Canto
8
Hoofdstuk 3: Gajendra's Gebeden van Overgave
(1) De zoon van Vyâsa [S'uka] zei: 'Aldus er verstandelijk toe besloten zich in zijn geest te concentreren op het hart, reciteerde hij [Gajendra] een allerverhevenst gebed dat hij in een voorgaande geboorte had beoefend [zie ook B.G. 6: 43-44]. (2) S'rî Gajendra zei: 'Mijn eerbetuigingen aan de Oorspronkelijke, de Allerhoogste Godheid door wie dit materieel bestaan zich beweegt in bewustzijn, laat me mediteren op Hem, die persoonlijkheid die de grondoorzaak is, de Allerhoogste Beheerser. (3) Op Hem rust het universum, van Hem zijn er al de elementen en door Hem is er de werkzaamheid ervan, aan Hem die Zelf de materiële wereld is qua gevolg zowel als wat betreft de bovenzinnelijke oorzaak, aan die Allerhoogste die in Zichzelf voorziet geef ik mezelf over. (4) Hij die vanuit Zichzelf, door Zijn eigen energie, deze kosmische manifestatie tentoonspreidde, die dan weer manifest en dan weer niet zichtbaar is, overziet in beide gevallen als de getuige alles en allen; die Ziel zonder voorgaande oorzaak, dat Allerhoogste van alle Bovenzinnelijkheid, smeek ik, alstUblieft bescherm mij! (5) Als na de nodige tijd alles, alle transformaties, alles wat is gedaan, al de werelden en al hun handhavers en bestuurders, tot niets is teruggebracht, is er de hechte en diepe duisternis waarachter en waarboven de Almachtige straalt. (6) Zoals met het uiterlijke van een uitvoerend kunstenaar die zelf dan niet kan worden doorgrond, kunnen Zijn bewegingen noch door de goden, de wijzen of de gewone schepselen worden begrepen of in woorden worden uitgedrukt; Hij zo moeilijk te bevatten, moge Hij me Zijn bescherming geven. (7) De Heer van hen die het verlangen Zijn algunstige lotusvoeten te zien, van hen die bevrijd zijn van alle gehechtheid, van die grote wijzen, zonder fouten in het woud, hoog verheven de geloften in praktijk brengend al naar gelang de verschillende posities [de âs'rama's], de Heer van hen die gelijk en vriendelijk voor allen zijn, Hij is mijn bestemming. (8-9) Van Hem is er geen geboorte, geen karma, geen naam of vorm, geen geaardheden en fouten zeker ook niet; niettemin komt Hij, die de vernietiging en schepping van deze kosmische manifestatie is, middels Zijn eigen vermogen keer op keer in actie [als een avatâra]. Hem, de Bovenzinnelijke die de Beheerser is, het Allerhoogste Brahman van een onbegrensd vermogen, die zonder een gedaante gedaanten heeft aangenomen, die van zo vele wonderbaarlijke daden is, biedt ik mijn respect. (10) Mijn eerbetoon voor Hem, de verlichting van de ziel, de getuige in allen, het Allerhoogste van het Zelf; Hij die alle beschrijving, de geest en zelfs het bewustzijn te boven gaat, geldt mijn eerbewijs. (11) Hij, het voorwerp der toewijding die door de geschoolden in transcendentale handelingen recht wordt gedaan, voor Hem, de meester der menswording, de verlener der genade, Hij die helemaal vrij is, mijn eerbiedwaardige respectbetoon. (12) Al mijn eerbetuigingen gelden die Ene der Vrede volledig geconcentreerd op het spirituele in gedaanten van geweld en het dierlijke [zoals Nrisimha en Varâha] naar de verschillende kwaliteiten van de materiële natuur; aan Hem die eveneens de kennis van het Brahman is, draag ik mijn gebed op. (13) Voor de kenner van het veld [zie B.G. 13: 1-5] mijn respect, U de baas over allen, de getuige en de Oorspronkelijke Persoon die de oerbron bent, aan U, de beweger van de materiële schepping, U als de primaire werkelijkheid, biedt ik mijn eerbetuigingen. (14) U bent het die ik respecteer, daar U overziet waar al de zinnen op uit zijn, U bent het einde van alle twijfel met het onware dat, omdat het er is als een afspiegeling van U, de werkelijkheid wordt genoemd; naar die reflectie, mijn eerbetoon aan U. (15) Mijn eerbetuigingen nogmaals gelden U, van al het bestaande de allerhoogste oorzaak zonder een oorzaak, de oorzaak van al het wonderbaarlijke, de bron van wat geleerd wordt in opeenvolging, de oceaan in ontvangst van al de rivieren van kennis; U eer ik, die de bevrijding schenkt en de toevlucht vormt van de transcendentalist. (16) Ik draag mijn handelingen op aan Hem wiens vuur van de kennis door de geaardheden van de natuur is overdekt zoals vuur dat is in hout, aan Hem die zich bevindt buiten de door de beroering der natuur aangedane geest, aan Hem die persoonlijk aanwezig is voor hen die vanuit hun stadium van spiritueel verstaan de formele benadering eraan gaven. (17) U betoon ik als een dier mijn respect in overgave aan Hem, de Onberispelijke van oneindige genade die bevrijdt uit de verstriktheid; door een enkel deel van Uw zelf [het Paramâtmâ, zie ook B.G. 10: 42] bent U immer aandachtig voor allen die belichaamd zijn, die Allerhoogste Heer zonder grenzen, in de geest gevierd als de directe waarnemer, biedt ik mijn eerbetuigingen. (18) Voor allen zo zeer gehecht aan hun denken en lichaam, zoons en dochters, weelde en helpers, bent U moeilijk te bereiken, maar voor personen die, vrij van de invloed van de geaardheden der natuur, in het hart zijn vrijgemaakt bent U er reeds [zie B.G. 6: 47]; Hem op wie altijd wordt gemediteerd, het reservoir van alle spirituele kennis, die Allerhoogste Heer en Beheerser, geldt al mijn respect. (19) Door Hem te eerbiedigen kan dat worden bereikt waar men naar op zoek is met al het begeren overeenkomstig de religie, de economie, de bevrediging, en de bevrijding, om nog maar te zwijgen van de andere zegeningen die Hij eveneens verleent zoals het bovendien hebben van een geestelijk lichaam; moge Hij, oneindig van genade, mij de bevrijding van mijn ziel vergunnen [zie ook 2.3: 10 en 7.9: 27]. (20-21) Zij die niets anders dan Hem op het oog hebben verlangen niet naar deze of gene zegening - zij die het feitelijk brachten tot de toevlucht van de Allerhoogste Heer zijn verzonken in een oceaan van bovenzinnelijke gelukzaligheid door het bespreken van en vernemen over de alleszins gunstige, wonderbaarlijke handelingen van Hem. Hij, de eeuwige transcendentale, Allerhoogste Meester van alle grote persoonlijkheden, de ongeziene Ziel boven alles die in yoga kan worden bereikt door toewijding is, zo subtiel en ongrijpbaar buiten het bereik van de zinnen als Hij is, de onbegrensde, in alle opzichten volkomen, oorsprong die ik aanbid. (22-24) Van Hem zijn door Zijn delen - de verschillende bewegende en niet-bewegende levensvormen, de vedische kennis, de goden en allen die bij Brahmâ horen - de minder belangrijke onderverdelingen van namen en vormen in het leven geroepen. Dit niet aflatende vertoon van de geaardheden der natuur, dit verstand en deze geest, deze zinnen en verdelingen van het grove en subtiele van het lichaam, zijn, zoals vonken in verhouding tot het vuur dat de zon is, de stralende deeltjes die keer op keer voortkomen uit en opgaan in Hem als delen en gehelen. Dat vuur, inderdaad geen halfgod of demon, een menselijk wezen, beest of vogel, vrouw, onzijdig of de maan evenmin en ook niet een levend schepsel, is niet het vruchtdragend handelen noch de manifestatie, noch het niet-gemanifesteerde; Hij is de slotsom van het uitsluiten van dit en dat [neti neti zie ook 7.7: 23]; aan Hem, de Onbegrensde, alle glorie! (25) Ik wens het niet mijn leven hier of in een wereld hierna voort te zetten; wat heeft het voor nut als men vanbinnen en vanbuiten opgesloten zit; in deze geboorte als een olifant verlang ik te ontkomen aan de gebondenheid aan de tijd die alleen maar tot vernietiging leidt. Ik wil worden bevrijdt uit die onterende begrenzing van mijn zelf [zie ook 1.2: 3, 6.15: 16]. (26) Daartoe draag ik aan Hem, de gemanifesteerde hoewel niet gemanifesteerd, die ongeboren ziel en kenner van het universum en bovenzinnelijke toevlucht van het Allerhoogste, mijn leven en ziel op. (27) Zij van de vereniging van het bewustzijn jegens Hem, die door [die bhakti-]yoga al het karma verbrandden en een verenigd en gelouterd hart hebben, nemen Hem, de Heer van de Yoga die ik toegewijd ben, rechtstreeks waar. (28) Mijn respectbetoon keer op keer voor U, het gigantische van de krachten van het drievoudig vermogen van [het vormgeven, afwikkelen en in stand houden van] het volledige, voor Hem die, voor de intelligentie zich voordoend als een zinsobject, de toevlucht verschaft en die, met Zijn moeilijk te boven te komen energieën [zie B.G. 16: 21], onbereikbaar is voor hen die op het pad hun zinnen niet weten te beheersen. (29) Ik zoek mijn toevlucht bij Hem wiens heerlijkheden zo onpeilbaar zijn, wiens identiteit bij de mensen in het algemeen niet bekend is en onder wiens invloed en intelligentie ik als een op zichzelfstaande ziel ben verslagen.'
(30) S'rî S'uka zei: 'Toen, vanwege deze beschrijving die niet was gericht op enige persoon in het bijzonder, geen van de opzichzelf staande goddelijken van Brahmâ met hun verschillende verschijningsvormen, Gajendra benaderde, verscheen aldaar van de keur aan goden de Heer in eigen persoon omdat Hij het volledige van hen allen tezamen is [vergelijk B.G. 7: 20-23 en 9: 23; 4.31: 14]. (31) Zijn gebed horend kwam de Heer van alle werelden die begreep in wat voor benarde positie hij verkeerde, tezamen met de bewoners van de hemel die hun gebeden opdroegen, zo snel als Hij maar kon, gedragen door Garuda en uitgerust met de werpschijf en Zijn andere wapens, naar de plek waar Gajendra zich bevond. (32) Op het moment dat hij, die in het water zo gewelddadig was gegrepen en te lijden had, de Heer zag die op de rug van Garuda Zijn werpschijf in de lucht stak, hief hij zijn slurf omhoog met daarin een lotusbloem en bracht hij met moeite uit: 'O Nârâyana, Leraar der Volkomenheid, o Allerhoogste Heer, U biedt ik mijn eerbetuigingen.' (33) Toen Hij hem zo zag lijden kwam de Ongeborene meteen naar beneden en redde Hij, voor ogen van al de goddelijken aanwezig met Zijn werpschijf de krokodil zijn bek eraf snijdend, koning Gajendra en trok Hij hem uit het water.
Tweede editie, geladen 28 augustus 2007
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
De zoon van Vyâsa [S'uka] zei: 'Aldus er verstandelijk toe besloten zich in zijn geest te concentreren op het hart, reciteerde hij [Gajendra] een allerverhevenst gebed dat hij in een voorgaande geboorte had beoefend [zie ook B.G. 6: 43-44].De zoon van Vyâsa [S'uka] zei: 'Aldus in zijn intelligentie vastbesloten zijn geest te vestigen op het hart, reciteerde hij [Gajendra] een allerverhevenst gebed dat hij in een voorgaande geboorte had beoefend [zie ook B.G. 6.43-44]. (Vedabase)
S'rî Gajendra zei: 'Mijn eerbetuigingen aan de Oorspronkelijke, de Allerhoogste Godheid door wie dit materieel bestaan zich beweegt in bewustzijn, laat me mediteren op Hem, die persoonlijkheid die de grondoorzaak is, de Allerhoogste Beheerser.
S'rî Gajendra zei: 'Mijn eerbetuigingen aan de Oorspronkelijke, de Allerhoogste Godheid door wie dit materieel bestaan zich beweegt in bewustzijn, laat me mediteren op Hem, die persoonlijkheid die de grondoorzaak is, de Allerhoogste Beheerser. (Vedabase)
Op Hem rust het universum, van Hem zijn er al de elementen en door Hem is er de werkzaamheid ervan, aan Hem die Zelf de materiële wereld is qua gevolg zowel als wat betreft de bovenzinnelijke oorzaak, aan die Allerhoogste die in Zichzelf voorziet geef ik mezelf over.
Op Hem rust het universum, van Hem zijn er al de elementen en door Hem is er de werkzaamheid ervan, aan Hem die Zelf de materiële wereld is qua gevolg zowel als wat betreft de bovenzinnelijke oorzaak, aan die Allerhoogste die in Zichzelf voorziet geef ik mezelf over. (Vedabase)
Hij die vanuit Zichzelf, door Zijn eigen energie, deze kosmische manifestatie tentoonspreidde, die dan weer manifest en dan weer niet zichtbaar is, overziet in beide gevallen als de getuige alles en allen; die Ziel zonder voorgaande oorzaak, dat Allerhoogste van alle Bovenzinnelijkheid, smeek ik, alstUblieft bescherm mij!
Hij die vanuit Zichzelf, door Zijn eigen energie, deze kosmische manifestatie ten toon spreidde, die dan weer manifest en dan weer niet zichtbaar is, overziet in beide gevallen als de getuige alles en allen; die Ziel zonder voorgaande oorzaak, dat Allerhoogste van alle Bovenzinnelijkheid, smeek ik, alstublieft bescherm mij! (Vedabase)
Als na de nodige tijd alles, alle transformaties, alles wat is gedaan, al de werelden en al hun handhavers en bestuurders, tot niets is teruggebracht, is er de hechte en diepe duisternis waarachter en waarboven de Almachtige straalt.
Als na de nodige tijd alles, alle transformaties, alles wat is gedaan, al de werelden en al hun handhavers en bestuurders, tot niets zijn teruggebracht, is er de hechte en diepe duisternis waarachter en waarboven de Almachtige straalt. (Vedabase)
Zoals met het uiterlijke van een uitvoerend kunstenaar die zelf dan niet kan worden doorgrond, kunnen Zijn bewegingen noch door de goden, de wijzen of de gewone schepselen worden begrepen of in woorden worden uitgedrukt; Hij zo moeilijk te bevatten, moge Hij me Zijn bescherming geven.
Zoals met het uiterlijke van een uitvoerend kunstenaar die zelf dan niet kan worden doorgrond, kunnen Zijn bewegingen noch door de goden, de wijzen of de gewone schepselen worden begrepen of nog eens in woorden worden uitgedrukt; Hij zo moeilijk te bevatten, moge Hij me Zijn bescherming geven. (Vedabase)
De Heer van hen die het verlangen Zijn algunstige lotusvoeten te zien, van hen die bevrijd zijn van alle gehechtheid, van die grote wijzen, zonder fouten in het woud, hoog verheven de geloften in praktijk brengend al naar gelang de verschillende posities [de âs'rama's], de Heer van hen die gelijk en vriendelijk voor allen zijn, Hij is mijn bestemming.
De Heer van hen die het verlangen Zijn al-gunstige lotusvoeten te zien, van hen die bevrijd zijn van alle gehechtheid, van die grote wijzen, zonder fouten in het woud, hoog verheven de geloften in praktijk brengend al naar gelang de verschillende posities [de âsrama's], de Heer van hen die gelijk en vriendelijk voor allen zijn, Hij is mijn bestemming. (Vedabase)
Van Hem is er geen geboorte, geen karma, geen naam of vorm, geen geaardheden en fouten zeker ook niet; niettemin komt Hij, die de vernietiging en schepping van deze kosmische manifestatie is, middels Zijn eigen vermogen keer op keer in actie [als een avatâra]. Hem, de Bovenzinnelijke die de Beheerser is, het Allerhoogste Brahman van een onbegrensd vermogen, die zonder een gedaante gedaanten heeft aangenomen, die van zo vele wonderbaarlijke daden is, biedt ik mijn respect.
Van Hem is er geen geboorte, geen karma, geen naam of vorm, geen geaardheden en fouten zeker ook niet; niettemin komt Hij, die de vernietiging en schepping van deze kosmische manifestatie is, middels Zijn eigen vermogen keer op keer in aktie [als een avatâra]. Hem, de Bovenzinnelijke die de Beheerser is, het Allerhoogste Brahman van een onbegrensd vermogen, die zonder een gedaante gedaanten heeft aangenomen, die van zo vele wonderbaarlijke daden is, biedt ik mijn respekt. (Vedabase)
Mijn eerbetoon voor Hem, de verlichting van de ziel, de getuige in allen, het Allerhoogste van het Zelf; Hij die alle beschrijving, de geest en zelfs het bewustzijn te boven gaat, geldt mijn eerbewijs.
Mijn eerbetoon voor Hem, de verlichting van de ziel, de getuige in allen, het Allerhoogste van het Zelf; Hij die alle beschrijving, de geest en zelfs het bewustzijn te boven gaat, geldt mijn eerbewijs. (Vedabase)
Hij, het voorwerp der toewijding die door de geschoolden in transcendentale handelingen recht wordt gedaan, voor Hem, de meester der menswording, de verlener der genade, Hij die helemaal vrij is, mijn eerbiedwaardige respectbetoon.
Hij, het voorwerp der toewijding die door de geschoolden in transcendentale handelingen recht wordt gedaan, aan Hem, de meester der menswording, de verlener der genade aan degeen die helemaal vrij is, mijn eerbiedwaardige respektbetoon. (Vedabase)
Al mijn eerbetuigingen gelden die Ene der Vrede volledig geconcentreerd op het spirituele in gedaanten van geweld en het dierlijke [zoals Nrisimha en Varâha] naar de verschillende kwaliteiten van de materiële natuur; aan Hem die eveneens de kennis van het Brahman is, draag ik mijn gebed op.
Al mijn eerbetuigingen gelden die Ene der Vrede volledig geconcentreerd op het spirituele in gedaanten van geweld en het dierlijke [zoals Nrsmha en Varâha] naar de verschillende kwaliteiten van de materiële natuur; aan Hem die eveneens de kennis van het Brahman is, draag ik mijn gebed op. (Vedabase)
Voor de kenner van het veld [zie B.G. 13: 1-5] mijn respect, U de baas over allen, de getuige en de Oorspronkelijke Persoon die de oerbron bent, aan U, de beweger van de materiële schepping, U als de primaire werkelijkheid, biedt ik mijn eerbetuigingen.
Voor de kenner van het veld [zie B.G. 13-1-5] mijn respekt, U de baas over allen, de getuige en de Oorspronkelijke Persoon die de oerbron bent, aan U, de beweger van de materiële schepping, U als de primaire werkelijkheid, biedt ik mijn eerbetuigingen. (Vedabase)
U bent het die ik respecteer, daar U overziet waar al de zinnen op uit zijn, U bent het einde van alle twijfel met het onware dat, omdat het er is als een afspiegeling van U, de werkelijkheid wordt genoemd; naar die reflectie, mijn eerbetoon aan U.
U bent het die ik respekteer, daar U overziet waar al de zinnen op uit zijn, U bent het einde van alle twijfel met het onware dat vanwege een bestaan als Uw afspiegeling de werkelijkheid wordt genoemd; naar die reflectie, mijn eerbetoon aan U. (Vedabase)
Mijn eerbetuigingen nogmaals gelden U, van al het bestaande de allerhoogste oorzaak zonder een oorzaak, de oorzaak van al het wonderbaarlijke, de bron van wat geleerd wordt in opeenvolging, de oceaan in ontvangst van al de rivieren van kennis; U eer ik, die de bevrijding schenkt en de toevlucht vormt van de transcendentalist.
Mijn eerbetuigingen nogmaals gelden U, van al het bestaande de allerhoogste oorzaak zonder een oorzaak, de oorzaak van al het wonderbaarlijke, de bron van wat geleerd wordt in opeenvolging, de oceaan in ontvangst van al de rivieren van kennis; U eer ik, die de bevrijding schenkt en de toevlucht vormt van de transcendentalist. (Vedabase)
Ik draag mijn handelingen op aan Hem wiens vuur van de kennis door de geaardheden van de natuur is overdekt zoals vuur dat is in hout, aan Hem die zich bevindt buiten de door de beroering der natuur aangedane geest, aan Hem die persoonlijk aanwezig is voor hen die vanuit hun stadium van spiritueel verstaan de formele benadering eraan gaven.
Aan Hem wiens vuur van de kennis door de geaardheden van de natuur is afdekt zoals in hout, aan Hem wijdt ik me toe die zich bevindt buiten de door de beroering der natuur aangedane geest, aan Hem persoonlijk aanwezig voor hen die vanuit hun stadium van spiritueel verstaan de formele benadering eraan gaven. (Vedabase)
U betoon ik als een dier mijn respect in overgave aan Hem, de Onberispelijke van oneindige genade die bevrijdt uit de verstriktheid; door een enkel deel van Uw zelf [het Paramâtmâ, zie ook B.G. 10: 42] bent U immer aandachtig voor allen die belichaamd zijn, die Allerhoogste Heer zonder grenzen, in de geest gevierd als de directe waarnemer, biedt ik mijn eerbetuigingen.
Als een dier zoals ik van overgave aan Hem, de Onberispelijke van oneindige genade die bevrijdt uit de verstriktheid, biedt ik al mijn respekt; door een enkel deel van Uw zelf [het Paramâtma, zie ook B.G. 10.42] bent U immer aandachtig voor allen die belichaamd zijn, die Allerhoogste heer zonder grenzen, in de geest gevierd als de direkte waarnemer, biedt ik mijn eerbetuigingen. (Vedabase)
Voor allen zo zeer gehecht aan hun denken en lichaam, zoons en dochters, weelde en helpers, bent U moeilijk te bereiken, maar voor personen die, vrij van de invloed van de geaardheden der natuur, in het hart zijn vrijgemaakt bent U er reeds [zie B.G. 6: 47]; Hem op wie altijd wordt gemediteerd, het reservoir van alle spirituele kennis, die Allerhoogste Heer en Beheerser, geldt al mijn respect.
Voor allen zo zeer gehecht aan hun denken en lichaam, zoons en dochters, weelde en helpers, bent u moeilijk te bereiken, maar voor personen in vrijheid van de invloed van de geaardheden der natuur in het hart vrijgemaakt bent U er reeds [zie B.G. 6.47]; Hem op wie altijd wordt gemediteerd, het reservoir van alle spirituele kennis, die Allerhoogste Heer en Beheerser, geldt al mijn respekt. (Vedabase)
Door Hem te eerbiedigen kan dat worden bereikt waar men naar op zoek is met al het begeren overeenkomstig de religie, de economie, de bevrediging, en de bevrijding, om nog maar te zwijgen van de andere zegeningen die Hij eveneens verleent zoals het bovendien hebben van een geestelijk lichaam; moge Hij, oneindig van genade, mij de bevrijding van mijn ziel vergunnen [zie ook 2.3: 10 en 7.9: 27].
Als de bestemming waar men naar zoekt met al het begeren overeenkomstig de religie, de economie, de bevrediging, en de bevrijding, kan worden bereikt door Hem te eerbiedigen, wat dan niet gezegd van de andere zegeningen die Hij eveneens verleent zoals het zelfs hebben van een geestelijk lichaam; moge Hij, oneindig van genade, mij de bevrijding van mijn ziel toekennen [zie ook 2.3: 10 en 7.9: 27]. (Vedabase)
Zij die niets anders dan Hem op het oog hebben verlangen niet naar deze of gene zegening - zij die het feitelijk brachten tot de toevlucht van de Allerhoogste Heer zijn verzonken in een oceaan van bovenzinnelijke gelukzaligheid door het bespreken van en vernemen over de alleszins gunstige, wonderbaarlijke handelingen van Hem. Hij, de eeuwige transcendentale, Allerhoogste Meester van alle grote persoonlijkheden, de ongeziene Ziel boven alles die in yoga kan worden bereikt door toewijding is, zo subtiel en ongrijpbaar buiten het bereik van de zinnen als Hij is, de onbegrensde, in alle opzichten volkomen, oorsprong die ik aanbid.
Zij die geen andere bedoeling hebben dan Hem verlangen niet naar deze of gene zegening - zij die het feitelijk brachten tot de toevlucht van de Allerhoogste Heer zijn verzonken in een oceaan van bovenzinnelijke gelukzaligheid door het uitspreken en vernemen over de alleszins gunstige wonderbaarlijke handelingen van Hem. Hij, de eeuwige transcendentale, Allerhoogste Meester van alle grote persoonlijkheden, de ongeziene Ziel boven alles die in yoga kan worden bereikt door toewijding is, zo subtiel en ongrijpbaar buiten het bereik van de zinnen als Hij is, de onbegrensde, in alle opzichten volkomen, oorsprong die ik aanbid. (Vedabase)
Van Hem zijn door Zijn delen - de verschillende bewegende en niet-bewegende levensvormen, de vedische kennis, de goden en allen die bij Brahmâ horen - de minder belangrijke onderverdelingen van namen en vormen in het leven geroepen. Dit niet aflatende vertoon van de geaardheden der natuur, dit verstand en deze geest, deze zinnen en verdelingen van het grove en subtiele van het lichaam, zijn, zoals vonken in verhouding tot het vuur dat de zon is, de stralende deeltjes die keer op keer voortkomen uit en opgaan in Hem als delen en gehelen. Dat vuur, inderdaad geen halfgod of demon, een menselijk wezen, beest of vogel, vrouw, onzijdig of de maan evenmin en ook niet een levend schepsel, is niet het vruchtdragend handelen noch de manifestatie, noch het niet-gemanifesteerde; Hij is de slotsom van het uitsluiten van dit en dat [neti neti zie ook 7.7: 23]; aan Hem, de Onbegrensde, alle glorie!
Van Hem zijn door Zijn delen - de verschillende bewegende en niet-bewegende levensvormen, de vedische kennis, de goden en allen die bij Brahmâ horen - de minder belangrijke onderverdelingen van namen en vormen in het leven geroepen. Dit niet aflatende vertoon van de geaardheden der natuur, dit verstand en deze geest, deze zinnen en verdelingen van het grove en subtiele van het lichaam, zijn, zoals vonken in verhouding tot het vuur dat de zon is, de stralende deeltjes die keer op keer voortkomen uit en opgaan in Hem als delen en gehelen. Dat vuur, inderdaad geen halfgod of demon, een menselijk wezen, beest of vogel, vrouw, onzijdig of de maan evenmin en ook niet een levend schepsel, is niet het vruchtdragend handelen noch de manifestatie, noch het niet-gemanifesteerde; Hij is de slotsom van het uitsluiten van dit en dat [neti neti zie ook 7.7: 23]; aan Hem, de Onbegrensde, alle glorie! (Vedabase)
Ik wens het niet mijn leven hier of in een wereld hierna voort te zetten; wat heeft het voor nut als men vanbinnen en vanbuiten opgesloten zit; in deze geboorte als een olifant verlang ik te ontkomen aan de gebondenheid aan de tijd die alleen maar tot vernietiging leidt. Ik wil worden bevrijdt uit die onterende begrenzing van mijn zelf [zie ook 1.2: 3, 6.15: 16].
Ik wens het niet mijn leven hier of in een wereld hierna voort te zetten; wat heeft het voor nut als men van binnen en van buiten opgesloten zit; in deze geboorte als een olifant verlang ik te ontkomen aan de gebondenheid aan de tijd die alleen maar tot vernietiging leidt. Ik wil worden bevrijdt uit die onterende begrenzing van mijn zelf [zie ook 1.2: 3, 6.15.16]. (Vedabase)
Daartoe draag ik aan Hem, de gemanifesteerde hoewel niet gemanifesteerd, die ongeboren ziel en kenner van het universum en bovenzinnelijke toevlucht van het Allerhoogste, mijn leven en ziel op.
Daartoe draag ik aan Hem, de gemanifesteerde hoewel niet gemanifesteerd, die ongeboren ziel en kenner van het universum en bovenzinnelijke toevlucht van het Allerhoogste, mijn leven en ziel op. (Vedabase)
Zij van de vereniging van het bewustzijn jegens Hem, die door [die bhakti-]yoga al het karma verbrandden en een verenigd en gelouterd hart hebben, nemen Hem, de Heer van de Yoga die ik toegewijd ben, rechtstreeks waar.
Zij van de vereniging van het bewustzijn jegens Hem, die door [die bhakti-]yoga al het karma verbrandden en een verenigd en gelouterd hart hebben, nemen Hem, de Heer van de Yoga die ik toegewijd ben, rechtstreeks waar. (Vedabase)
Mijn respectbetoon keer op keer voor U, het gigantische van de krachten van het drievoudig vermogen van [het vormgeven, afwikkelen en in stand houden van] het volledige, voor Hem die, voor de intelligentie zich voordoend als een zinsobject, de toevlucht verschaft en die, met Zijn moeilijk te boven te komen energieën [zie B.G. 16: 21], onbereikbaar is voor hen die op het pad hun zinnen niet weten te beheersen.
Mijn respektbetoon keer op keer voor U, het gigantische van de krachten van het drievoudig vermogen van [het vormgeven, afwikkelen en in stand houden van] het volledige, voor Hem die, voor de intelligentie zich voordoend als een zinsobject, de toevlucht verschaft en die, met Zijn moeilijk te boven te komen energieën [zie B.G. 16: 21], onbereikbaar is voor hen die op het pad hun zinnen niet weten te beheersen. (Vedabase)
Ik zoek mijn toevlucht bij Hem wiens heerlijkheden zo onpeilbaar zijn, wiens identiteit bij de mensen in het algemeen niet bekend is en onder wiens invloed en intelligentie ik als een op zichzelfstaande ziel ben verslagen.'
Ik zoek mijn toevlucht bij Hem wiens heerlijkheden zo onpeilbaar zijn, wiens identiteit bij de mensen in het algemeen niet bekend is en onder wiens invloed en intelligentie ik als een op zich zelf staande ziel ben verslagen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Toen, vanwege deze beschrijving die niet was gericht op enige persoon in het bijzonder, geen van de opzichzelf staande goddelijken van Brahmâ met hun verschillende verschijningsvormen, Gajendra benaderde, verscheen aldaar van de keur aan goden de Heer in eigen persoon omdat Hij het volledige van hen allen tezamen is [vergelijk B.G. 7: 20-23 en 9: 23; 4.31: 14].
S'rî S'uka zei: 'Toen, vanwege deze beschrijving die niet was gericht op enige persoon in het bijzonder, geen van de op zichzelf staande goddelijken van Brahmâ met hun verschillende verschijningsvormen, Gajendra benaderde, verscheen aldaar van de keur aan goden de Heer in eigen persoon omdat Hij het volledige van hen allen tezamen is [vergelijk B.G. 7: 20-23 en 9: 23 ; 4.31: 14]. (Vedabase)
Zijn gebed horend kwam de Heer van alle werelden die begreep in wat voor benarde positie hij verkeerde, tezamen met de bewoners van de hemel die hun gebeden opdroegen, zo snel als Hij maar kon, gedragen door Garuda en uitgerust met de werpschijf en Zijn andere wapens, naar de plek waar Gajendra zich bevond.
Zijn gebed horend kwam de Heer van alle werelden bekend met zijn benarde positie, tezamen met de bewoners van de hemel die hun gebeden opdroegen, zo snel als Hij maar zou, gedragen door Garuda, terstond naar daar waar Gajendra zich bevond, de werpschijf en andere wapens met zich meevoerend. (Vedabase)
Op het moment dat hij, die in het water zo gewelddadig was gegrepen en te lijden had, de Heer zag die op de rug van Garuda Zijn werpschijf in de lucht stak, hief hij zijn slurf omhoog met daarin een lotusbloem en bracht hij met moeite uit: 'O Nârâyana, Leraar der Volkomenheid, o Allerhoogste Heer, U biedt ik mijn eerbetuigingen.'
Toen hij, die in het water zo gewelddadig was gegrepen en te lijden had, de Heer zag die op de rug van Garuda Zijn werpschijf in de lucht stak, hief hij zijn slurf omhoog met daarin een lotusbloem met moeite uitbrengend: 'O Nârâyana, Leraar der Volkomenheid, o Allerhoogste Heer, U biedt ik mijn eerbetuigingen.' (Vedabase)
Toen Hij hem zo zag lijden kwam de Ongeborene meteen naar beneden en redde Hij, voor ogen van al de goddelijken aanwezig met Zijn werpschijf de krokodil zijn bek eraf snijdend, koning Gajendra en trok Hij hem uit het water.
Toen Hij hem zo zag lijden kwam, onder ogen van al de goddelijken aanwezig, de Ongeborene meteen naar beneden en hem uit het water halend, redde de Heer Gajendra, door met Zijn werpschijf de bek van de krokodil af te snijden. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
Het schilderij op deze pagina is getiteld: 'Vishnu Rescuing the King
of the Elephants',
India, Himachal Pradesh, Chamba/Mandi, South Asia, circa 1675. Ter
beschikking gesteld door LACMA.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd