
Canto
4
Hoofdstuk 7: Het offer ten uitvoer gebracht door Daksha
(1) Maitreya zei: 'Heer S'iva aldus door Heer Brahmâ tevredengesteld was geheel voldaan, o machtige; luister naar wat hij toen glimlachend zei. (2) Mahâdeva zei: 'O heer van het geschapene, ik neem geen aanstoot aan diegenen die ik beschouw als zijnde kinderen, ik hanteerde de roede daar alleen maar voor hen die begoocheld waren door de uiterlijkheid van God. (3) Laat er de kop van een geit zijn voor de Prajâpati wiens hoofd tot as werd verbrand en laat Bhaga zijn eigen deel van het offer bekijken door de ogen van Mitra. (4) Pûshâ die de ceremonie leidde zal deeg van kikkererwten moeten eten of voedsel dat voor hem is gekauwd, maar de goddelijken die mij wel een deel van het offer vergunden zullen zich volledig herstellen. (5) De twee armen van de As'vins [de tweeling beschermers van de medische wetenschap] en de handen van Pûshâ zijn er voor hen die deze ledematen moeten missen en Bhrigu en de andere priesters mogen de baard van de geit hebben. '
(6) Maitreya zei: 'Allen die op dat moment hoorden wat de beste der begunstigers had gezegd waren in hun hart en ziel voldaan, o mijn beste, en gaven derhalve, zoals wij dat doen, blijk van hun waardering. (7) Daarop werd Heer S'iva door de goddelijken en de wijzen, opnieuw aangevoerd door Bhrigu, uitgenodigd de offerplechtigheid ter wille van de goddelijkheid bij te wonen en tezamen met de vrijzinnige [S'iva] en hij die van de Veda is [Brahmâ] gingen ze daarheen op weg. (8) Ze deden het toen allemaal, zoals Heer Bhava het gezegd had, met het lichaam van de levende [Daksha] en de kop van het offerdier. (9) Zo te werk gaand werd aldus met die kop koning Daksha, onder toezicht van Rudra, opgewekt uit zijn klaarblijkelijke staat van bewusteloosheid, waarop hij toen de mededogende voor zich zag staan.(10) Op dat moment werd het verontreinigde hart van de Prajâpati door hem te zien, de Heer die de stier berijdt, zo rein als een [zojuist door de regens gevuld] meer in de herfst. (11) Hoewel voornemens tot Bhava te bidden, wou dat, met ogen vol tranen, niet lukken vanwege de heftige stroom van emoties bij de herinnering aan de overleden dochter. (12) Met grote moeite zo ook zijn geest, die verbijsterd was door zijn liefde en genegenheid, tot rust brengend, bad de Prajâpati die weer bij zinnen was gekomen tot hem met lof en welgemeende gevoelens. (13) Daksha zei: 'Hoe groot is de gunst mij ten deel gevallen in de bestraffing door u voor al het verkeerde dat ik deed; hoewel u verslaat, ontkent u zelfs niet een ongekwalificeerde brahmaan. Noch van u noch van Vishnu, mijn Heer, is er sprake van enige verwaarlozing en is er aldus zekerheid voor diegene die offers brengt. (14) O Grote der Groten, als hij die als eerste werd geschapen uit de mond van Brahmâ met de bedoeling de leringen der zelfrealisatie, de geloften en de verzaking te verkondigen, beschermt u met een stok in uw hand als iemand die zijn kudde beschermt, al de brahmanen. (15) U die door mij, me niet bewust van uw werkelijkheid, door de pijlen van onaardige bewoordingen werd beledigd in de bijeenkomst, slaat daar niet werkelijk acht op; toen u mij in de hel zag afglijden door het belasteren van de meest respectabele, hebt u mij uit mededogen gered en over datgene wat u uit uw eigen genade deed, o Heer, wens ik dat u tevreden bent.
(16) Maitreya zei: 'Aldus vergiffenis vindend en door Heer S'iva en Heer Brahmâ toegestaan het offer te brengen, begon hij er opnieuw weer mee samen met de priesters, de geschoolden en de anderen. (17) Voor het brengen van het offer dat bedoeld was voor Vishnu, bereidden de brahmanen zich voor op de drie soorten van offerandes en voerden ze de offerplechtigheid genaamd purodâs'a uit teneinde gezuiverd te raken van het in contact zijn geweest met Vîrabhadra en zijn mannen. (18) O Vidura, vanaf het ogenblik dat de leider van de Yajña er aldus in slaagde met behulp van geklaarde boter en hymnen uit de Yajur Veda het offer te brengen en in meditatie zijn heiliging vond, verscheen Heer Hari, de Hoogste Persoonlijkheid. (19) Op dat ogenblik zagen allen de gloed der tien windrichtingen overschaduwd door de helderheid van de uitstraling van Hem Zelve, die werd gebracht door Garuda [of Stotra] op zijn enorme vleugels. (20) Met een donkere huidskleur, kleding als van goud, een helm met de schittering van de zon, krullend haar zo zwart als zwarte bijen, een gelaat opgesierd met oorhangers, een schelphoorn, een lotusbloem, een schijf en pijlen, een boog, een knots, een zwaard en schild en vele gouden sieraden, zag Hij, met alles wat Hij in Zijn handen had, er uit als een boom in de bloei. (21) Omhangen met woudbloemen had Hij de vrouw [Lakshmî] op Zijn borst en slechts een klein deel van Zijn verheven glimlachende blik volstond om de gehele wereld te plezieren; aan Zijn zijde bevonden zich witte wuifkwasten en boven Hem kon men een koninklijke baldakijn zien die zo wit was als de maan. (22) Nadat ze Hem zagen arriveren, toonden al de halfgoden en de anderen onder leiding van Brahmâ, Indra en de drieogige S'iva, onmiddellijk hun respect door van hun zitplaatsen op te staan. (23) Overstraald door de luister van de gloed van Zijn uitstraling vielen ze allen stil en vol ontzag beroerden ze hun hoofden neerbuigend om te bidden voor Adhokshaja, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God. (24) Hoewel Zijn heerlijkheid het bevattingsvermogen te boven gaat van zelfs de machtigen der ziel in hun verschillende capaciteiten, konden ze nu door Zijn genade hun gebeden brengen met het aanschouwen van Zijn bovenzinnelijke gedaante. (25) Daksha, die, zijn toevlucht zoekend, werd aanvaard met zijn gerechte offerandes in opoffering voor de meester aller offers, de allerhoogste leraar van alle stamvaders der mensheid die door Nanda en Sunanda [de belangrijkste dienaren van Nârâyana in Vaikunthha] wordt bijgestaan, bracht Hem toen met het grootste genoegen, een onderworpen geest en gevouwen handen zijn gebeden. (26) Daksha zei: 'Uwe Heerlijkheid hier nu aanwezig, uit de zuiverheid van Uw eigen verblijfplaats volledig hier teruggekeerd in volmaakte transcendentie boven alle mentale gissingen, bent die ene zonder weerga, de beheerser zonder angst van alle materie, die, met haar [Mâyâ] ingegaan in het onzuivere, voor zeker degene is van het overzicht die in Zichzelf volkomen is. '
(27) De priesters zeiden: 'Wij allen, niet bekend met de waarheid van Uwe Heerlijkheid die vrij is van de invloed van de materiële wereld en van een intelligentie zijnde van een te grote gehechtheid aan vruchtdragende bezigheden door de vloek van S'iva, o Heer, weten nu van de naam [Yajña] van het symbolische van deze regeling van religieus offeren dat zich in drie afdelingen beweegt en ter wille waarvan we in de aanbidding van halfgoden verkeren.'
(28) De leden van de bijeenkomst zeiden: 'Op het pad van herhaalde geboorte en dood hebben we geen plaats om te schuilen; we hebben er hevig onder te lijden gebonden te zijn aan dit machtige bolwerk van de tijd, dat vol is van lelijke slangen en waarin de luchtspiegeling van het materieel geluk van een huis en een lichaam een zware last vormt. Als we moeten leven met de dubbele valkuil van verdriet en zogenaamd geluk, de angst voor wilde dieren, de bosbrand van het weeklagen over het belang van de onwetendheid en het geplaagd zijn door allerlei soorten van verlangens, genieten wij, met U die beschutting biedt, de bescherming van Uw lotusvoeten.'
(29) Rudra zei: 'O allerhoogste begunstiger, als ik, verlangend naar bevrediging in de materiële wereld, mijn geest heb gefixeerd op Uw beminde lotusvoeten die voorzeker worden verzorgd en aanbeden door de bevrijde wijzen, hecht ik er, met een mededogen gelijk aan dat van U, geen waarde aan, als onwetende mensen klagen over een gebrek aan orde. '
(30) Bhrigu zei: 'Van Heer Brahmâ tot aan alle andere belichaamde wezens toe zijn zij, die onder de invloed van de onoverkomelijke materiële energie verkeren en verstoken zijn van de kennis van hun oorspronkelijke zelf, gehuld in de duisternis der illusie en bevinden ze zich niet in de ene ziel; ze kunnen Uw situatie als het absolute van de werkelijkheid niet begrijpen. O Heer, U, als de vriend van de overgegeven ziel, wees ons genadig.'
(31) Brahmâ zei: 'In het proberen Uw persoon te zien, kan deze eeuwige gedaante van U niet worden gekend door de verschillende deugden van respect om kennis te verwerven, daar het objectieve van de werktuigen der kennis en hun materiële basis verschilt in het acht slaan op U.'
(32) Indra zei: 'Voorzeker is deze transcendentale gedaante, o Onfeilbare, er voor het welzijn van het universum en is ze een bron van genoegen voor de geest en het oog daar U, in het bezit van de acht wapens omhooggehouden door Uw armen, hen straft die afgunstig zijn op Uw toegewijden.'
(33) De vrouwen van hen die de offerplechtigheid bijwoonden zeiden: 'Dit met offers aanbidden zoals ingesteld door Brahmâ werd verwoest door Heer S'iva; moge vandaag de schoonheid van Uw lotusgelijke blik, o Heer van het offer, heiligen wat door de woede jegens Daksha de stilte werd, die gelijk is aan die van de dode lichamen van de offerdieren.'
(34) De wijzen zeiden: 'Hoe wonderbaarlijk o Opperheer, zijn Uw handelingen waarvan in de uitvoering van het werk ervoor U voorzeker nimmer gehecht bent; noch is Uwe Heerlijkheid dat met de genade van Uw welwillende dienares, de Godin van het Fortuin Lakshmî, waarvoor men in aanbidding verkeert.'
(35) De volmaakten zeiden: 'Ondergedompeld in de rivier van de geest van de zuivere nectar van Uw tijdverdrijf herinneren we ons als een olifant, dorstig van de hitte van een bosbrand, niet langer die misère van het aangedaan zijn en wensen we, verenigd in het Absolute ervan, het nimmer achter ons te laten.'
(36) Daksha's vrouw zei: 'Wees behaagd mijn Heer met mijn eerbetoon voor Uw goedgunstig verschijnen, o toevlucht van de Godin; met Lakshmî als Uw echtgenote, beschermt U ons. Ons offerperk kent geen schoonheid zonder Uw armen, o beheerser, precies zoals een onthoofde persoon geen weet heeft met enkel een lichaam.'
(37) De plaatselijke bestuurders zeiden: 'Erover in twijfel of we U nu gezien hebben met onze materiële zinnen, wordt U, met het onthullen van Uw eeuwige gedaante, zeker gezien als de innerlijke getuige aan wie de gehele wereld van illusie haar zekerheid in het bestaan ontleend, o eigenaar van alles, daar U met de elementen verschijnt als de zesde van de vijf der zinnen.'
(38) De groten van de yoga zeiden: 'Zij die, door niemand anders dan U zo dierbaar te achten, zichzelf zien als bestaande in U en niet als los bestaand van U, de Superziel van alle wezens, o meester, zijn U zeer dierbaar; en hoeveel meer begunstigt U niet feilloos die zielen, o Heer, die daarmee met toewijding in aanbidding verkeren, o liefdevolle ouder. (39) Aan Hem in Zijn persoonlijke gedaante, die uit Zijn materiële energie in de levende wezens de bestemming voortbracht van hun verschillende toeneigingen, gevarieerd in de vele materiële kwaliteiten in de materiële wereld naar schepping, handhaving en vernietiging en die door Zijn innerlijk vermogen er voor zorgde dat de interactie van de geaardheden tot een einde kwam, bieden wij onze eerbetuigingen.'
(40) De Veda's in eigen persoon verklaarden: 'Ons respect voor U die de beschutting bent van de kwaliteit der goedheid en de bron bent van de verzaking en boete in alle religies, ontstegen aan de geaardheden der natuur; Ik noch iemand anders kent werkelijk U of Uw situatie.'
(41) Agni, de vuurgod zei: 'Door Uw gloed ben ik lichtend als het grootste vuur en mag ik in opoffering de vijf soorten van offerandes vermengd met boter aanvaarden; ik biedt Yajña, de beschermer der offerandes, die wordt aanbeden middels de vijf soorten van hymnen uit de Veda, mijn eerbetuigingen.'
(42) De goddelijken zeiden: 'Voorheen bij de verwoesting van het tijdperk [kalpa] mediteerden de bevrijde zielen in hun harten in filosofische speculaties en hen behoudend, ze in Uw buik terugtrekkend, was U in werking voorzeker de Oorspronkelijke Persoonlijkheid rustend in het water neerliggend op het slangenbed Ananta S'esha; en nu zien we met onze beide ogen dat U zich beweegt op de weg van het beschermen van ons Uw dienaren. '
(43) De bewoners van de hemel zeiden: 'Marîci en de grote wijzen onder de leiding van Brahmâ en Indra en de goddelijkheid geleid door S'iva, moet worden gezien als deel en geheel van Uw lichaam, o God; mogen we jegens de Allerhoogste Almachtige voor wie deze hele schepping slechts iets is om mee te spelen, o Heer, altijd in eerbied verkeren en U onze eerbetuigingen aanbieden.'
(44) De Vidyâdhara's [zij die van de kennis houden] zeiden: 'Na, door Uw extern vermogen het lichaam te hebben verkregen en zich er foutief mee geïdentificeerd te hebben, aanwezig in het lichaam denkend in termen van ik en mijn, ziet de onwetende persoon het lichaam aan voor zichzelf en volgt hij zelfs, zijn geluk zoekend in zinsobjecten, de verkeerde wegen afgeleid als hij is door materiële bezittingen; maar zich lavend aan de nectar van Uw onderwerpen kan hij, zelfs al is hij daar ver van afgedwaald, verlossing vinden.'
(45) De brahmanen zeiden: 'U bent het offer, het uitgieten van de geklaarde boter, het vuur in eigen persoon; U bent de mantra's, de brandstof, het kus'a gras [om op te zitten] en de potten; U bent de leden van de bijeenkomst, de priesters, de leider van de yajña en zijn vrouw, de halfgoden en de heilige plechtigheid voor het vuur, de offers gebracht aan de voorvaderen, de soma-plant, de gezuiverde boter zelf en het offerdier [zie ook B.G. 4.24]. (46) In het verleden was U het die vanuit de wateren, als een olifant die een lotus oppakt, de wereld ophief op Uw slagtanden als de grote zwijn-incarnatie [zie canto 3.13]; spelenderwijs werd de vibratie opgepikt door grote wijzen als Sanaka als een offerande van gebeden in de vorm van een plechtigheid, o kennis van de Veda's in eigen persoon. (47) U als diezelfde persoon, vragen we tevreden te zijn over ons die in afwachting van Uw aanwezigheid verkeren, in nalatigheid van het brengen van het offer. Door het zingen van Uw heilige namen bereiken personen, o Heer van het offer, het teniet doen van hindernissen; aan U onze respectvolle eerbetuigingen.'
(48) Maitreya zei: 'O gezegende, met Hrishîkes'a [Vishnu als de Heer der zinnen], de beschermer der offers, aldus verheerlijkt, trof Daksha, gezuiverd, maatregelen om de offerplechtigheid die door Vîrabhadra was verwoest te hervatten. (49) O zondeloze, Heer Vishnu, de Superziel van alle wezens en genieter van alle offers, was met het hebben verkregen van Zijn deel, tevredengesteld en richtte zich tot Daksha. (50) Heer Vishnu zei: 'Ik, Brahmâ en Heer S'iva eveneens, verschillen niet in het zijn van de allerhoogste oorzaak en Superziel, de getuige en de in zichzelf tevredene van de materiële manifestatie. (51) Ikzelf, binnengegaan in Mijn eigen uiterlijke energie samengesteld uit de geaardheden der natuur, o tweemaal geborene, schep, handhaaf en vernietig de kosmische manifestatie en, overeenkomstig de activiteit, draag Ik een naam naar gelang de zaak waarvoor Ik Mij manifesteer. (52) Hem, het opperste Brahman, dat zijns gelijke niet kent, is als één Superziel met zowel Brahmâ als S'iva, maar de levenden die hier niet van op de hoogte zijn, denken van hen dat ze gescheiden bestaan. (53) De manier waarop een persoon somtijds geen verschil maakt tussen het hoofd, de handen en andere delen van zijn lichaam, zo ziet ook Mijn toegewijde geen verschil tussen de levende wezens. (54) Hij die van de drie die van een enkele natuur zijn, waarlijk, van de Superziel in alle levende wezens, niet de gescheidenheid ziet, o brahmaan, realiseert de vrede.'
(55) Maitreya zei: 'De meest vooraanstaande der stamvaders aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer Hari aanbad toen, nadat hij het Zijne had aanbeden met het nodige ceremonieel, afzonderlijk de halfgoden. (56) Aangezien hij met een geconcentreerde geest Heer S'iva naar zijn aandeel had aanbeden en door die wijze van optreden tezamen met de priesters het zowel had volbracht voor de goddelijken en de anderen die zich hadden verzameld, nam hij het afsluitende [avabhritha] bad. (57) Door zowel de Allerhoogste Zijn deel toe te kennen was aldus voorzeker de volmaaktheid van de religieuze plicht bereikt en vertrokken deze drie van de godendienst, die aldus de intelligentie hadden geschonken, naar hun verblijfplaatsen. (58) Satî, de dochter van Daksha, nadat ze voordien haar lichaam had opgegeven, werd geboren uit de echtgenote van Menâ [of Menakâ] die in de Himalaya's leeft, zo heb ik vernomen. (59) Als zijn geliefde was Ambikâ [Durgâ of Satî], daar ze tot geen ander was aangetrokken, er zeker van wederom hem [S'iva] als haar echtgenoot te aanvaarden, als het ene doel, het oorspronkelijk mannelijke van de persoon dat sluimert in de uiterlijke vrouwelijke energie. (60) Dit verhaal over S'ambhu [Heer S'iva als de ene van alle wezens] die Daksha's offer vernietigde, vernam ik van een grote toegewijde en discipel van Brihaspati: Uddhava. (61) De persoon die na het horen van deze zuivere wederwaardigheid over de weg van het Allerhoogste, steeds met geloof en toewijding tracht er verslag van te doen, zal roem vinden, lang leven en de vernietiging van zijn zonden bereiken in het bevrijd zijn van alle materiële smetten, o afstammeling van Kuru.
![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Maitreya zei: 'Heer S'iva aldus door Heer Brahmâ tevredengesteld was geheel voldaan, o machtige; luister naar wat hij toen glimlachend zei.Maitreya zei: 'Heer S'iva aldus door Heer Brahmâ tevreden gesteld was geheel voldaan, o machtige; luister naar wat hij toen glimlachend zei. (Vedabase)
Mahâdeva zei: 'O heer van het geschapene, ik neem geen aanstoot aan diegenen die ik beschouw als zijnde kinderen, ik hanteerde de roede daar alleen maar voor hen die begoocheld waren door de uiterlijkheid van God.
Mahadeva zei: 'O heer van het geschapene, ik neem geen aanstoot aan diegenen die ik beschouw als zijnde kinderen, ik hanteerde de roede daar alleen maar voor hen die begoocheld waren door de uiterlijkheid van God. (Vedabase)
Laat er de kop van een geit zijn voor de Prajâpati wiens hoofd tot as werd verbrand en laat Bhaga zijn eigen deel van het offer bekijken door de ogen van Mitra.
Laat er de kop van een geit zijn voor de Prajâpati wiens hoofd tot as werd verbrand en laat Bhaga zijn eigen deel van het offer bekijken door de ogen van Mitra. (Vedabase)
Pûshâ die de ceremonie leidde zal deeg van kikkererwten moeten eten of voedsel dat voor hem is gekauwd, maar de goddelijken die mij wel een deel van het offer vergunden zullen zich volledig herstellen.
Pûshâ die de ceremonie leidde zal deeg van kikkererwten moeten eten of voedsel dat voor hem is gekauwd, maar de goddelijken die mij wel een deel van het offer vergunden zullen zich volledig herstellen. (Vedabase)
De twee armen van de As'vins [de tweeling beschermers van de medische wetenschap] en de handen van Pûshâ zijn er voor hen die deze ledematen moeten missen en Bhrigu en de andere priesters mogen de baard van de geit hebben. '
De twee armen van de As'vins [de tweeling beschermers van de medische wetenschap] en de handen van Pûshâ zijn er voor hen die deze ledematen moeten missen en Bhrigu en de andere priesters mogen de baard van de geit hebben.' (Vedabase)
Maitreya zei: 'Allen die op dat moment hoorden wat de beste der begunstigers had gezegd waren in hun hart en ziel voldaan, o mijn beste, en gaven derhalve, zoals wij dat doen, blijk van hun waardering.
Maitreya zei: 'Allen die op dat moment hoorden wat de beste der begunstigers had gezegd waren in hun hart en ziel voldaan, o mijn beste, en gaven derhalve, zoals wij dat doen, blijk van hun waardering. (Vedabase)
Daarop werd Heer S'iva door de goddelijken en de wijzen, opnieuw aangevoerd door Bhrigu, uitgenodigd de offerplechtigheid ter wille van de goddelijkheid bij te wonen en tezamen met de vrijzinnige [S'iva] en hij die van de Veda is [Brahmâ] gingen ze daarheen op weg.
Daarop werd Heer S'iva door de goddelijken en de wijzen, opnieuw aangevoerd door Bhrigu, uitgenodigd de offerplechtigheid ter wille van de goddelijkheid bij te wonen en tezamen met hem die misnoegd was en hij die van de Veda is [Brahmâ] gingen ze daarheen op weg. (Vedabase)
Ze deden het toen allemaal, zoals Heer Bhava het gezegd had, met het lichaam van de levende [Daksha] en de kop van het offerdier.
Ze deden het toen allemaal zoals Heer Bhava het gezegd had te doen met het lichaam van de levende [Daksha] en de kop van het offerdier. (Vedabase)
Zo te werk gaand werd aldus met die kop koning Daksha, onder toezicht van Rudra, opgewekt uit zijn klaarblijkelijke staat van bewusteloosheid, waarop hij toen de mededogende voor zich zag staan.
Zo te werk gaand werd aldus met die kop koning Daksha, onder toezicht van Rudra, opgewekt uit zijn klaarblijkelijke staat van bewusteloosheid, waarop hij waarlijk de Heer van de Dood voor zich zag. (Vedabase)
Op dat moment werd het verontreinigde hart van de Prajâpati door hem te zien, de Heer die de stier berijdt, zo rein als een [zojuist door de regens gevuld] meer in de herfst.
Op dat moment werd het verontreinigde hart van de Prajâpati door hem te zien, de Heer die de stier berijdt, zo rein als een [zojuist door de regens gevuld] meer in de herfst. (Vedabase)
Hoewel voornemens tot Bhava te bidden, wou dat, met ogen vol tranen, niet lukken vanwege de heftige stroom van emoties bij de herinnering aan de overleden dochter.
Hoewel voornemens tot Bhava te bidden, kon het, met ogen vol tranen, niet zo zijn door de heftige stroom van emoties bij de herinnering aan de dode dochter. (Vedabase)
Met grote moeite zo ook zijn geest, die verbijsterd was door zijn liefde en genegenheid, tot rust brengend, bad de Prajâpati die weer bij zinnen was gekomen tot hem met lof en welgemeende gevoelens.
Met grote moeite eveneens de geest, verbijsterd door de liefde en genegenheid, tot rust brengend, bad de ene Prajâpati die bij zinnen was gekomen met lof en met welgemeende gevoelens jegens hem. (Vedabase)
Daksha zei: 'Hoe groot is de gunst mij ten deel gevallen in de bestraffing door u voor al het verkeerde dat ik deed; hoewel u verslaat, ontkent u zelfs niet een ongekwalificeerde brahmaan. Noch van u noch van Vishnu, mijn Heer, is er sprake van enige verwaarlozing en is er aldus zekerheid voor diegene die offers brengt.
Daksha zei: 'Hoe groot is de gunst mij ten deel gevallen in de bestraffing door u voor al het verkeerde dat ik deed; hoewel u verslaat, ontkent u zelfs niet een ongekwalificeerde brahmaan. Noch van u noch van Vishnu, mijn Heer, is er sprake van enige verwaarlozing en is er aldus zekerheid voor diegene die offers brengt. (Vedabase)?
O Grote der Groten, als hij die als eerste werd geschapen uit de mond van Brahmâ met de bedoeling de leringen der zelfrealisatie, de geloften en de verzaking te verkondigen, beschermt u met een stok in uw hand als iemand die zijn kudde beschermt, al de brahmanen.
O Grote der Groten, als hij die als eerste werd geschapen uit de mond van Brahmâ met de bedoeling de leringen der zelfrealisatie, de geloften en de verzaking te verkondigen, beschermt u met een stok in uw hand als iemand die zijn kudde beschermt, al de brahmanen. (Vedabase)
U die door mij, me niet bewust van uw werkelijkheid, door de pijlen van onaardige bewoordingen werd beledigd in de bijeenkomst, slaat daar niet werkelijk acht op; toen u mij in de hel zag afglijden door het belasteren van de meest respectabele, hebt u mij uit mededogen gered en over datgene wat u uit uw eigen genade deed, o Heer, wens ik dat u tevreden bent.
U die door mij, me niet bewust van uw werkelijkheid, door de pijlen van onaardige bewoordingen werd beledigd in de bijeenkomst, slaat daar niet werkelijk acht op; toen u mij in de hel zag afglijden door het belasteren van de meest respektabele, hebt u mij uit mededogen gered en over datgene wat u uit uw eigen genade deed, o Heer, wens ik dat u tevreden bent. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Aldus vergiffenis vindend en door Heer S'iva en Heer Brahmâ toegestaan het offer te brengen, begon hij er opnieuw weer mee samen met de priesters, de geschoolden en de anderen.
Maitreya zei: 'Aldus vergiffenis vindend en door Heer S'iva en Heer Brahmâ toegestaan het offer te brengen, begon hij er opnieuw weer mee tezamen met de priesters, de geschoolden en de anderen. (Vedabase)
Tekst 17
Voor het brengen van het offer dat bedoeld was voor Vishnu, bereidden de brahmanen zich voor op de drie soorten van offerandes en voerden ze de offerplechtigheid genaamd purodâs'a uit teneinde gezuiverd te raken van het in contact zijn geweest met Vîrabhadra en zijn mannen.
Voor het brengen van het offer dat bedoeld was voor Vishnu, bereidden de brahmanen zich voor op de drie soorten van offerandes en voerden ze de offerplechtigheid genaamd purodâ uit teneinde gezuiverd te raken van het in kontakt zijn geweest met Vîrabhadra en zijn mannen. (Vedabase)
O Vidura, vanaf het ogenblik dat de leider van de Yajña er aldus in slaagde met behulp van geklaarde boter en hymnen uit de Yajur Veda het offer te brengen en in meditatie zijn heiliging vond, verscheen Heer Hari, de Hoogste Persoonlijkheid.
O Vidura, vanaf het ogenblik dat de leider van de Yajña er aldus in slaagde met behulp van geklaarde boter en hymnen uit de Yajur Veda het offer te brengen en in meditatie zijn heiliging vond, verscheen Heer Hari, de Hoogste Persoonlijkheid. (Vedabase)
Op dat ogenblik zagen allen de gloed der tien windrichtingen overschaduwd door de helderheid van de uitstraling van Hem Zelve, die werd gebracht door Garuda [of Stotra] op zijn enorme vleugels.
Op dat ogenblik zagen allen de gloed der tien windrichtingen overschaduwd door de helderheid van de uitstraling van Hem Zelve, die werd gebracht door Garuda [of Stotra] op zijn enorme vleugels. (Vedabase)
Met een donkere huidskleur, kleding als van goud, een helm met de schittering van de zon, krullend haar zo zwart als zwarte bijen, een gelaat opgesierd met oorhangers, een schelphoorn, een lotusbloem, een schijf en pijlen, een boog, een knots, een zwaard en schild en vele gouden sieraden, zag Hij, met alles wat Hij in Zijn handen had, er uit als een boom in de bloei.
Met een donkere huidskleur, kleding als van goud, een helm met de schittering van de zon, krullend haar zo zwart als zwarte bijen, een gelaat opgesierd met oorhangers, een schelphoorn, een lotusbloem, een schijf en pijlen, een boog, een knots, een zwaard en schild en vele gouden sieraden, zag Hij, met alles wat hij in Zijn handen had, er uit als een boom in de bloei. (Vedabase)
Omhangen met woudbloemen had Hij de vrouw [Lakshmî] op Zijn borst en slechts een klein deel van Zijn verheven glimlachende blik volstond om de gehele wereld te plezieren; aan Zijn zijde bevonden zich witte wuifkwasten en boven Hem kon men een koninklijke baldakijn zien die zo wit was als de maan.
Omhangen met woudbloemen had Hij de vrouw [Lakshmî] op Zijn borst en slechts een klein deel van Zijn verheven glimlachende blik volstond om de gehele wereld te plezieren; aan Zijn zijde bevonden zich witte wuifkwasten en boven Hem kon men een koninklijke baldakijn zien die zo wit was als de maan. (Vedabase)Nadat ze Hem zagen arriveren, toonden al de halfgoden en de anderen onder leiding van Brahmâ, Indra en de drieogige S'iva, onmiddellijk hun respect door van hun zitplaatsen op te staan.
Nadat ze Hem zagen arriveren, toonden al de halfgoden en de anderen onder leiding van Brahmâ, Indra en de drieogige S'iva, onmiddellijk hun respekt door van hun zitplaatsen op te staan. (Vedabase)
Overstraald door de luister van de gloed van Zijn uitstraling vielen ze allen stil en vol ontzag beroerden ze hun hoofden neerbuigend om te bidden voor Adhokshaja, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God.
Overstraald door de luister van de gloed van Zijn uitstraling vielen ze allen stil en vol ontzag beroerden ze hun hoofden neerbuigend om te bidden voor Adhoskaja, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God. (Vedabase)
Hoewel Zijn heerlijkheid het bevattingsvermogen te boven gaat van zelfs de machtigen der ziel in hun verschillende capaciteiten, konden ze nu door Zijn genade hun gebeden brengen met het aanschouwen van Zijn bovenzinnelijke gedaante.
Hoewel Zijn heerlijkheid het bevattingsvermogen te boven gaat van zelfs de machtigen der ziel in hun verschillende capaciteiten, konden ze nu door Zijn genade hun gebeden brengen met het aanschouwen van Zijn bovenzinnelijke gedaante. (Vedabase)
Daksha, die, zijn toevlucht zoekend, werd aanvaard met zijn gerechte offerandes in opoffering voor de meester aller offers, de allerhoogste leraar van alle stamvaders der mensheid die door Nanda en Sunanda [de belangrijkste dienaren van Nârâyana in Vaikunthha] wordt bijgestaan, bracht Hem toen met het grootste genoegen, een onderworpen geest en gevouwen handen zijn gebeden.
Daksha, die, zijn toevlucht zoekend, werd aanvaard met zijn gerechte offerandes in opoffering voor de meester aller offers, de allerhoogste leraar van alle stamvaders der mensheid die door Nanda en Sunanda [de belangrijkste dienaren van Nârâyana in Vaikunthha] wordt bijgestaan, bracht Hem toen met het grootste genoegen, een onderworpen geest en gevouwen handen zijn gebeden. (Vedabase)
Daksha zei: 'Uwe Heerlijkheid hier nu aanwezig, uit de zuiverheid van Uw eigen verblijfplaats volledig hier teruggekeerd in volmaakte transcendentie boven alle mentale gissingen, bent die ene zonder weerga, de beheerser zonder angst van alle materie, die, met haar [Mâyâ] ingegaan in het onzuivere, voor zeker degene is van het overzicht die in Zichzelf volkomen is. '
Daksha zei: 'Uwe Heerlijkheid hier nu aanwezig, uit de zuiverheid van Uw eigen verblijfplaats volledig hier teruggekeerd in volmaakte transcendentie boven alle mentale gissingen, bent die ene zonder weerga, de beheerser zonder angst van alle materie, die, met haar [Mâyâ] ingegaan in het onzuivere, voor zeker degene is van het overzicht die in Zichzelf volkomen is. ' (Vedabase)
De priesters zeiden: 'Wij allen, niet bekend met de waarheid van Uwe Heerlijkheid die vrij is van de invloed van de materiële wereld en van een intelligentie zijnde van een te grote gehechtheid aan vruchtdragende bezigheden door de vloek van S'iva, o Heer, weten nu van de naam [Yajña] van het symbolische van deze regeling van religieus offeren dat zich in drie afdelingen beweegt en ter wille waarvan we in de aanbidding van halfgoden verkeren.'
De priesters zeiden: 'Wij allen, niet bekend met de waarheid van Uwe Heerlijkheid die vrij is van de invloed van de materiële wereld en van een intelligentie zijnde van een te grote gehechtheid aan vruchtdragende bezigheden door de vloek van S'iva, o Heer, weten nu van de naam [Yajña] van het symbolische van deze regeling van religieus offeren dat zich in drie afdelingen beweegt en ter wille waarvan we in de aanbidding van halfgoden verkeren.' (Vedabase)
De leden van de bijeenkomst zeiden: 'Op het pad van herhaalde geboorte en dood hebben we geen plaats om te schuilen; we hebben er hevig onder te lijden gebonden te zijn aan dit machtige bolwerk van de tijd, dat vol is van lelijke slangen en waarin de luchtspiegeling van het materieel geluk van een huis en een lichaam een zware last vormt. Als we moeten leven met de dubbele valkuil van verdriet en zogenaamd geluk, de angst voor wilde dieren, de bosbrand van het weeklagen over het belang van de onwetendheid en het geplaagd zijn door allerlei soorten van verlangens, genieten wij, met U die beschutting biedt, de bescherming van Uw lotusvoeten.'
De leden van de bijeenkomst zeiden: 'Op het pad van herhaalde geboorte en dood hebben we geen plaats om te schuilen; we hebben er hevig onder te lijden gebonden te zijn aan dit machtige bolwerk van de tijd, dat vol is van lelijke slangen en waarin de luchtspiegeling van het materieel geluk van een huis en een lichaam een zware last vormt. Als we moeten leven met de dubbele valkuil van verdriet en zogenaamd geluk, de angst voor wilde dieren, de bosbrand van het weeklagen over het belang van de onwetendheid en het geplaagd zijn door allerlei soorten van verlangens, genieten wij, met U die beschutting biedt, de bescherming van Uw lotusvoeten.' (Vedabase)
Rudra zei: 'O allerhoogste begunstiger, als ik, verlangend naar bevrediging in de materiële wereld, mijn geest heb gefixeerd op Uw beminde lotusvoeten die voorzeker worden verzorgd en aanbeden door de bevrijde wijzen, hecht ik er, met een mededogen gelijk aan dat van U, geen waarde aan, als onwetende mensen klagen over een gebrek aan orde. '
Rudra zei: 'O allerhoogste begunstiger, als ik, verlangend naar bevrediging in de materiële wereld, mijn geest heb gefixeerd op Uw beminde lotusvoeten die voorzeker worden verzorgd en aanbeden door de bevrijde wijzen, hecht ik er, met een mededogen gelijk aan dat van U, geen waarde aan, als onwetende mensen klagen over een gebrek aan orde.' (Vedabase)
Bhrigu zei: 'Van Heer Brahmâ tot aan alle andere belichaamde wezens toe zijn zij, die onder de invloed van de onoverkomelijke materiële energie verkeren en verstoken zijn van de kennis van hun oorspronkelijke zelf, gehuld in de duisternis der illusie en bevinden ze zich niet in de ene ziel; ze kunnen Uw situatie als het absolute van de werkelijkheid niet begrijpen. O Heer, U, als de vriend van de overgegeven ziel, wees ons genadig.'
Bhrigu zei: 'Van Heer Brahmâ tot aan alle andere belichaamde wezens toe zijn zij, die onder de invloed van de onoverkomelijke materiële energie verkeren en verstoken zijn van de kennis van hun oorspronkelijke zelf, gehuld in de duisternis der illusie en bevinden ze zich niet in de ene ziel; ze kunnen Uw situatie als het absolute van de werkelijkheid niet begrijpen. O Heer, U, als de vriend van de overgegeven ziel, wees hier goed voor.' (Vedabase)
Brahmâ zei: 'In het proberen Uw persoon te zien, kan deze eeuwige gedaante van U niet worden gekend door de verschillende deugden van respect om kennis te verwerven, daar al het objectieve van de werktuigen der kennis en hun materiële basis verschilt in het acht slaan op U.'
Brahmâ zei: 'In het proberen Uw persoon te zien, kan deze eeuwige gedaante van U niet worden gekend door de verschillende deugden van respekt om kennis te verwerven, daar het objectieve van de werktuigen der kennis en hun materiële basis verschilt in het acht slaan op U.' (Vedabase)
Indra zei: 'Voorzeker is deze transcendentale gedaante, o Onfeilbare, er voor het welzijn van het universum en is ze een bron van genoegen voor de geest en het oog daar U, in het bezit van de acht wapens omhooggehouden door Uw armen, hen straft die afgunstig zijn op Uw toegewijden.'
Indra zei: 'Voorzeker is deze transcendentale gedaante, o Onfeilbare, er voor het welzijn van het universum en is ze een bron van genoegen voor de geest en het oog daar u, in het bezit van de acht wapens omhooggehouden door uw armen, hen straft die afgunstig zijn op uw toegewijden.' (Vedabase)
De vrouwen van hen die de offerplechtigheid bijwoonden zeiden: 'Dit met offers aanbidden zoals ingesteld door Brahmâ werd verwoest door Heer S'iva; moge vandaag de schoonheid van Uw lotusgelijke blik, o Heer van het offer, heiligen wat door de woede jegens Daksha de stilte werd, die gelijk is aan die van de dode lichamen van de offerdieren.'
De vrouwen van hen die de offerplechtigheid bijwoonden zeiden: 'Dit met offers aanbidden zoals ingesteld door Brahmâ werd verwoest door Heer S'iva; moge vandaag de schoonheid van uw lotusgelijke blik, o Heer van het offer, heiligen wat door de woede jegens Daksha de stilte werd, die gelijk is aan die van de dode lichamen van de offerdieren.' (Vedabase)
De wijzen zeiden: 'Hoe wonderbaarlijk o Opperheer, zijn Uw handelingen waarvan in de uitvoering van het werk ervoor U voorzeker nimmer gehecht bent; noch is Uwe Heerlijkheid dat met de genade van Uw welwillende dienares, de Godin van het Fortuin Lakshmî, waarvoor men in aanbidding verkeert.'
De wijzen zeiden: 'Hoe wonderbaarlijk o Opperheer, zijn Uw handelingen waarvan in de uitvoering van het werk ervoor U voorzeker nimmer gehecht bent; noch is Uwe Heerlijkheid dat met de genade van Uw welwillende dienares, de Godin van het Fortuin Lakshmî, waarvoor men in aanbidding verkeert.' (Vedabase)
De volmaakten zeiden: 'Ondergedompeld in de rivier van de geest van de zuivere nectar van Uw tijdverdrijf herinneren we ons als een olifant, dorstig van de hitte van een bosbrand, niet langer die misère van het aangedaan zijn en wensen we, verenigd in het Absolute ervan, het nimmer achter ons te laten.'
De volmaakten zeiden: 'Ondergedompeld in de rivier van de geest van de zuivere nektar van Uw tijdverdrijf herinneren we ons als een olifant, dorstig van de hitte van een bosbrand, niet langer die misère van het aangedaan zijn en wensen we, verenigd in het Absolute ervan, het nimmer achter ons te laten.' (Vedabase)
Daksha's vrouw zei: 'Wees behaagd mijn Heer met mijn eerbetoon voor uw goedgunstig verschijnen, o toevlucht van de Godin; met Lakshmî als Uw echtgenote, beschermt U ons. Ons offerperk kent geen schoonheid zonder Uw armen, o beheerser, precies zoals een onthoofde persoon geen weet heeft met enkel een lichaam.'
Daksha's vrouw zei: 'Wees behaagd mijn Heer met mijn eerbetoon voor uw goedgunstig verschijnen, o toevlucht van de Godin; met Lakshmî als Uw echtgenote, beschermt u ons. Ons offerperk kent geen schoonheid zonder uw armen, o beheerser, precies zoals een onthoofde persoon geen weet heeft met enkel een lichaam.' (Vedabase)
De plaatselijke bestuurders zeiden: 'Erover in twijfel of we U nu gezien hebben met onze materiële zinnen, wordt U, met het onthullen van Uw eeuwige gedaante, zeker gezien als de innerlijke getuige aan wie de gehele wereld van illusie haar zekerheid in het bestaan ontleend, o eigenaar van alles, daar U met de elementen verschijnt als de zesde van de vijf der zinnen.'
De plaatselijke bestuurders zeiden: 'Erover in twijfel of we U nu gezien hebben met onze materiële zinnen, wordt U, met het onthullen van Uw eeuwige gedaante, zeker gezien als de innerlijke getuige aan wie de gehele wereld van illusie haar zekerheid in het bestaan ontleend, o eigenaar van alles, daar U met de elementen verschijnt als de zesde van de vijf der zinnen.' (Vedabase)
De groten van de yoga zeiden: 'Zij die, door niemand anders dan U zo dierbaar te achten, zichzelf zien als bestaande in U en niet als los bestaand van U, de Superziel van alle wezens, o meester, zijn U zeer dierbaar; en hoeveel meer begunstigt U niet feilloos die zielen, o Heer, die daarmee met toewijding in aanbidding verkeren, o liefdevolle ouder.
De groten van de yoga zeiden: 'Zij die, door niemand anders dan U zo dierbaar te achten, zichzelf zien als bestaande in U en niet als los bestaand van U, de Superziel van alle wezens, o meester, zijn U zeer dierbaar; en hoeveel meer begunstigt U niet feilloos die zielen, o Heer, die daarmee met toewijding in aanbidding verkeren, o liefdevolle ouder. (Vedabase)
Aan Hem in Zijn persoonlijke gedaante, die uit Zijn materiële energie in de levende wezens de bestemming voortbracht van hun verschillende toeneigingen, gevarieerd in de vele materiële kwaliteiten in de materiële wereld naar schepping, handhaving en vernietiging en die door Zijn innerlijk vermogen er voor zorgde dat de interactie van de geaardheden tot een einde kwam, bieden wij onze eerbetuigingen.'
Aan Hem in Zijn persoonlijke gedaante, die uit Zijn materiële energie in de levende wezens de bestemming voortbracht van hun verschillende toeneigingen, gevarieerd in de vele materiële kwaliteiten in de materiële wereld naar schepping, handhaving en vernietiging en die door Zijn innerlijk vermogen er voor zorgde dat de interaktie van de geaardheden tot een einde kwam, bieden wij onze eerbetuigingen.' (Vedabase)De Veda's in eigen persoon verklaarden: 'Ons respect voor U die de beschutting bent van de kwaliteit der goedheid en de bron bent van de verzaking en boete in alle religies, ontstegen aan de geaardheden der natuur; Ik noch iemand anders kent werkelijk U of Uw situatie.'
De Veda's in eigen persoon verklaarden: 'Ons respekt voor U die de beschutting bent van de kwaliteit der goedheid en de bron bent van de verzaking en boete in alle religies, ontstegen aan de geaardheden der natuur; Ik noch iemand anders kent werkelijk U of Uw situatie.' (Vedabase)
Agni, de vuurgod zei: 'Door Uw gloed ben ik lichtend als het grootste vuur en mag ik in opoffering de vijf soorten van offerandes vermengd met boter aanvaarden; ik biedt Yajña, de beschermer der offerandes, die wordt aanbeden middels de vijf soorten van hymnen uit de Veda, mijn eerbetuigingen.'
Agni, de vuurgod zei: 'Door uw gloed ben ik lichtend als het grootste vuur en mag ik in opoffering de vijf soorten van offerandes vermengd met boter aanvaarden; ik biedt Yajña, de beschermer der offerandes, die wordt aanbeden door de vijf soorten van hymnen uit de Veda, mijn eerbetuigingen.' (Vedabase)
De goddelijken zeiden: 'Voorheen bij de verwoesting van het tijdperk [kalpa] mediteerden de bevrijde zielen in hun harten in filosofische speculaties en hen behoudend, ze in Uw buik terugtrekkend, was U in werking voorzeker de Oorspronkelijke Persoonlijkheid rustend in het water neerliggend op het slangenbed Ananta S'esha; en nu zien we met onze beide ogen dat U zich beweegt op de weg van het beschermen van ons Uw dienaren. '
e goddelijken zeiden: 'Voorheen bij de verwoesting van het tijdperk [kalpa] mediteerden de bevrijde zielen in hun harten in filosofische speculaties en hen behoudend, ze in Uw buik terugtrekkend, was U in werking voorzeker de oorspronkelijke persoonlijkheid rustend in het water neerliggend op het slangenbed Ananta S'esha; en nu zien we met onze beide ogen dat U zich beweegt op de weg van het beschermen van ons Uw dienaren.' (Vedabase)
De bewoners van de hemel zeiden: 'Marîci en de grote wijzen onder de leiding van Brahmâ en Indra en de goddelijkheid geleid door S'iva, moet worden gezien als deel en geheel van Uw lichaam, o God; mogen we jegens de Allerhoogste Almachtige voor wie deze hele schepping slechts iets is om mee te spelen, o Heer, altijd in eerbied verkeren en U onze eerbetuigingen aanbieden.'
De bewoners van de hemel zeiden: 'Marîci en de grote wijzen onder de leiding van Brahmâ en Indra en de goddelijkheid geleid door S'iva, moet worden gezien als deel en geheel van Uw lichaam, o God; mogen we jegens de Allerhoogste Almachtige voor wie deze hele schepping slechts iets is om mee te spelen, o Heer, altijd in eerbied verkeren en U onze eerbetuigingen aanbieden.' (Vedabase)De Vidyâdhara's [zij die van de kennis houden] zeiden: 'Na, door Uw extern vermogen het lichaam te hebben verkregen en zich er foutief mee geïdentificeerd te hebben, aanwezig in het lichaam denkend in termen van ik en mijn, ziet de onwetende persoon het lichaam aan voor zichzelf en volgt hij zelfs, zijn geluk zoekend in zinsobjecten, de verkeerde wegen afgeleid als hij is door materiële bezittingen; maar zich lavend aan de nectar van Uw onderwerpen kan hij, zelfs al is hij daar ver van afgedwaald, verlossing vinden.'
De Vidyâdhara's [zij die van de kennis houden] zeiden: 'Na, door Uw extern vermogen het lichaam te hebben verkregen en zich er foutief mee geïdentificeerd te hebben, aanwezig in het lichaam denkend in termen van ik en mijn, ziet de onwetende persoon het lichaam aan voor zichzelf en volgt hij zelfs, zijn geluk zoekend in zinsobjecten, de verkeerde wegen afgeleid als hij is door materiële bezittingen; maar zich lavend aan de nectar van Uw onderwerpen kan hij, zelfs al is hij daar ver van afgedwaald, verlossing vinden.' (Vedabase)
De brahmanen zeiden: 'U bent het offer, het uitgieten van de geklaarde boter, het vuur in eigen persoon; U bent de mantra's, de brandstof, het kus'a gras [om op te zitten] en de potten; U bent de leden van de bijeenkomst, de priesters, de leider van de yajña en zijn vrouw, de halfgoden en de heilige plechtigheid voor het vuur, de offers gebracht aan de voorvaderen, de soma-plant, de gezuiverde boter zelf en het offerdier [zie ook B.G. 4.24].
De brahmanen zeiden: 'U bent het offer, het uitgieten van de geklaarde boter, het vuur in eigen persoon; U bent de mantra's, de brandstof, het kus'a gras [om op te zitten] en de potten; U bent de leden van de bijeenkomst, de priesters, de leider van de yajña en zijn vrouw, de halfgoden en de heilige plechtigheid voor het vuur, de offers gebracht aan de voorvaderen, de soma-plant, de gezuiverde boter zelf en het offerdier [zie ook B.G. 4.24]. (Vedabase)
In het verleden was U het die vanuit de wateren, als een olifant die een lotus oppakt, de wereld ophief op Uw slagtanden als de grote zwijn-incarnatie [zie 3.13]; spelenderwijs werd de vibratie opgepikt door grote wijzen als Sanaka als een offerande van gebeden in de vorm van een plechtigheid, o kennis van de Veda's in eigen persoon.
In het verleden was U het die vanuit de wateren, als een olifant die een lotus oppakt, de wereld ophief op Uw slagtanden als de grote zwijn-incarnatie [zie canto 3 ch 13]; spelenderwijs werd de vibratie opgepikt door grote wijzen als Sanaka als een offerande van gebeden in de vorm van een plechtigheid, o kennis van de Veda's in eigen persoon. (Vedabase)
U als diezelfde persoon, vragen we tevreden te zijn over ons die in afwachting van Uw aanwezigheid verkeren, in nalatigheid van het brengen van het offer. Door het zingen van Uw heilige namen bereiken personen, o Heer van het offer, het teniet doen van hindernissen; aan U onze respectvolle eerbetuigingen.'
U als diezelfde persoon, vragen we tevreden te zijn over ons die in afwachting van Uw aanwezigheid verkeren, in nalatigheid van het brengen van het offer. Door het zingen van Uw heilige namen bereiken personen, o Heer van het offer, het teniet doen van hindernissen; aan U onze respektvolle eerbetuigingen.' (Vedabase)
Maitreya zei: 'O gezegende, met Hrishîkes'a [Vishnu als de Heer der zinnen], de beschermer der offers, aldus verheerlijkt, trof Daksha, gezuiverd, maatregelen om de offerplechtigheid die door Vîrabhadra was verwoest te hervatten.
Maitreya zei: 'O gezegende, met Hrsikesa [Vishnu als de Heer der zinnen], de beschermer der offers, aldus verheerlijkt, trof Daksha, gezuiverd, maatregelen om de offerplechtigheid die door Vîrabhadra was verwoest te hervatten. (Vedabase)
O zondeloze, Heer Vishnu, de Superziel van alle wezens en genieter van alle offers, was met het hebben verkregen van Zijn deel, tevredengesteld en richtte zich tot Daksha.
O zondenloze, Heer Vishnu, de Superziel van alle wezens en genieter van alle offers, was met het hebben verkregen van Zijn deel, tevreden gesteld en richtte zich tot Daksha. (Vedabase)
Heer Vishnu zei: 'Ik, Brahmâ en Heer S'iva eveneens, verschillen niet in het zijn van de allerhoogste oorzaak en Superziel, de getuige en de in zichzelf tevredene van de materiële manifestatie.
Heer Vishnu zei: 'Ik, Brahmâ en Heer S'iva eveneens, verschillen niet in het zijn van de allerhoogste oorzaak en Superziel, de getuige en de in zichzelf tevredene van de materiële manifestatie. (Vedabase)
Ikzelf, binnengegaan in Mijn eigen uiterlijke energie samengesteld uit de geaardheden der natuur, o tweemaal geborene, schep, handhaaf en vernietig de kosmische manifestatie en, overeenkomstig de activiteit, draag Ik een naam naar gelang de zaak waarvoor Ik Mij manifesteer.
Ikzelf, binnengegaan in mijn eigen uiterlijke energie samengesteld uit de geaardheden der natuur, o tweemaal geborene, schep, handhaaf en vernietig de kosmische manifestatie en, overeenkomstig de aktiviteit, draag Ik een naam naar gelang de zaak waarvoor Ik Mij manifesteer. (Vedabase)
Hem, het opperste Brahman, dat zijns gelijke niet kent, is als één Superziel met zowel Brahmâ als S'iva, maar de levenden die hier niet van op de hoogte zijn, denken van hen dat ze gescheiden bestaan.
Hem, het opperste Brahmân, dat zijns gelijke niet kent, is als één Superziel met zowel Brahmâ als S'iva, maar de levenden die hier niet van op de hoogte zijn, denken van hen dat ze gescheiden bestaan. (Vedabase)
De manier waarop een persoon somtijds geen verschil maakt tussen het hoofd, de handen en andere delen van zijn lichaam, zo ziet ook Mijn toegewijde geen verschil tussen de levende wezens.
De manier waarop een persoon somtijds geen verschil maakt tussen het hoofd, de handen en andere delen van zijn lichaam, zo ziet aldus ook Mijn toegewijde geen verschil tussen de levende wezens. (Vedabase)
Hij die van de drie die van een enkele natuur zijn, waarlijk, van de Superziel in alle levende wezens, niet de gescheidenheid ziet, o brahmaan, realiseert de vrede.'
Hij die met de ene natuur van de drie, waarlijk, van de Superziel in alle levende wezens, niet de gescheidenheid ziet, o brahmaan, realiseert de vrede.' (Vedabase)
Maitreya zei: 'De meest vooraanstaande der stamvaders aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer Hari aanbad toen, nadat hij het Zijne had aanbeden met het nodige ceremonieel, afzonderlijk de halfgoden.
Maitreya zei: 'De meest vooraanstaande der stamvaders aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer Hari aanbad toen, nadat hij het Zijne had aanbeden met het nodige ceremonieel, afzonderlijk de halfgoden. (Vedabase)
Aangezien hij met een geconcentreerde geest Heer S'iva naar zijn aandeel had aanbeden en door die wijze van optreden tezamen met de priesters het zowel had volbracht voor de goddelijken en de anderen die zich hadden verzameld, nam hij het afsluitende [avabhritha] bad.
Aangezien hij met een geconcentreerde geest Heer S'iva naar zijn aandeel had aanbeden en door die wijze van optreden tezamen met de priesters het zowel had volbracht voor de goddelijken en de anderen die zich hadden verzameld, nam hij het afsluitende [avabhrtha] bad. (Vedabase)
Door zowel de Allerhoogste Zijn deel toe te kennen was aldus voorzeker de volmaaktheid van de religieuze plicht bereikt en vertrokken deze drie van de godendienst, die aldus de intelligentie hadden geschonken, naar hun verblijfplaatsen.
Door zowel de Allerhoogste Zijn deel toe te kennen was aldus voorzeker de volmaaktheid van de religieuze plicht bereikt en vertrokken deze drie van de godendienst, aldus welzeker de intelligentie te hebben geschonken, naar hun verblijfplaatsen. (Vedabase)
Satî, de dochter van Daksha, nadat ze voordien haar lichaam had opgegeven, werd geboren uit de echtgenote van Menâ [of Menakâ] die in de Himalaya's leeft, zo heb ik vernomen.
Satî, de dochter van Daksha, nadat ze voordien haar lichaam had opgegeven, werd geboren uit de echtgenote van Mena [of Menakâ] die in de Himalaya 's leeft, zo heb ik vernomen. (Vedabase)
Als zijn geliefde was Ambikâ [Durgâ of Satî], daar ze tot geen ander was aangetrokken, er zeker van wederom hem [S'iva] als haar echtgenoot te aanvaarden, als het ene doel, het oorspronkelijk mannelijke van de persoon dat sluimert in de uiterlijke vrouwelijke energie.
Als zijn geliefde aanvaarde Ambikâ [Durgâ of Satî] daar ze tot geen ander was aantrokken, zeker wederom hem [S'iva] als haar echtgenoot, als het ene doel, het oorspronkelijk mannelijke van de persoon dat sluimert in de uiterlijke vrouwelijke energie. (Vedabase)
Dit verhaal over S'ambhu [Heer S'iva als de ene van alle wezens] die Daksha's offer vernietigde, vernam ik van een grote toegewijde en discipel van Brihaspati: Uddhava.
Dit verhaal over Sambhu [Heer S'iva als de ene van alle wezens] die Daksha's offer vernietigde, vernam ik van een grote toegewijde en discipel van Brihaspati: Uddhava. (Vedabase)
De persoon die na het horen van deze zuivere wederwaardigheid over de weg van het Allerhoogste, steeds met geloof en toewijding tracht er verslag van te doen, zal roem vinden, lang leven en de vernietiging van zijn zonden bereiken in het bevrijd zijn van alle materiële smetten, o afstammeling van Kuru.
De persoon die na het horen van deze zuivere wederwaardigheid over de weg van het Allerhoogste, steeds met geloof en toewijding tracht er verslag van te doen, zal roem vinden, lang leven en de vernietiging van zijn zonden bereiken in het bevrijd zijn van alle materiële smetten, o afstammeling van Kuru. (Vedabase)

Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het schilderij is een schoolplaat voorstellende
de Hoogste Persoonlijkhied die Daksha zijn bewustzijn weer opwekt
gecombineerd met scènes van wat aan de gebeurtenis vooraf
ging.
Hindoe kunstenaar onbekend. De tekst werd dgitaalverwijderd.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties