(14) De
Allerhoogste Heer, de allerbeste onder hen die het dharma ten dienst
staan, stond zo gauw Hij hem zag meteen op
van S'rî haar bank en
liet hem toen, met een buiging en met samengebrachte handpalmen,
plaatsnemen op Zijn eigen zitplaats.

Hoofdstuk 70: Krishna's Routines,
Moeilijkheden en
Nârada Nog Eens op Bezoek

(10) Met het tonen van
respect voor de koeien, de
mannen van scholing, de goddelijken, de ouderen, de geestelijk leraren
en alle levende wezens die enkel maar expansies van Hemzelf waren,
beroerde Hij [darshan verlenend, alle personen en] goedgunstige
dingen. (11) Hij, het sieraad van
de samenleving Zelve,
kleedde Zich aan met de kleren, de goddelijke bloemenslingers, de
kleuren en de juwelen die bij Hem pasten.

(39) Hij die voor de individuele ziel in samsâra, die geen bevrijding weet uit de problemen
die het materiële lichaam met zich meebrengt, met Zijn avatâra's
voor Zijn spel en vermaak Zijn eigen toorts van roem ontsteekt; U, die
Heer, benader ik voor mijn toevlucht.

Hoofdstuk 71: De Heer Reist
op Aanraden van Uddhava
naar Indraprastha