
Canto
9
Hoofdstuk 9: De Dynastie van Ams'umân
(1) S'rî S'uka zei: 'Ams'umân die voor een lange tijd boete deed met het verlangen om de Ganges te doen nederdalen was niet succesvol en stierf toen na verloop van tijd.(2) Zijn zoon Dilîpa was, net als zijn vader, er ook niet toe in staat en stierf eveneens ten prooi aan de tijd. Daarop was zijn zoon Bhagîratha in zijn boetedoening van de grootste verzaking. (3) Aan hem verscheen de godin [moeder Ganga] die zei: 'Zeer tevreden als ik ben zal ik uw gebeden verhoren', en aldus aangesproken zijn wens in vervulling zien gaand [dat de Ganges de as zou wegwassen, zie 9.8: 28] verboog die heerser der mensen zich vol respect.
(4) [Moeder Ganga zei:] 'Wie is er in staat om het geweld van mijn golven te dragen met mij neerkomend op deze aarde? Als niemand mij opvangt zou ik het oppervlak van de aarde opensplijten, o meester der mensen, en op weg zijn naar de lagere regionen! (5) Bovendien kan ik me niet richting aarde begeven omdat - en neemt u alstublieft dit in overweging o Koning - ik van de mensen die zich reinigen met mijn water de zondigheid zal moeten wegwassen.'
(6) S'rî Bhagîratha zei: 'De geheiligde verzakers van de wereld die vreedzaam en deskundig naar de regels allen verlossen, zullen de zondigheid van u wegnemen, daar ze badend in uw water de Overwinning op Alle Zonde, de Heer [zie ook 1.13: 10 en 6.1: 15] in zich dragen. (7) De god der vernietiging, Rudra, zal uw geweld dragen daar hij van de belichaamde wezens de Superziel is in wie het gehele universum lang en breed zich ophoudt als de draden in een doek [*].'
(8) Nadat dit was gezegd was hij, de heerser, van boete met Heer S'iva; onverwijld stemde hij de Al-gunstige tevreden zodat zijne goddelijkheid waarlijk snel was behaagd, o Koning [**]. (9) 'Zo zij het', zei Heer S'iva die allen steeds welgezind is, nadat hij door de koning was toegesproken, en met grote aandacht droeg hij de Ganges die zuiver is van het afspoelen van Vishnu's voeten [zie ook 5.17]. (10) Hij Bhagîratha, de heilige koning, bracht haar die het hele universum kon verlossen naar de plaats waar de as zich bevond van de lichamen van zijn voorvaderen. (11) Vooropgaand, met de snelheid van de wind zich voortbewegend in een wagen, werd hij door haar gevolgd terwijl ze alle landen zegende met haar heiligheid tot ze over de verbrande zonen van Sagara vloeide. (12) Alhoewel de zoons van Sagara verdoemd waren vanwege het schofferen van een brahmaan, kon enkel de eenvoudige beroering van haar water met hun overblijfselen ze het goddelijke doen bereiken. (13) Als de zoons van Sagara wiens lichamen tot as verbrandden al naar de hemel gingen na in aanraking te zijn gekomen [met de Ganges], hoezeer zou dat dan niet gelden voor hen die volhardend in geloften met geloof en toewijding de godin aanbidden? (14) Het wonder van haar water dat hiermee beschreven is, is op zich niet zo bijzonder; ze is er van nature toe in staat de banden der gehechtheid te doorbreken omdat ze ontspringt aan de Lotusvoeten van de Eeuwige. (15) Geheiligde mensen die in geloof met hun geesten vol van aandacht zijn, vinden zuivering ondanks de moeilijkheid het op te geven met de drie geaardheden der natuur; door hen wordt de spirituele kwaliteit van het Allerhoogste terstond bereikt.
(16-17) Van Bhagîratha werd een zoon geboren genaamd S'ruta, van hem was er Nâbha - die verschilt van degene die ik eerder beschreef [zie 5.3] - en door Nâbha werd Sindhudvîpa geboren door wie later Ayutâyu werd geboren. Zijn zoon Ritûparna was een vriend van Nala. Van Nala kreeg hij kennis van het trainen van paarden in ruil voor de geheimen van het gokken. Ritûparna had een zoon genaamd Sarvakâma. (18) Van hem was er Sudâsa wiens zoon [Saudâsa] als de echtgenoot van Damayantî de troon besteeg en naar verluid ook wel bekend stond als Mitrasaha en Kalmâshapâda. Hij, die vanwege zonden zonder een zoon bleef, werd ooit eens vervloekt door Vasishthha om een menseneter te worden [een Râkshasa].
(19) De koning zei: 'Zeg me alstublieft, als het geen geheim is, wat was de reden van de vloek van de geestelijk leraar tegen Saudâsa, deze grote ziel? Dat zou ik graag willen weten.'
(20-21) S'rî S'uka zei: 'Saudâsa ging er soms op uit om te jagen en had in het verleden een Râkshasa gedood, maar de broer die hij liet ontkomen, vervolgde hem daarna in wrake. Met kwade bedoelingen deed hij zich voor als de kok van de koning en schotelde de geestelijk leraar die bij hem thuis kwam dineren, het vlees van een mens voor dat hij klaargemaakt had. (22) Zijn voedsel inspecterend vond de machtige meester het van binnenuit wel aanvoelend ongeschikt om te consumeren en vervloekte hij de koning zeer kwaad met: 'Hiervoor zal je voorwaar in een menseneter veranderen!'(23-24) Toen hij erachter kwam dat het te wijten was aan de Râkshasa volbracht hij, om ermee af te doen, een twaalfjarige boetedoening. Saudâsa echter had een handvol water genomen met de bedoeling zijn goeroe te vervloeken, maar zijn vrouw Madayantî verbood dat. Hij morste het water potent van de [s'apa-]mantra over zijn benen waarna die heer der mensen toen in alle richtingen in de ether overal de oppervlakte van de aarde kon zien krioelen van het leven. (25) Hij kreeg de neigingen van een wildeman en een zwarte vlek op zijn been [om reden waarvan hij bekend stond als Kalmâshapâda]. In het bos levend zag hij [eens] een brahmaans echtpaar op het moment dat ze geslachtsgemeenschap hadden. (26-27) Honger lijdend greep hij de brahmaan maar zijn vrouw zei: 'U moet wel zeer ongelukkig zijn, arm en hongerig, maar een Râkshasa bent u niet; in feite bent u een grote krijgsheer van de Ikshvâku-dynastie, de echtgenoot van Madayantî, o held; het is niets voor u om tegen het dharma te handelen. Alstublieft laat mijn man gaan, deze tweemaal geboren ziel wiens verlangen een zoon te krijgen nog niet in vervulling is gegaan. (28) O Koning, dit menselijk lichaam is van goede daden terwille van het Volledige van het Levende Wezen en zo zou, zogezegd, het doden van hem, o held, gelijk staan aan het beëindigen van alle goede kansen! (29) Hij hier is een in de Veda goed onderlegde brâhmana, die van verzaking, goed gedrag en toegerust met alle goede eigenschappen vastbesloten is het Brahman te eren, de Allerhoogste Persoonlijkheid die bekend staat als de levende Ziel van alle wezens boven wie Hij de kwaliteit is. (30) Hij, deze brahmaan en beste van alle wijzen, hoe kan hij, zoals het is met een zoon met zijn vader, het verdienen om door u, de beste van alle geheiligde koningen, met uw bewustzijn van de religie, o macht van de staat, te worden gedood? (31) Hij is een heilige vrij van zonden, een spreker van de Absolute Waarheid; hoe kan u vanuit uw goede zelf van waardering in de hoogste kringen, eraan denken om hem ter dood te brengen: dat zou zoiets zijn als het doden van een embryo of een koe! (32) Zonder hem kan ik zelfs niet een moment leven en ben ik als een lijk; als hij u tot voedsel moet dienen eet mij op dan in zijn plaats.'
(33) Met de vrouw, op deze manier zo deerniswekkend smekend en weeklagend als een vrouw die haar man heeft verloren, verorberde hij, Saudâsa, daar hij door de vloek ertoe was verdoemd, hem zoals een tijger dat doet met zijn prooi. (34) De brâhmana vrouw, de kuise dame, toen ze zag hoe de man, die op het punt stond haar te bevruchten, door de Râkshasa werd opgegeten, moest hard vanuit het diepst van haar wezen huilen en sprak kwaad geworden een vloek uit tegen de koning. (35) 'Omdat u de echtgenoot hebt gedood van een vrouw die moeite deed om geslachtsgemeenschap te hebben zal u, o zondaar, onder de vloek te lijden hebben eveneens de dood te vinden als u het probeert uw zaad te lozen, o verrader der beschaving!'
(36) Na op deze manier Mitrasaha ['zich te buiten gaand met vrienden' ofwel Saudâsa] te hebben vervloekt vond ze, ertoe geneigd bij hem te blijven, haar bestemming het vuur binnengaand dat oplaaide uit de botten van haar echtgenoot. (37) Toen na twaalf jaar Saudâsa bevrijd was [van de vloek van Vasishthha] en hij het probeerde om sex met zijn vrouw te hebben werd hij tegengehouden door de koningin die hem aan de vloek van de brâhmanî herinnerde. (38) Zodoende moest hij van toen af aan ervan afzien met zijn vrouw gelukkig te zijn en bleef hij door het lot zonder een zoon. Vasishthha werd het toen toegestaan een kind te verwekken in Madayantî, zijn vrouw. (39) Zij droeg waarachtig het kind voor de duur van zeven jaren in haar schoot het niet ter wereld brengend, maar met het slaan van een steen tegen haar onderbuik was er een zoon van haar die om die reden As'maka ['van ons'] werd genoemd. (40) Van As'maka werd Bâlika geboren. Dit kind werd beschermd door een menselijk schild bestaande uit vrouwen en daarnaar vernoemd [als 'Nârîkavaca']. Toen er nergens meer heersers waren te bekennen [daar Heer Paras'urâma ze allen ter dood had gebracht] werd hij Mûlaka ['ontsprongen uit'], hij die alle kshatriya's voortbracht. (41) Van Bâlika was er een zoon genaamd Das'aratha, zijn zoon was Aidavidi en van hem was er de beroemde koning Vis'vasaha die Khathvânga voortbracht die keizer werd. (42-43) Hij, zeer verwoed, doodde op verzoek van de goddelijken de Daitya's op het slagveld en fixeerde toen hij huiswaarts keerde, wetend dat hij geen seconde langer te leven had, zich in de geest met het bidden van: 'Noch de aarde, mijn koninkrijk of mijn beminde echtgenote; noch mijn zoons en dochters, mijn weelde of mijn leven zijn voor mij zo aanbiddelijk als de goddelijken van de brahmaanse gemeenschap gerespecteerd in mijn familie [***]. (44) Zelfs niet als kind voelde ik me aangetrokken tot of genoot ik van het areligieuze, noch heb ik er ooit iets in gezien om iets anders als zijnde van enige waarde te achten dan de Heer Geprezen in de Geschriften, Uttamas'loka. (45) Door de godvrezenden werd mij de gunst toegekend te hebben wat ik ook maar verlangde maar die claim over de drie werelden kon ik niet aannemen; al wat ik verlang in deze wereld is volledig verzonken te zijn in de Allerhoogste Heer [vergelijk B.G. 9: 34]. (46) Als zelfs zij, de goddelijken, in hun zinnen en geesten altijd zijn afgeleid zonder de meest geliefde Eeuwige van de Ziel te kennen die zich ophoudt in hun harten, wat kan men dan van anderen verwachten [zie B.G. 18: 55]? (47) Laat me daarom in liefdevolle dienst de gehechtheid opgeven aan de geaardheden der natuur, de zo machtige materiële heerschappij van mâyâ in door mensen tot stand gebrachte zaken welke als luchtkastelen zijn, en mezelf aan Hem overgeven, de Ene Ziel die het hele universum schiep.'
(48) Aldus op een intelligente manier vastbesloten volledig in de greep van Nârâyana verkerend, gaf hij het op met alle andere zorgen die enkel maar onwetendheid zijn en vond hij zichzelf daarna in de positie van zijn oorspronkelijke liefdevolle dienst. (49) Dat wat zodanig wordt gekend als het Allerhoogste Brahman dat alle beschrijving te boven gaat is niet iets onpersoonlijks of leegs zoals men zou kunnen denken; het is de Allerhoogste Heer Vâsudeva van wie de waarheidlievende mensen aan het zingen zijn [zie ook 1.2: 11].'
Tweede editie, geladen 22 december 2007
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Ams'umân die voor een lange tijd boete deed met het verlangen om de Ganges te doen nederdalen was niet succesvol en stierf toen na verloop van tijd.S'rî S'uka zei: 'Ams'umân die voor een lange tijd boete deed met het verlangen om de Ganges te doen nederdalen was niet succesvol en stierf toen na verloop van tijd. (Vedabase)
Zijn zoon Dilîpa was, net als zijn vader, er ook niet toe in staat en stierf eveneens ten prooi aan de tijd. Daarop was zijn zoon Bhagîratha in zijn boetedoening van de grootste verzaking.
Zijn zoon Dilîpa was, net als zijn vader, er ook niet toe in staat en stierf eveneens ten prooi aan de tijd. Daarop was zijn zoon Bhagîratha in zijn boetedoening van de grootste verzaking. (Vedabase)
Aan hem verscheen de godin [moeder Ganga] die zei: 'Zeer tevreden als ik ben zal ik uw gebeden verhoren', en aldus aangesproken zijn wens in vervulling zien gaand [dat de Ganges de as zou wegwassen, zie 9.8: 28] verboog die heerser der mensen zich vol respect.
Aan hem verscheen de godin [moeder Gangâ] die zei: 'Zeer tevreden als ik ben zal ik uw gebeden verhoren', en aldus aangesproken zijn wens in vervulling zien gaand [dat de Ganges de as zou wegwassen, zie 9.8:28] verboog die heerser der mensen zich vol respect. (Vedabase)
[Moeder Ganga zei:] 'Wie is er in staat om het geweld van mijn golven te dragen met mij neerkomend op deze aarde? Als niemand mij opvangt zou ik het oppervlak van de aarde opensplijten, o meester der mensen, en op weg zijn naar de lagere regionen!
[Moeder Gangâ zei:] 'Welke persoon ook is in staat om het geweld van mijn golven te dragen met mij neerkomend op deze aarde? Zonder hem zou ik het oppervlak van de aarde opensplijten, o meester der mensen, en op weg zijn naar de lagere regionen! (Vedabase)
Bovendien kan ik me niet richting aarde begeven omdat - en neemt u alstublieft dit in overweging o Koning - ik van de mensen die zich reinigen met mijn water de zondigheid zal moeten wegwassen.'
Bovendien kan ik me niet richting aarde begeven daar - neemt u alstublieft dit in overweging o Koning - van de mensen die zich reinigen met mijn water ik de zondigheid zal moeten wegwassen.' (Vedabase)
S'rî Bhagîratha zei: 'De geheiligde verzakers van de wereld die vreedzaam en deskundig naar de regels allen verlossen, zullen de zondigheid van u wegnemen, daar ze badend in uw water de Overwinning op Alle Zonde, de Heer [zie ook 1.13: 10 en 6.1: 15] in zich dragen.
S'rî Bhagîratha zei: 'De geheiligde verzakers van de wereld die vreedzaam en deskundig naar de regels allen verlossen, zullen de zondigheid van u wegnemen, daar ze badend in uw water de Overwinning op Alle Zonde, de Heer [zie ook 1.13: 10 en 6.1: 15] in zich dragen. (Vedabase)
De god der vernietiging, Rudra, zal uw geweld dragen daar hij van de belichaamde wezens de Superziel is in wie het gehele universum lang en breed zich ophoudt als de draden in een doek. [*]
De god der vernietiging, Rudra, zal uw geweld dragen daar hij van de belichaamde wezens waarlijk de Superziel is in wie het gehele universum lang en breed zich ophoudt als de draden in een doek [*].' (Vedabase)
Nadat dit was gezegd was hij, de heerser, van boete met Heer S'iva; onverwijld stemde hij de Al-gunstige tevreden zodat zijne goddelijkheid waarlijk snel was behaagd, o Koning [**].
Nadat dit was gezegd was hij, de heerser, van boete met Heer S'iva; onverwijld stemde hij de Al-gunstige tevreden zodat zijne goddelijkheid waarlijk snel was behaagd, o Koning [**]. (Vedabase)
'Zo zij het', zei Heer S'iva die allen steeds welgezind is, nadat hij door de koning was toegesproken, en met grote aandacht droeg hij de Ganges die zuiver is van het afspoelen van Vishnu's voeten [zie ook 5.17].
'Zo zij het', zei Heer S'iva allen steeds welgezind, toen hij aldus door de koning werd toegesproken, en met grote aandacht droeg hij de Ganges zo zuiver van het afspoelen van Vishnu Zijn voeten [zie ook 5.17]. (Vedabase)
Hij Bhagîratha, de heilige koning, bracht haar die het hele universum kon verlossen naar de plaats waar de as zich bevond van de lichamen van zijn voorvaderen.
Hij Bhagîratha, de geheiligde koning, bracht haar die het hele universum kon verlossen naar de plaats waar de as zich bevond van de lichamen van zijn voorvaderen. (Vedabase)
Vooropgaand, met de snelheid van de wind zich voortbewegend in een wagen, werd hij door haar gevolgd terwijl ze alle landen zegende met haar heiligheid tot ze over de verbrande zonen van Sagara vloeide.
Voorop gaand, in een wagen zich met de snelheid van de wind voortbewegend, werd hij door haar gevolgd alle landen heiligend en vloeide ze over de verbrande zonen van Sagara. (Vedabase)
Alhoewel de zoons van Sagara verdoemd waren vanwege het schofferen van een brahmaan, kon enkel de eenvoudige beroering van haar water met hun overblijfselen ze het goddelijke doen bereiken.
Alhoewel de zoons van Sagara verdoemd waren vanwege het schofferen van een brahmaan, kon enkel de eenvoudige beroering van haar water met hun overblijfselen, ze het goddelijke doen bereiken. (Vedabase)
Als de zoons van Sagara wiens lichamen tot as verbrandden al naar de hemel gingen na in aanraking te zijn gekomen [met de Ganges], hoezeer zou dat dan niet gelden voor hen die volhardend in geloften met geloof en toewijding de godin aanbidden?
Als de zoons van Sagara wiens lichamen tot as verbrandden al naar de hemel gingen na in aanraking te zijn gekomen [met de Ganges], hoe zou dat dan zijn met hen volhardend in geloften die met geloof en toewijding de godin aanbidden? (Vedabase)
Het wonder van haar water dat hiermee beschreven is, is op zich niet zo bijzonder; ze is er van nature toe in staat de banden der gehechtheid te doorbreken omdat ze ontspringt aan de Lotusvoeten van de Eeuwige.
Dat wat hiermee is beschreven van haar water is op zich niet zo'n groot wonder daar ontspringend aan de Lotusvoeten van de Eeuwige het in staat is om alle gebondenheid te doorbreken. (Vedabase)
Geheiligde mensen die in geloof met hun geesten vol van aandacht zijn, vinden zuivering ondanks de moeilijkheid het op te geven met de drie geaardheden der natuur; door hen wordt de spirituele kwaliteit van het Allerhoogste terstond bereikt.
Geheiligde mensen die in geloof met hun geesten vol van aandacht zijn, vinden zuivering ondanks de moeilijkheid het op te geven met de drie geaardheden der natuur; door hen wordt de spirituele kwaliteit van het Allerhoogste terstond bereikt. (Vedabase)
Van Bhagîratha werd een zoon geboren genaamd S'ruta, van hem was er Nâbha - die verschilt van degene die ik eerder beschreef [zie 5.3] - en door Nâbha werd Sindhudvîpa geboren door wie later Ayutâyu werd geboren. Zijn zoon Ritûparna was een vriend van Nala. Van Nala kreeg hij kennis van het trainen van paarden in ruil voor de geheimen van het gokken. Ritûparna had een zoon genaamd Sarvakâma.
Van Bhagîratha werd een zoon geboren genaamd S'ruta, van hem was er Nâbha - die verschilt van degene die ik eerder beschreef [zie 5.3] - en door Nâbha werd Sindhudvîpa geboren door wie later Âyutâyu werd geboren. Zijn zoon Ritûparna was een vriend van Nala. Van Nala kreeg hij kennis van het trainen van paarden in ruil voor de geheimen van het gokken. Ritûparna had een zoon genaamd Sarvakâma. (Vedabase)
Van hem was er Sudâsa wiens zoon [Saudâsa] als de echtgenoot van Damayantî de troon besteeg en naar verluid ook wel bekend stond als Mitrasaha en Kalmâshapâda. Hij, die vanwege zonden zonder een zoon bleef, werd ooit eens vervloekt door Vasishthha om een menseneter te worden [een Râkshasa].
Van hem was er Sudâsa wiens zoon [Saudâsa] als de echtgenoot van Damayantî de troon besteeg en naar verluid ook wel bekend stond als Mitrasaha en Kalmâshapâda. Hij, die vanwege zonden zonder een zoon bleef, werd ooit eens vervloekt door Vasishthha om een menseneter te worden [een râkshasa]. (Vedabase)
De koning zei: 'Zeg me alstublieft, als het geen geheim is, wat was de reden van de vloek van de geestelijk leraar tegen Saudâsa, deze grote ziel? Dat zou ik graag willen weten.'
De koning zei: 'Zeg me alstublieft, als het geen geheim is, wat was de reden van de vloek van de geestelijk leraar tegen Saudâsa, deze grote ziel? Dat zou ik graag willen weten.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Saudâsa ging er soms op uit om te jagen en had in het verleden een Râkshasa gedood, maar de broer die hij liet ontkomen, vervolgde hem daarna in wrake. Met kwade bedoelingen deed hij zich voor als de kok van de koning en schotelde de geestelijk leraar die bij hem thuis kwam dineren, het vlees van een mens voor dat hij klaargemaakt had.
S'rî S'uka zei: 'Saudâsa ging er soms op uit om te jagen en had in het verleden een râkshasa gedood, maar de broer die hij liet ontkomen, vervolgde hem daarna in wrake. Met kwade bedoelingen deed hij zich voor als de kok van de koning en schotelde de geestelijk leraar die bij hem thuis kwam dineren, het vlees van een mens voor dat hij klaargemaakt had. (Vedabase)
Zijn voedsel inspecterend vond de machtige meester het van binnenuit wel aanvoelend ongeschikt om te consumeren en vervloekte hij de koning zeer kwaad met: 'Hiervoor zal je voorwaar in een menseneter veranderen!'
Zijn voedsel inspecterend vond de machtige meester het van binnenuit wel aanvoelend ongeschikt om te consumeren en vervloekte hij de koning zeer kwaad met: 'Hiervoor zal je voorwaar in een menseneter veranderen!'. (Vedabase)
Toen hij erachter kwam dat het te wijten was aan de Râkshasa volbracht hij, om ermee af te doen, een twaalfjarige boetedoening. Saudâsa echter had een handvol water genomen met de bedoeling zijn goeroe te vervloeken, maar zijn vrouw Madayantî verbood dat. Hij morste het water potent van de [s'apa-]mantra over zijn benen waarna die heer der mensen toen in alle richtingen in de ether overal de oppervlakte van de aarde kon zien krioelen van het leven.
Toen hij erachter kwam dat het te wijten was aan de râkshasa volbracht hij, om ermee af te doen, een twaalfjarige boetedoening. Saudâsa echter had een handvol water genomen met de bedoeling zijn goeroe te vervloeken, maar zijn vrouw Madayantî verbood dat. Hij spilde het water potent van de [s'apa-]mantra over zijn benen waarna die heer der mensen in alle richtingen in de ether overal de oppervlakte van de aarde kon zien krioelen van het leven. (Vedabase)
Hij kreeg de neigingen van een wildeman en een zwarte vlek op zijn been [om reden waarvan hij bekend stond als Kalmâshapâda]. In het bos levend zag hij [eens] een brahmaans echtpaar op het moment dat ze geslachtsgemeenschap hadden.
Hij verkreeg de geneigdheid van een wildeman en een zwarte vlek op zijn been [om reden waarvan hij bekend stond als Kalmâshapâda]. In het bos levend zag hij [eens] een brahmaans echtpaar op het moment dat ze geslachtsgemeenschap hadden. (Vedabase)
Honger lijdend greep hij de brahmaan maar zijn vrouw zei: 'U moet wel zeer ongelukkig zijn, arm en hongerig, maar een Râkshasa bent u niet; in feite bent u een grote krijgsheer van de Ikshvâku-dynastie, de echtgenoot van Madayantî, o held; het is niets voor u om tegen het dharma te handelen. Alstublieft laat mijn man gaan, deze tweemaal geboren ziel wiens verlangen een zoon te krijgen nog niet in vervulling is gegaan.
Honger lijdend greep hij de brahmaan maar zijn vrouw zei: 'U moet wel zeer ongelukkig zijn, arm en hongerig, maar een râkshasa bent u niet; in feite bent u een grote krijgsheer van de Ikshvâku-dynastie, de echtgenoot van Madayantî, o held; het is niets voor u om tegen het dharma te handelen. Alstublieft laat mijn man gaan, deze tweemaal geboren ziel wiens verlangen een zoon te krijgen nog niet in vervulling is gegaan. (Vedabase)
O Koning, dit menselijk lichaam is van goede daden terwille van het Volledige van het Levende Wezen en zo zou, zogezegd, het doden van hem, o held, gelijk staan aan het beëindigen van alle goede kansen!
O Koning, dit menselijk lichaam is van goede daden terwille van het Volledige van het Levende Wezen en zo zou, zogezegd, het doden van hem, o held, gelijk staan aan het beëindigen van alle goede kansen! (Vedabase)
Hij hier is een in de Veda goed onderlegde brâhmana, die van verzaking, goed gedrag en toegerust met alle goede eigenschappen vastbesloten is het Brahman te eren, de Allerhoogste Persoonlijkheid die bekend staat als de levende Ziel van alle wezens boven wie Hij de kwaliteit is.
Hij hier is een in de Veda goed onderlegde brâhmana, die van verzaking, goed gedrag en toegerust met alle goede eigenschappen vastbesloten is het Brahmân te eren, de Allerhoogste Persoonlijkheid die bekend staat als de levende Ziel van alle wezens boven wie Hij de kwaliteit is. (Vedabase)
Hij, deze brahmaan en beste van alle wijzen, hoe kan hij, zoals het is met een zoon met zijn vader, het verdienen om door u, de beste van alle geheiligde koningen, met uw bewustzijn van de religie, o macht van de staat, te worden gedood?
Hij, deze brahmaan en beste van alle wijzen, hoe kan hij, zoals het is met een zoon met zijn vader, het verdienen om door u, de beste van alle geheiligde koningen, met uw bewustzijn van de religie, o macht van de staat, te worden gedood? (Vedabase)
Hij is een heilige vrij van zonden, een spreker van de Absolute Waarheid; hoe kan u vanuit uw goede zelf van waardering in de hoogste kringen, eraan denken om hem ter dood te brengen: dat zou zoiets zijn als het doden van een embryo of een koe!
Hij is een heilige vrij van zonden, een spreker van de Absolute Waarheid; hoe kan u vanuit uw goede zelf van waardering in de hoogste kringen, eraan denken om hem ter dood te brengen: dat zou zoiets zijn als het doden van een embryo of een koe! (Vedabase)
Zonder hem kan ik zelfs niet een moment leven en ben ik als een lijk; als hij u tot voedsel moet dienen eet mij op dan in zijn plaats.'
Zonder hem kan ik zelfs niet een moment leven en ben ik als een lijk; als hij u tot voedsel moet dienen eet mij op dan in zijn plaats.' (Vedabase)
Met de vrouw, op deze manier zo deerniswekkend smekend en weeklagend als een vrouw die haar man heeft verloren, verorberde hij, Saudâsa, daar hij door de vloek ertoe was verdoemd, hem zoals een tijger dat doet met zijn prooi.
Met de vrouw, op deze manier zo deerniswekkend smekend en weeklagend als een vrouw die haar man heeft verloren, verorberde hij, Saudâsa, daar hij door de vloek ertoe was verdoemd, hem zoals een tijger dat doet met zijn prooi. (Vedabase)
De brâhmana vrouw, de kuise dame, toen ze zag hoe de man, die op het punt stond haar te bevruchten, door de Râkshasa werd opgegeten, moest hard vanuit het diepst van haar wezen huilen en sprak kwaad geworden een vloek uit tegen de koning.
De brâhmana vrouw, de kuise dame, toen ze zag hoe de man, die op het punt stond haar te bevruchten, door de râkshasa werd opgegeten, moest hard vanuit het diepst van haar wezen huilen en sprak kwaad geworden een vloek uit tegen de koning. (Vedabase)
'Omdat u de echtgenoot hebt gedood van een vrouw die moeite deed om geslachtsgemeenschap te hebben zal u, o zondaar, onder de vloek te lijden hebben eveneens de dood te vinden als u het probeert uw zaad te lozen, o verrader der beschaving!'
'Omdat u de echtgenoot hebt gedood van een vrouw die moeite deed om geslachtsgemeenschap te hebben zal u, o zondaar, onder de vloek te lijden hebben eveneens de dood te vinden als u het probeert uw zaad te lozen, o verrader der beschaving!' (Vedabase)
Na op deze manier Mitrasaha ['zich te buiten gaand met vrienden' ofwel Saudâsa] te hebben vervloekt vond ze, ertoe geneigd bij hem te blijven, haar bestemming het vuur binnengaand dat oplaaide uit de botten van haar echtgenoot.
Na op deze manier Mitrasaha ['zich te buiten gaand met vrienden' ofwel Saudâsa] te hebben vervloekt vond ze, ertoe geneigd bij hem te blijven, haar bestemming het vuur binnengaand dat oplaaide uit de botten van haar echtgenoot. (Vedabase)
Toen na twaalf jaar Saudâsa bevrijd was [van de vloek van Vasishthha] en hij het probeerde om sex met zijn vrouw te hebben werd hij tegengehouden door de koningin die hem aan de vloek van de brâhmanî herinnerde.
Toen na twaalf jaar Saudâsa bevrijd was [van de vloek van Vasishthha] en hij het probeerde om sex met zijn vrouw te hebben werd hij tegengehouden door de koningin die hem aan de vloek van de brâhmanî herinnerde. (Vedabase)
Zodoende moest hij van toen af aan ervan afzien met zijn vrouw gelukkig te zijn en bleef hij door het lot zonder een zoon. Vasishthha werd het toen toegestaan een kind te verwekken in Madayantî, zijn vrouw.
Zodoende moest hij van toen af aan ervan afzien met zijn vrouw gelukkig te zijn en bleef hij door het lot zonder een zoon. Vasishthha werd het toen toegestaan een kind te verwekken in Madayantî, zijn vrouw. (Vedabase)
Zij droeg waarachtig het kind voor de duur van zeven jaren in haar schoot het niet ter wereld brengend, maar met het slaan van een steen tegen haar onderbuik was er een zoon van haar die om die reden As'maka ['van ons'] werd genoemd.
Zij droeg waarachtig het kind voor de duur van zeven jaren in haar schoot het niet ter wereld brengend, maar met het slaan van een steen tegen haar onderbuik was er een zoon van haar die om die reden As'maka ['van ons'] werd genoemd. (Vedabase)
Van As'maka werd Bâlika geboren. Dit kind werd beschermd door een menselijk schild bestaande uit vrouwen en daarnaar vernoemd [als 'Nârîkavaca']. Toen er nergens meer heersers waren te bekennen [daar Heer Paras'urâma ze allen ter dood had gebracht] werd hij Mûlaka ['ontsprongen uit'], hij die alle kshatriya's voortbracht.
Van As'maka werd Bâlika geboren. Dit kind werd beschermd door een menselijk schild bestaande uit vrouwen en daarnaar vernoemd [als 'Nârîkavaca']. Toen er nergens meer heersers waren te bekennen [daar Heer Paras'urâma ze allen ter dood had gebracht] werd hij Mûlaka ['ontsprongen uit'], hij die alle kshatriya's voortbracht. (Vedabase)
Van Bâlika was er een zoon genaamd Das'aratha, zijn zoon was Aidavidi en van hem was er de beroemde koning Vis'vasaha die Khathvânga voortbracht die keizer werd.
Van Bâlika was er een zoon genaamd Das'aratha, zijn zoon was Aidavidi en van hem was er de beroemde koning Vis'vasaha die Khathvânga voortbracht die keizer werd. (Vedabase)
Hij, zeer verwoed, doodde op verzoek van de goddelijken de Daitya's op het slagveld en fixeerde toen hij huiswaarts keerde, wetend dat hij geen seconde langer te leven had, zich in de geest met het bidden van: 'Noch de aarde, mijn koninkrijk of mijn beminde echtgenote; noch mijn zoons en dochters, mijn weelde of mijn leven zijn voor mij zo aanbiddelijk als de goddelijken van de brahmaanse gemeenschap gerespecteerd in mijn familie [***].
Hij, zeer verwoed, doodde op verzoek van de goddelijken de daitya's op het slagveld en fixeerde toen hij huiswaarts keerde, wetend dat hij geen seconde langer te leven had, zich in de geest met het bidden van: 'Noch de aarde, mijn koninkrijk of mijn beminde echtgenote; noch mijn zoons en dochters, mijn weelde of mijn leven zijn voor mij zo aanbiddelijk als de goddelijken van de brahmaanse gemeenschap gerespecteerd in mijn familie [***]. (Vedabase)
Zelfs niet als kind voelde ik me aangetrokken tot of genoot ik van het areligieuze, noch heb ik er ooit iets in gezien om iets anders als zijnde van enige waarde te achten dan de Heer Geprezen in de Geschriften, Uttamas'loka.
Zelfs niet als kind voelde ik me aangetrokken tot of genoot ik van het areligieuze, noch heb ik er ooit iets in gezien om iets anders als zijnde van enige waarde te achten dan de Heer Geprezen in de Geschriften, Uttamas'loka. (Vedabase)
Door de godvrezenden werd mij de gunst toegekend te hebben wat ik ook maar verlangde maar die claim over de drie werelden kon ik niet aannemen; al wat ik verlang in deze wereld is volledig verzonken te zijn in de Allerhoogste Heer [vergelijk B.G. 9: 34].
Door de godvrezenden werd mij de gunst toegekend te hebben wat ik ook maar verlangde maar die claim over de drie werelden kon ik niet aannemen; al wat ik verlang in deze wereld is volledig verzonken te zijn in de Allerhoogste Heer [vergelijk B.G. 9:34]. (Vedabase)
Als zelfs zij, de goddelijken, in hun zinnen en geesten altijd zijn afgeleid zonder de meest geliefde Eeuwige van de Ziel te kennen die zich ophoudt in hun harten, wat kan men dan van anderen verwachten [zie B.G. 18: 55]?
Als zelfs zij, de goddelijken, in hun zinnen en geesten altijd zijn afgeleid zonder de meest geliefde Eeuwige van de Ziel te kennen die zich ophoudt in hun harten, wat kan men dan van anderen verwachten [zie B.G. 18:55]? (Vedabase)
Laat me daarom in liefdevolle dienst de gehechtheid opgeven aan de geaardheden der natuur, de zo machtige materiële heerschappij van mâyâ in door mensen tot stand gebrachte zaken welke als luchtkastelen zijn, en mezelf aan Hem overgeven, de Ene Ziel die het hele universum schiep.'
Laat me daarom in liefdevolle dienst de gehechtheid opgeven aan de geaardheden der natuur, de zo machtige materiële heerschappij van mâyâ in door mensen tot stand gebrachte zaken welke als luchtkastelen zijn, en mezelf aan Hem overgeven, de Ene Ziel die het hele universum schiep.' (Vedabase)
Aldus op een intelligente manier vastbesloten volledig in de greep van Nârâyana verkerend, gaf hij het op met alle andere zorgen die enkel maar onwetendheid zijn en vond hij zichzelf daarna in de positie van zijn oorspronkelijke liefdevolle dienst.
Aldus op een intelligente manier vastbesloten volledig in de greep van Nârâyana, gaf hij het op met alle andere zorgen die enkel maar onwetendheid zijn en vond hij daarna zichzelf geplaatst in zijn oorspronkelijke positie van liefdevolle dienst. (Vedabase)
Dat wat zodanig wordt gekend als het Allerhoogste Brahman dat alle beschrijving te boven gaat is niet iets onpersoonlijks of leegs zoals men zou kunnen denken; het is de Allerhoogste Heer Vâsudeva van wie de waarheidlievende mensen aan het zingen zijn [zie ook 1.2: 11].'
Dat wat zodanig wordt gekend als het Allerhoogste Brahmân dat alle beschrijving te boven gaat is niet iets onpersoonlijks of leegs zoals men zou kunnen denken; het is de Allerhoogste Heer Vâsudeva van wie de waarheidlievende mensen inderdaad aan het zingen zijn [zie ook 1.2: 11].' (Vedabase)
*: Prabhupâda citeert: Heer S'iva wordt beschreven in de Brahma-samhitâ (5.45):
kshîram yathâ dadhi vikâra-vis'esha-yogât
sanjâyate na hi tatah prithag asti hetoh
yah s'ambhutâm api tathâ samupaiti kâryâd
govindam âdi-purusham tam aham bhajâmi"Melk verandert in yoghurt als die wordt vermengd met een yoghurt cultuur, maar eigenlijk is yoghurt in de grond niets anders dan melk. Zo ook neemt, Govinda, de Hoogste Persoonlijkheid van God, de gedaante van Heer S'iva aan voor het bijzondere doel van materiële transacties. Ik biedt de voeten van Heer Govinda mijn eerbetuigingen."
**: Heer S'iva wordt ook wel Âs'utosha genoemd: snel behaagd.
***: De vaishnava geeft dagelijks uitdrukking aan zijn respect voor het brahmaanse in zijn offerandes de Heer aanbiddend met dit gebed:
namo brâhmanya-devâya
go brâhmana-hitâya ca
jagad-dhitâya krishnâya
govindâya namo namah"Ik biedt de Allerhoogste Absolute waarheid, Krishna mijn eerbetuigingen aan, die de wensvervuller van de koeien en de brahmanen is zowel als van de levende wezens in het algemeen. Ik biedt telkens weer mijn eerbetuigingen aan Govinda, die de bron van vreugde is voor alle zinnen."
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
Srîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het tweede schilderij op deze pagina is van B.K. Mitra.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.