regelbalk


 

Canto 7

S'rî Râdhika Stava

 

 

Hoofdstuk 13: Het Gedrag van een Heilige Persoon

(1) S'rî Nârada zei: 'Een persoon die door zelfrealisatie klaar is voor wat ik tevoren beschreef, behoort over de aarde rond te trekken en daarbij, niet meer dan zijn lijfsbehoud wensend, niet van enig iets afhankelijk zijn en in geen dorp langer te blijven dan een dag [zie ook het verhaal van Rishabha 5.5: 28]. (2) De verzaker [sannyâsî] moet niet meer kleding dragen dan een schamele bedekking van zijn lendenen en, als het hem niet tegenzit, in zijn verzaking aan niets anders vasthouden dan aan zijn staf [danda] en dergelijke. (3) Zijn heil bij Nârâyana zoekend, levend van enkel aalmoezen en volledig tevreden zijnd in zichzelf, beweegt hij zich rond geheel op zichzelf, volledig onafhankelijk, ieder levend wezen het beste wensend in volmaakte vrede. (4) Zo een iemand moet dan dit universum van oorzaak en gevolg zien als bestaande binnenin het onvergankelijke Zelf in het voorbije en zichzelf zien als [een deel van] het Opperste Absolute dat overal de wereld van oorzaak en gevolg doordringt. (5) Van het slapen, waken en het dromen ertussenin waar men zo mee bezig is [zie ook 6.16: 53-54] moet hij die het zelf werkelijk ziet begrijpen dat de staten van gebondenheid en bevrijd zijn in feite niets anders dan een spel van de verbeelding vormen. (6) Met moet zich niet zozeer verheugen in het zekere - of het onzekere - van de dood van dit lichaam en zijn levensduur, maar zich meer de Hoogmogende Tijd voorhouden die heerst over het verschijnen en verdwijnen van de levende wezens. (7) Men moet niet zwelgen in fixaties op het onware noch daarin een loopbaan proberen op te bouwen; doelloos argumenteren moet worden opgegeven en ook moet men niet zijn toevlucht zoeken in partijen [politieke partijen]. (8) Geen volgelingen voor het een of ander, noch voorzeker het lezen en schrijven van vele boeken, noch moet men voor zijn brood proberen lezingen te organiseren of het ooit proberen de zeggenschap uit te breiden [met het bouwen van tempels b.v.]. (9) Hij die gevorderd is, van vrede en een gelijkgezinde geest, kan, hoewel als verzaker ze nimmer nodig hebbend, de symbolen van zijn geestelijke positie uitdragen [zijn âs'rama*] of ze evenzogoed eraan geven. (10) Hoewel hij uiterlijk misschien niet direct als een wereldverzaker is te herkennen, is zijn opzet toch duidelijk; zo iemand kan zich als heilige voor de samenleving voordoen als een opgewonden jochie of, als hij een groot redenaar was, zich voordoen als iemand die niet in staat is te spreken.

(11) De geschoolden halen in dit verband als een voorbeeld van deze verhulde identiteit een zeer oud historisch voorval aan van een gesprek tussen Prahlâda en een heilige man die leefde als een python. (12-13) Hij was getuige van het zuiverste, hoogst ernstige, geestelijk vermogen van die man daar aan de oever van de Kâverî rivier op een helling van de berg Sahya, met hem op de grond liggend met zijn gehele lichaam overdekt met vuil en stof. Prahlâda, de lieveling van de Allerhoogste Heer, kwam hem tegen toen hij in het gezelschap van een stel van zijn koninklijke vrienden de wereld bereisde in een poging te begrijpen wat het was wat de mensen beheerste. (14) Uit wat hij deed, hoe hij eruit zag, naar wat hij zei en naar zijn leeftijd en bezigheid en andere identiteitskenmerken konden de mensen niet opmaken of die man nu wel of niet dezelfde persoon was die ze ooit zo goed gekend hadden. (15) Na hem zijn respect betoond te hebben en hem volgens de regels te hebben vereerd en zijn lotusvoeten met zijn hoofd te hebben beroerd, stelde de grote asura toegewijde van de Heer, benieuwd hem te leren kennen, de volgende vraag. (16-17) 'Ik zie dat u er een nogal dik lijf op nahoudt als iemand die belust is op geld; mensen die zich altijd zorgen maken om een inkomen zijn zeker van de zinsbevrediging en zij die het zo breed hebben als genieters van deze wereld en zich met niets anders bezighouden, worden bijgevolg zo dik als inderdaad dit lichaam van u. (18) Het moge duidelijk zijn dat met u die hier neerligt zonder iets te doen, o man van de geest, ook geen geld kan hebben om uw zinnen te genieten; hoe kan, niet uit op het plezier, uw lichaam nu in deze staat verkeren, o geleerde, alstublieft zeg ons dat als ik zo onbeleefd mag zijn. (19) Ondanks het feit dat u zo geleerd bent, bedreven en intelligent, en in staat bent u goed uit te drukken en gelijkmoedig te blijven, gaat u, terwijl u ziet hoezeer de mensen druk zijn met baatzuchtige handelingen, er maar bij liggen!'

(20) S'rî Nârada zei: 'Op deze manier overspoeld door de woorden van de daitya koning glimlachte de grote muni naar hem en was hij, gecharmeerd door de nectar van zijn woorden, ertoe bereid antwoord te geven. (21) De achtenswaardige brahmaan zei: 'O beste der Asura's geprezen door de âryan's, vanuit uw bovenzinnelijke visie bent u wel bekend met inderdaad al de zaken waartoe de mensen geneigd zijn en waarvan ze zich afkeren al naar gelang hun verschillende posities. (22) Hij die Nârâyana onze God en Nârâyana onze Heer altijd in zijn hart heeft, kan door enkel zijn toewijding de onwetendheid uitbannen zoals de zon de duisternis verdrijft. (23) Niettemin zal ik al uw vragen proberen te beantwoorden o Koning, in overeenstemming met de Veda's, daar u daadwerkelijk, voor iemand die zijn zelf gezuiverd wenst, het waard bent te worden aangesproken. (24) Vanwege materiële verlangens was ik onder de invloed van de wereld bezig mijn lustige verlangens bot te vieren en worstelde ik, voortgedreven van de ene handeling naar de andere en geboren in verschillende levensvormen, om mijn voortbestaan. (25) Deze menselijke gedaante, meegevoerd op de golven van de oceaan der materie, bereikte, door zijn karma zich her en der begevend, de hemelpoort der bevrijding, de lagere vormen van leven en weerom een menselijk leven [zie ook B.G. 8: 16 en **]. (26) En in dat leven treft men de gemeenschap van man en vrouw aan terwille van het plezier. Maar ziende hoe, altijd bezig met vruchtdragende handelingen, men het tegendeel [van dat plezier] bereikt, ben ik er nu mee opgehouden teneinde te kunnen ontkomen aan die ellende. (27) Gelukkig zijn is de natuurlijke staat van het levend wezen, en aldus, definitief een punt zettend achter alles hier met het gezien hebben hoezeer de eisen van de wereld zijn gekoppeld aan de zinsbevrediging, ben ik, me bezinnend op deze zaken, tot de stilte overgegaan. (28) Het zich bevinden in deze wereld doet iemand, door de valse aantrekking van die materiële wereld zeer beangstigend verstrikt geraakt in materiële aangelegenheden die hem vreemd zijn, daadwerkelijk het belang van het levende wezen in zichzelf vergeten. (29) Precies als water dat overwoekert door gras over het hoofd wordt gezien door een dorstig iemand het onwetend elders zoekt, is dienovereenkomstig iemand in zijn materiële eigenbelang een luchtspiegeling [van materieel geluk] aan het najagen. (30) Iemand die met zijn lichaam en alles in de zo machtige greep verkeert van de materie, zoekt het geluk dat eigen is aan het zelf door te trachten zijn ellende te verminderen en raakt, volledig geconditioneerd als hij is, keer op keer teleurgesteld in zijn plannen en ondernemingen. (31) Door het drievoudige van de ellende geschapen door hemzelf, door anderen en door de natuur, is de sterveling, soms van enig succes in het zich verweren tegen de onvermijdelijke tegenslagen, maar desalniettemin komt hij er niet van af; wat is dan de waarde van zulk een geluk, waar lopen dat soort verlangens nu op uit? (32) Denk maar eens aan de ellende van de rijken die zo druk zijn met hun bezit: als het slachtoffer van hun zintuigen hebben ze uit angst slapeloze nachten waarin ze het gevaar van alle kanten op zich af zien komen. (33) Voor de regering, voor dieven, voor vijanden, verwanten, dieren en vogels, voor bedelaars, voor de Tijd zelve, zowel als voor zichzelf, is hij die voor het geld leeft altijd bevreesd. (34) Wat een intelligente persoon op moet geven is de eigenlijke oorzaak die leidt tot alle jammerklachten, illusies, angst, woede, gehechtheid, armoede, zwoegen enzovoorts van het menselijk wezen: het verlangen naar status en geld [***].

(35) De bijen aan het werk en de grote slangen in deze wereld zijn in dezen onze eerste klas goeroes: van wat zij ons leren vinden wij de bevrediging [in het niet meer nemen dan noodzakelijk is] en de verzaking [van het nergens anders te zoeken]. (36) De bijen hebben me geleerd te onthechten van alle verlangens daar van het geld, dat met moeite wordt verkregen als de honing, men zelfs bereid is elkaar van het leven te beroven met het bestelen van de eigenaar. (37) Niet méér verlangend ben ikzelf tevreden met wat ik vrij van ondernemen kan verwerven, en lukt dat niet, dan lig ik hier maar wat, vele dagen het uithoudend als een python. (38) Soms eet ik weinig, soms eet ik veel voedsel, of het nu vers is of oud, prima smaakt of smakeloos is; soms wordt het me met alle respect gebracht en soms wordt het respectloos aangeboden; aldus dan weer 's nachts etend en dan weer overdag, eet ik wat er maar voor handen is. (39) Van linnen gemaakt, zijde of katoen, een hertenvel, met een lendendoek, of wat voor materiaal het ook moge zijn; met een gelukkige geest trek ik aan wat het lot me maar biedt. (40) Soms ga ik liggen op de grond, op gras, bladeren, op steen of op een hoop as maar soms ook, al naar gelang wat anderen me toewensen, kan ik me in een paleis neervleien op een eersteklas bed met kussens [zie ook B.G. 18: 61]. (41) Soms neem ik een fijn bad met smeersels van sandelhout voor mijn lichaam en kleed ik me netjes aan, gesierd met bloemenslingers en sieraden, en zit ik op een wagen, een olifant of op de rug van een paard; en soms zwerf ik geheel naakt rond als door een geest bezeten, o machtige. (42) Ik vervloek niet, noch steek ik de loftrompet over de mensen die verschillend van aard zijn; ik bidt voor het uiteindelijk voordeel van hen allen, dat in waarheid de Eenheid van de Grotere Ziel is. (43) Het idee van onderscheid moet, als een offergave, worden geofferd in het vuur van het bewustzijn, dat bewustzijn dan in het vuur van het denken dat de wortel van alle verwarring is, dat denken moet dan vervolgens worden geofferd in het vuur van het valse zelf en dit ego van materiële identificatie moet, dit principe volgend, worden geofferd in het geheel van de materiële energie. (44) Het valse van het materieel bestaan wordt, door een bedachtzaam persoon die in zijn zelfverwerkelijking de uiteindelijke waarheid realiseert, geofferd als een offergave en daarvan bevindt hij, vrij van begeerten, zich aldus in de trouw aan de essentie van zijn eigen levende zelf. (45) Dit relaas over mijzelf leg ik nu op deze manier aan u voor in de grootste vertrouwelijkheid; het kan zijn dat u, vanuit uw goede zelf als een man van overstijging met de Allerhoogste Heer, de gebruikelijke [schriftuurlijke] uitleg mist.'

(46) S'rî Nârada zei: 'Aldus vernemend van de heilige man wat waarlijk het dharma van de paramahamsa's is [zie ook 6.3: 20-21] excuseerde zeer behaagd de asura heer zich om, nadat hij hem het verschuldigde respect betoond had, weer naar huis terug te keren.

 

 

next                        

 
Tweede editie, geladen 4 augustus 2007
 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

S'rî Nârada zei: 'Een persoon die door zelfrealisatie klaar is voor wat ik tevoren beschreef, behoort over de aarde rond te trekken en daarbij, niet meer dan zijn lijfsbehoud wensend, niet van enig iets afhankelijk zijn en in geen dorp langer te blijven dan een dag [zie ook het verhaal van Rishabha 5.5: 28].

S'rî Nârada zei: 'Een persoon van orde die door zelfrealisatie inzag wat ik tevoren beschreef, behoort op het eind over de aarde rond te trekken, alleen maar zijn lijf behoudend, niet van enig iets afhankelijk, in geen dorp langer blijvend dan een dag [zie ook het verhaal van Rsabha 5.5: 28]. (Vedabase)

 

Tekst 2

De verzaker [sannyâsî] moet niet meer kleding dragen dan een schamele bedekking van zijn lendenen en, als het hem niet tegenzit, in zijn verzaking aan niets anders vasthouden dan aan zijn staf [danda] en dergelijke.

De verzaker [sannyâsî] moet niet meer kleding dragen dan een schamele bedekking van zijn lendenen en, voor een samenleving in vrede, in zijn verzaking aan niets anders vast houden dan aan zijn staf [danda] en dergelijke. (Vedabase)

 

Tekst 3

Zijn heil bij Nârâyana zoekend, levend van enkel aalmoezen en volledig tevreden zijnd in zichzelf, beweegt hij zich rond geheel op zichzelf, volledig onafhankelijk, ieder levend wezen het beste wensend in volmaakte vrede.

Zijn heil bij Nârâyana zoekend, levend van enkel aalmoezen en volledig tevreden in zichzelf beweegt hij zich rond geheel op zichzelf, volledig onafhankelijk, ieder levend wezen het beste wensend in volmaakte vrede. (Vedabase)

 

Tekst 4

Zo een iemand moet dan dit universum van oorzaak en gevolg zien als bestaande binnenin het onvergankelijke Zelf in het voorbije en zichzelf zien als [een deel van] het Opperste Absolute dat overal de wereld van oorzaak en gevolg doordringt.

Zo een iemand moet dan zichzelf zien als zich bevindend in dit universum van het ware en het onware van het eeuwige Absolute van de Superziel in het voorbije, als ook het Allerhoogste Brahman [in hemzelf] zien als overal het waarneembare en niet waarneembare doordringend. (Vedabase)

  

Tekst 5

Van het slapen, waken en het dromen ertussenin waar men zo mee bezig is [zie ook 6.16: 53-54] moet hij die het zelf werkelijk ziet begrijpen dat de staten van gebondenheid en bevrijd zijn in feite niets anders dan een spel van de verbeelding vormen.

Van de eigen bewegingen naar de onbewuste en bewuste staat als ook de staat ertussen in [de droom-staat, zie ook 6.16: 53-54] behoort hij die werkelijk zichzelf waarneemt zich altijd te heugen dat de stadia van gebonden zijn en bevrijd zijn feitelijk alleen maar een spel van de verbeelding vormen. (Vedabase)

 

Tekst 6

Met moet zich niet zozeer verheugen in het zekere - of het onzekere - van de dood van dit lichaam en zijn levensduur, maar zich meer de Hoogmogende Tijd voorhouden die heerst over het verschijnen en verdwijnen van de levende wezens.

Met moet zich niet verheugen in het zekere, en ook niet in het onzekere, van de dood van dit lichaam en zijn levensduur, maar zich eerder de Hoogverheven Tijd voorhouden die heerst over het verschijnen en verdwijnen van de levende wezens. (Vedabase)

 

Tekst 7

Men moet niet zwelgen in fixaties op het onware noch daarin een loopbaan proberen op te bouwen; doelloos argumenteren moet worden opgegeven en ook moet men niet zijn toevlucht zoeken in partijen [politieke partijen].

Men moet niet zwelgen in fixaties op het onware noch daarin een loopbaan proberen op te bouwen; doelloos argumenteren moet worden opgegeven en ook moet men niet zijn toevlucht zoeken in partijen [politieke partijen]. (Vedabase)

   

Tekst 8

Geen volgelingen voor het een of ander, noch voorzeker het lezen en schrijven van vele boeken, noch moet men voor zijn brood proberen lezingen te organiseren of het ooit proberen de zeggenschap uit te breiden [met het bouwen van tempels b.v.].

Geen volgelingen voor het een of ander, noch voorzeker het lezen en schrijven van vele boeken, noch moet men voor zijn brood proberen lezingen te organiseren of het ooit proberen de zeggenschap uit te breiden [met het bouwen van tempels b.v. ]. (Vedabase)

 

Tekst 9

Hij die gevorderd is, van vrede en een gelijkgezinde geest, kan, hoewel als verzaker ze nimmer nodig hebbend, de symbolen van zijn geestelijke positie uitdragen [zijn âs'rama*] of ze evenzogoed eraan geven.

Hij die gevorderd is, van vrede en een gelijkgezinde geest, kan, hoewel als verzaker ze nimmer nodig hebbend, de symbolen van zijn geestelijke positie uitdragen [zijn âs'rama, zie ook 5.1*] of ze even zo goed eraan geven. (Vedabase)

 

Tekst 10

Hoewel hij uiterlijk misschien niet direct als een wereldverzaker is te herkennen, is zijn opzet toch duidelijk; zo iemand kan zich als heilige voor de samenleving voordoen als een opgewonden jochie of, als hij een groot redenaar was, zich voordoen als iemand die niet in staat is te spreken.

Alhoewel mogelijkerwijze niet in zijn symbolen te herkennen, is zijn opzet duidelijk; zo een iemand vermag het als heilige zichzelf voor de samenleving voor te doen als een opgewonden standje of als een groot redenaar zich als een zwijgzaam man op te stellen. (Vedabase)

 

Tekst 11

De geschoolden halen in dit verband als een voorbeeld van deze verhulde identiteit een zeer oud historisch voorval aan van een gesprek tussen Prahlâda en een heilige man die leefde als een python.

De geschoolden halen in dit verband als een voorbeeld van deze verhulde identiteit een zeer oud historisch voorval aan van een gesprek tussen Prahlâda en een heilige man die leefde als een python. (Vedabase)

 

Tekst 12-13

Hij was getuige van het zuiverste, hoogst ernstige, geestelijk vermogen van die man daar aan de oever van de Kâverî rivier op een helling van de berg Sahya, met hem op de grond liggend met zijn gehele lichaam overdekt met vuil en stof. Prahlâda, de lieveling van de Allerhoogste Heer, kwam hem tegen toen hij in het gezelschap van een stel van zijn koninklijke vrienden de wereld bereisde in een poging te begrijpen wat het was wat de mensen beheerste.

Hij was getuige van het zuiverste, hoogst ernstige, geestelijk vermogen van die man daar aan de oever van de Kâveri rivier op een helling van de berg Sahya, met hem op de grond liggend overdekt met vuil en stof over zijn gehele lichaam. Prahlâda, de lieveling van de Allerhoogste Heer, kwam hem tegen toen hij in het gezelschap van een stel van zijn koninklijke vrienden over de wereld rondreisde in een poging te begrijpen wat het was wat de mensen beheerste. (Vedabase)

 

Tekst 14

Uit wat hij deed, hoe hij eruit zag, naar wat hij zei en naar zijn leeftijd en bezigheid en andere identiteitskenmerken konden de mensen niet opmaken of die man nu wel of niet dezelfde persoon was die ze ooit zo goed gekend hadden.

Uit wat hij deed, hoe hij eruit zag, naar wat hij zei en naar zijn leeftijd en bezigheid en andere identiteitskenmerken konden de mensen niet opmaken of die man nu wel of niet dezelfde persoon was die ze ooit zo goed gekend hadden. (Vedabase)

 

Tekst 15

Na hem zijn respect betoond te hebben en hem volgens de regels te hebben vereerd en zijn lotusvoeten met zijn hoofd te hebben beroerd, stelde de grote asura toegewijde van de Heer, benieuwd hem te leren kennen, de volgende vraag.

Na hem zijn respekt getoond te hebben en hem volgens de regels te hebben vereerd, zijn lotusvoeten met zijn hoofd beroerend, stelde de grote asura toegewijde van de Heer, benieuwd hem te leren kennen, de volgende vraag. (Vedabase)
  
Tekst 16-17

'Ik zie dat u er een nogal dik lijf op nahoudt als iemand die belust is op geld; mensen die zich altijd zorgen maken om een inkomen zijn zeker van de zinsbevrediging en zij die het zo breed hebben als genieters van deze wereld en zich met niets anders bezighouden, worden bijgevolg zo dik als inderdaad dit lichaam van u.

'Ik zie dat u er een nogal dik lijf op na houdt als iemand die belust is op geld; mensen die zich altijd zorgen maken om een inkomen zijn zeker van de zinsbevrediging en zij die het zo breed hebben als genieters van deze wereld, zich met niets anders bezig houdend, worden bijgevolg zo dik als inderdaad dit lichaam van u. (Vedabase)

 

Tekst 18

Het moge duidelijk zijn dat met u die hier neerligt zonder iets te doen, o man van de geest, ook geen geld kan hebben om uw zinnen te genieten; hoe kan, niet uit op het plezier, uw lichaam nu in deze staat verkeren, o geleerde, alstublieft zeg ons dat als ik zo onbeleefd mag zijn.

Het moge duidelijk zijn dat met u die hier neerligt zonder iets te doen, o man van de geest, er niet werkelijk geld kan zijn om uw zinnen te kunnen genieten; hoe kan, niet uit op het plezier, dit [dik zijn] het geval zijn met uw lichaam, o geleerde, alstublieft zeg ons dat als ik zo onbeleefd mag zijn. (Vedabase)

 

Tekst 19

Ondanks het feit dat u zo geleerd bent, bedreven en intelligent, en in staat bent u goed uit te drukken en gelijkmoedig te blijven, gaat u, terwijl u ziet hoezeer de mensen druk zijn met baatzuchtige handelingen, er maar bij liggen!'

Ondanks het feit dat u zo geleerd bent, bedreven en intelligent, in staat u goed uit te drukken en gelijkmoedig, gaat u, terwijl u ziet hoe zeer de mensen bezig zijn met baatzuchtige aktiviteiten, er maar bij liggen!' (Vedabase)

 

Tekst 20

S'rî Nârada zei: 'Op deze manier overspoeld door de woorden van de daitya koning glimlachte de grote muni naar hem en was hij, gecharmeerd door de nectar van zijn woorden, ertoe bereid antwoord te geven.

S'rî Nârada zei: 'Op deze manier overspoeld met woorden door de daitya koning glimlachte hij, de grote muni, naar hem, bekoord door de nectar van zijn woorden bereid antwoord te geven. (Vedabase)

  

Tekst 21

De achtenswaardige brahmaan zei: 'O beste der Asura's geprezen door de âryan's, vanuit uw bovenzinnelijke visie bent u wel bekend met inderdaad al de zaken waartoe de mensen geneigd zijn en waarvan ze zich afkeren al naar gelang hun verschillende posities.

De achtenswaardige brahmaan zei: 'O beste der asura's geprezen door de âryans, vanuit uw bovenzinnelijke visie bent u wel bekend met inderdaad al de zaken waartoe de mensen geneigd zijn en waarvan ze zich afkeren al naar gelang hun verschillende posities. (Vedabase)

 

Tekst 22

Hij die Nârâyana onze God en Nârâyana onze Heer altijd in zijn hart heeft, kan door enkel zijn toewijding de onwetendheid uitbannen zoals de zon de duisternis verdrijft.

Hij die Nârâyana onze God en Nârâyana onze Heer altijd in zijn hart heeft, kan door enkel zijn toewijding de onwetendheid uitbannen zoals de zon de duisternis verdrijft. (Vedabase)

 

Tekst 23

Niettemin zal ik al uw vragen proberen te beantwoorden o Koning, in overeenstemming met de Veda's, daar u daadwerkelijk, voor iemand die zijn zelf gezuiverd wenst, het waard bent te worden aangesproken.

Niettemin zal ik al uw vragen proberen te beantwoorden o Koning, in overeenstemming met de Veda's, daar u daadwerkelijk, voor iemand die zijn zelf gezuiverd wenst, het waard bent te worden aangesproken. (Vedabase)

 

Tekst 24

Vanwege materiële verlangens was ik onder de invloed van de wereld bezig mijn lustige verlangens bot te vieren en worstelde ik, voortgedreven van de ene handeling naar de andere en geboren in verschillende levensvormen, om mijn voortbestaan.

Vanwege materiële verlangens was ik onder een wereldse invloed bezig mijn lustige verlangens tegemoet te komen en worstelde ik voortgedreven van de ene handeling naar de andere en geboren in verschillende levensvormen, om mijn voortbestaan. (Vedabase)

 

Tekst 25

Deze menselijke gedaante, meegevoerd op de golven van de oceaan der materie, bereikte, door zijn karma zich her en der begevend, de hemelpoort der bevrijding, de lagere vormen van leven en weerom een menselijk leven [zie ook B.G. 8: 16 en **].

Deze menselijke gedaante, meegevoerd op de golven van de oceaan der materie, bereikte door zijn karma zich hier en daar begevend, de hemelpoort der bevrijding, de lagere vormen van leven en weerom een menselijk leven [zie ook B.G. 8: 16 en **]. (Vedabase)

 

Tekst 26

En in dat leven treft men de gemeenschap van man en vrouw aan terwille van het plezier. Maar ziende hoe, altijd bezig met vruchtdragende handelingen, men het tegendeel [van dat plezier] bereikt, ben ik er nu mee opgehouden teneinde te kunnen ontkomen aan die ellende.

En daar treft men de gemeenschap van man en vrouw aan terwille van het plezier, maar ziende hoe, altijd bezig met vruchtdragende handelingen, men het tegendeel [van dat plezier] bereikt, ben ik er nu mee opgehouden teneinde te kunnen ontkomen aan die ellende. (Vedabase)

 

Tekst 27

Gelukkig zijn is de natuurlijke staat van het levend wezen, en aldus, definitief een punt zettend achter alles hier met het gezien hebben hoezeer de eisen van de wereld zijn gekoppeld aan de zinsbevrediging, ben ik, me bezinnend op deze zaken, tot de stilte overgegaan.

Gelukkig zijn is de natuurlijke positie van het levend wezen, en zo, definitief ophoudend met alles alhier, gezien hebbend hoezeer zinsbevrediging het medium is van de eisen van de wereld, ben ik, me bezinnend op deze zaken, tot de stilte overgegaan. (Vedabase)

 

Tekst 28

Het zich bevinden in deze wereld doet iemand, door de valse aantrekking van die materiële wereld zeer beangstigend verstrikt geraakt in materiële aangelegenheden die hem vreemd zijn, daadwerkelijk het belang van het levende wezen in zichzelf vergeten.

Het zich bevinden in deze wereld doet iemand, door de valse aantrekking van die materiële wereld zeer beangstigend verstikt geraakt in materiële aangelegenheden die hem vreemd zijn, daadwerkelijk het belang van het levende wezen in zichzelf vergeten. (Vedabase)

 

Tekst 29

Precies als water dat overwoekert door gras over het hoofd wordt gezien door een dorstig iemand het onwetend elders zoekt, is dienovereenkomstig iemand in zijn materiële eigenbelang een luchtspiegeling [van materieel geluk] aan het najagen.

Precies als water dat overwoekert door gras over het hoofd word gezien door een dorstig iemand die er geen weet van heeft, is dienovereenkomstig elders iemand in zijn materiële eigenbelang een luchtspiegeling aan het najagen. (Vedabase)

 

Tekst 30

Iemand die met zijn lichaam en alles in de zo machtige greep verkeert van de materie, zoekt het geluk dat eigen is aan het zelf door te trachten zijn ellende te verminderen en raakt, volledig geconditioneerd als hij is, keer op keer teleurgesteld in zijn plannen en ondernemingen.

Iemand met zijn lichaam en alles onder de zo machtige kontrole der materie verkerend, zoekt naar het geluk van het zelf in de poging zijn ellende te verminderen en wordt, volledig gekonditioneerd, keer op keer teleurgesteld in zijn plannen en ondernemingen. (Vedabase)

 

Tekst 31

Door het drievoudige van de ellende geschapen door hemzelf, door anderen en door de natuur, is de sterveling, soms van enig succes in het zich verweren tegen de onvermijdelijke tegenslagen, maar desalniettemin komt hij er niet van af; wat is dan de waarde van zulk een geluk, waar lopen dat soort verlangens nu op uit?

Door het drievoudige van de ellende geschapen door hemzelf, door anderen en door de natuur, is de sterveling, soms van enig succes met de onvermijdelijke tegenslagen, niettemin niet vrij van ze; wat is dan de waarde van zulk een geluk, waar lopen die verlangens dan op uit? (Vedabase)

 

Tekst 32

Denk maar eens aan de ellende van de rijken die zo druk zijn met hun bezit: als het slachtoffer van hun zintuigen hebben ze uit angst slapeloze nachten waarin ze het gevaar van alle kanten op zich af zien komen.

Denk maar aan de ellende van de rijken zo druk met hun bezit: als slachtoffers van hun zintuigen hebben ze uit angst slapeloze nachten het gevaar van alle kanten zien komend. (Vedabase)

 

Tekst 33

Voor de regering, voor dieven, voor vijanden, verwanten, dieren en vogels, voor bedelaars, voor de Tijd zelve, zowel als voor zichzelf, is hij die voor het geld leeft altijd bevreesd.

Voor de regering, voor dieven, voor vijanden, verwanten, dieren en vogels, voor bedelaars, voor de Tijd zelve, zowel als voor zichzelf, is hij die voor het geld leeft altijd bevreesd. (Vedabase)

 

Tekst 34

Wat een intelligente persoon op moet geven is de eigenlijke oorzaak die leidt tot alle jammerklachten, illusies, angst, woede, gehechtheid, armoede, zwoegen enzovoorts van het menselijk wezen: het verlangen naar status en geld [***].

Wat een intelligente persoon op moet geven is de eigenlijke oorzaak die leidt tot alle jammerklachten, illusies, angst, woede, gehechtheid, armoede, zwoegen enzovoorts van het menselijk wezen: het verlangen naar status en geld [***]. (Vedabase)

 

Tekst 35

De bijen aan het werk en de grote slangen in deze wereld zijn in dezen onze eerste klas goeroes: van wat zij ons leren vinden wij de bevrediging [in het niet meer nemen dan noodzakelijk is] en de verzaking [van het nergens anders te zoeken].

De bijen aan het werk en de grote slangen in deze wereld zijn in dezen onze eerste klas goeroes: van wat zij ons leren vinden wij de bevrediging [in het enkel nemen wat nodig is] en de verzaking [van het nergens naar toe gaan]. (Vedabase)

 

Tekst 36

De bijen hebben me geleerd te onthechten van alle verlangens daar van het geld, dat met moeite wordt verkregen als de honing, men zelfs bereid is elkaar van het leven te beroven met het bestelen van de eigenaar.

De bijen hebben me geleerd te onthechten van alle verlangens daar van het geld, dat met moeite wordt verkregen als de honing, men zelfs elkaar om het leven brengt het wegnemend van de eigenaar. (Vedabase)

 

Tekst 37

Niet méér verlangend ben ikzelf tevreden met wat ik vrij van ondernemen kan verwerven, en lukt dat niet, dan lig ik hier maar wat, vele dagen het uithoudend als een python.

Niet meer verlangend ben ik zelve tevreden met wat er vrij van ondernemen gebracht wordt, en zo niet, dan lig ik hier neer voor vele dagen het uithoudend als een python. (Vedabase)

 

Tekst 38

Soms eet ik weinig, soms eet ik veel voedsel, of het nu vers is of oud, prima smaakt of smakeloos is; soms wordt het me met alle respect gebracht en soms wordt het respectloos aangeboden; aldus dan weer 's nachts etend en dan weer overdag, eet ik wat er maar voor handen is.

Soms eet ik weinig, soms eet ik veel voedsel, of het nu vers is of oud, of van een grootse smaak of smakeloos; somtijds wordt het met respekt gebracht en soms wordt het aangeboden zonder enig respekt; aldus dan weer 's nachts etend en dan weer overdag, eet ik wat er voor handen is. (Vedabase)

 

Tekst 39

Van linnen gemaakt, zijde of katoen, een hertenvel, met een lendendoek, of wat voor materiaal het ook moge zijn; met een gelukkige geest trek ik aan wat het lot me maar biedt.

Van linnen gemaakt, zijde of katoen, een hertenvel, met een lendendoek, of wat voor materiaal het ook moge zijn; ik trek aan met een gelukkige geest wat bij het lot maar beschikbaar is. (Vedabase)

 

Tekst 40

Soms ga ik liggen op de grond, op gras, bladeren, op steen of op een hoop as maar soms ook, al naar gelang wat anderen me toewensen, kan ik me in een paleis neervleien op een eersteklas bed met kussens [zie ook B.G. 18: 61].

Soms ga ik liggen op de grond, op gras, bladeren, op steen of op een hoop as en somtijds, naar wat anderen me toewensen, kan ik gaan liggen in een paleis op een eerste klas bed met kussens [zie ook B.G. 18: 61]. (Vedabase)

 

Tekst 41

Soms neem ik een fijn bad met smeersels van sandelhout voor mijn lichaam en kleed ik me netjes aan, gesierd met bloemenslingers en sieraden, en zit ik op een wagen, een olifant of op de rug van een paard; en soms zwerf ik geheel naakt rond als door een geest bezeten, o machtige.

Soms neem ik een fijn bad met smeersels van sandelhout voor mijn lichaam en kleed ik me netjes aan, versierd met bloemenslingers en sieraden, zittend op een wagen, een olifant of op de rug van een paard; en soms zwerf ik rond volledig naakt als door een geest bezeten, o machtige. (Vedabase)

 

Tekst 42

Ik vervloek niet, noch steek ik de loftrompet over de mensen die verschillend van aard zijn; ik bidt voor het uiteindelijk voordeel van hen allen, dat in waarheid de Eenheid van de Grotere Ziel is.

Ik vervloek niet, noch steek ik de loftrompet over de mensen die verschillend van aard zijn; ik bidt voor het uiteindelijk voordeel van hen allen, dat in waarheid de Eenheid van de Grotere Ziel is. (Vedabase)

 

Tekst 43

Het idee van onderscheid moet, als een offergave, worden geofferd in het vuur van het bewustzijn, dat bewustzijn dan in het vuur van het denken dat de wortel van alle verwarring is, dat denken moet dan vervolgens worden geofferd in het vuur van het valse zelf en dit ego van materiële identificatie moet, dit principe volgend, worden geofferd in het geheel van de materiële energie.

Het idee van onderscheid moet, als een offergave, worden geofferd in het vuur van het bewustzijn, dat bewustzijn dan in het vuur van het denken dat de wortel van alle verwarring is, dat denken moet dan vervolgens worden geofferd in het vuur van het valse zelf en dit ego van materiële identificatie moet dit principe volgend worden geofferd in het geheel van de materiële energie. (Vedabase)

 

Tekst 44

Het valse van het materieel bestaan wordt, door een bedachtzaam persoon die in zijn zelfverwerkelijking de uiteindelijke waarheid realiseert, geofferd als een offergave en daarvan bevindt hij, vrij van begeerten, zich aldus in de trouw aan de essentie van zijn eigen levende zelf.

Het valse van het materieel bestaan wordt, door een bedachtzaam persoon die de uiteindelijke waarheid realiseert voor het heil van zijn zelfverwerkelijking, geofferd als een offergave en daarvan bevindt hij, vrij van begeerten, zich aldus in de trouw aan de essentie van zijn eigen levende zelf. (Vedabase)

 

Tekst 45

Dit relaas over mijzelf leg ik nu op deze manier aan u voor in de grootste vertrouwelijkheid; het kan zijn dat u, vanuit uw goede zelf als een man van overstijging met de Allerhoogste Heer, de gebruikelijke [schriftuurlijke] uitleg mist.'

Dit relaas over mijzelf leg ik op deze manier aan u voor in de grootste vertrouwelijkheid, hoewel u, vanuit uw goede zelf als een man van overstijging met de Allerhoogste Heer, misschien de gebruikelijke [schriftuurlijke] uitleg mist.' (Vedabase)

 

Tekst 46

S'rî Nârada zei: 'Aldus vernemend van de heilige man wat waarlijk het dharma van de paramahamsa's is [zie ook 6.3: 20-21] excuseerde zeer behaagd de asura heer zich om, nadat hij hem het verschuldigde respect betoond had, weer naar huis terug te keren.

S'rî Nârada zei: 'Aldus vernemend van de heilige man wat waarlijk het dharma van de paramahamsa's is [zie ook 6.3.20-21] excuseerde zeer behaagd de asura heer zich om weer, na hem het verschuldigde respekt getoond te hebben, naar huis terug te keren.' (Vedabase)

 

*: De vier stadia van sannyâs zijn : kuthîcaka, bahûdaka, parivrâjakâcârya en paramahamsa [zie verder voetnoot 5.1].

**: Svâmî Prabhupâda commentarieert: "Het materiële leven wordt pavarga genoemd omdat we hier onderworpen zijn aan vijf verschillende toestanden van lijden, gerepresenteerd door de letters pa, pha, ba, bha en ma. Pa betekent paris'rama, zeer zwaar werk. Pha betekent phena, of schuim om de mond. Bijvoorbeeld, we zien soms een paard met schuim om de mond als het zware arbeid verricht. Ba betekent byarthatâ, teleurstelling. Ondanks veel hard werken, vinden we tenslotte teleurstelling. Bha betekent bhaya, of angst. In het materieel bestaan, bevindt men zich altijd in het laaiend vuur van de angst, omdat niemand weet wat hem te wachten staat. Tenslotte, betekent ma mrityu, of de dood. Als men probeert deze vijf zijnstoestanden -- pa, pha, ba, bha en ma -- van het leven tot nul terug te brengen bereikt men apavarga, of bevrijding van de straf van het materieel bestaan."

***: S'rîla Rûpa Gosvâmî schrijft in zijn 'Nectar van Instructie' (2):

atyâhârah prayâsas' ca
prajalpo niyamâgrahah
jana-sangas' ca laulyam ca
shadbhir bhaktir vinas'yati

"Iemands toegewijde dienst raakt bedorven als hij teveel verstrikt raakt in de volgende zes activiteiten: (1) meer eten dan noodzakelijk of meer geld inzamelen dan nodig is; (2) zich overmatig inspannen voor wereldse zaken die zeer moeilijk te verwerven zijn; (3) niet noodzakelijk praten over wereldse aangelegenheden; (4) het naleven van schriftuurlijke regels en bepalingen enkel ter wille van de horigheid eraan en niet voor het heil van de spirituele ontwikkeling, of het verwerpen van de regels en voorschriften van de geschriften en het op eigen houtje werken of met luimen; (5) omgang hebben met werelds-gezinde personen die niet in het Krishna-bewustzijn geïnteresseerd zijn; en (6) begeertig zijn naar werelds succes."

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina.
De afbeelding komt uit: "
A Portrait of the Hindus: Balthazar Solvyns & the European Image of India 1760-1824".
De titel van de afbeelding is: 141. Avadhuta (p. 325). Solvyns, Les Hindoûs: II.5.2.  "Ab'dhoot, A Penitent Naked." (
bron)
© Van de collectie van prof
R.L. Hardgrave, University of Texas. Gebruikt met toestemming.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties