
Canto
4
Hoofdstuk 23: Mahârâja Prithu Keert Terug naar Huis
(1-3) Maitreya zei: 'Koning Prithu, die met alles van de ziel op de hoogte, als de beschermer van de mensen, van een eindeloze toename was geweest in alles wat hij tot stand had gebracht, zag op een dag dat hij in fysiek opzicht oud aan het worden was. Geheel naar het belang handelend van wat de Allerhoogste Heerser had opgedragen, had hij in deze wereld, in naleving van de principes der toegewijden, voorzien in het levensonderhoud van al de bewegende en niet-bewegende levende wezens. Hij liet de aarde aan zijn zoons over en met spijt jegens de bedroefde burgers, ging hij alleen samen met zijn vrouw het woud in voor zijn verzaking. (4) Daar zag hij volmaakt in, zo goed als hij voorheen van inzicht was geweest in het veroveren van de aarde, dat hij, overeenkomstig de regels en voorschriften van een teruggetrokken bestaan, ernst moest maken met een leven van gestrenge verzaking. (5) In het begin at hij zo nu en dan de bollen, wortels, vruchten en het groen dat voorhanden was, toen dronk hij voor een paar halve maanden lang water, waarna hij enkel nog lucht inademde.(6) Zoals de grote wijzen aanvaarde de held de vijf verzakingen van de zomerhitte [van de zon hierboven en van de vuren in de vier windrichtingen], de stortvloed van regens in het regenseizoen, het tot zijn nek onder het water zitten in de winter en het slapen op de kale grond. (7) Het verdragend om controle te krijgen over zijn woorden en zijn zinnen, niet zijn zaad te verliezen en zijn levensadem te kunnen volgen, verlangde hij eenvoudig naar Heer Krishna, van alle praktijken er aldus de beste verzaking op na houdend. (8) Zodoende stap voor stap, zonder aflaten van de volmaaktheid, ontdeed hij zich van alle vuil en de verlangens van zijn werklast, zijn karma, en brak hij, met het beoefenen van zijn ademhaling volledig zijn denken en zinnen stilleggend, met alles wat hem bond. (9) Naar wat de fortuinlijke Sanat-kumâra had gezegd over het uiteindelijke doel van de yoga van het zich verhouden tot de ziel, was hij, als de beste van alle levende wezens, er zeker van van aanbidding te zijn voor de Allerhoogste Persoon. (10) Met geloof ondernemend op het pad der devotie van de toegewijde, raakte hij, altijd dienstbaar aan de Allerhoogste Heer, de oorsprong van de Geest van het Absolute, stevig verankerd zonder enige afwijking. (11) Middels deze devotionele activiteiten gewijd aan de Allerhoogste Heer kreeg hij, volmaakt oplettend in de voortdurende heugenis van de geest der zuivere goedheid, de spirituele kennis onder de knie zowel als het niet gehecht zijn aan wat men dan ook zijn bezit zou kunnen noemen, en raakte hij aldus bevrijd van twijfel en de materiële opvatting die zijn ziel verhulde. (12) Vrij van alle overige levensopvattingen, zonder verlangens en vast overtuigd van het uiteindelijke doel van de ziel, had hij dat alles opgegeven, ermee kappend met behulp van die kennis waarin men, voor een lange tijd een beoefenaar van het yogasysteem zijnd, niet vrij van illusies is zolang men niet van de aantrekking is voor de verhalen over de oudere broer van Gada, Krishna [Gada was een andere zoon van Vasudeva jonger dan Krishna]. (13) Als de beste der helden zijn denken richtend naar de Superziel, gaf hij, door en door spiritueel gezuiverd, na de nodige tijd zijn voertuig van de tijd op. (14) Zijn anus blokkerend met zijn enkel stuwde hij zijn levensadem geleidelijk van de navel naar het hart en de keel naar boven om zich tussen zijn wenkbrauwen te fixeren. (15) Zodoende, bevrijd van alle materiële verlangens, stap voor stap zijn vitaliteit nergens anders vestigend dan in het hoofd, verenigde hij zijn levensadem met het totaal ervan, zijn lichaam met het volle van de aarde en het vuur van binnen met dat van het geheel. (16) De verschillende lichaamsopeningen samensmeltend met de lucht en zijn sappen met het water, werd aldus, naar gelang iedere afdeling, de aarde met het water, het water met het vuur, het vuur met de lucht en de lucht met de hemel verenigd [vergelijk 2.5: 25-29]. (17) Hij verenigde de geest met de zinnen, de zintuigen met hun voorwerpen en vandaar de voorwerpen samenpakkend met de vijf elementen, bracht hij het materiële ego naar buiten in de mahat-tattva, het totaal van de materiële energie. (18) Naar Hem toe, het reservoir van alle goede eigenschappen, plaatste hij zijn individualiteit en de aanduidingen die erbij horen in het reservoir van alle vermogen en keerde hij aldus als de prabhu of meester, de beheerser der zinnen, het levend wezen en de genieter, terug naar huis bij machte van zijn eigen inzicht in die spirituele kennis der zelfverwerkelijking en verzaking.
(19) De koningin genaamd Arci, zijn echtgenote, volgde hem te voet het bos in, ookal had ze, met haar tere gestel, het niet verdiend dat haar voeten zo met de aarde in aanraking kwamen. (20) Alhoewel haar lichaam mager en dun zou worden zag ze, zeer vastbesloten in haar gelofte haar echtgenoot te dienen, er geen bezwaar in te leven onder omstandigheden gelijk die van de grote heiligen en deed ze met plezier met hem mee, blij in contact te staan. (21) Toen ze zag dat het lichaam van haar man, zo vol van genade voor de wereld en voor haar, geen levensteken meer gaf, cremeerde de kuise vrouw, na een beetje gehuild te hebben, hem boven op de top van een heuvel. (22) Na de begrafenisplechtigheden afgewikkeld te hebben nam ze een bad in de rivier, water uitgietend in aanbidding van haar zo vrijzinnige echtgenoot die nu in de hemel was bij de dertig miljoen halfgoden. Toen drie keer het vuur omlopend, ging ze denkend aan de voeten van haar echtgenoot, erin binnen.
(23) Het haar tot in de dood volgen van haar echtgeoot gadeslaand, brachten de goddelijken en hun vrouwen bij duizenden hun gebeden aan de kuise vrouw van de grote krijgsheer koning Prithu.(24) Bloemen uitstrooiend op de top van de Mandara-heuvel spraken ze daartoe, begeleid door de vibraties van de trommels der toewijding, onder elkaar als volgt. (25) De vrouwen zeiden: 'Helaas, wat is er gebeurd met deze zo glorieuze echtgenote, die met heel haar ziel van aanbidding was voor haar echtgenoot, de koning aller koningen der wereld, gelijk de Godin dat is jegens de Heer van het Offer [Vishnu]. (26) Zie toch hoe ze daadwerkelijk de zedige echtgenoot, de zoon van Vena, navolgt in zijn hemelgang en hoe aldus zij, Arci genaamd, ons voorbijstreeft met de grootsheid van haar handelen. (27) Van allen die slechts een kort moment leven in de menselijke wereld, is er voor hen die op het pad der bevrijding hun best doen voor het Koninkrijk Gods, niets te moeilijk om te bereiken. (28) Hij, die, bij het bereiken van de menselijke levensvorm, het pad der bevrijding, verwikkeld raakt in de grote moeilijkheden van al het handelen aangaande de zinsbevrediging in deze wereld, komt in afgunst op de waarheid zonder twijfel bedrogen uit.'
(29) Maitreya zei: 'Terwijl de vrouwen van de ingezetenen der hemel aldus vol lofprijzing waren, bereikte de vrouw de plaats waar haar echtgenoot naar was vertrokken; het was de allerhoogste positie der zelfgerealiseerden die de zoon van Vena onder de bescherming van de Onfeilbare had verworven. (30) Aldus heb ik voor u over hem, Prithu, de beste der heren, die zo hoog en almachtig was, uitleg verschaft wat betreft zijn karakter als zijnde het allerbeste van alle kwaliteiten. (31) Een ieder die met geloof en grote aandacht leest en uitleg verschaft of verneemt over die zo grote en godvruchtige persoon Koning Prithu, zal reiken tot waar hij reikte. (32) De brahmaan zal de macht van het spiritueel succes bereiken, de edelman zal de koning van de wereld zijn, de handelaar zal, naar het pad, de specialist op zijn gebied worden en de arbeider zal zich ontwikkelen tot een grote toegewijde. (33) Als een man drie keer hiernaar luistert met groot respect zal hij, of hij nu een man of een vrouw is, als hij zonder kinderen is door de besten van hen omringd worden en als hij zonder een cent is de rijkste zijn. (34) Niet erkend zal hij roem verwerven, ongeletterd zal hij geleerd worden; dit verhaal zo zegenrijk zal al het ongeluk van de mens verdrijven. (35) Door hen die uitzien naar welvaart, een goede naam, een langer leven, het succes van de hemel, het tenietdoen van de invloed van het Tijdperk van de Redetwist en zij die uit zijn op de hogere zaak van de volledige volmaaktheid van de vier der religie, de economie, het genoegen van de zinnen en de bevrijding, moet deze vertelling met het grootste respect worden aangehoord. (36) Aan die koning, op de strijdwagen eropuit trekkend zijn overwinning te behalen, die hiervan verneemt, zullen de andere koningen belastingen afdragen zoals men dat deed aan koning Prithu. (37) Bevrijd van alle materiële betrokkenheid, met het uitvoeren van onvermengde toegewijde dienst jegens de Allerhoogste Heer, moet men luisteren, er anderen naar doen luisteren en doorgaan met lezen over het vrome karakter van de zoon van Vena. (38) O zoon van Vicitravîrya [Vidura], ik gaf uitleg over tot welke mate van grootheid men kan ontwaken en behoort vooruit te streven als men, in relatie tot het buitengewone van deze tekst, op die manier betrokken is. (39) Hij die bij herhaling verneemt van deze vertelling over Prithu met de grootste eerbied en er ook verslag van doet bevrijd in de omgang aangaande de Allerhoogste Heer - die persoon zal ten volle de gehechtheid realiseren aan Zijn voeten die de boot zijn voor de oceaan der onwetendheid.
Tweede editie, geladen 19 november, 2006.
Bronteksten:
Prithu Mahârâja keert terug naar God
Maitreya zei: 'Koning Prithu, die met alles van de ziel op de hoogte, als de beschermer van de mensen, van een eindeloze toename was geweest in alles wat hij tot stand had gebracht, zag op een dag dat hij in fysiek opzicht oud aan het worden was. Geheel naar het belang handelend van wat de Allerhoogste Heerser had opgedragen, had hij in deze wereld, in naleving van de principes der toegewijden, voorzien in het levensonderhoud van al de bewegende en niet-bewegende levende wezens. Hij liet de aarde aan zijn zoons over en met spijt jegens de bedroefde burgers, ging hij alleen samen met zijn vrouw het woud in voor zijn verzaking.In de laatste fase van zijn leven, toen Mahârâja Prithu zag dat hij oud werd, verdeelde deze grote ziel, de koning van de wereld, alle rijkdom die hij vergaard had onder allerlei soorten levende wezens, zowel bewegende als niet-bewegende. Hij zorgde ervoor dat iedereen een pensioen kreeg volgens de religieuze beginselen, en nadat hij de opdracht van de Allerhoogste Godspersoon in volledige samenwerking met Hem had uitgevoerd, droeg hij de aarde, die als zijn dochter beschouwd werd, over aan de zorg van zijn zoons. Toen verliet hij zijn onderdanen, die vanwege deze scheiding nauwelijks hun tranen en jammerklachten konden bedwingen, en ging alleen vergezeld van zijn vrouw het woud in om versterving te beoefenen. (Vedabase)
Daar zag hij volmaakt in, zo goed als hij voorheen van inzicht was geweest in het veroveren van de aarde, dat hij, overeenkomstig de regels en voorschriften van een teruggetrokken bestaan, ernst moest maken met een leven van gestrenge verzaking.
Nadat Mahârâja Prithu zich uit het gezinsleven teruggetrokken had, hield hij zich strikt aan de bepalingen van het leven in afzondering en legde zich zware versterving op in het woud. Hij wijdde zich met evenveel ernst aan deze activiteiten als hij zich vroeger op het regeren en het veroveren toegelegd had. (Vedabase)
In het begin at hij zo nu en dan de bollen, wortels, vruchten en het groen dat voorhanden was, toen dronk hij voor een paar halve maanden lang water, waarna hij enkel nog lucht inademde.
In het tapo-vana at Mahârâja Prithu soms de bast en de wortels van bomen, en dan weer vruchten en gedroogde bladeren, en een paar weken lang dronk hij alleen maar water. Tenslotte leefde hij slechts nog op de lucht die hij inademde. (Vedabase)
Zoals de grote wijzen aanvaarde de held de vijf verzakingen van de zomerhitte [van de zon hierboven en van de vuren in de vier windrichtingen], de stortvloed van regens in het regenseizoen, het tot zijn nek onder het water zitten in de winter en het slapen op de kale grond.
Volgens de principes van het woudleven en naar het voorbeeld van de grote wijzen en muni's, stelde Prithu Mahârâja zich in de zomer bloot aan de vijf bronnen van hitte, trotseerde hij in het regenseizoen de stromende regen en stond hij in de winter tot aan zijn nek in het water. Bovendien sliep hij altijd gewoon op de grond. (Vedabase)
Het verdragend om controle te krijgen over zijn woorden en zijn zinnen, niet zijn zaad te verliezen en zijn levensadem te kunnen volgen, verlangde hij eenvoudig naar Heer Krishna, van alle praktijken er aldus de beste verzaking op na houdend.
Mahârâja Prithu onderging al deze zware versterving teneinde zijn woorden en zinnen te kunnen beheersen, zich van zaadlozing te onthouden en de levenslucht in zijn lichaam onder controle te krijgen. Dit alles deed hij ter bevrediging van Krishna. Hij kende geen ander doel. (Vedabase)
Zodoende stap voor stap, zonder aflaten van de volmaaktheid, ontdeed hij zich van alle vuil en de verlangens van zijn werklast, zijn karma, en brak hij, met het beoefenen van zijn ademhaling volledig zijn denken en zinnen stilleggend, met alles wat hem bond.
Door zulke zware versterving te ondergaan, werd Mahârâja Prithu geleidelijk standvastig in zijn geestelijk leven en raakte hij volkomen bevrijd van elk verlangen naar baatzuchtige activiteiten. Bovendien deed hij ademhalingsoefeningen om meester te worden van zijn geest en zinnen. (Vedabase)
Naar wat de fortuinlijke Sanat-kumâra had gezegd over het uiteindelijke doel van de yoga van het zich verhouden tot de ziel, was hij, als de beste van alle levende wezens, er zeker van van aanbidding te zijn voor de Allerhoogste Persoon.
Zo volgde de beste onder de mensen, Mahârâja Prithu, dit pad van geestelijke vooruitgang dat hem door Sanat-kumâra was aanbevolen. Dat wil zeggen dat hij de Allerhoogste Godspersoon, Krishna, vereerde. (Vedabase)
Met geloof ondernemend op het pad der devotie van de toegewijde, raakte hij, altijd dienstbaar aan de Allerhoogste Heer, de oorsprong van de Geest van het Absolute, stevig verankerd zonder enige afwijking.
Zo ging Mahârâja Prithu vierentwintig uur per dag volledig op in toegewijde dienst en voerde hij de regels en bepalingen strikt volgens de voorschriften uit. Op die manier groeide zijn liefde en toewijding voor de Allerhoogste Godspersoon, Krishna, en werd intens en bestendig. (Vedabase)
Middels deze devotionele activiteiten gewijd aan de Allerhoogste Heer, kreeg hij, volmaakt oplettend in de voortdurende heugenis van de geest der zuivere goedheid, de spirituele kennis onder de knie zowel als het niet gehecht zijn aan wat men dan ook zijn bezit zou kunnen noemen, en raakte hij aldus bevrijd van twijfel en de materiële opvatting die zijn ziel verhulde.
Door onafgebroken toegewijde dienst te doen, werd Mahârâja Prithu's geest transcendentaal, zodat hij voortdurend aan de lotusvoeten van de Heer kon denken. Daardoor raakte hij volkomen onthecht en verkreeg hij volmaakte kennis, waarmee hij in staat was om alle twijfel te boven te komen. Op die manier werd hij uit de greep van het vals ego en van de materiële levensbeschouwing bevrijd. (Vedabase)
Vrij van alle overige levensopvattingen, zonder verlangens en vast overtuigd van het uiteindelijke doel van de ziel, had hij dat alles opgegeven, ermee kappend met behulp van die kennis waarin men, voor een lange tijd een beoefenaar van het yogasysteem zijnd, niet vrij van illusies is zolang men niet van de aantrekking is voor de verhalen over de oudere broer van Gada, Krishna [Gada was een andere zoon van Vasudeva jonger dan Krishna].
Toen Mahârâja Prithu volkomen vrij was geworden van de lichamelijke levensbeschouwing, realiseerde hij Heer Krishna als de Paramâtmâ in ieders hart. Aangezien hij daardoor in staat was om alle aanwijzingen rechtstreeks van Hem te ontvangen, gaf hij alle andere yoga- en jñâna-oefeningen op. Hij was zelfs niet geïnteresseerd in de vervolmaking van yoga en jñâna, want hij besefte volkomen dat toegewijde dienst aan Krishna het hoogste doel in het leven is, en dat yogî's en jñânî's hun illusies over het bestaan nooit te boven kunnen komen tenzij ze zich tot krishna-kathâ [verhalen over Krishna] aangetrokken gaan voelen. (Vedabase)
Als de beste der helden zijn denken richtend naar de Superziel, gaf hij, door en door spiritueel gezuiverd, na de nodige tijd zijn voertuig van de tijd op.
Toen Prithu Mahârâja na verloop van tijd op het punt stond om zijn lichaam te verlaten, richtte hij zijn geest vastberaden op de lotusvoeten van Krishna, en terwijl hij zo volkomen op het brahma-bhûta-niveau was, gaf hij zijn stoffelijke lichaam op. (Vedabase)
Zijn anus blokkerend met zijn enkel stuwde hij zijn levensadem geleidelijk van de navel naar het hart en de keel naar boven om zich tussen zijn wenkbrauwen te fixeren.
Mahârâja Prithu nam een bepaalde yoga-zithouding aan, waarbij hij met zijn enkels de deur van zijn anus vergrendelde, met zijn rechter- en linkerkuit druk uitoefende en zijn levenslucht geleidelijk naar boven toe bracht, van de navel-cakra omhoog naar zijn hart en vervolgens naar zijn keel, waarna hij hem tenslotte tot midden tussen zijn wenkbrauwen opdrukte. (Vedabase)
Zodoende, bevrijd van alle materiële verlangens, stap voor stap zijn vitaliteit nergens anders vestigend dan in het hoofd, verenigde hij zijn levensadem met het totaal ervan, zijn lichaam met het volle van de aarde en het vuur van binnen met dat van het geheel.
Op deze wijze bracht Prithu Mahârâja zijn levenslucht geleidelijk omhoog naar de opening in zijn schedel, waarbij hij elk verlangen naar het materiële bestaan verloor. Hij liet zijn levenslucht geleidelijk opgaan in het totaal van lucht, zijn lichaam in het totaal van aarde, en het vuur in zijn lichaam in het totaal van vuur. (Vedabase)
De verschillende lichaamsopeningen samensmeltend met de lucht en zijn sappen met het water, werd aldus, naar gelang iedere afdeling, de aarde met het water, het water met het vuur, het vuur met de lucht en de lucht met de hemel verenigd [vergelijk 2.5: 25-29].
Volgens de positie van zijn verschillende lichaamsdelen, versmolt Prithu Mahârâja de openingen van zijn zinnen met de ether en zijn lichaamsvochten, zoals bloed en allerlei uitscheidingen, met het totaal van water. Vervolgens voegde hij aarde samen met water, en toen water met vuur, vuur met lucht, lucht met ether enzovoort. (Vedabase)
Hij verenigde de geest met de zinnen, de zintuigen met hun voorwerpen en vandaar de voorwerpen samenpakkend met de vijf elementen, bracht hij het materiële ego naar buiten in de mahat-tattva, het totaal van de materiële energie.
Hij versmolt de geest met de zinnen en de zinnen met de zinsobjecten, volgens hun respectievelijke posities, en vervolgens versmolt hij ook het materiële ego met het geheel der materiële energie, het mahat-tattva. (Vedabase)
Naar Hem toe, het reservoir van alle goede eigenschappen, plaatste hij zijn individualiteit en de aanduidingen die erbij horen in het reservoir van alle vermogen en keerde hij aldus als de prabhu of meester, de beheerser der zinnen, het levend wezen en de genieter, terug naar huis bij machte van zijn eigen inzicht in die spirituele kennis der zelfverwerkelijking en verzaking.
Toen offerde Prithu Mahârâja alle materiële aanduidingen van het levend wezen aan de allerhoogste bestuurder van de begoochelende energie. Nu hij verlost was van alle aanduidingen die de ziel verstrikt hadden, bereikte hij bevrijding door kennis, verzaking en de geestelijke kracht van zijn toegewijde dienst. Zo gaf hij in zijn oorspronkelijke wezenspositie van Krishna-bewustzijn zijn lichaam op als een prabhu, een meester der zinnen. (Vedabase)Tekst 19:
De koningin genaamd Arci, zijn echtgenote, volgde hem te voet het bos in, ookal had ze, met haar tere gestel, het niet verdiend dat haar voeten zo met de aarde in aanraking kwamen.
De koningin, de echtgenote van Prithu Mahârâja, wier naam Arci was, volgde haar echtgenoot het woud in. Aangezien ze koningin was, was haar lichaam erg teer. Ofschoon ze het niet verdiende om in het woud te leven, raakte zij vrijwillig de grond aan met haar lotusvoeten. (Vedabase)
Alhoewel haar lichaam mager en dun zou worden zag ze, zeer vastbesloten in haar gelofte haar echtgenoot te dienen, er geen bezwaar in te leven onder omstandigheden gelijk die van de grote heiligen en deed ze met plezier met hem mee, blij in contact te staan.
Hoewel ze dergelijke moeilijkheden niet gewend was, volgde koningin Arci net als haar echtgenoot de regels van het woudleven zoals de grote wijzen dat doen. Ze sliep op de grond en at alleen vruchten, bloemen en bladeren, en omdat ze niet op zo'n leven gebouwd was, werd ze broos en mager. Maar door de bevrediging die ze uit het dienen van haar echtgenoot putte, merkte ze niets van deze moeilijkheden. (Vedabase)
Toen ze zag dat het lichaam van haar man, zo vol van genade voor de wereld en voor haar, geen levensteken meer gaf, cremeerde de kuise vrouw, na een beetje gehuild te hebben, hem boven op de top van een heuvel.
Toen koningin Arci zag dat haar echtgenoot, die haarzelf en de aarde zo genadig was geweest, geen enkel teken van leven meer vertoonde, weeklaagde ze een tijdje. Daarna bouwde ze een brandstapel op een heuvel en legde daar het lichaam van haar echtgenoot op. (Vedabase)
Na de begrafenisplechtigheden afgewikkeld te hebben nam ze een bad in de rivier, water uitgietend in aanbidding van haar zo vrijzinnige echtgenoot die nu in de hemel was bij de dertig miljoen halfgoden. Toen drie keer het vuur omlopend, ging ze denkend aan de voeten van haar echtgenoot, erin binnen.
Hierna voerde de koningin de noodzakelijke begrafenisplechtigheden uit en bracht wateroffers. Nadat ze een bad in de rivier genomen had, bracht zij haar eerbetuigingen aan de verschillende halfgoden die de vele planetenstelsels in de ruimte bewonen. Vervolgens liep ze om de brandstapel heen en ging, denkend aan de lotusvoeten van haar echtgenoot, de vlammen in. (Vedabase)
Het haar tot in de dood volgen van haar echtgeoot gadeslaand, brachten de goddelijken en hun vrouwen bij duizenden hun gebeden aan de kuise vrouw van de grote krijgsheer koning Prithu.
Nadat ze deze moedige daad van Arci, de kuise echtgenote van de grote koning Prithu, hadden gadegeslagen, richtten vele duizenden vrouwen van de halfgoden, samen met hun echtgenoten, gebeden tot de koningin omdat ze zo tevreden over haar waren. (Vedabase)
Bloemen uitstrooiend op de top van de Mandara-heuvel spraken ze daartoe, begeleid door de vibraties van de trommels der toewijding, onder elkaar als volgt.
Op dat moment bevonden de halfgoden zich op de top van de berg Mandara, en al hun echtgenotes begonnen bloemen op de brandstapel te strooien en als volgt onder elkaar te praten. (Vedabase)
De vrouwen zeiden: 'Helaas, wat is er gebeurd met deze zo glorieuze echtgenote, die met heel haar ziel van aanbidding was voor haar echtgenoot, de koning aller koningen der wereld, gelijk de Godin dat is jegens de Heer van het Offer [Vishnu].
De vrouwen van de halfgoden zeiden: Alle eer aan koningin Arci! We kunnen zien dat deze koningin, de vrouw van de grote koning Prithu, de keizer van alle koningen van de wereld, haar echtgenoot in gedachten, woorden en daden met net zoveel toewijding gediend heeft als de godin van het geluk de Allerhoogste Godspersoon, Yajñes'a of Vishnu, dient. (Vedabase)
Zie toch hoe ze daadwerkelijk de zedige echtgenoot, de zoon van Vena, navolgt in zijn hemelgang en hoe aldus zij, Arci genaamd, ons voorbijstreeft met de grootsheid van haar handelen.
De vrouwen van de halfgoden vervolgden: Kijk nu toch eens hoe deze kuise vrouw, Arci, dankzij haar onvoorstelbaar vrome activiteiten, haar echtgenoot nog steeds volgt, hoger en hoger, zover als we maar kunnen kijken. (Vedabase)
Van allen die slechts een kort moment leven in de menselijke wereld, is er voor hen die op het pad der bevrijding hun best doen voor het Koninkrijk Gods, niets te moeilijk om te bereiken.
Elk mens in deze materiële wereld heeft maar een kort leven, maar zij die toegewijde dienst verrichten, gaan terug naar huis, terug naar God, want ze bevinden zich werkelijk op het pad der bevrijding. Voor zulke mensen is niets onbereikbaar. (Vedabase)
Hij, die, bij het bereiken van de menselijke levensvorm, het pad der bevrijding, verwikkeld raakt in de grote moeilijkheden van al het handelen aangaande de zinsbevrediging in deze wereld, komt in afgunst op de waarheid zonder twijfel bedrogen uit.'
Ieder die zich in deze materiële wereld inlaat met activiteiten die grote inspanning vereisen, en ondanks het feit dat hij de menselijke levensvorm heeft verkregen - wat een kans is om bevrijd te worden van alle ellende - de moeilijke taak van het verrichten van baatzuchtige activiteiten op zich neemt, moet beschouwd worden als een bedrogen mens die jaloers is op zijn eigen zelf. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Terwijl de vrouwen van de ingezetenen der hemel aldus vol lofprijzing waren, bereikte de vrouw de plaats waar haar echtgenoot naar was vertrokken; het was de allerhoogste positie der zelfgerealiseerden die de zoon van Vena onder de bescherming van de Onfeilbare had verworven.
De grote wijze Maitreya vervolgde: Beste Vidura, terwijl de vrouwen van de hemelbewoners met elkaar spraken, bereikte koningin Arci de planeet waar haar echtgenoot Mahârâja Prithu, de allerhoogste zelfgerealiseerde ziel, naar toe was gegaan. (Vedabase)
Aldus heb ik voor u over hem, Prithu, de beste der heren, die zo hoog en almachtig was, uitleg verschaft wat betreft zijn karakter als zijnde het allerbeste van alle kwaliteiten.
Maitreya vervolgde: De grootste aller toegewijden, Mahârâja Prithu, was zeer machtig, en bovendien ruimdenkend, luisterrijk en grootmoedig. Ik heb hem u zo goed mogelijk beschreven. (Vedabase)
Een ieder die met geloof en grote aandacht leest en uitleg verschaft of verneemt over die zo grote en godvruchtige persoon Koning Prithu, zal reiken tot waar hij reikte.
Ieder die het verheven karakter van koning Prithu met geloof en vastberadenheid beschrijft - of hij er nu zelf over leest of hoort of anderen helpt om erover te horen - kan er zeker van zijn dat hij dezelfde planeet zal bereiken als Mahârâja Prithu. Met andere woorden, zo iemand keert ook terug naar de Vaikunthha-planeten, terug naar God. (Vedabase)
De brahmaan zal de macht van het spiritueel succes bereiken, de edelman zal de koning van de wereld zijn, de handelaar zal, naar het pad, de specialist op zijn gebied worden en de arbeider zal zich ontwikkelen tot een grote toegewijde.
Als degene die de beschrijvingen van Mahârâja Prithu's karakter hoort een brâhmana is, verwerft hij alle brahmaanse krachten; als hij een kshatriya is, wordt hij koning van de wereld; als hij een vais'ya is, wordt hij de meester van andere vais'ya's en van veel dieren; en als hij een s'ûdra is, wordt hij de allerbeste toegewijde. (Vedabase)
Als een man drie keer hiernaar luistert met groot respect zal hij, of hij nu een man of een vrouw is, als hij zonder kinderen is door de besten van hen omringd worden en als hij zonder een cent is de rijkste zijn.
Of men nu een man of een vrouw is, iedereen die met diep respect naar deze vertelling over Mahârâja Prithu luistert, zal vele kinderen krijgen als hij geen kinderen heeft en de allerrijkste worden als hij geen geld bezit. (Vedabase)
Niet erkend zal hij roem verwerven, ongeletterd zal hij geleerd worden; dit verhaal zo zegenrijk zal al het ongeluk van de mens verdrijven.
Ook zal iemand die dit verhaal drie keer hoort zeer grote faam verwerven als hij in de maatschappij geen erkenning heeft gevonden, en een groot geleerde worden als hij analfabeet is. Met andere woorden, het is zo zegenrijk om naar de vertellingen over Prithu Mahârâja te luisteren dat het alle ongeluk verdrijft. (Vedabase)
Door hen die uitzien naar welvaart, een goede naam, een langer leven, het succes van de hemel, het tenietdoen van de invloed van het Tijdperk van de Redetwist en zij die uit zijn op de hogere zaak van de volledige volmaaktheid van de vier der religie, de economie, het genoegen van de zinnen en de bevrijding, moet deze vertelling met het grootste respect worden aangehoord.
Door naar deze vertelling over Prithu Mahârâja te luisteren, kan men beroemd worden, zijn leven verlengen, naar de hemelse planeten verheven worden en het effect van de besmetting van dit tijdperk van Kali neutraliseren. Daar komt nog bij dat men vooruitgang kan maken op het gebied van religie, vermeerdering van rijkdom, zinsbevrediging en bevrijding. Daarom is het voor een materialistisch mens die in zulke dingen geïnteresseerd is in elk opzicht raadzaam om de vertellingen over het leven en karakter van Prithu Mahârâja te lezen en te horen. (Vedabase)
Aan die koning, op de strijdwagen eropuit trekkend zijn overwinning te behalen, die hiervan verneemt, zullen de andere koningen belastingen afdragen zoals men dat deed aan koning Prithu.
Als een koning die de overwinning wil behalen en zijn macht wil uitbreiden, het verhaal van Prithu Mahârâja drie keer chant voordat hij op zijn strijdwagen wegrijdt, zullen alle aan hem ondergeschikte koningen zodra hij het hen beveelt vanzelf allerlei belastingen aan hem afdragen - net zoals dat ten tijde van Mahârâja Prithu gebeurde. (Vedabase)
Bevrijd van alle materiële betrokkenheid, met het uitvoeren van onvermengde toegewijde dienst jegens de Allerhoogste Heer, moet men luisteren, er anderen naar doen luisteren en doorgaan met lezen over het vrome karakter van de zoon van Vena.
Zelfs een zuivere toegewijde die de verschillende onderdelen van toegewijde dienst beoefent en zich op het transcendentale niveau bevindt, verdiept als hij is in Krishna-bewustzijn, moet in de loop van zijn toegewijde dienst over het karakter en het leven van Prithu Mahârâja horen en lezen en anderen ertoe aanzetten om hetzelfde te doen. (Vedabase)
O zoon van Vicitravîrya [Vidura], ik gaf uitleg over tot welke mate van grootheid men kan ontwaken en behoort vooruit te streven als men, in relatie tot het buitengewone van deze tekst, op die manier betrokken is.
De grote wijze Maitreya vervolgde: Beste Vidura, ik heb dit verhaal over Prithu Mahârâja, dat iemands devotionele houding vergroot, zo uitgebreid mogelijk verteld. Wie ervan gebruik maakt, zal net zoals Mahârâja Prithu terugkeren naar huis, terug naar God. (Vedabase)
Hij die bij herhaling verneemt van deze vertelling over Prithu met de grootste eerbied en er ook verslag van doet bevrijd in de omgang aangaande de Allerhoogste Heer - die persoon zal ten volle de gehechtheid realiseren aan Zijn voeten die de boot zijn voor de oceaan der onwetendheid.
Wie met grote eerbied en bewondering regelmatig de geschiedenis van Mahârâja Prithu's activiteiten leest, chant en beschrijft, zal zeker een onwankelbaar geloof in de lotusvoeten van de Heer ontwikkelen en er zeer aan gehecht raken. De lotusvoeten van de Heer zijn de boot waarmee men de oceaan van onwetendheid kan oversteken. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties