Canto
12
Hoofdstuk 1: Het Verval van de Dynastieën en de Corrupte Aard van de Heersers van Kali-yuga(0) S'rî Parîkchit zei: 'Alstublieft o wijze kan u me vertellen wiens dynastie over de aarde heerste nadat Krishna, het juweel van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?' [*]
(1-2) S'rî S'uka zei: 'De laatste nazaat die er van Brihadratha in de toekomst zal zijn [zie 9.22: 49] wordt Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]; maar zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen zoon genaamd Pradyota [historisch: Bimbisâra] tot koning uit te roepen, van wie de zoon Pâlaka, Vis'âkhayûpa als zijn zoon zal hebben met Râjaka daarop als de volgende. (3) Zijn zoon zal Nandivardhana zijn; deze vijf pradyotana-koningen zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten. (4) Dan zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajñazal worden geboren. (5) De zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka zal zijn zoon zijn van wie men zich Ajaya zal heugen. (6-8) Van Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen, o beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk driehonderdenzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zijn geboorte nemend uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse, zal, machtig als hij is als een heerser over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse vormen; de koningen dan zullen, vervallend in goddeloosheid, niet beter dan s'ûdra's worden. (9) Hij, die heerser over miljoenen [ookwel bekend als Ugrasena], zal als de enige leiding over de ganse aarde ongeslagen zijn en in zijn alleenheerschappij als een tweede Paras'urâma zijn [zie 9.15 & 16]. (10) De acht zoons met Sumâlya voorop die aldus van hem ter wereld zullen komen, zullen als koningen deze aarde honderd jaar genieten. (11) Een zekere tweemaal geboren brahmaan [genaamd Cânakya] die het vertrouwen geniet van de negen Nanda's zal hen omverwerpen, waarna als zij verdwenen zijn de Maurya's in Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**]. (12) De brahmaan zal Candragupta op de troon zetten en zijn zoon Vârisâra zal op zijn beurt weer door As'okavardhana worden opgevolgd. (13) Suyas'â zal door hem ter wereld komen; Sangata, Suyas'â's [klein-] zoon [geboren uit zijn zoon Das'aratha] zal S'âlis'ûka zijn van wie er daarna Somas'armâ zal zijn die aan de wieg zal staan van S'atadhanvâ van wie er Brihadratha zal zijn. (14) Deze tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga meer dan honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen. (15-17) Agnimitra [die volgt als de zoon van de generaal Pushpamitra die Brihadratha vermoordde] zal Sujyeshthha op de wereld zetten van wie er Vasumitra zal zijn met op hem volgend Bhadraka en zijn zoon Pulinda. Zijn zoon zal Ghosha zijn wiens zoon Vajramitra zal zijn; door hem zal Bhâgavata worden geboren door wie er Devabhûti zal zijn, o verheven Kuru. Deze tien S'unga's zullen de aarde genieten voor meer dan honderd [112] jaar waarna deze aarde zal vallen onder de heerschappij van de Kânva-dynastie die weinig goede kwaliteiten heeft, o heerser der mensen. (18) Vasudeva, een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, die [met de hulp van een slavin] de wellustige S'unga-koning Devabhûti zal doden, zal dan zelf het bestuur op zich nemen. (19) Zijn zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde heersen. (20) Een man van het Andhra-ras van lage afkomst genaamd Balî, zal als bediende Sus'armâ doden, de [laatste] Kânva-koning en zeer ontaard enige tijd over de aarde heersen. (21-26) Zijn broer, genaamd Krishna, zal dan de volgende heerser over de aarde zijn en de zoon van S'ântakarna, zijn zoon, zal Paurnamâsa zijn. Na Lambodara, zijn zoon, zal Cibilaka de koning zijn en door Cibilaka zal Meghasvâti er komen die Athamâna op de wereld zet, gevolgd door Anishthakarmâ. Door Hâleya, zijn zoon, zal Talaka ter wereld komen wiens zoon Purîshabhîru dan Sunandana krijgt die de volgende koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân er zijn, wiens zoon Medas'irâ zal heten. S'ivaskanda van hem zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben, en daarna zal zijn komeling Vijaya, Candravijña en Lomadhi krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen, o zoon van de Kuru's [***]. (27) Uit de stad Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen voortkomen, tien Gardabhî's, en zestien Kanka-koningen die als aardse heersers hoogst inhalig zullen zijn. (28) Dan zullen acht Yavana's volgen, veertien Turushka's en verder nog tien Gurunda's en elf Maula's. (29-31) Deze [eerste zes dynastieën] zullen duizendnegenennegentig jaar over de aarde heersen, en de elf Maula's zullen driehonderd jaar heersen, mijn beste. Met hen allen dood en verdwenen zullen in de stad Kilakilâ honderdenzes jaar lang de koningen Bhûtananda, gevolgd door Vangiri met daarna S'is'unandi en dan zijn broer Yas'onandi en Pravîraka heersen. (32-33) Van hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de Bâhlika's. Na hen zullen er Pushpamitra en vervolgens zijn zoon koning Durmitra zijn, zowel alsook zeven Andhra's, zeven Kaus'ala's en ook de heersers van Vidûra en de Nishadha's die daarna in dezelfde periode als koningen de scepter zullen voeren. (34) Voor de provincie Mâgadha zal er Vis'vasphûrji zijn, die als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie *4]. (35) De onintelligente koning, die vanuit de beschutting van de stad Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de aarde zal heersen, zal, zich ten opzichte van de burgers overwegend gedragen in strijd met het brahmaanse, de almachtige klasse der kshatriya's te gronde richten. (36) De tweemaal geborenen die leven in de provincies S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften vallen en zij die vooraanstaande posities bekleden zullen niet beter dan s'ûdra's zijn. (37) De landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en anderen die, geestkracht missend, afwijken van de standaard.
(38) O Koning, deze overwegend onwetende aardse zorgdragers die zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend om te heersen] met een heetgebakerd gemoed tegelijkertijd hun burgers weinig vrijheid gunnen [in economisch opzicht]. (39) Met het vernietigen van de levens van vrouwen, kinderen, koeien en bekeerde mensen, hebben ze, met het begeren van andermans vrouwen, dan weer opgetogen, dan gematigd en dan weer terneergeslagen, zwak qua goedheid hoofdzakelijk maar korte levens te leven [of loopbanen]. Tekortschietend in het brengen van offers en zodoende niet geschikt voor het werk zullen zij, deze onnozelaars die zich voordoen als koningen, overschaduwd door hartstocht en onwetendheid, de burgers als het ware verslinden. (40) De mensen in de steden zullen, geleid door het karakter en de manier van spreken en handelen van deze heersers, lijdend onder die 'koningen' en onder elkaar, de vernietiging vinden [in oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12].'
Tweede editie, geladen 22 september 2009
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî Parîkchit zei: 'Alstublieft o wijze kan u me vertellen wiens dynastie over de aarde heerste nadat Krishna, het juweel van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?' [*]
S'rî Parîkchit zei: 'Alstublieft o wijze zeg me, wiens dynastie heerste over de aarde nadat Krishna, het juweel van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?' [*] (Bron: S'rîmad Bhâgavata MahâPurâna by S'astri C.L. Gosvâmî, Gita Press 1995).
S'rî S'uka zei: 'De laatste nazaat die er van Brihadratha in de toekomst zal zijn [zie 9.22: 49] wordt Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]; maar zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen zoon genaamd Pradyota [historisch: Bimbisâra] tot koning uit te roepen, van wie de zoon Pâlaka, Vis'âkhayûpa als zijn zoon zal hebben met Râjaka daarop als de volgende.
S'rî S'uka zei: 'De laatste nazaat die er van Brihadratha in de toekomst zal zijn [zie 9.22: 49] wordt Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]; maar zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen zoon genaamd Pradyota [hist. Bimbisâra] tot koning uit te roepen, van wie de zoon Pâlaka, Vis'âkhayûpa als zijn zoon zal hebben met Râjaka daarop als de volgende. (Vedabase)
Zijn zoon zal Nandivardhana zijn; deze vijf pradyotana-koningen zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten.
Zijn zoon zal Nandivardhana zijn; deze vijf pradyotana-koningen zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten. (Vedabase)
Dan zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajña zal worden geboren.
Dan zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajña zal worden geboren. (Vedabase)
De zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka zal zijn zoon zijn van wie men zich Ajaya zal heugen.
De zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka zal zijn zoon zijn van wie men zich Ajaya zal heugen. (Vedabase)
Van Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen, o beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk driehonderdenzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zijn geboorte nemend uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse, zal, machtig als hij is als een heerser over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse vormen; de koningen dan zullen, vervallend in goddeloosheid, niet beter dan s'ûdra's worden.
Van Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon daarop Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen, o beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk driehonderdenzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zijn geboorte nemend uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse, zal, machtig als hij is als een heerser over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse vormen; de koningen dan zullen, vervallend in goddeloosheid, niet beter dan s'ûdra's worden. (Vedabase)
Hij, die heerser over miljoenen [ookwel bekend als Ugrasena], zal als de enige leiding over de ganse aarde ongeslagen zijn en in zijn alleenheerschappij als een tweede Paras'urâma zijn [zie 9.15 & 16].
Hij, die heerser over miljoenen [ookwel bekend als Ugrasena], zal als de enige leiding over de ganse aarde ongeslagen zijn en in zijn alleenheerschappij als een tweede Paras'urâma zijn [zie 9.15 & 16]. (Vedabase)
De acht zoons met Sumâlya voorop die aldus van hem ter wereld zullen komen, zullen als koningen deze aarde honderd jaar genieten.
De acht zoons met Sumâlya voorop die aldus van hem ter wereld zullen komen, zullen als koningen deze aarde honderd jaar genieten. (Vedabase)
Een zekere tweemaal geboren brahmaan [genaamd Cânakya] die het vertrouwen geniet van de negen Nanda's zal hen omverwerpen, waarna als zij verdwenen zijn de Maurya's in Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**].
Een zekere tweemaal geboren brahmaan [genaamd Cânakya] vertrouwd door de negen Nanda's zal hen omverwerpen, waarna met hen verdwenen de Maurya's in Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**]. (Vedabase)
De brahmaan zal Candragupta op de troon zetten en zijn zoon Vârisâra zal op zijn beurt weer door As'okavardhana worden opgevolgd.
De brahmaan zal aldus Candragupta op de troon zetten van wiens zoon Vârisâra vervolgens As'okavardhana zal volgen. (Vedabase)
Suyas'â zal door hem ter wereld komen; Sangata, Suyas'â's [klein-] zoon [geboren uit zijn zoon Das'aratha] zal S'âlis'ûka zijn van wie er daarna Somas'armâ zal zijn die aan de wieg zal staan van S'atadhanvâ van wie er Brihadratha zal zijn.
Suyas'â zal door hem ter wereld komen; Sangata, Suyas'â's [klein-] zoon [geboren uit zijn zoon Das'aratha] zal S'âlis'ûka zijn van wie er daarna Somas'armâ zal zijn die aan de wieg zal staan van S'atadhanvâ van wie er Brihadratha zal zijn. (Vedabase)
Deze tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga meer dan honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen.
Deze tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga meer dan honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen. (Vedabase)
Agnimitra [die volgt als de zoon van de generaal Pushpamitra die Brihadratha vermoordde] zal Sujyeshthha op de wereld zetten van wie er Vasumitra zal zijn met op hem volgend Bhadraka en zijn zoon Pulinda. Zijn zoon zal Ghosha zijn wiens zoon Vajramitra zal zijn; door hem zal Bhâgavata worden geboren door wie er Devabhûti zal zijn, o verheven Kuru. Deze tien S'unga's zullen de aarde genieten voor meer dan honderd [112] jaar waarna deze aarde zal vallen onder de heerschappij van de Kânva-dynastie die weinig goede kwaliteiten heeft, o heerser der mensen.
Van Agnimitra [die volgt als de zoon van de generaal Pushpamitra die Brihadratha vermoordde] zal Sujyeshthha volgen van wie er Vasumitra zal zijn met vervolgens Bhadraka en zijn zoon Pulinda. Zijn zoon zal Ghosha zijn van wie Vajramitra ter wereld zal komen; van hem zal Bhâgavata worden geboren van wie er Devabhûti zal zijn, o verheven Kuru. Deze tien S'unga's zullen de aarde genieten voor meer dan honderd [112] jaar waarna deze aarde zal vallen onder de heerschappij van de Kânva-dynastie die weinig goede kwaliteiten heeft, o heerser der mensen. (Vedabase)
Vasudeva, een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, die [met de hulp van een slavin] de wellustige S'unga-koning Devabhûti zal doden, zal dan zelf het bestuur op zich nemen.
Vasudeva, een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, die (met de hulp van een slavin) de wellustige S'unga-koning Devabhûti zal doden, zal dan zelf het bestuur op zich nemen. (Vedabase)
Zijn zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde heersen.
Zijn zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde heersen. (Vedabase)
Een man van het Andhra-ras van lage afkomst genaamd Balî, zal als bediende Sus'armâ doden, de [laatste] Kânva-koning en zeer ontaard enige tijd over de aarde heersen.
Een man van het Andhra-ras van lage afkomst genaamd Balî, zal als bediende Sus'armâ doden, de [laatste] Kânva-koning en zeer ontaard enige tijd over de aarde heersen. (Vedabase)
Zijn broer, genaamd Krishna, zal dan de volgende heerser over de aarde zijn en de zoon van S'ântakarna, zijn zoon, zal Paurnamâsa zijn. Na Lambodara, zijn zoon, zal Cibilaka de koning zijn en door Cibilaka zal Meghasvâti er komen die Athamâna op de wereld zet, gevolgd door Anishthakarmâ. Door Hâleya, zijn zoon, zal Talaka ter wereld komen wiens zoon Purîshabhîru dan Sunandana krijgt die de volgende koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân er zijn, wiens zoon Medas'irâ zal heten. S'ivaskanda van hem zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben, en daarna zal zijn komeling Vijaya, Candravijña en Lomadhi krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen, o zoon van de Kuru's [***].
Zijn broer, genaamd Krishna, zal dan de volgende heerser over de aarde zijn en de zoon van S'ântakarna, zijn zoon, zal Paurnamâsa zijn. Na Lambodara, zijn zoon, zal Cibilaka de koning zijn en van Cibilaka zal Meghasvâti er komen van wie er Athamâna zal zijn, gevolgd door Anishthakarmâ. Van Hâleya, zijn zoon, zal Talaka ter wereld komen van wiens zoon Purîshabhîru dan Sunandana de koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân er zijn, wiens zoon Medas'irâ zal zijn. S'ivaskanda van hem zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben, na wie vervolgens Vijaya, zijn zoon, Candravijña en Lomadhi zal krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen, o zoon van de Kuru's [***]. (Vedabase)
Uit de stad Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen voortkomen, tien Gardabhî's, en zestien Kanka-koningen die als aardse heersers hoogst inhalig zullen zijn.
Van de stad Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen volgen, tien Gardabhî's, en zestien Kanka-koningen die als aardse heersers hoogst inhalig zullen zijn. (Vedabase)
Dan zullen acht Yavana's volgen, veertien Turushka's en verder nog tien Gurunda's en elf Maula's.
Dan zullen acht Yavana's volgen, veertien Turushka's en verder nog tien Gurunda's en elf Maula's. (Vedabase)
Deze [eerste zes dynastieën] zullen duizendnegenennegentig jaar over de aarde heersen, en de elf Maula's zullen driehonderd jaar heersen, mijn beste. Met hen allen dood en verdwenen zullen in de stad Kilakilâ honderdenzes jaar lang de koningen Bhûtananda, gevolgd door Vangiri met daarna S'is'unandi en dan zijn broer Yas'onandi en Pravîraka heersen.
Deze [eerste zes dynastieën] zullen duizendnegenennegentig jaar over de aarde heersen, en de elf Maula's zullen driehonderd jaar heersen, mijn beste. Met hen allen dood en verdwenen zullen in de stad Kilakilâ honderdenzes jaar lang de koningen Bhûtananda, gevolgd door Vangiri met daarna S'is'unandi en dan zijn broer Yas'onandi en Pravîraka heersen. (Vedabase)
Van hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de Bâhlika's. Na hen zullen er Pushpamitra en vervolgens zijn zoon koning Durmitra zijn, zowel alsook zeven Andhra's, zeven Kaus'ala's en ook de heersers van Vidûra en de Nishadha's die daarna in dezelfde periode als koningen de scepter zullen voeren.
Van hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de Bâhlika's na wie Pushpamitra en vervolgens zijn zoon koning Durmitra zowel alsook zeven Andhra's, zeven Kaus'ala's en ook de heersers van Vidûra en de Nishadha's dan tegelijkertijd als koningen zeker van de heerschappij zullen zijn. (Vedabase)
Voor de provincie Mâgadha zal er Vis'vasphûrji zijn, die als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie *4].
Voor de provincie Mâgadha zal er Vis'vasphûrji zijn, die als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie *4]. (Vedabase)
De onintelligente koning, die vanuit de beschutting van de stad Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de aarde zal heersen, zal, zich ten opzichte van de burgers overwegend gedragen in strijd met het brahmaanse, de almachtige klasse der kshatriya's te gronde richten.
De onintelligente koning, beschut in de stad Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de aarde heersend, zal, zich ten opzichte van de burgers overwegend gedragen in strijd met het brahmaanse, de almachtige klasse der kshatriya's te gronde richten. (Vedabase)
De tweemaal geborenen die leven in de provincies S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften vallen en zij die vooraanstaande posities bekleden zullen niet beter dan s'ûdra's zijn.
De tweemaal geborenen levend in de provincies S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften vallen en zij die onder de mensen voorgaan zullen niet beter dan s'ûdra's worden. (Vedabase)
De landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en anderen die, geestkracht missend, afwijken van de standaard.
De landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en anderen die, het ontbrekend aan geestkracht, afwijken van de standaard. (Vedabase)
O Koning, deze overwegend onwetende aardse zorgdragers die zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend om te heersen] met een heetgebakerd gemoed tegelijkertijd hun burgers weinig vrijheid gunnen [in economisch opzicht].
O Koning, deze overwegend onwetende aardse zorgdragers die zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend om te heersen] met een heetgebakerd gemoed tegelijkertijd [zonetijd...], hun burgers weinig ruimte gunnen [economisch]. (Vedabase)
Met het vernietigen van de levens van vrouwen, kinderen, koeien en bekeerde mensen, hebben ze, met het begeren van andermans vrouwen, dan weer opgetogen, dan gematigd en dan weer terneergeslagen, zwak qua goedheid hoofdzakelijk maar korte levens te leven [of loopbanen]. Tekortschietend in het brengen van offers en zodoende niet geschikt voor het werk zullen zij, deze onnozelaars die zich voordoen als koningen, overschaduwd door hartstocht en onwetendheid, de burgers als het ware verslinden.
Met het vernietigen van de levens van vrouwen, kinderen, koeien en bekeerde mensen, hebben ze, met het begeren van andermans vrouwen, opgetogen, gematigd en [dan weer] terneergeslagen, zwak in de goedheid hoofdzakelijk maar korte levens te leven [of loopbanen]. Tekort schietend in het brengen van offers en zo niet geschikt zijnde voor het werk zullen zij, deze onnozelaars die zich voordoen als koningen, overschaduwd door hartstocht en onwetendheid, de burgers als het ware verslinden. (Vedabase)
De mensen in de steden zullen, geleid door het karakter en de manier van spreken en handelen van deze heersers, lijdend onder die 'koningen' en onder elkaar, de vernietiging vinden [in oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12].'
De mensen in de steden zullen, met het karakter en de manier van spreken en handelen van deze heersers, geplaagd door de 'koningen' en door elkaar, de vernietiging vinden [in oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12]. (Vedabase)
* De paramparâ van ISKCON liet deze eerste regel van de vragenstellende Parîkchit weg, waar andere bronnen zoals S'astri C.L. Gosvâmî dit hoofdstuk er wel mee beginnen.
** De paramparâ voegt toe: 'De grote historische vertelling het S'rîmad Bhâgavatam, welke begint met de gebeurtenissen voorafgaande aan de kosmische manifestatie, strekt zich nu uit tot in het domein van de moderne geschreven geschiedenis. Moderne geschiedkundigen erkennen zowel de Maurya dynastie als Candragupta, de koning vermeld in het volgende vers.' [pp. 12.1.11]
*** Volgens een academische vertaler van het Bhâgavatam, Ganesh Vasudeo Tagare [1989, Morilal Banarsidass], zou deze periode in de geschiedenis zich afspelen kort voor de aanvang van de christelijke jaartelling. Met het analyseren van deze tekst met betrekking tot historische bronnen concludeert hij eveneens, stellend dat er vele discrepanties zijn met de culturele [gemanipuleerde?] verslagen, dat historisch gezien de Kânva-dynastie slechts voor vijfenveertig jaar zou hebben geheerst van 75 tot 30 B.C., en niet voor de driehonderdvijfenveertig jaar zoals de Sanskriet tekst hier stelt. Volgens hem zou dit deel van het Bhâgavatam van een latere datum zijn en bestaan uit een allegaartje van historische kennis uit de tweede hand, hetgeen een stellingname is aangevochten door de paramparâ natuurlijk, daar het waarschijnlijker is dat men zich vergist in de strijdigheid van het wereldse belang dan in de harmonie van het bewustzijn gemotiveerd door een spirituele discipline.
*4: De totale tijdspanne van de generaties die hier behandeld zijn van de eerste Purañjaya af aan tot aan de laatste in de lijn van het verval van Kali-yuga, zou zich zo hebben uitgestrekt van ongeveer 2000 v. Chr. tot ongeveer de twaalfde eeuw n. Chr.
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd