regelbalk


 

 

Canto 9

Mahâmantra 4

 

  

Hoofdstuk 23: De Dynastieën van de Zoons van Yayâti: het Verschijnen van Heer Krishna

(1) S'rî S'uka zei: 'Van Anu [de vierde zoon van Yayâti, zie 9.17, 9.18 & 9.19] waren er de drie zonen Sabhânara, Cakshu en Pareshnu. Van Sabhânara kwam daarna Kâlanara ter wereld en volgde er een zoon van hem genaamd Sriñjaya. (2) Van Janamejaya [na hem] was er een zoon Mahâs'âla die Mahâmanâ kreeg. Us'înara en Titikshu waren de twee zoons van Mahâmanâ. (3-4) S'ibi, Vara, Krimi en Daksha waren de vier die ter wereld kwamen door Us'înara. Vrishâdarbha, Sudhîra, Madra en de zelfgerealiseerde Kekaya waren vier zoons die geboorte namen door S'ibi. Van Titikshu was er een genaamd Rushadratha van wie Homa er was die Sutapâ verwekte. Bali was Sutapâ's zoon. (5) Met Anga voorop, Vanga en Kalinga stonden Suhma, Pundra en Odra bekend als geboren uit het zaad van Dîrghatama in de vrouw van de grote veroveraar Bali. (6) Het waren hun namen die aan de zes staten werden gegeven die ze schiepen in het oosten [van India]. Uit Anga vond Khalapâna zijn bestaan en van hem verscheen daarna Diviratha. (7-10) Van Dharmaratha, zijn zoon, kwam Citraratha ter wereld, gevierd als Romapâda. Omdat Romapâda geen zoons had leverde zijn vriend Das'aratha hem S'ântâ, zijn eigen dochter [ter adoptie], die toen trouwde met Rishyas'ringa [een kluizenaar die in het woud leefde, zie ook 8.13: 15-16]. Maar omdat de god [Indra] niet voor de nodige regen zorgde werd hij, die hertenzoon, aangetrokken met behulp van courtisanes die dansend en zingend met muziek hem verbijsterden met omhelzingen en eerbetoon. Terwille van de kinderloze koning organiseerde hij [Rishyas'ringa] toen een marutvân [zoon-brengende] offerplechtigheid zodat Das'aratha [als de schoonvader] een kind werd geleverd [alsook regen, zie B.G. 3:14]. En zo bracht hij [Romapâda], die zonder een opvolger zat, het daadwerkelijk tot nageslacht; hij kreeg Caturanga die toen Prithulâksha als zijn zoon kreeg. (11) Brihadratha, Brihatkarmâ en Brihadbhânu waren zijn zoons. Van de oudste [Brihadratha] was Brihanmanâ er en van hem was hij er die vereerd werd met de naam Jayadratha. (12) Vijaya met hem geboren uit Sambhûti had daarna Dhriti en van hem nam Dhritavrata zijn geboorte van wie Satkarmâ er kwam die Adhiratha kreeg. (13) Hij spelend aan de oever van de Ganges trof in een mand de baby aan achtergelaten door Kuntî omdat die was geboren voordat ze getrouwd was. Geen zoon hebbend adopteerde hij het als zijn eigen zoon [Karna]. (14) O meester van het universum, Vrishasena was Karna's zoon. Van Druhyu [Yayâti's derde zoon] was er een zoon genaamd Babhru die daarna Setu verwekte. (15) Ârabdha van hem geboren had Gândhâra en van hem was Dharma er. Hij had Dhrita, en van Dhrita was Durmada er van wie de zoon Pracetâ een honderdtal zonen had. (16) Zij aanvaarden als koningen het gezag over de noordelijke richting, de ongeciviliseerde gebieden van Mlecchades'a. Turvasu [Yayâti's tweede zoon] kreeg de zoon Vahni en Vahni kreeg Bharga die Bhânumân verwekte. (17) Tribhânu, zijn zoon, had er ook een: de grootmoedige Karandhama. Zijn zoon was Maruta; hij, zonder zoons, adopteerde een Paurava [Dushmanta, zie ook 9.20: 7] als zijn zoon. (18-19) Dushmanta die de troon begeerde, keerde naar zijn clan terug [de Puru's]. Van Yayâti's eerste zoon Yadu was er een dynastie, o beste der mensen, die ik u nu zal beschrijven.

Om te vernemen over de Yadu dynastie is iets zeer vrooms dat al de terugslagen van de zonde in de menselijke samenleving overwint. Een ieder die er eenvoudig naar luistert raakt bevrijd van de nasleep der zonde. (20-21) In deze dynastie daalde de Opperheer [Krishna] neder, de Superziel, eruitziend alsof Hij een gewoon mens is [zie ook S.B. 1.2: 11]. Van Yadu waren er de vier zoons gevierd als Sahasrajit, Kroshthâ, Nala en Ripu, en van hen kreeg S'atajit, geboren uit de eerste van hen, als zijn zoons toen Mahâhaya, Renuhaya en Haihaya. (22) Dharma werd vervolgens Haihaya's zoon en zijn zoon Netra was de vader van Kunti [niet Kuntî]. Sohañji werd de zoon van Kunti en hij verwekte Mahishmân die Bhadrasenaka kreeg. (23) Durmada kwam van Bhadrasena ter wereld tezamen met Dhanaka. Dhanaka was de vader van de zoons Kritavîrya, Kritâgni, Kritavarmâ en Kritaujâ. (24) Van Kritavîrya was er Arjuna [Kârtavîryârjuna] die keizer werd over de zeven continenten en van de yoga van Heer Dattâtreya, een [ams'a-]incarnatie van de Allerhoogste Persoonlijkheid [zie ook 9.15, 10.73 & 12.3], al de grote kwaliteiten verwierf [de acht siddhi's]. (25) Er was inderdaad niemand op deze aarde te vinden die zich kon meten met Kârtavîrya in zijn kwaliteiten van opoffering, liefdadigheid, verzaking, yogasucces, scholing, kracht en genade. (26) Voor de duur van vijfentachtigduizend jaar zou zijn kracht onverminderd daadwerkelijk onuitputtelijk zijn en konden de zes vormen van plezier [naar de zinnen en de geest] worden genoten in volle heugenis en alle weelde. (27) Van zijn duizend zoons bleven er maar vijf in leven in de strijd [tegen Paras'urâma]: Jayadhvaja, S'ûrasena, Vrishabha, Madhu en Ûrjita. (28) Jayadhvaja kreeg Tâlajangha van wie toen een honderdtal zonen werd geboren. Die vormden een kshatriya-clan bekend als de Tâlajangha's die werd vernietigd dankzij de macht [door Sagara] ontvangen van de wijze Aurva [zie 9.8: 3-7]. (29) Van Tâlajangha's oudste zoon Vîtihotra was er Madhu, die een honderdtal zonen kreeg waarvan de gevierde Vrishni de oudste was. Van hem was er de dynastie.

(30-31) O Koning, de Yâdava, Mâdhava en Vrishni dynastieën [van Heer Krishna's voorvaderen] ontleenden hun namen aan hun leidende persoonlijkheden. Yadu's zoon Kroshthâ had een zoon met de naam Vrijinavân. Zijn zoon was Svâhita die daarop Vishadgu kreeg van wie er Citraratha was van wie S'as'abindu zijn geboorte nam, een grote yogi die een zeer fortuinlijke, grote persoonlijkheid werd die, als keizer ongeslagen, al de veertien soorten van grote rijkdom kende [*]. (32) S'as'abindu had tienduizend vrouwen, en in hen verwekte hij die zo beroemd was tienduizend lakhs [**] zonen [en kleinzonen]. (33) Van hen kennen we slechts de zes meest vooraanstaande. Prithus'ravâ [een van hen] had een zoon met de naam Dharma. Us'anâ, zijn zoon, bracht honderd as'vamedha offers. (34) Van zijn zoon Rucaka waren er vijf zonen genaamd Purujit, Rukma, Rukmeshu, Prithu en Jyâmagha. Verneem nu alstublieft over hen. (35-36) Jyâmagha was, ondanks het feit dat hij geen zoons had, bang om een andere vrouw dan zijn echtgenote S'aibyâ aan te nemen. Hij bracht toen een sensueel meisje met zich mee uit het kamp van een vijandelijke clan waarop S'aibyâ, toen ze het meisje op haar plaats op de wagen zag zitten, zeer boos werd en tegen haar echtgenoot zei: 'Wie is dit die je het hebt toegestaan op mijn plaats op de wagen te gaan zitten, jij bedrieger?'

'Ze is je schoondochter' bracht hij haar toen bij waarop ze met een glimlach tot haar man zei:

(37) 'Ik ben onvruchtbaar, ik heb geen bijvrouw, hoe kan zij dan mijn schoondochter zijn? Welke zoon kon jij op de wereld zetten?'

'Mijn Koningin', [antwoordde hij,] 'Dit meisje hier zal voor hem zeer geschikt zijn!'

(38) Met de [door Jyâmagha gunstig gestemde] halfgoden en voorouders die met die uitspraak instemden raakte S'aibyâ zwanger zodat ze na de nodige tijd een zoon ter wereld bracht. Die zoon was de goedgunstige, welbekende Vidharba die later met het kuise meisje trouwde dat als de schoondochter werd aangenomen.'

 

 

next

 
 

 Tweede editie, geladen 13 februari 2008  

 

 

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Van Anu [de vierde zoon van Yayâti, zie 9.17, 9.18 & 9.19] waren er de drie zonen Sabhânara, Cakshu en Pareshnu. Van Sabhânara kwam daarna Kâlanara ter wereld en volgde er een zoon van hem genaamd Sriñjaya.

S'rî S'uka zei: 'Van Anu [de vierde zoon van Yayâti, zie 9. 17, 18 &19] waren er de drie zonen Sabhânara, Cakshu en Pareshnu. Van Sabhânara kwam er daarna Kâlanara en een zoon van hem genaamd Sriñjaya. (Vedabase)

 

Tekst 2

Van Janamejaya [na hem] was er een zoon Mahâs'âla die Mahâmanâ kreeg. Us'înara en Titikshu waren de twee zoons van Mahâmanâ.

Van Janamejaya [na hem] was er een zoon Mahâs'âla die Mahâmanâ kreeg. Us'înara en Titikshu waren de twee zoons van Mahâmanâ. (Vedabase)

 

Tekst 3-4

S'ibi, Vara, Krimi en Daksha waren de vier die ter wereld kwamen door Us'înara. Vrishâdarbha, Sudhîra, Madra en de zelfgerealiseerde Kekaya waren vier zoons die geboorte namen door S'ibi. Van Titikshu was er een genaamd Rushadratha van wie Homa er was die Sutapâ verwekte. Bali was Sutapâ's zoon.

S'ibi, Vara, Krimi en Daksha waren de vier die ter wereld kwamen door Us'înara. Vrishâdarbha, Sudhîra, Madra en de zelf-gerealiseerde Kekaya waren vier zoons die geboorte namen door S'ibi. Van Titikshu was er een genaamd Rushadratha van wie Homa er was die Sutapâ verwekte. Bali was Sutapâ's zoon. (Vedabase)

 

Tekst 5

Met Anga voorop, Vanga en Kalinga stonden Suhma, Pundra en Odra bekend als geboren uit het zaad van Dîrghatama in de vrouw van de grote veroveraar Bali.

Met Anga voorop, Vanga en Kalinga stonden Suhma, Pundra en Odra bekend als geboren uit het zaad van Dîrghatamâ in de vrouw van de grote veroveraar Bali. (Vedabase)

 

Tekst 6

Het waren hun namen die aan de zes staten werden gegeven die ze schiepen in het oosten [van India]. Uit Anga vond Khalapâna zijn bestaan en van hem verscheen daarna Diviratha.

Het waren hun namen die aan de zes staten werden gegeven die ze schiepen in het oosten [van India]. Uit Anga vond Khalapâna zijn bestaan en van hem verscheen daarna Diviratha. (Vedabase)

    

Tekst7-10

Van Dharmaratha, zijn zoon, kwam Citraratha ter wereld, gevierd als Romapâda. Omdat Romapâda geen zoons had leverde zijn vriend Das'aratha hem S'ântâ, zijn eigen dochter [ter adoptie], die toen trouwde met Rishyas'ringa [een kluizenaar die in het woud leefde, zie ook 8.13: 15-16]. Maar omdat de god [Indra] niet voor de nodige regen zorgde werd hij, die hertenzoon, aangetrokken met behulp van courtisanes die dansend en zingend met muziek hem verbijsterden met omhelzingen en eerbetoon. Terwille van de kinderloze koning organiseerde hij [Rishyas'ringa] toen een marutvân [zoon-brengende] offerplechtigheid zodat Das'aratha [als de schoonvader] een kind werd geleverd [alsook regen, zie B.G. 3:14]. En zo bracht hij [Romapâda], die zonder een opvolger zat, het daadwerkelijk tot nageslacht; hij kreeg Caturanga die toen Prithulâksha als zijn zoon kreeg.

Van Dharmaratha, zijn zoon, kwam Citraratha ter wereld, gevierd als Romapâda. Omdat Romapâda geen zoons had leverde zijn vriend Das'aratha hem S'ântâ, zijn eigen dochter [ter adoptie], die toen trouwde met Rishyas'ringa [een kluizenaar die in het woud leefde, zie ook 8.13: 15-16]. Maar omdat de god [Indra] niet voor de nodige regen zorgde werd hij, die hertenzoon, opgehaald met courtisanes die dansend en zingend met muziek hem verbijsterden met omhelzingen en eerbetoon. Terwille van de kinderloze koning organiseerde hij [Rishyas'ringa] toen een marutvân [zoon-brengende] offerplechtigheid zodat Das'aratha [als de schoonvader] een kind werd geleverd [als ook regen, zie B.G. 3.14 ]. En zo bracht hij [Romapâda], die zonder een opvolger zat, het daadwerkelijk tot nageslacht; hij kreeg Caturanga die toen Prithulâksa als zijn zoon kreeg. (Vedabase)

   

Tekst 11

Brihadratha, Brihatkarmâ en Brihadbhânu waren zijn zoons. Van de oudste [Brihadratha] was Brihanmanâ er en van hem was hij er die vereerd werd met de naam Jayadratha.

Brihadratha, Brihatkarmâ en Brihadbhânu waren zijn zoons. Van de oudste [Brihadratha] was Brihanmanâ er en van hem was hij er die gevierd werd als Jayadratha. (Vedabase)

 

Tekst 12

Vijaya met hem geboren uit Sambhûti had daarna Dhriti en van hem nam Dhritavrata zijn geboorte van wie Satkarmâ er kwam die Adhiratha kreeg.

Vijaya met hem geboren uit Sambhûti had daarna Dhriti en van hem nam Dhritavrata zijn geboorte van wie Satkarmâ er kwam die Adhiratha kreeg. (Vedabase)

 

Tekst 13

Hij spelend aan de oever van de Ganges trof in een mand de baby aan achtergelaten door Kuntî omdat die was geboren voordat ze getrouwd was. Geen zoon hebbend adopteerde hij het als zijn eigen zoon [Karna].

Hij spelend aan de oever van de Ganges trof in een mand de baby aan achtergelaten door Kuntî omdat die was geboren voordat ze getrouwd was. Geen zoon hebbend adopteerde hij het als zijn eigen zoon [Karna]. (Vedabase)

 

Tekst 14

O meester van het universum, Vrishasena was Karna's zoon. Van Druhyu [Yayâti's derde zoon] was er een zoon genaamd Babhru die daarna Setu verwekte.

O meester van het universum, Vrishasena was Karna's zoon. Van Druhyu [Yayâti's derde zoon] was er een zoon genaamd Babhru die daarna Setu verwekte. (Vedabase)

 

Tekst 15

Ârabdha van hem geboren had Gândhâra en van hem was Dharma er. Hij had Dhrita, en van Dhrita was Durmada er van wie de zoon Pracetâ een honderdtal zonen had.

Ârabdha van hem geboren had Gândhâra en van hem was Dharma er. Hij had Dhrita, en van Dhrita was Durmada er van wie de zoon Pracetâ een honderdtal zonen had. (Vedabase)

  

Tekst 16

Zij aanvaarden als koningen het gezag over de noordelijke richting, de ongeciviliseerde gebieden van Mlecchades'a. Turvasu [Yayâti's tweede zoon] kreeg de zoon Vahni en Vahni kreeg Bharga die Bhânumân verwekte.

Zij aanvaarden als koningen het gezag over de noordelijke richting, de ongeciviliseerde gebieden van Mlecchades'a. Turvasu [Yayâti's tweede zoon] kreeg de zoon Vahni en Vahni kreeg Bharga die Bhânuman verwekte. (Vedabase)

 

Tekst 17

Tribhânu, zijn zoon, had er ook een: de grootmoedige Karandhama. Zijn zoon was Maruta; hij, zonder zoons, adopteerde een Paurava [Dushmanta, zie ook 9.20: 7] als zijn zoon.

Tribhânu, zijn zoon, had er ook een: de grootmoedige Karandhama. Zijn zoon was Maruta; hij, zonder zoons, adopteerde een Paurava [Dushmanta, zie ook 9.20: 7] als zijn zoon. (Vedabase)

 

Tekst 18-19

Dushmanta die de troon begeerde, keerde naar zijn clan terug [de Puru's]. Van Yayâti's eerste zoon Yadu was er een dynastie, o beste der mensen, die ik u nu zal beschrijven. Om te vernemen over de Yadu dynastie is iets zeer vrooms dat al de terugslagen van de zonde in de menselijke samenleving overwint. Een ieder die er eenvoudig naar luistert raakt bevrijd van de nasleep der zonde.

Dushmanta die de troon begeerde, keerde naar zijn clan terug [de Pûru's]. Van Yayânti's eerste zoon Yadu was er een dynastie, o beste der mensen, die ik u nu zal beschrijven. (Vedabase)

 

Tekst 20-21

In deze dynastie daalde de Opperheer [Krishna] neder, de Superziel, eruitziend alsof Hij een gewoon mens is [zie ook S.B. 1.2: 11]. Van Yadu waren er de vier zoons gevierd als Sahasrajit, Kroshthâ, Nala en Ripu, en van hen kreeg S'atajit, geboren uit de eerste van hen, als zijn zoons toen Mahâhaya, Renuhaya en Haihaya.

Om te vernemen over de Yadu dynastie is iets zeer vrooms dat al de terugslagen van de zonde in de menselijke samenleving overwint. Een ieder die er eenvoudig naar luistert raakt bevrijd van de nasleep der zonde. (Vedabase)

 

Tekst 22

Dharma werd vervolgens Haihaya's zoon en zijn zoon Netra was de vader van Kunti [niet Kuntî]. Sohañji werd de zoon van Kunti en hij verwekte Mahishmân die Bhadrasenaka kreeg.

= In deze dynastie daalde de Opperheer [Krishna] neder, de Superziel, eruit ziend alsof Hij een gewoon mens is [zie ook S.B. 1.2: 11]. Van Yadu waren er de vier zoons gevierd als Sahasrajit, Kroshthâ, Nala en Ripu, en van hen kreeg S'atajit, geboren uit de eerste van hen, als zijn zoons toen Mahâhaya, Renuhaya en Haihaya. (Vedabase)

 

Tekst 23

Durmada kwam van Bhadrasena ter wereld tezamen met Dhanaka. Dhanaka was de vader van de zoons Kritavîrya, Kritâgni, Kritavarmâ en Kritaujâ.

Dharma werd vervolgens Haihaya's zoon en zijn zoon Netra was de vader van Kunti [niet Kuntî]. Sohañji werd de zoon van Kunti en hij verwekte Mahishmân die Bhadrasenaka kreeg. (Vedabase)

 

Tekst 24

Van Kritavîrya was er Arjuna [Kârtavîryârjuna] die keizer werd over de zeven continenten en van de yoga van Heer Dattâtreya, een [ams'a-]incarnatie van de Allerhoogste Persoonlijkheid [zie ook 9.15, 10.73 & 12.3], al de grote kwaliteiten verwierf [de acht siddhi's].

Durmada kwam van Bhadrasena ter wereld tezamen met Dhanaka. Dhanaka was de vader van de zoons Kritavîrya, Kritâgni, Kritavarmâ en Kritaujâ. (Vedabase)

 

Tekst 25

Er was inderdaad niemand op deze aarde te vinden die zich kon meten met Kârtavîrya in zijn kwaliteiten van opoffering, liefdadigheid, verzaking, yogasucces, scholing, kracht en genade.

Van Kritavîrya was er Arjuna [Kârtavîryârjuna] die keizer werd over de zeven continenten en van de yoga van Heer Dattâtreya, een [ams'a-] incarnatie van de Allerhoogste Persoonlijkheid [zie ook 9.15 & 26], al de grote kwaliteiten verwierf [de acht siddhi's]. (Vedabase)

 

Tekst 26

Voor de duur van vijfentachtigduizend jaar zou zijn kracht onverminderd daadwerkelijk onuitputtelijk zijn en konden de zes vormen van plezier [naar de zinnen en de geest] worden genoten in volle heugenis en alle weelde.

Er was inderdaad niemand op deze aarde te vinden die zich kon meten met Kâritavîrya in zijn kwaliteiten van opoffering, liefdadigheid, verzaking, yogasucces, scholing, kracht en genade. (Vedabase)

 

Tekst 27

Van zijn duizend zoons bleven er maar vijf in leven in de strijd [tegen Paras'urâma]: Jayadhvaja, S'ûrasena, Vrishabha, Madhu en Ûrjita.

Voor de duur van vijfentachtigduizend jaar zou zijn kracht onverminderd daadwerkelijk onuitputtelijk zijn en zouden de zes vormen van plezier [naar de zinnen en de geest] worden genoten in volle heugenis en alle weelde. (Vedabase)

 

Tekst 28

Jayadhvaja kreeg Tâlajangha van wie toen een honderdtal zonen werd geboren. Die vormden een kshatriya-clan bekend als de Tâlajangha's die werd vernietigd dankzij de macht [door Sagara] ontvangen van de wijze Aurva [zie 9.8: 3-7].

Van zijn duizend zoons bleven er maar vijf in leven in de strijd [tegen Paras'urâma]: Jayadhvaja, S'ûrasena, Vrishabha, Madhu en Ûrjita. (Vedabase)

 

Tekst 29

Van Tâlajangha's oudste zoon Vîtihotra was er Madhu, die een honderdtal zonen kreeg waarvan de gevierde Vrishni de oudste was. Van hem was er de dynastie.

Jayadhvaja kreeg Tâlajangha van wie toen een honderdtal zonen werd geboren. Die vormden een kshatriya clan bekend als de Tâlajangha's die werd vernietigd dankzij de macht [door Sagara] ontvangen van de wijze Aurva [zie 9.8: 3-7]. (Vedabase)

 

Tekst 30-31

O Koning, de Yâdava, Mâdhava en Vrishni dynastieën [van Heer Krishna's voorvaderen] ontleenden hun namen aan hun leidende persoonlijkheden. Yadu's zoon Kroshthâ had een zoon met de naam Vrijinavân. Zijn zoon was Svâhita die daarop Vishadgu kreeg van wie er Citraratha was van wie S'as'abindu zijn geboorte nam, een grote yogi die een zeer fortuinlijke, grote persoonlijkheid werd die, als keizer ongeslagen, al de veertien soorten van grote rijkdom kende [*].

Van Tâlajangha's oudste zoon Vîtihotra was er Madhu, die een honderd zonen kreeg waarvan de gevierde Vrishni de oudste was. Van hem was er de dynastie. O Koning, de Yâdava, Mâdhava en Vrishni dynastieën [van Heer Krishna's voorvaderen] ontleenden hun namen aan hun leidende persoonlijkheden. Yadu's zoon Kroshthâ had een zoon met de naam Vrijinavân. Zijn zoon was Svâhita die daarop Vishadgu kreeg van wie er Citraratha was van wie S'as'abindu zijn geboorte nam, een grote yogî die een zeer fortuinlijke, grote persoonlijkheid werd die, als keizer ongeslagen, al de veertien soorten van grote rijkdom kende [*]. (Vedabase)

 

Tekst 32

S'as'abindu had tienduizend vrouwen, en in hen verwekte hij die zo beroemd was tienduizend lakhs [**] zonen [en kleinzonen].

S'as'abindu had tienduizend vrouwen, en in hen verwekte hij die zo beroemd was tienduizend lakhs [**] zonen [en kleinzonen]. (Vedabase)

 

Tekst 33

Van hen kennen we slechts de zes meest vooraanstaande. Prithus'ravâ [een van hen] had een zoon met de naam Dharma. Us'anâ, zijn zoon, bracht honderd as'vamedha offers.

Van hen kennen we slechts de zes meest vooraanstaande. Prithusravâ [een van hen] had een zoon met de naam Dharma. Us'anâ, zijn zoon, bracht honderd as'vamedha offers. (Vedabase)

 

Tekst 34

Van zijn zoon Rucaka waren er vijf zonen genaamd Purujit, Rukma, Rukmeshu, Prithu en Jyâmagha. Verneem nu alstublieft over hen.

Van zijn zoon Rucaka waren er vijf zonen genaamd Pûrujit, Rukma, Rukmeshu, Prithu en Jyâmagha. Verneem alstublieft over hen. (Vedabase)

 

Tekst 35-36

Jyâmagha was, ondanks het feit dat hij geen zoons had, bang om een andere vrouw dan zijn echtgenote S'aibyâ aan te nemen. Hij bracht toen een sensueel meisje met zich mee uit het kamp van een vijandelijke clan waarop S'aibyâ, toen ze het meisje op haar plaats op de wagen zag zitten, zeer boos werd en tegen haar echtgenoot zei: 'Wie is dit die je het hebt toegestaan op mijn plaats op de wagen te gaan zitten, jij bedrieger?'

'Ze is je schoondochter' bracht hij haar toen bij waarop ze met een glimlach tot haar man zei:

Jyâmagha was, hoewel hij geen zoons had, bang om een andere vrouw dan zijn echtgenote S'aibyâ aan te nemen. Hij bracht toen een sensueel meisje mee uit het kamp van een vijandelijke clan waarop S'aibyâ, toen ze het meisje op haar plaats op de wagen zag zitten, zeer boos werd en tegen haar echtgenoot zei: 'Wie is dit die je het hebt toegestaan op mijn plaats op de wagen te gaan zitten, jij bedrieger?'

'Ze is je schoondochter' bracht hij haar toen bij waarop ze met een glimlach tot haar man zei: (Vedabase)

 

Tekst 37

'Ik ben onvruchtbaar, ik heb geen bijvrouw, hoe kan zij dan mijn schoondochter zijn? Welke zoon kon jij op de wereld zetten?'

'Mijn Koningin', [antwoordde hij,] 'Dit meisje hier zal voor hem zeer geschikt zijn!'

'Ik ben onvruchtbaar, ik heb geen bij-vrouw, hoe kan zij dan mijn schoondochter zijn? Welke zoon kon jij op de wereld zetten?'

'Mijn Koningin', [antwoordde hij,] 'Dit meisje hier zal voor hem zeer geschikt zijn!' (Vedabase)

 

Tekst 38

Met de [door Jyâmagha gunstig gestemde] halfgoden en voorouders die met die uitspraak instemden raakte S'aibyâ zwanger zodat ze na de nodige tijd een zoon ter wereld bracht. Die zoon was de goedgunstige, welbekende Vidharba die later met het kuise meisje trouwde dat als de schoondochter werd aangenomen.'

Met de [door Jyâmagha gunstig gestemde] halfgoden en voorouders die met die uitspraak instemden raakte S'aibyâ zwanger zodat ze na de nodige tijd een zoon ter wereld bracht. Die zoon was de goedgunstige, welbekende Vidharba die later met het kuise meisje trouwde dat als de schoondochter werd aangenomen. (Vedabase)

 

 

*In de Mârkandeya Purâna worden de veertien juwelen van een keizer als volgt omschreven: (1) een olifant, (2) een paard, (3) een strijdwagen, (4) een echtgenote, (5) pijlen, (6) een bron van weelde, (7) een bloemenslinger, (8) kostbare kleding, (9) bomen, (10) een speer, (11) een strop, (12) juwelen, (13) een parasol, en (14) regulerende beginselen.

**: Een lakh is honderdduizend.

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
Srîmad Bhâgavatam linkspagina.
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het schilderij getiteld 'Raghunath' op deze pagina is © van
Vlad Holst. Gebruikt met permissie.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties