hij die vriendelijk toegenegen is en het welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met arbeiders en vrouwen als ze van bhakti zijn [vergelijk B.G. 9: 32].
Deel dit met de persoon vrij van deze slechte eigenschappen, hij die geheiligd en zuiver is, vriendelijk toegenegen is en het welzijn van de brahmanen voor ogen heeft, zowel als met arbeiders en vrouwen vermits ze van de bhakti zijn [vergelijk B.G. 9: 32]. (Vedabase)
Voor de onderzoekende geest die hiervoor volledig begrip heeft, is er verder niets meer om in te drinken; wat zou iemand nog meer in zich op moeten nemen als hij gedronken heeft van de smakelijkste ambrozijnen drank die er is?
Voor de onderzoekende geest die volledig van begrip is hiervoor, is er verder niets meer om in te drinken; met het hebben gedronken van de smakelijke ambrozijnen drank is er verder niets meer te drinken over. (Vedabase)
Ongeacht wat mensen van succes met de vier levensdoelen [catuh-vidah] ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek besturen, kan je in gelijke mate in Mij vinden.
Wat mensen van succes naar de vier doelen [catuh-vidah] ook vinden in geestelijke kennis, in baatzuchtige arbeid, in mystieke yoga, in alledaagse bezigheden of in politiek besturen, ben Ik in gelijke mate voor jou. (Vedabase)
Als een sterveling zich opoffert en al zijn baatzuchtige arbeid opgeeft in het verlangen naar het bijzondere van Mij, komt hij in dat proces van het bereiken van de onsterfelijkheid met Mij op dat moment in aanmerking voor het delen in de weelde die bij Mij hoort'
Als een sterveling zich opofferend, al zijn baatzuchtige arbeid eraan gegeven heeft in het verlangen naar het bijzondere van Mij, komt hij in het proces van het bereiken van de onsterfelijkheid, met Mij te dien tijde waarlijk ook in aanmerking voor een weelde die gelijk is.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Nadat hij de woorden van Uttamas'loka had aangehoord en hem aldus het pad van de yoga was getoond, zei Uddhava met zijn handen samengevouwen niets omdat zijn keel was dichtgesnoerd door de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen.
S'uka zei: 'Hij, die aldus het pad van de yoga was getoond, zei toen met het met gevouwen handen aangehoord hebben van de woorden van Uttamas'loka niets, daar zijn keel dichtgesnoerd was van de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen. (Vedabase)
Volledig door de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest in evenwicht te krijgen o Koning, sprak hij, zich dankbaar voelend, met gevouwen handen voor de Grote Held der Yadu's en raakte daarbij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten aan.
Volledig door de liefde van de kaart zichzelf intomend om zijn geest in evenwicht te krijgen, o Koning, sprak hij, zich dankbaar voelend, met gevouwen handen voor de Grootste Held van de Yadu's, waarbij hij met zijn hoofd Zijn lotusvoeten aanraakte. (Vedabase)
S'rî Uddhava zei: 'De grote duisternis van de begoocheling waar ik in belandde, werd in de aanwezigheid van de Zon die Jij bent verdreven. Welke kou, duisternis en vrees zou zich kunnen doen gelden met degene die Jou benaderde, o Ongeboren Oorspronkelijke Persoon?
S'rî Uddhava zei: 'De grote duisternis van mijn begoocheling waaraan ik mij overgaf in de aanwezigheid van de Zon die Jij bent, is verdreven; welke kou, duisternis en vrees zou zich kunnen doen gelden over degene die het tot de nabijheid bracht, o Ongeborene Allereerste? (Vedabase)
Door Jou die in Je goedheid zo genadig bent werd aan mij, Je dienaar, als antwoord de fakkel geboden die bestaat uit Jouw wijsheid. Wie ook die dankbaarheid voelt is er toe in staat af te zien van de basis van Jouw voeten en elders zijn heil te zoeken?
In wederkeer werd door Jouw goede Zelf zo genadig mij, je dienaar, de fakkel geboden bestaande uit Jouw wijsheid; welke dankbare dan ook zou de basis van Jouw voeten kunnen verlaten en af kunnen gaan op een andere toevlucht? (Vedabase)
Het door Jouw mâyâ stevig bindende touw van mijn genegenheid voor de zich naar Jouw wil uitbreidende schepping [de familie] van de Dâs'ârha's, Vrishni's, Andhaka's en Sâtvata's, werd doorkliefd met het zwaard van de juiste kennis omtrent de ziel.
Het door Jouw mâyâ, terwille van de toename van Je Schepping [Je familie], door Jou geknoopte, stevig bindende touw van mijn genegenheid voor de Dâs'ârha's, Vrishni's, Andhaka's en Sâtvata's, is doorsneden met het zwaard van de juiste kennis omtrent de ziel. (Vedabase)
Mogen er mijn eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der Mystici, leg me alsJeblieft uit hoe ik stabiel kan zijn met de transcendentale aantrekking van Jouw lotusvoeten.'
Mogen er mijn eerbetuigingen voor Jou zijn, o Grootste der Mystici, alsJeblieft geef instructie over hoe constant te blijven met de transcendentale aantrekking van Jouw lotusvoeten.' (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, aanvaard Mijn advies om naar Mijn hermitage genaamd Badârika te gaan. Zuiver je aan de oevers aldaar met het water wegstromend van Mijn voeten door er in te baden en het te beroeren [zie 5.17]. Wees met je ogen gericht op de Alakanandâ [een zijrivier van de Ganges] gezuiverd van alle smetten en kleed je met boombast Mijn beste, leef van wat het bos je biedt en vindt vrij van begeerte het geluk. Oefen met je intelligentie, spirituele kennis en wijsheid, verdraagzaamheid met alle dualiteiten, houdt heilig vast aan je principes, beteugel je zinnen, en verkeer in vrede en verzonkenheid. Hecht geloof aan en mediteer op dat wat je van Mij leerde te onderscheiden. Als je met je woorden en geest in Mij verzonken je ertoe wijdt om Mijn deugd te verwerkelijken zal je, met die disipline de oversteek wagend tot voorbij de drie bestemmingen [de guna's], vervolgens Mij bereiken.'
De Allerhoogste Heer zei: 'Alsjeblieft, o Uddhava, ga op Mijn voorspraak naar Mijn hermitage genaamd Badârika; wees er, op de oevers, gezuiverd door het beroeren van en baden in het water wegstromend van Mijn voeten [zie 5.17]. Met het met jouw ogen gericht op de Alakanandâ [een zijrivier van de Ganges] weggezuiverd zijn van alle onzuiverheid, en boombast dragend mijn beste, leef van wat het bos je biedt en zij gelukkig vrij van begeerte. Met intelligentie, spirituele kennis en wijsheid toegerust, wees verdraagzaam met alle dualiteiten, van een heilig karakter, van zinsbeheersing, van vrede en verzonkenheid. Wees consequent met dat wat je in onderscheidingsvermogen van Mij geleerd hebt; met je woorden en je geest in Mij verzonken ertoe gewijd tot het besef van Mijn dharma te komen zal je, aldus gevestigd overstekend tot voorbij de drie bestemmingen [de guna's], daarna tot Mij komen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer Vol van Begrip, omliep Uddhava Hem linksom en ondanks dat hij op het moment van zijn vertrek vrij was van de invloed der materiële tegenstellingen, doordrenkte hij, met een brekend hart met zijn hoofd voorover, Zijn voeten met zijn tranen.
S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Heer der Heugenis, omliep Uddhava Hem, Hem rechts houdend, en doordrenkte hij, met een hart dat het begaf, met zijn hoofd naar beneden geplaatst, Zijn voeten met zijn tranen, ondanks het feit dat hij ten tijde van het vertrek niet betrokken was bij de materiële dualiteit. (Vedabase)
Het er moeilijk mee hebbend om te vertrekken was hij niet in staat Hem te verlaten zodat hij buiten zichzelf overweldigd door grote pijn afscheid nam en daarbij keer op keer zijn eerbetuigingen bracht en de slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd nam [*].
Met de gehechtheid die allermoeilijkst te verzaken was, was hij, niet in staat Hem te verlaten bij de scheiding, overweldigd in grote pijn buiten zichzelf, en ging hij, keer op keer zijn eerbetuigingen brengend, heen met het meedragen van de slippers van Zijn Handhaver op zijn hoofd [*]. (Vedabase)
Daarna Hem in zijn hart installerend, ging de grote toegewijde naar het luisterrijke pelgrimsoord [dat als zodanig ookwel Vis'âlâ wordt genoemd] waar de Enige Vriend van het Universum het over had. Daar bereikte hij, nadat hij gewetensvol de boetedoeningen had volbracht, de bestemming van de Heer [Vaikunthha].
Daarna Hem in zijn hart installerend, ging de grote toegewijde, zoals hem dat gezegd was door de Enige Vriend van het Universum, naar het luisterrijke pelgrimsoord [dat als zodanig ookwel Vis'âlâ wordt genoemd] en bereikte hij, met het naar behoren uitvoeren van de boetedoeningen, de Heer Zijn bestemming [Vaikunthha]. (Vedabase)
Onverschillig wie ter wereld die oprecht gelovig de dienst aanvaardt van deze oceaan van vervoering, deze nectarzee van kennis die door Krishna, Hij wiens voeten worden gediend door de meesters van de Yoga, voor Zijn toegewijde werd bijeengebracht, zal bevrijd raken.
Wie dan ook ter wereld die waarachtig in het geloof dienst levert aan deze oceaan van vervoering, deze nectar van de kennis die, bijeengebracht door Krishna, door Hem wiens voeten worden gediend door de meesters van de yoga, uitgesproken werd voor Zijn toegewijde, zal bevrijd raken. (Vedabase)
Ik buig voor de Eerste en Grootse Persoonlijkheid genaamd Krishna, die zorgt dat Zijn vele toegewijden de nectar van de oceaan te drinken krijgen die wordt gevormd door de essentie van de Veda's, de essentie van de spirituele kennis en wijsheid die Hij, als de auteur van de Veda's, gelijk een bij levert teneinde de angst weg te nemen van het materieel bestaan.'
Ik verbuig me voor de Grootste en Eerste Persoonlijkheid genaamd Krishna, die zorgt dat Zijn vele toegewijden de nectar krijgen te drinken van de oceaan, de essentie van de Veda's, de essentie van de spirituele kennis en wijsheid die Hij, als de auteur van de Veda's, gelijk een bij levert teneinde de angst weg te nemen van een materieel bestaan. (Vedabase)
*: De paramparâ voegt hier toe: 'Volgens het S'rîmad Bhâgavatam [3.4: 5], vernam Uddhava toen hij onderweg was naar Badarikâs'rama over de Heer Zijn reis naar Prabhâsa. Terugkerend en Heer Krishna achterna komend, trof hij de Heer alleen, vlak na het zich terugtrekken van de Yadu dynastie. Na opnieuw genadevol geïnstrueerd te zijn door de Persoonlijkheid van God (tezamen met Maitreya, die juist was aangekomen), voelde Uddhava dat zijn kennis van de waarheid nieuw leven was ingeblazen, en begaf hij zich toen, op last van de Heer, op weg.'
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd