regelbalk



 

Canto 3

Krishna Murâri

 

 

Hoofdstuk 25: De Heerlijkheden van de Toegewijde Dienst (c)

(1) S'rî S'aunaka zei: "Hoewel Zelf ongeboren, nam de Allerhoogste Heer persoonlijk, vanuit Zijn eigen vermogen, geboorte als Heer Kapila, de analyticus van de uiteindelijke waarheid, teneinde voor  de mensheid de bovenzinnelijke kennis te verspreiden. (2) Herhaaldelijk te vernemen over Hem, de meest vooraanstaande der yogi's en de godheid der Veda's wiens meerdere onder de mensen niet te vinden is, maakt me blij in al mijn zinnen. (3) Alstublieft, geef mij een getrouwe beschrijving van al het lofwaardige dat de Opperheer die zo vol is van de verrukking van de ziel, vanuit Zijn interne vermogen deed."

(4) Sûta zei: ''Als een vriend van Vyâsadeva sprak de vererenswaardige Maitreya die er tevreden over was dat er gevraagd werd naar de bovenzinnelijke kennis, toen als volgt tot Vidura. (5) Maitreya zei: 'Nadat de vader naar het woud vertrokken was, bleef Heer Kapila achter bij het Bindu-sarovarameer met het verlangen Zijn moeder een genoegen te doen. (6) Toen Hij [op een dag] comfortabel voor haar zat, herinnerde Devahûti zich wat Brahmâ had gezegd en richtte ze zich tot Hem. Hij, haar zoon, was in staat om haar het pad te tonen dat leidt naar het doel van de uiteindelijke werkelijkheid.

(7) Devahûti zei: 'O mijn Heer, ik ben van afschuw vervuld over de heersende onwaarheid van mijn geprikkelde zinnen waardoor ik neerstortte in de diepte der onwetendheid. (8) Tot slot van vele geboorten heb ik dankzij Jouw genade Jou nu bereikt als mijn bovenzinnelijke oog om de duisternis der onwetendheid te boven te komen die zo moeilijk te verslaan is. (9) Hij de oorsprong, de Allerhoogste Heer van alle schepselen en de Meester van het Universum is met Jou - gelijk de zon - voor het oog verrezen dat verblind was door de duisternis van de onbewuste staat. (10) Je betrok me in deze misvatting van het 'ik en mijn' [van het valse ego], wees nu zo goed mijn Heer om een einde te maken aan deze begoochelde staat. (11) In het verlangen kennis te verkrijgen over het materiële en persoonlijke aspect [prakriti en purusha], breng ik Jou mijn eerbetuigingen, Jij die de grootste bent van alle zieners van de ware natuur. Ik heb mijn toevlucht gezocht bij Jouw voeten omdat Jij de persoon bent die het waard is, Jij bent voor degenen die van Jouw afhankelijk zijn de bijl die de boom van het materieel bepaalde bestaan velt.'

(12) Maitreya zei: 'Aldus vernemend over het algemeen menselijke, onschuldige verlangen van Zijn moeder om te slagen op het pad der bevrijding, wijdde Hij met een verheugde geest en een lichte glimlach op Zijn prachtige gezicht uit over de weg der transcendentalisten. (13) De Opperheer zei: 'De yogadiscipline van het zich verhouden tot de ziel ter wille van de volledige onthechting van welk plezier of leed dan ook, vormt het uiteindelijke heil voor de mensheid dat Ik goedkeur. (14) O vrome moeder, Ik zal u nu dat vertellen wat Ik voorheen heb uitgelegd aan de wijzen die graag wilden vernemen over alles wat het yogasysteem aangaat. (15) [De staat van] bewustzijn van het levende wezen wordt [verantwoordelijk] geacht voor zijn gebondenheid en bevrijding. Aangetrokken tot de drie geaardheden der natuur raakt men materieel geconditioneerd, maar hecht men aan de ziel van het universum [de Oorspronkelijke Persoon] dan is men van de bevrijding. (16) Van de onzuiverheden van de lust en het begeren en dergelijke, die resulteren uit de misvatting van het 'ik en mijn', raakt men bevrijd als de geest zuiver is in gelijkmoedigheid, zonder leed en zonder plezier. (17) Het is in die staat dat de persoon, die zuiver en ontstegen aan de materiële natuur ongebonden en onverdeeld is, zichzelf niet ziet als iemand anders maar als innerlijk verlicht. (18) Met een geest vol van geestelijke kennis, verzaking en verbondenheid in toewijding staat men onverschillig tegenover het materiële bestaan dat dan minder van invloed is. (19) Er is geen pad van yoga dat zo gunstig is voor het ontwikkelen van een volmaakte geest als het verrichten van toegewijde dienst voor de Allerhoogste Heer, de volledigheid van de Ziel. (20) Een ieder met kennis van zaken weet dat sterke gehechtheid de verstriktheid van de ziel vormt, maar dat diezelfde gehechtheid voor toegewijden de deur opent naar de bevrijding. (21) Tolerant zijnde, mededogend, alle levende wezens welgezind en zonder vijandschap jegens wie dan ook, vredig en zich houdend aan de geschriften is de sâdhu [de deugdzame mens, de heilige, een ziener] gesierd met sublieme kwaliteiten. (22) Zij die in relatie tot Mij standvastig zijn in het verrichten van hun toegewijde dienst, zien onwrikbaar te Mijnentwille er van af in begeerte te handelen en geven hun familiebanden en vriendschappen op. (23) Er verrukt over naar de verhalen over Mij te luisteren, concentreren ze zich op Mij en zingen ze [Mijn namen], zonder dat ze daarbij in hun verschillende boetedoeningen leed veroorzaken. (24) O deugdzame moeder, probeer gehecht te raken aan deze toegewijden die vrij van alle gehechtheid zijn, want zij zijn het die de schadelijke effecten van het materieel verstrikt zijn tegenwicht bieden. (25) Door met hen om te gaan die de waarheid koesteren, worden de verhalen die men cultiveerde in het bespreken van Mijn heldendom, een vreugde voor het oor en het hart en zal spoedig, als men vast overtuigd de aantrekking ervaart op het pad der bevrijding, als vanzelf de toewijding volgen. (26) Iemand die zich bevindt in toegewijde dienst zal er oprecht naar streven zijn geest onder controle te krijgen op het pad van de yoga als hij, voortdurend nadenkend over mijn beleid, in zijn bhakti een afkeer heeft ontwikkeld voor het bevredigen van zijn zinnen in relatie tot wat hij ziet [het heden] en waarover hij verneemt [de toekomst en het verleden]. (27) Als persoon niet de dienaar zijnde van de geaardheden der natuur, bereikt men middels de spirituele kennis, met de versobering ontwikkeld in de yoga op Mij geconcentreerd en Mij toegewijd, nog in dit zelfde leven de Superziel vanbinnen.'

(28) Devahûti zei: 'Wat is het juiste idee van toewijding voor Jou dat voor mij geschikt is en waardoor ik direct bevrijding aan Je voeten kan vinden? (29) Wat o belichaming van de hemel, is de aard van de yoga om de Allerhoogste voor ogen te hebben waarover Je het had en met hoeveel indelingen is men zich ermee bewust van de werkelijkheid? (30) Leg dit alsJeblieft aan mij uit wiens intelligentie maar traag van begrip is o mijn Heer, zodat ik door Jouw genade moeiteloos doorkrijg wat voor een vrouw zo moeilijk te begrijpen is.'

(31) Maitreya zei: 'Kapila begreep wat Zijn moeder wilde. Uit haar geboren leefde Hij met haar mee en beschreef Hij aldus de waarheden in geestelijke erfopvolging doorgegeven van wat men de analytische yoga noemt, een yogavorm die in feite een ontwikkeling is van mystiek inzicht in de toewijding. (32) De Fortuinlijke zei: 'Het goddelijke van het zich [middels de zintuigen en hun heersende goden] verhouden tot de kwaliteiten der materie werkt in overeenstemming met de geschriften als iemand in relatie tot het goede [de Heer] innerlijk niet verdeeld is. In feite is de toegewijde dienst vrij van verlangens voor de Allerhoogste Persoon - die de enkele beheersing [van de verloste staat] te boven gaat - iets waar men van nature toe geneigd is. (33) Zoals voedsel wordt verbrand door het vuur van de spijsvertering maakt deze dienst snel een einde aan de subtiele innerlijke roerselen van de materiële motivatie [het 'subtiele lichaam']. (34) Zuivere toegewijden die zich bezighouden met de dienst aan Mijn lotusvoeten en er naar streven om Mij te bereiken, verlangen er nooit en te nimmer naar één met Mij te zijn. Ze komen samen om met elkaar Mijn persoonlijke handelingen te loven. (35) O moeder, ze zien Mijn glimlachende gezicht en Mijn ogen zo prachtig als de ochtendzon en spreken met Mij in gunstige termen over de zegening van Mijn bovenzinnelijke gedaanten. (36) Door die gedaanten die zo bekoorlijk zijn in al hun ledematen, verheven spel en vermaak, glimlachende blikken en hun woorden, worden hun geesten en zinnen in beslag genomen waardoor in hun toewijding ongewild de verfijning wordt veilig gesteld van Mijn hemel. (37) Bijgevolg verlangen ze niet naar Mijn weelde of het achtvoudige meesterschap over de materiële illusie [de siddhi's zie 3.15: 45], noch volgen ze een verlangen naar de schittering van de Allerhoogste Goddelijkheid. Vol van geluk over Mij als de Allerhoogste genieten die toegewijden enkel hun eenvoudige levens. (38) O moeder, Mijn toegewijden zullen nimmer, door geen [verandering van de] tijd of welk vernietigingswapen ook, Mij [en Mijn weelde] verliezen die door hen werd uitverkozen als hun dierbaarste zelf, zoon, vriend, leraar, begunstiger en godheid. (39-40) Op die manier verwijlend in zowel deze wereld als in de wereld der subtiele voorstellingen, aanbidden zij die in de omgang met Mijn belichaming in deze wereld rijkdom, vee, huizen en al het overige hebben opgegeven in onwankelbare toewijding Mij, de alles-doordringende Heer der bevrijding, omdat Ik hen meevoer naar gene zijde van geboorte en dood. (41) Niets of niemand anders dan Ik, de Opperheer en oorspronkelijke heerser over de stof en de persoon, de Ziel aller zielen, kan aan de verschrikkelijke vrees [van geboorte en dood] een einde maken. (42)  Uit vrees voor Mij waait de wind en schijnt de zon, uit vrees voor Mij laat Indra het regenen en brandt het vuur, en uit vrees voor Mij waart de dood rond. (43) Verenigd in spirituele kennis en verzaking, nemen yogi's in bhakti yoga hun toevlucht tot Mijn voeten ter wille van het uiteindelijke heil. (44) Mensen kunnen  in deze wereld alleen de uiteindelijke perfectie van het leven bereiken als ze standvastig hun geest concentreren in een intensieve praktijk van toewijding voor Mij.'
 

next                        

 
Derde herziene editie, geladen 16 september 2010.

   

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'aunaka zei: "Hoewel Zelf ongeboren, nam de Allerhoogste Heer persoonlijk, vanuit Zijn eigen vermogen, geboorte als Heer Kapila, de analyticus van de uiteindelijke waarheid, teneinde voor de mensheid de bovenzinnelijke kennis te verspreiden.
S'rî S'aunaka zei: "Hoewel Zelf ongeboren, nam de Allerhoogste Heer, persoonlijk door Zijn eigen vermogen geboorte als Heer Kapila, de analyticus van de uiteindelijke waarheid, teneinde voor de mensheid de bovenzinnelijke kennis te verspreiden. (Vedabase)

 

Tekst 2

Herhaaldelijk te vernemen over Hem, de meest vooraanstaande der yogi's en de godheid der Veda's wiens meerdere onder de mensen niet te vinden is, maakt me blij in al mijn zinnen.

Horend over Hem, wiens meerdere onder de mensen niet te vinden is, de meest vooraanstaande der yogi's en de godheid der Veda's, zijn daadwerkelijk mijn zinnen bevredigd. (Vedabase)

 

Tekst 3

 Alstublieft, geef mij een getrouwe beschrijving van al het lofwaardige dat de Opperheer die zo vol is van de verrukking van de ziel, vanuit Zijn interne vermogen deed."

Alstublieft, geef mij een getrouwe beschrijving van al wat het prijzenswaardige is dat de Opperheer, zo vol van de verrukking van de ziel, vanuit Zijn interne vermogen zo doet." (Vedabase)

 

Tekst 4

Sûta zei: ''Als een vriend van Vyâsadeva sprak de vererenswaardige Maitreya die er tevreden over was dat er gevraagd werd naar de bovenzinnelijke kennis, toen als volgt tot Vidura.

Sûta zei: ''Als een vriend van Vyâsadeva sprak de vererenswaardige Maitreya toen als volgt tot Vidura, daar het hem had behaagd ondervraagd te worden over de bovenzinnelijke kennis. (Vedabase)

 

Tekst 5

Maitreya zei: 'Nadat de vader naar het woud vertrokken was bleef Heer Kapila achter bij het Bindu-sarovarameer met het verlangen Zijn moeder een genoegen te doen.

Maitreya zei: 'Toen de vader naar het woud vertrokken was, bleef Heer Kapila achter bij het Bindu-sarovarmeer met het verlangen Zijn moeder werkelijk een genoegen te doen. (Vedabase)

 

Tekst 6

Toen Hij [op een dag] comfortabel voor haar zat, herinnerde Devahûti zich wat Brahmâ had gezegd en richtte ze zich tot Hem. Hij, haar zoon, was in staat om haar het pad te tonen dat leidt naar het doel van de uiteindelijke werkelijkheid.

Tot Hem, haar Zoon, comfortabel gezeten, die in staat was om haar het pad te tonen naar het doel van de uiteindelijke werkelijkheid, sprak Devahûti met de woorden van Brahmâ in gedachten. (Vedabase)

 

Tekst 7

Devahûti zei: 'O mijn Heer, ik ben van afschuw vervuld over de heersende onwaarheid van mijn geprikkelde zinnen waardoor ik neerstortte in de diepte der onwetendheid.

Devahûti zei: 'O mijn Heer, ik ben van afschuw vervuld over de heersende onwaarheid van de geprikkelde zinnen, welke mij deed neerstorten in de diepte der onwetendheid. (Vedabase)

 

Tekst 8

Tot slot van vele geboorten heb ik dankzij Jouw genade Jou nu bereikt als mijn bovenzinnelijke oog om de duisternis der onwetendheid te boven te komen die zo moeilijk te verslaan is.

Tot slot van vele geboorten reikte ik door Jouw genade tot Je bovenzinnelijke oog, zodat ik nu de duisternis der onwetendheid te boven kan komen welke zo moeilijk te verslaan is. (Vedabase)

   

Tekst 9

Hij de oorsprong, de Allerhoogste Heer van alle schepselen en de Meester van het Universum is met Jou - gelijk de zon - voor het oog verrezen dat verblind was door de duisternis van de onbewuste staat.

Hij die de oorsprong is, de Allerhoogste Heer van alle schepselen en in feite de Meester van het Universum is, is met Jou, gelijk de zon, voor het oog verrezen dat verblind was door de duisternis van het onbenul.  (Vedabase)

  

Tekst 10

Je betrok me in deze misvatting van het 'ik en mijn' [van het valse ego], wees nu zo goed mijn Heer om een einde te maken aan deze begoochelde staat.  

Nu, mijn Heer, voel Je vrij om het wanbegrip uit te drijven, de misvatting van het Ik en Mijn in dezen, waarmee Jij, zoals Je weet, me hebt bezig gehouden. (Vedabase)

Tekst 11

In het verlangen kennis te verkrijgen over het materiële en persoonlijke aspect [prakriti en purusha], breng ik Jou mijn eerbetuigingen, Jij die de grootste bent van alle zieners van de ware natuur. Ik heb mijn toevlucht gezocht bij Jouw voeten omdat Jij de persoon bent die het waard is, Jij bent voor degenen die van Jouw afhankelijk zijn de bijl die de boom van het materieel bepaalde bestaan velt.'

Met het verlangen te weten over het materiële en het persoonlijke aspect, breng ik Jou, die de grootste bent van alle zieners van de ware natuur, mijn eerbetuigingen, mijn toevlucht gezocht hebbend bij Jouw voeten, daar Jij de persoon bent die het waard is; voor degenen die van Jouw afhankelijk zijn, ben Jij de bijl die de boom van het materiële bestaan velt.' (Vedabase)

 

 Tekst 12

Maitreya zei: 'Aldus vernemend over het algemeen menselijke, onschuldige verlangen van Zijn moeder om te slagen op het pad der bevrijding, wijdde Hij met een verheugde geest en een lichte glimlach op Zijn prachtige gezicht uit over de weg der transcendentalisten.

Maitreya zei: 'Aldus van Zijn moeder vernemend over de zuivere wens van de mens aan zelfrealisatie te winnen op het pad der bevrijding, gaf Hij met een geest van dankbaarheid, met een lichte glimlach op Zijn prachtige gezicht, uitleg over de weg der transcendentalisten. (Vedabase)


Tekst 13

De Opperheer zei: 'De yogadiscipline van het zich verhouden tot de ziel ter wille van de volledige onthechting van welk plezier of leed dan ook, vormt het uiteindelijke heil voor de mensheid dat Ik goedkeur.

De Opperheer zei: 'De yogadiscipline van de mensen van het zich verhouden tot de ziel draagt Mijn goedkeuring weg voor het heil van de uiteindelijke onthechting van welke vorm van genot of leed dan ook.  (Vedabase)


Tekst 14

O vrome moeder, Ik zal u nu dat vertellen wat Ik voorheen heb uitgelegd aan de wijzen die graag wilden vernemen over alles wat het yogasysteem aangaat.

Ik zal u nu precies datgene uiteenzetten wat Ik voorheen heb uitgelegd, o vrome moeder, aan de wijzen die er zo naar uitzagen te vernemen over alles wat samenhangt met het yogasysteem. (Vedabase)

 

Tekst 15

[De staat van] bewustzijn van het levende wezen wordt [verantwoordelijk] geacht voor zijn gebondenheid en bevrijding. Aangetrokken tot de drie geaardheden der natuur raakt men materieel geconditioneerd, maar hecht men aan de ziel van het universum [de Oorspronkelijke Persoon] dan is men van de bevrijding.

Het is zo dat het bewustzijn van hem, die in gebondenheid uit is op de vrijheid van het zelf, onder invloed staat van de geaardheden der materiële natuur, maar als men wordt bewogen in aantrekking van het geconditioneerd zijn aan wat de moeder van de deugd is, is men van de bevrijding. (Vedabase)

Tekst 16

Van de onzuiverheden van de lust en het begeren en dergelijke, die resulteren uit de misvatting van het 'ik en mijn', raakt men bevrijd als de geest zuiver is in gelijkmoedigheid, zonder leed en zonder plezier.

Van de onzuiverheden van lust en het begeren en dergelijke, die resulteren uit de misvatting van het Ik en Mijn, is men bevrijd, als de geest zuiver is in gelijkmoedigheid, zonder leed en zonder plezier. (Vedabase)

 

Tekst 17

Het is in die staat dat de persoon, die zuiver en ontstegen aan de materiële natuur ongebonden en onverdeeld is, zichzelf niet ziet als iemand anders maar als innerlijk verlicht.

Dan ziet de persoon, zuiver en ontstegen aan de materiële natuur de materiële wereld en zichzelf als zijnde niet verschillend en als stralend in zichzelf zonder gebondenheid en verbrokkeling. (Vedabase)

Tekst 18

Met een geest vol van geestelijke kennis, verzaking en verbondenheid in toewijding staat men onverschillig tegenover het materiële bestaan dat dan minder van invloed is.

Door geestelijke kennis en verzaking, en verbonden in toewijding, staat men onverschillig tegenover het materiële bestaan dat men in kracht afgenomen ziet. (Vedabase)

  

Tekst 19

Er is geen pad van yoga dat zo gunstig is voor het ontwikkelen van een volmaakte geest als het verrichten van toegewijde dienst voor de Allerhoogste Heer, de volledigheid van de Ziel.

Naast het handelen in toegewijde dienst voor de Allerhoogste Heer is, naar de volledigheid van de Ziel, geen andere weg van yoga zo gunstig voor de volmaaktheid van de geest. (Vedabase)

 

Tekst 20

Een ieder met kennis van zaken weet dat sterke gehechtheid de verstriktheid van de ziel vormt, maar dat diezelfde gehechtheid voor toegewijden de deur opent naar de bevrijding.

Een ieder die van kennis is weet dat sterke gehechtheid de verstriktheid van de ziel is, maar dat die zelfde gehechtheid in handen van toegewijden de deur naar de bevrijding opent. (Vedabase)

 

Tekst 21

Tolerant zijnde, mededogend, alle levende wezens welgezind en zonder vijandschap jegens wie dan ook, vredig en zich houdend aan de geschriften is de sâdhu [de deugdzame mens, de heilige, een ziener] gesierd met sublieme kwaliteiten.

Tolerant, mededogend, alle levende wezens welgezind en zonder vijandschap jegens wie ook, vredig en zich houdend aan de geschriften is de sâdhu [de deugdzame mens, de heilige, een ziener] gesierd met sublieme kwaliteiten. (Vedabase)

 

Tekst 22

Zij die in relatie tot Mij standvastig zijn in het verrichten van hun toegewijde dienst, zien onwrikbaar te Mijnentwille er van af in begeerte te handelen en geven hun familiebanden en vriendschappen op.

Jegens Mij niet aflatend in het doen van hun toegewijde dienst zien zij die onwrikbaar zijn te Mijnentwille, er vanaf in begeerte te handelen, hun eigen familie en vrienden opgevend. (Vedabase)

 

Tekst 23

Er verrukt over naar de verhalen over Mij te luisteren, concentreren ze zich op Mij en zingen ze [Mijn namen], zonder dat ze daarbij in hun verschillende boetedoeningen leed veroorzaken.

In verrukking over het aanhoren van de verhalen over Mij, zingen ze en concentreren ze hun gedachten op Mij, zonder wie dan ook moeilijkheden te bezorgen in hun uiteenlopende boetedoeningen. (Vedabase)

  

Tekst 24

O deugdzame moeder, probeer gehecht te raken aan deze toegewijden die vrij van alle gehechtheid zijn, want zij zijn het die de schadelijke effecten van het materieel verstrikt zijn tegenwicht bieden.

Met diezelfde toegewijden, o deugdzame moeder, die zijn bevrijd van alle gehechtheden, moet u de gehechtheid zoeken, daar waarlijk zij diegenen zijn die de schadelijke effecten van de materiële verstriktheid tegenwicht bieden. (Vedabase)

 

Tekst 25

Door met hen om te gaan die de waarheid koesteren, worden de verhalen die men cultiveerde in het bespreken van Mijn heldendom, een vreugde voor het oor en het hart en zal spoedig, als men vast overtuigd de aantrekking ervaart op het pad der bevrijding, als vanzelf de toewijding volgen.

Middels de omgang met hen die van de waarheid zijn, in het bespreken van Mijn heldendom, worden de gecultiveerde verhalen een vreugde voor het oor en het hart en zal spoedig de toewijding vanzelf volgen op de vaste overtuiging en aantrekking op het pad der bevrijding. (Vedabase)

 

Tekst 26

Iemand die zich bevindt in toegewijde dienst zal er oprecht naar streven zijn geest onder controle te krijgen op het pad van de yoga als hij, voortdurend nadenkend over mijn beleid, in zijn bhakti een afkeer heeft ontwikkeld voor het bevredigen van zijn zinnen in relatie tot wat hij ziet [het heden] en waarover hij verneemt [de toekomst en het verleden].

Het door toegewijde dienst ontwikkeld hebben van afkeer van het sensuele van wat gezien en gehoord wordt, voortdurend denkend aan Mijn handelen en met de geest bezig in de beheersing van de verbondenheid der yoga, zal men gemak ervaren op het pad van het pogen het bewustzijn te verenigen. (Vedabase)


Tekst 27

Als persoon niet de dienaar zijnde van de geaardheden der natuur, bereikt men middels de spirituele kennis, met de versobering ontwikkeld in de yoga op Mij geconcentreerd en Mij toegewijd, nog in dit zelfde leven de Superziel vanbinnen.'

Als men met zijn persoon niet de dienaar is van de geaardheden der natuur, bereikt men door spirituele kennis, met de versobering ontwikkeld in de yoga, op Mij geconcentreerd en Mij toegewijd, nog in dit zelfde leven het absolute van de Ziel.' (Vedabase)

 

Tekst 28

Devahûti zei: 'Wat is het juiste idee van toewijding voor Jou dat voor mij geschikt is en waardoor ik direct bevrijding aan Je voeten kan vinden?

Devahûti zei: 'Wat is jegens Jou het juiste idee van toewijding voor mij geschikt waardoor ik zonder omhaal, bevrijding aan Je voeten kan vinden? (Vedabase)

 

Tekst 29

Wat o belichaming van de hemel, is de aard van de yoga om de Allerhoogste voor ogen te hebben waarover Je het had en met hoeveel indelingen is men zich ermee bewust van de werkelijkheid?

Wat is, aansturend op de Allerhoogste, o belichaming van de hemel, de aard van die yoga waarover Je uitleg verschafte; in hoeveel verdelingen wordt de werkelijkheid daardoor begrepen? (Vedabase)

  

Tekst 30

Leg dit alsJeblieft aan mij uit wiens intelligentie maar traag van begrip is o mijn Heer, zodat ik door Jouw genade moeiteloos doorkrijg wat voor een vrouw zo moeilijk te begrijpen is.'

Leg alsJeblieft datzelfde uit aan mij, wiens intelligentie maar traag van begrip is, o mijn Heer, zodat ik door Jouw genade met gemak kan bevatten wat voor een vrouw zo moeilijk te begrijpen is.' (Vedabase)

 

Tekst 31

Maitreya zei: 'Kapila begreep wat Zijn moeder wilde. Uit haar geboren leefde Hij met haar mee en beschreef Hij aldus de waarheden in geestelijke erfopvolging doorgegeven van wat men de analytische yoga noemt, een yogavorm die in feite een ontwikkeling is van mystiek inzicht in de toewijding.

Maitreya zei: 'Kapila begrijpend waar Zijn moeder op uit was vond, geboren uit haar lichaam, mededogen voor haar en beschreef de waarheden van het analytische van de yoga zoals ze waren doorgegeven en in feite reiken tot het devotionele van een verenigd bewustzijn. (Vedabase)

 

Tekst 32

De Fortuinlijke zei: 'Het goddelijke van het zich [middels de zintuigen en hun heersende goden] verhouden tot de kwaliteiten der materie werkt in overeenstemming met de geschriften als iemand in relatie tot het goede [de Heer] innerlijk niet verdeeld is. In feite is de toegewijde dienst vrij van verlangens voor de Allerhoogste Persoon - die de enkele beheersing [van de verloste staat] te boven gaat - iets waar men van nature toe geneigd is.

Onze lieve Heer zei: 'Het goddelijke van het zich verhouden tot de materiële kwaliteiten werkt in overeenstemming met de geschriften; en zo is de eenheid van het denken van nature al geneigd tot een goedheid van onverdeelde toegewijde dienst aan de Allerhoogste, welke de enkele beheersing te boven gaat.  (Vedabase)

 

Tekst 33

Zoals voedsel wordt verbrand door het vuur van de spijsvertering maakt deze dienst snel een einde aan de subtiele innerlijke roerselen van de materiële motivatie [het 'subtiele lichaam'].

Het maakt snel een eind aan de subtiele innerlijke roerselen zoals voedsel wordt verbrand door het vuur van de spijsvertering. (Vedabase)

 

Tekst 34

Zuivere toegewijden die zich bezighouden met de dienst aan Mijn lotusvoeten en er naar streven om Mij te bereiken, verlangen er nooit en te nimmer naar één met Mij te zijn. Ze komen samen om met elkaar Mijn persoonlijke handelingen te loven.

De zuivere toegewijden die, bezig met de dienst aan Mijn lotusvoeten er naar streven Mij te bereiken, verlangen er in welk opzicht ook nooit naar één met Mij te zijn; ze komen tezamen om met elkaar van lof te zijn voor Mijn persoonlijke handelingen. (Vedabase)

  

Tekst 35

O moeder, ze zien Mijn glimlachende gezicht en Mijn ogen zo prachtig als de ochtendzon en spreken met Mij in gunstige termen over de zegening van Mijn bovenzinnelijke gedaanten.

O moeder, ze zien Mijn glimlachende gezicht en Mijn ogen zo prachtig als de ochtendzon en spreken met Mij in gunstige termen over de zegening van de bovenzinnelijke gedaanten. (Vedabase)

 

Tekst 36

Door die gedaanten die zo bekoorlijk zijn in al hun ledematen, verheven spel en vermaak, glimlachende blikken en hun woorden, worden hun geesten en zinnen in beslag genomen waardoor in hun toewijding ongewild de verfijning wordt veilig gesteld van Mijn hemel.

Door die gedaanten zo bekoorlijk in al hun ledematen, verheven spel en vermaak, glimlachende blikken en het behagen van hun verrukkelijke woorden, worden hun geesten en zinnen in beslag genomen en wordt in hun toewijding boven hun weerzin het subtiele veilig gesteld van Mijn verblijfplaats. (Vedabase)

 

Tekst 37

Bijgevolg verlangen ze niet naar Mijn weelde of het achtvoudige meesterschap over de materiële illusie [de siddhi's zie 3.15: 45], noch volgen ze een verlangen naar de schittering van de Allerhoogste Goddelijkheid. Vol van geluk over Mij als de Allerhoogste genieten die toegewijden enkel hun eenvoudige levens.

Ze verlangen dan niet naar Mijn weelde of het achtvoudige meesterschap van het heersen over de illusie [de siddhis zie 3.15:45] of volgen ze na voor de schittering van de Allerhoogste Goddelijkheid; vol van geluk over Mij als de Allerhoogste, genieten die toegewijden enkel hun eenvoudige levens. (Vedabase)

 

Tekst 38

O moeder, Mijn toegewijden zullen nimmer, door geen [verandering van de] tijd of welk vernietigingswapen ook, Mij [en Mijn weelde] verliezen die door hen werd uitverkozen als hun dierbaarste zelf, zoon, vriend, leraar, begunstiger en godheid.

O moeder, nimmer, bij welke tijd of welk wapen van vernietiging ook, zullen Mijn toegewijden Mij verliezen, Ik die werd uitverkozen als hun dierbaarste zelf, zoon, vriend, leraar, begunstiger en godheid. (Vedabase)

 

Tekst 39-40

Op die manier verwijlend in zowel deze wereld als in de wereld der subtiele voorstellingen, aanbidden zij die in de omgang met Mijn belichaming in deze wereld rijkdom, vee, huizen en al het overige hebben opgegeven in onwankelbare toewijding Mij, de alles-doordringende Heer der bevrijding, omdat Ik hen meevoer naar gene zijde van geboorte en dood.

Daarnaar verwijlend in zowel deze wereld als in die wereld van het subtiele lichaam, aanbidden zij die in relatie tot de belichaming in deze wereld rijkdom, vee, huizen en al het overige hebben opgegeven Mij, de alles-doordringende Heer der bevrijding, in onwankelbare toewijding, daar Ik hen meevoer naar gene zijde van geboorte en dood. (Vedabase)

 

Tekst 41

Niets of niemand anders dan Ik, de Opperheer en oorspronkelijke heerser over de stof en de persoon, de Ziel aller zielen, kan aan de verschrikkelijke vrees [van geboorte en dood] een einde maken.

Door niemand anders dan door Mij, de Opperheer en heerser als de oorspronkelijke persoon, de Ziel aller zielen, kan de verschrikkelijke vrees [van geboorte en dood] worden losgelaten. (Vedabase)

 

Tekst 42

Uit vrees voor Mij waait de wind en schijnt de zon, uit vrees voor Mij laat Indra het regenen en brandt het vuur, en uit vrees voor Mij waart de dood rond.

In vrees voor Mij waait de wind, en schijnt de zon; uit vrees voor Mij doet Indra de regens vallen en brandt het vuur, en voor Mij bevreesd waart de dood rond. (Vedabase)

 

Tekst 43

Verenigd in spirituele kennis en verzaking, nemen yogi's in bhakti yoga hun toevlucht tot Mijn voeten ter wille van het uiteindelijke heil.

Verbonden in de kennis en verzaking, nemen yogî's middels bhakti-yoga hun toevlucht tot Mijn voeten voor het heil van het eeuwige. (Vedabase)

 

Tekst 44

Mensen kunnen  in deze wereld alleen de uiteindelijke perfectie van het leven bereiken als ze standvastig hun geest concentreren in een intensieve praktijk van toewijding voor Mij.'

Alleen voor zover iemands denken is geconcentreerd in een intensieve praktijk van toewijding tot Mij, zullen mensen die in deze wereld gaan voor de volmaaktheid van het leven, stabiel zijn.' (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

 

 Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De illustratie van een jonge Kapila die met Zijn moeder Devahûti praat is van B.K. Mitra.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties