Tweede editie,
geladen 22 september 2009

Voorgaande
Aadhar-editie en
Vedabase links:
Tekst
0
S'rî
Parîkchit zei: 'Alstublieft o wijze kan u me vertellen
wiens dynastie over de aarde heerste nadat Krishna, het juweel
van de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?'
[*]
S'rî
Parîkchit zei: 'Alstublieft o wijze zeg me, wiens
dynastie heerste over de aarde nadat Krishna, het juweel van
de Yadu-dynastie, was vertrokken naar Zijn hemelverblijf?'
[*]
(Bron: S'rîmad Bhâgavata MahâPurâna
by S'astri C.L. Gosvâmî, Gita Press
1995).
Tekst
1-2
S'rî
S'uka zei: 'De laatste nazaat die er van Brihadratha in de
toekomst zal zijn [zie 9.22:
49] wordt
Purañjaya genoemd [niet die in 9.6:
12]; maar
zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn eigen
zoon genaamd Pradyota [historisch: Bimbisâra] tot
koning uit te roepen, van wie de zoon Pâlaka,
Vis'âkhayûpa als zijn zoon zal hebben met
Râjaka daarop als de volgende.
S'rî
S'uka zei: 'De laatste nazaat die er van Brihadratha in de
toekomst zal zijn [zie 9.22: 49] wordt
Purañjaya genoemd [niet die in 9.6: 12]; maar
zijn minister S'unaka zal zijn meester vermoorden om zijn
eigen zoon genaamd Pradyota [hist. Bimbisâra]
tot koning uit te roepen, van wie de zoon Pâlaka,
Vis'âkhayûpa als zijn zoon zal hebben met
Râjaka daarop als de volgende.
(Vedabase)
Tekst
3
Zijn zoon zal
Nandivardhana zijn; deze vijf pradyotana-koningen zullen de
aarde honderdachtendertig jaar genieten.
Zijn
zoon zal Nandivardhana zijn; deze vijf pradyotana-koningen
zullen de aarde honderdachtendertig jaar genieten.
(Vedabase)
Tekst
4
Dan zal
S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna zijn
zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ, Kshetrajña
zal worden geboren.
Dan
zal S'is'unâga geboorte nemen en zal Kâkavarna
zijn zoon zijn, van wiens zoon Kshemadharmâ,
Kshetrajña zal worden geboren.
(Vedabase)
Tekst
5
De zoon
Vidhisâra [van Kshetrajña], zal
Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka zal zijn zoon
zijn van wie men zich Ajaya zal heugen.
De
zoon Vidhisâra [van Kshetrajña], zal
Ajâtas'atru op de wereld zetten en Darbhaka zal zijn
zoon zijn van wie men zich Ajaya zal heugen.
(Vedabase)
Tekst
6-8
Van Ajaya zal
er [een andere] Nandivardhana zijn wiens zoon
Mahânandi is. Deze tien S'is'unâga-koningen, o
beste van de Kuru's, zullen in het Kali-tijdperk
driehonderdenzestig jaar over de aarde heersen. O Koning, de
zoon van Mahânandi, een zekere Nanda, zijn geboorte
nemend uit de schoot van een vrouw uit de arbeidersklasse, zal,
machtig als hij is als een heerser over miljoenen, de
vernietiging van de heersende klasse vormen; de koningen dan
zullen, vervallend in goddeloosheid, niet beter dan
s'ûdra's worden.
Van
Ajaya zal er [een andere] Nandivardhana zijn wiens
zoon daarop Mahânandi is. Deze tien
S'is'unâga-koningen, o beste van de Kuru's, zullen in
het Kali-tijdperk driehonderdenzestig jaar over de aarde
heersen. O Koning, de zoon van Mahânandi, een zekere
Nanda, zijn geboorte nemend uit de schoot van een vrouw uit
de arbeidersklasse, zal, machtig als hij is als een heerser
over miljoenen, de vernietiging van de heersende klasse
vormen; de koningen dan zullen, vervallend in goddeloosheid,
niet beter dan s'ûdra's worden.
(Vedabase)
Tekst
9
Hij, die
heerser over miljoenen [ookwel bekend als Ugrasena],
zal als de enige leiding over de ganse aarde ongeslagen zijn en
in zijn alleenheerschappij als een tweede Paras'urâma
zijn [zie 9.15
& 16].
Hij,
die heerser over miljoenen [ookwel bekend als
Ugrasena], zal als de enige leiding over de ganse aarde
ongeslagen zijn en in zijn alleenheerschappij als een tweede
Paras'urâma zijn [zie 9.15 & 16].
(Vedabase)
Tekst
10
De acht zoons
met Sumâlya voorop die aldus van hem ter wereld zullen
komen, zullen als koningen deze aarde honderd jaar
genieten.
De
acht zoons met Sumâlya voorop die aldus van hem ter
wereld zullen komen, zullen als koningen deze aarde honderd
jaar genieten. (Vedabase)
Tekst
11
Een zekere
tweemaal geboren brahmaan [genaamd Cânakya]
die het vertrouwen geniet van de negen Nanda's zal hen
omverwerpen, waarna als zij verdwenen zijn de Maurya's in
Kali-yuga over de aarde zullen heersen
[**].
Een
zekere tweemaal geboren brahmaan [genaamd
Cânakya] vertrouwd door de negen Nanda's zal hen
omverwerpen, waarna met hen verdwenen de Maurya's in
Kali-yuga over de aarde zullen heersen [**].
(Vedabase)
Tekst
12
De brahmaan zal
Candragupta op de troon zetten en zijn zoon
Vârisâra zal op zijn beurt weer door As'okavardhana
worden opgevolgd.
De
brahmaan zal aldus Candragupta op de troon zetten van wiens
zoon Vârisâra vervolgens As'okavardhana zal
volgen. (Vedabase)
Tekst
13
Suyas'â
zal door hem ter wereld komen; Sangata, Suyas'â's
[klein-] zoon [geboren uit zijn zoon
Das'aratha] zal S'âlis'ûka zijn van wie er
daarna Somas'armâ zal zijn die aan de wieg zal staan van
S'atadhanvâ van wie er Brihadratha zal zijn.
Suyas'â
zal door hem ter wereld komen; Sangata, Suyas'â's
[klein-] zoon [geboren uit zijn zoon
Das'aratha] zal S'âlis'ûka zijn van wie er
daarna Somas'armâ zal zijn die aan de wieg zal staan
van S'atadhanvâ van wie er Brihadratha zal zijn.
(Vedabase)
Tekst
14
Deze tien
Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de Kuru-dynastie,
zullen in Kali-yuga meer dan honderdzevenendertig jaar over de
aarde heersen.
Deze
tien Maurya-koningen, o voortreffelijke held van de
Kuru-dynastie, zullen in Kali-yuga meer dan
honderdzevenendertig jaar over de aarde heersen.
(Vedabase)
Tekst
15-17
Agnimitra
[die volgt als de zoon van de generaal Pushpamitra die
Brihadratha vermoordde] zal Sujyeshthha op de wereld zetten
van wie er Vasumitra zal zijn met op hem volgend Bhadraka en
zijn zoon Pulinda. Zijn zoon zal Ghosha zijn wiens zoon
Vajramitra zal zijn; door hem zal Bhâgavata worden
geboren door wie er Devabhûti zal zijn, o verheven Kuru.
Deze tien S'unga's zullen de aarde genieten voor meer dan
honderd [112] jaar waarna deze aarde zal vallen onder
de heerschappij van de Kânva-dynastie die weinig goede
kwaliteiten heeft, o heerser der mensen.
Van
Agnimitra [die volgt als de zoon van de generaal
Pushpamitra die Brihadratha vermoordde] zal Sujyeshthha
volgen van wie er Vasumitra zal zijn met vervolgens Bhadraka
en zijn zoon Pulinda. Zijn zoon zal Ghosha zijn van wie
Vajramitra ter wereld zal komen; van hem zal Bhâgavata
worden geboren van wie er Devabhûti zal zijn, o
verheven Kuru. Deze tien S'unga's zullen de aarde genieten
voor meer dan honderd [112] jaar waarna deze aarde
zal vallen onder de heerschappij van de Kânva-dynastie
die weinig goede kwaliteiten heeft, o heerser der mensen.
(Vedabase)
Tekst
18
Vasudeva, een
hoogst intelligente minister van de Kânva-familie, die
[met de hulp van een slavin] de wellustige
S'unga-koning Devabhûti zal doden, zal dan zelf het
bestuur op zich nemen.
Vasudeva,
een hoogst intelligente minister van de Kânva-familie,
die (met de hulp van een slavin) de wellustige S'unga-koning
Devabhûti zal doden, zal dan zelf het bestuur op zich
nemen. (Vedabase)
Tekst
19
Zijn zoon zal
Bhûmitra zijn en zijn zoon Nârâyana. Deze
Kânva-koningen zullen in Kali-yuga nog weer
driehonderdvijfenveertig jaar over de aarde
heersen.
Zijn
zoon zal Bhûmitra zijn en zijn zoon
Nârâyana. Deze Kânva-koningen zullen in
Kali-yuga nog weer driehonderdvijfenveertig jaar over de
aarde heersen. (Vedabase)
Tekst
20
Een man van het
Andhra-ras van lage afkomst genaamd Balî, zal als
bediende Sus'armâ doden, de [laatste]
Kânva-koning en zeer ontaard enige tijd over de aarde
heersen.
Een
man van het Andhra-ras van lage afkomst genaamd Balî,
zal als bediende Sus'armâ doden, de [laatste]
Kânva-koning en zeer ontaard enige tijd over de aarde
heersen. (Vedabase)
Tekst
21-26
Zijn broer,
genaamd Krishna, zal dan de volgende heerser over de aarde zijn
en de zoon van S'ântakarna, zijn zoon, zal
Paurnamâsa zijn. Na Lambodara, zijn zoon, zal Cibilaka de
koning zijn en door Cibilaka zal Meghasvâti er komen die
Athamâna op de wereld zet, gevolgd door
Anishthakarmâ. Door Hâleya, zijn zoon, zal Talaka
ter wereld komen wiens zoon Purîshabhîru dan
Sunandana krijgt die de volgende koning zal zijn. Cakora
[zijn zoon] zal worden opgevolgd door de acht Bahu's,
van wie S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand
zal zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân
er zijn, wiens zoon Medas'irâ zal heten. S'ivaskanda van
hem zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben, en daarna
zal zijn komeling Vijaya, Candravijña en Lomadhi
krijgen. Deze dertig koningen zullen vierhonderdvijfenzestig
jaar over de wereld heersen, o zoon van de Kuru's
[***].
Zijn
broer, genaamd Krishna, zal dan de volgende heerser over de
aarde zijn en de zoon van S'ântakarna, zijn zoon, zal
Paurnamâsa zijn. Na Lambodara, zijn zoon, zal Cibilaka
de koning zijn en van Cibilaka zal Meghasvâti er komen
van wie er Athamâna zal zijn, gevolgd door
Anishthakarmâ. Van Hâleya, zijn zoon, zal Talaka
ter wereld komen van wiens zoon Purîshabhîru dan
Sunandana de koning zal zijn. Cakora [zijn zoon] zal
worden opgevolgd door de acht Bahu's, van wie
S'ivasvâti een grote onderwerper van de vijand zal
zijn. Van Gomatî, zijn zoon, zal Purîmân
er zijn, wiens zoon Medas'irâ zal zijn. S'ivaskanda
van hem zal Yajñas'rî als zijn zoon hebben, na
wie vervolgens Vijaya, zijn zoon, Candravijña en
Lomadhi zal krijgen. Deze dertig koningen zullen
vierhonderdvijfenzestig jaar over de wereld heersen, o zoon
van de Kuru's [***]. (Vedabase)
Tekst
27
Uit de stad
Avabhriti zullen dan zeven Âbhîra-koningen
voortkomen, tien Gardabhî's, en zestien Kanka-koningen
die als aardse heersers hoogst inhalig zullen zijn.
Van
de stad Avabhriti zullen dan zeven
Âbhîra-koningen volgen, tien Gardabhî's,
en zestien Kanka-koningen die als aardse heersers hoogst
inhalig zullen zijn. (Vedabase)
Tekst
28
Dan zullen acht
Yavana's volgen, veertien Turushka's en verder nog tien
Gurunda's en elf Maula's.
Dan
zullen acht Yavana's volgen, veertien Turushka's en verder
nog tien Gurunda's en elf Maula's.
(Vedabase)
Tekst
29-31
Deze
[eerste zes dynastieën] zullen
duizendnegenennegentig jaar over de aarde heersen, en de elf
Maula's zullen driehonderd jaar heersen, mijn beste. Met hen
allen dood en verdwenen zullen in de stad Kilakilâ
honderdenzes jaar lang de koningen Bhûtananda, gevolgd
door Vangiri met daarna S'is'unandi en dan zijn broer
Yas'onandi en Pravîraka heersen.
Deze
[eerste zes dynastieën] zullen
duizendnegenennegentig jaar over de aarde heersen, en de elf
Maula's zullen driehonderd jaar heersen, mijn beste. Met hen
allen dood en verdwenen zullen in de stad Kilakilâ
honderdenzes jaar lang de koningen Bhûtananda, gevolgd
door Vangiri met daarna S'is'unandi en dan zijn broer
Yas'onandi en Pravîraka heersen.
(Vedabase)
Tekst
32-33
Van hen [de
Kilakilâ's] zullen er dertien zoons zijn genaamd de
Bâhlika's. Na hen zullen er Pushpamitra en vervolgens
zijn zoon koning Durmitra zijn, zowel alsook zeven Andhra's,
zeven Kaus'ala's en ook de heersers van Vidûra en de
Nishadha's die daarna in dezelfde periode als koningen de
scepter zullen voeren.
Van
hen [de Kilakilâ's] zullen er dertien zoons
zijn genaamd de Bâhlika's na wie Pushpamitra en
vervolgens zijn zoon koning Durmitra zowel alsook zeven
Andhra's, zeven Kaus'ala's en ook de heersers van
Vidûra en de Nishadha's dan tegelijkertijd als
koningen zeker van de heerschappij zullen zijn.
(Vedabase)
Tekst
34
Voor de
provincie Mâgadha zal er Vis'vasphûrji zijn, die
als een andere Purañjaya de mensen van alle klassen zal
veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en Madraka's
[onbeschaafde mensen, mensen van een lager allooi, zie
*4].
Voor
de provincie Mâgadha zal er Vis'vasphûrji zijn,
die als een andere Purañjaya de mensen van alle
klassen zal veranderen in inferieure Pulinda's, Yadu's en
Madraka's [onbeschaafde mensen, mensen van een lager
allooi, zie *4]. (Vedabase)
Tekst
35
De
onintelligente koning, die vanuit de beschutting van de stad
Padmavatî van de bron van de Ganges tot aan Prayâga
over de aarde zal heersen, zal, zich ten opzichte van de
burgers overwegend gedragen in strijd met het brahmaanse, de
almachtige klasse der kshatriya's te gronde
richten.
De
onintelligente koning, beschut in de stad Padmavatî
van de bron van de Ganges tot aan Prayâga over de
aarde heersend, zal, zich ten opzichte van de burgers
overwegend gedragen in strijd met het brahmaanse, de
almachtige klasse der kshatriya's te gronde richten.
(Vedabase)
Tekst
36
De tweemaal
geborenen die leven in de provincies S'aurâshthra,
Avantî, Âbhîra, S'ûra, Arbuda en
Mâlava zullen [te dien tijde] van hun geloften
vallen en zij die vooraanstaande posities bekleden zullen niet
beter dan s'ûdra's zijn.
De
tweemaal geborenen levend in de provincies
S'aurâshthra, Avantî, Âbhîra,
S'ûra, Arbuda en Mâlava zullen [te dien
tijde] van hun geloften vallen en zij die onder de
mensen voorgaan zullen niet beter dan s'ûdra's worden.
(Vedabase)
Tekst
37
De landen aan
de rivier de Sindhu, zowel als de districten
Candrabhâgâ, Kauntî en Kâs'mîra,
zullen worden geregeerd door onbeschaafde lieden
[mleccha's],
s'ûdra's en anderen die, geestkracht missend,
afwijken van de standaard.
De
landen aan de rivier de Sindhu, zowel als de districten
Candrabhâgâ, Kauntî en
Kâs'mîra, zullen worden geregeerd door
onbeschaafde lieden [mleccha's], s'ûdra's en
anderen die, het ontbrekend aan geestkracht, afwijken van de
standaard. (Vedabase)
Tekst
38
O Koning, deze
overwegend onwetende aardse zorgdragers die zich wijden aan
goddeloze en onrealistische praktijken zullen, [wedijverend
om te heersen] met een heetgebakerd gemoed tegelijkertijd
hun burgers weinig vrijheid gunnen [in economisch
opzicht].
O
Koning, deze overwegend onwetende aardse zorgdragers die
zich wijden aan goddeloze en onrealistische praktijken
zullen, [wedijverend om te heersen] met een
heetgebakerd gemoed tegelijkertijd [zonetijd...],
hun burgers weinig ruimte gunnen [economisch].
(Vedabase)
Tekst
39
Met het
vernietigen van de levens van vrouwen, kinderen, koeien en
bekeerde mensen, hebben ze, met het begeren van andermans
vrouwen, dan weer opgetogen, dan gematigd en dan weer
terneergeslagen, zwak qua goedheid hoofdzakelijk maar korte
levens te leven [of loopbanen]. Tekortschietend in het
brengen van offers en zodoende niet geschikt voor het werk
zullen zij, deze onnozelaars die zich voordoen als koningen,
overschaduwd door hartstocht en onwetendheid, de burgers als
het ware verslinden.
Met
het vernietigen van de levens van vrouwen, kinderen, koeien
en bekeerde mensen, hebben ze, met het begeren van andermans
vrouwen, opgetogen, gematigd en [dan weer]
terneergeslagen, zwak in de goedheid hoofdzakelijk maar
korte levens te leven [of loopbanen]. Tekort
schietend in het brengen van offers en zo niet geschikt
zijnde voor het werk zullen zij, deze onnozelaars die zich
voordoen als koningen, overschaduwd door hartstocht en
onwetendheid, de burgers als het ware verslinden.
(Vedabase)
Tekst
40
De mensen in de
steden zullen, geleid door het karakter en de manier van
spreken en handelen van deze heersers, lijdend onder die
'koningen' en onder elkaar, de vernietiging vinden [in
oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook
kles'a,
Kali-yuga
en B.G. 16:
6-12].'
De
mensen in de steden zullen, met het karakter en de manier
van spreken en handelen van deze heersers, geplaagd door de
'koningen' en door elkaar, de vernietiging vinden [in
oorlogen, economische rampspoed en natuurrampen, zie ook
kles'a, Kali-yuga en B.G. 16: 6-12].
(Vedabase)
*
De paramparâ van ISKCON liet deze eerste regel van
de vragenstellende Parîkchit weg, waar andere bronnen
zoals S'astri C.L. Gosvâmî dit hoofdstuk er wel mee
beginnen.
**
De paramparâ voegt toe: 'De grote historische
vertelling het S'rîmad Bhâgavatam, welke begint met
de gebeurtenissen voorafgaande aan de kosmische manifestatie,
strekt zich nu uit tot in het domein van de moderne geschreven
geschiedenis. Moderne geschiedkundigen erkennen zowel de Maurya
dynastie als Candragupta, de koning vermeld in het volgende
vers.' [pp. 12.1.11]
***
Volgens een academische vertaler van het Bhâgavatam,
Ganesh Vasudeo Tagare [1989, Morilal Banarsidass], zou
deze periode in de geschiedenis zich afspelen kort voor de
aanvang van de christelijke jaartelling. Met het analyseren van
deze tekst met betrekking tot historische bronnen concludeert
hij eveneens, stellend dat er vele discrepanties zijn met de
culturele [gemanipuleerde?] verslagen, dat historisch
gezien de Kânva-dynastie slechts voor vijfenveertig jaar
zou hebben geheerst van 75 tot 30 B.C., en niet voor de
driehonderdvijfenveertig jaar zoals de Sanskriet tekst hier
stelt. Volgens hem zou dit deel van het Bhâgavatam van
een latere datum zijn en bestaan uit een allegaartje van
historische kennis uit de tweede hand, hetgeen een stellingname
is aangevochten door de paramparâ natuurlijk, daar
het waarschijnlijker is dat men zich vergist in de strijdigheid
van het wereldse belang dan in de harmonie van het bewustzijn
gemotiveerd door een spirituele discipline.
*4:
De totale tijdspanne van de generaties die hier behandeld zijn
van de eerste Purañjaya af aan tot aan de laatste in de
lijn van het verval van Kali-yuga, zou zich zo hebben
uitgestrekt van ongeveer 2000 v. Chr. tot ongeveer de twaalfde
eeuw n. Chr.
