Canto
10
Hoofdstuk 3: De Geboorte van Heer Krishna(1-5) S'rî S'uka zei: 'Toen was er daar het hoogste uur alles welgezind en meest geschikt met het teken Rohinî rijzend en al de sterren en planeten in een gunstige stand. Overal was er vrede, de sterren twinkelden aan de hemel en de steden, dorpen, weidegronden en delfplaatsen waren op hun best. Met de rivieren kristalhelder, de meren prachtig met lotussen en groepjes vogels en zwermen bijen die lieflijk hun lof zongen in de bloeiende wouden, waaide een briesje met een zachte streling geurig en stofvrij en brandden de vuren der tweemaal geborenen stabiel en onverstoord. De geesten der geheiligden, onderdrukt als ze waren geweest door de Asura [Kamsa en zijn mannen], raakten helemaal verguld toen in die situatie de pauken gezamenlijk weerklonken op het moment dat de Ongeborene Zijn geboorte ging nemen. (6) De allerbesten en de bewoners van de hemel zongen; de vervolmaakten en de halfgoden baden en de [vidyâdhara] vrouwen van kennis dansten in grote vreugde tezamen met de dansmeisjes van God. (7-8) De wijzen en de goddelijken deden blij de fijnste bloemen neerregenen en de wolken rommelden zachtjes gelijk de golven van de oceaan toen in het holst van de nacht [om middernacht] Janârdana, de Begunstiger van de Hele Wereld, verscheen uit de goddelijke gedaante van Devakî; Heer Vishnu, Hij die verblijft in ieders hart had zich compleet in ieder opzicht gemanifesteerd, zoals de volle maan opkomt in het oosten. (9-10) Dat wonderbaarlijke kind was, schitterend met lotusgelijke ogen en vier armen die de verschillende wapens omhoog hielden, gesierd met het S'rîvatsa-teken, het schitterende Kaustubhajuweel om Zijn nek, met gele kleding en een huidskleur mooi als die van regenwolken. Vasudeva zag Hem prachtig opgesierd sprankelen met een met vaidûrya (tijgeroog) bezette helm en oorhangers bij weelderig loshangende haarlokken, een uitgelezen gordel om Zijn middel en arm- en polsbanden om Zijn armen. (11) Hij, Ânakadundubhi, die versteld stond toen hij de prachtige verschijning van de Heer als zijn zoon zag, droomde op dat moment overweldigd door grote blijdschap van het houden van een feestelijke plechtigheid ter gelegenheid van de nederdaling van Krishna waarbij hij een tienduizendtal koeien zou kunnen wegschenken aan de tweemaal geborenen.
(12) Begrijpend dat Hij de Oorspronkelijke Persoonlijkheid was, richtte hij, wiens angsten onder Zijn invloed waren verdreven, met gevouwen handen ter aarde gevallen gebeden tot het kind, o zoon van Bharata, in staat van vervoering over Zijn schoonheid die de gehele plek waar Hij was geboren alom verlichtte. (13) Vasudeva zei: 'Ik ben me volledig van U bewust, mijn Heer, als rechtstreeks de Oorspronkelijke Persoon bovenzinnelijk aan de geaardheden der natuur, als het absolute begrip en de gelukzaligheid [sat-cit-ânanda] in zijn ware gedaante, de intelligentie die waakt over een ieder. (14) U voorzeker staat bekend als Hem die, na in den beginne door Zijn persoonlijk vermogen deze wereld geschapen te hebben bestaande uit de drie geaardheden [zie B.G 7: 4-6], toen inderdaad schijnt te zijn binnengegaan [als avatâra's] zonder werkelijk erin binnen gegaan te zijn [zie ook 7.12: 15 en B.G. 9: 11]. (15-17) Het is zoals men de elementen der materie kent die in hun niet-getransformeerde staat gevangen zijn in combinaties [van moleculen] die tezamen inderdaad het gehele universum uitmaken; nadat hun samengaan in de combinaties te zijn verschenen doen ze zich voor alsof ze zijn binnengegaan, maar dat binnengaan kan niet waar zijn aangezien ze, in deze scheppingskwestie, er met U vanaf het begin reeds waren. Op deze manier bezien, uitgaande van de ware intelligentie en wat haar eigen is, o mijn Heer, wordt U, alhoewel gearriveerd met de zinsobjecten en de geaardheden der natuur, niet bepaald door de materiële kwaliteiten aangezien U zich [in feite] overal bevindt; er is niet zoiets als een binnen- en een buitenkant aan [het volledige van] U omdat, met alles wat bij U hoort, U de bestaansgrond bent van alles en iedereen [zie ook B.G. 9: 4-6]. (18) Een ieder die, zich in de positie van een herkenbaar matereel lichaam bevindend, het volhoudt te handelen alsof hij een apart bestaan voor zichzelf zou hebben los van het oorspronkelijke zelf of de ziel, is een dwaas; hij is een persoon die, van valse vereenzelviging, als dom wordt afgewezen daar hij verstoken is van de juiste analyse en het hem ontbreekt aan een volledig besef van 'dat' [of tat]. [zie ook B.G. 18: 16, B.G. 7: 4-5 en *] (19) O Almachtige Heer, de geboorte, het verblijven en eindigen van dit alles is, zo concluderen de geletterden, er vanwege U, die onverdorven bent, vrij van toeneigingen en vrij van de geaardheden; in U, de Beheerser, het Hoogste Brahman, is er geen tegenstrijdigheid in het beheerst zijn door de geaardheden die U overschouwt [zie B.G. 9: 10]. (20) U als zodanig, neemt voor de handhaving van de drie werelden middels Uw eigen vermogen, het witte aan [van de goedheid] zowel als de kleur die hoort bij het creatieve, het rood van het vol zijn van de hartstocht en de kleur van het duister in de onwetendheid over het uiteindelijke van de vernietiging. (21) U hier op deze planeet, o Machtige, bent nu als het Volledige van de Controle verschenen in mijn huis om de wildemannen te weren - en hun legers te vernietigen - die met miljoenen tegelijk over de gehele wereld onverlicht zich voordoen als koningen en staatslieden [zie ook B.G 4: 8]. (22) Maar deze ene zo goddeloos [Kamsa] die, nadat hij vernam over Uw geboorte bij ons thuis, al de broers vermoordde vóór U, o Heer der Godvruchtigen zal, door zijn gezagvoerders op de hoogte gesteld van Uw verschijnen, nu zonder twijfel terstond de wapens ter hand nemen.'
(23) S'uka zei: 'Nadat ze hadden gezien dat die zoon van hun al de eigenschappen had van de Allerhoogste Persoonlijkheid, bracht Devakî, bang voor Kamsa maar ook zeer verrast, Hem haar gebeden. (24) S'rî Devakî zei: 'Als de vorm die God aanneemt wordt U somtijds als ongezien beschouwd, als oorspronkelijk, als het Brahman, het licht, de vrijheid boven de geaardheden, het onveranderlijke en de maat van alle goedheid; U bent die Ene onverdeeld, vrij van materiële motieven, die rechtstreeks die Heerlijkheid is, Vishnu, het licht van de Superziel [vergelijk: B.G. 14: 27]. (25) Als de kosmos op zijn einde loopt na miljoenen en miljoenen jaren en de primaire elementen opgaan in het subtiele en al het gemanifesteerde door de kracht van de Tijd in het ongemanifesteerde verandert, is Uwe Heerlijkheid, Hij met de Vele Namen, de enige die overblijft. (26) Deze Tijd zo almachtig, waardoor, van de kleinste tijdmaat tot aan de maat van een jaar, deze gehele schepping werkt, wordt gezegd Zijn bewegen te zijn, de Autoriteit van het Ongemanifesteerde dat U bent, de veilige haven, de Allerhoogste Beheerser die ik mijn overgave bied. (27) De sterfelijken bevreesd voor het serpent van de dood vluchten in alle richtingen maar kunnen de vrees niet van zich afschudden; gelukkig als ze zijn de lotusvoeten te verwerven echter, slapen ze nu onverstoord en slaat de dood voor hen op de vlucht. (28) O Heerlijkheid, kan U, in Uw gedaante als degene die alle vrees van Uw dienaren verdrijft, ons beschermen tegen de verschrikkelijke zoon van Ugrasena waar we zo bang voor zijn en kan U alstUblieft, als deze Oorspronkelijke Persoonlijkheid waar we in ons mediteren op gericht zijn, er voor zorgen dat U niet te zien bent voor hen die U willen zien met materiële ogen [vergelijk B.G. 11: 8]?(29) O Madhusûdana, vanwege Uw verschijnen ben ik in angst verzet benauwd voor Kamsa; moge Uw geboorte uit mijn schoot aan de aandacht ontsnappen van die grote zondaar. (30) Trek, o Alles-doorvarende Heer, die bovennatuurlijke vierarmige gedaante van U in die zo rijk is met de voorwerpen van de lotus, de schelphoorn, de schijf en de knots. (31) De ganse schepping met alles erin wordt door de transcendentale Oorspronkelijke Persoonlijkheid van Uwe Heerlijkheid met gemak geborgen en behouden binnen in Uw lichaam ten tijde van de vernietiging; het is werkelijk onmogelijk dat in deze menselijke wereld, o God, het zich zo voordeed dat deze gedaante mijn schoot is binnengegaan!'
(32) De Opperheer gaf ten antwoord: 'U raakte in een voorgaand tijdperk bekend als Pris'ni, o kuise dame, en hij [Vasudeva] was toentertijd een Prajâpati bekend als Sutapâ, een onberispelijk vrome persoon. (33) Toen jullie beiden in die tijd er door Heer Brahmâ toe werden opgedragen nageslacht te verwekken, waren jullie vervolgens van zware boetedoeningen met het volledig onder controle houden van jullie zinnen. (34-35) De regen, de wind, de brandende zon en de strenge koude en hitte van de seizoenswisselingen verdragend, werd middels het beoefenen van de onthouding de geest vrijgemaakt; enkel gevallen blad en lucht etend werden jullie zuiver en vredig en volbrachten jullie sereen Mijn verering biddend om een gunst van Mij. (36) Met jullie aldus van ernstige boete zijnd beoefenen van de moeilijkste verzakingen, verstreken zo'n twaalfduizend hemelse jaren van eenvoudig aan Mij denken. (37-38) Door deze innerlijke vastbeslotenheid en constante, trouwe dienst en boetvaardigheid o zondelozen, verscheen Ik, uitgeroepen tot de gunstigste van alle wensvervullers, zeer tevreden zijnd over jullie tweeën vervolgens in deze gedaante ertoe bereid om aan jullie verlangens tegemoet te komen en werd, toen jullie er door Mij toe werden verzocht na te denken over een gunst voor jezelf, Ik gevraagd een zoon zoals Ik nu ben te worden. (39) Als man en vrouw zonder een kind vroegen jullie, terwille van het zinnelijk leven om dit te bereiken in jullie zo sterk aangetrokken zijn tot Mijn goddelijke energie, Mij nimmer om bevrijd te raken uit deze wereld [zie ook 4.9: 30-35]. (40) Na Mijn vertrek gingen jullie, na de zegening te hebben ontvangen, ertoe over seksueel te genieten en werd door jullie tweeën het verlangde resultaat bereikt van het krijgen van een zoon als Ik. (41) Niemand anders in deze wereld aantreffend met een dergelijk karakter en zulke kwaliteiten werd Ik jullie zoon en sta Ik aldus bekend als Pris'nigarbha. (42) Uit jullie tweeën verscheen Ik via Kas'yapa uit Aditi nogmaals en stond Ik, gevierd als Upendra, omdat Ik een dwerg was, ook wel bekend als Vâmana [zie 8.17-22]. (43) Neem het van Mij aan, o kuise dame, dat Ik met jullie voor de derde keer nu in deze zelfde verschijning [ten volle als Krishna], weer met de lichamen van jullie tweeën, Mijn geboorte heb genomen. (44) Deze [vierhandige] gedaante is jullie getoond terwille van de herinnering aan Mijn voorgaande verschijningen, anders zou het spiritueel begrip van Mijn identiteit zich niet voordoen met dit vergankelijke beeld. (45) Mij met liefde en zorg behandelend zullen jullie twee in het voortdurende bewustzijn van Mij als zijnde zowel jullie zoon als het Spiritueel Volkomene, beiden Mijn bovenzinnelijk verblijf bereiken.'
(46) S'rî S'uka zei: 'Na aldus te hebben gesproken hield de Persoonlijkheid van God, de Allerhoogste Heer zich stil terwijl Hij voor ogen van Zijn ouders de gedaante aannam van een gewoon mensenkind. (47) En daarna, toen de zoon van S'ûrasena zoals hem was gezegd door de Opperheer zorgzaam zijn zoon wegvoerde van zijn geboorteplaats, nam precies op het ogenblik dat hij Hem naar buiten wilde brengen Yogamâyâ [zie 10.2: 6-12], de ongeborene der transcendentie, haar geboorte uit de vrouw van Nanda. (48-49) Onder haar invloed hadden de wachters als ook de rest van de mensen, diep in slaap hun bewustzijn van al hun zinnen verloren en waren ook al de zwaar uitgevoerde deuren en poorten die waren vergrendeld met bouten en kettingen uit zichzelf wijd open gezwaaid zoals de duisternis wijkt voor de zon, toen Vasudeva die Krishna droeg naderde. De wolken enigszins rommelend lieten de regen stromen, maar gevolgd door S'esha Nâga werd de regen tegengehouden door de uitgespreide kragen. (50) Vanwege Indra's gedurige regenval was van het diepe water van Yamarâja's jongere zuster, de Yamunâ, het oppervlak aan het schuimen van de gewelddadige golven maar de kolkende, onrustige, woeste stroom week uiteen precies zoals de oceaan dat voorheen had gedaan voor de Echtgenoot van Sîtâ [Heer Râma, zie 9.10: 13-15]. (51) De zoon van S'ûrasena trof met het bereiken van het koeiendorp van Nanda al de koeherders daar diep in slaap aan en met hen onder zeil plaatste hij zijn zoon op Yas'odâ's bed en pakte hij haar dochter op om terug te keren naar zijn verblijfplaats. (52) Daar plaatste hij het meisje op Devakî's bed en legde hij zichzelf weer de ketenen aan voor zijn voeten zodat hij als voorheen gevangen bleef. (53) Yas'odâ, de vrouw van Nanda die ook een kind had gebaard, had er geen idee van hoe het er precies uitzag omdat overmand door slaap van het zware bevallen haar geheugen haar in de steek had gelaten.'
Tweede editie, geladen 27 februari 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Toen was er daar het hoogste uur alles welgezind en meest geschikt met het teken Rohinî rijzend en al de sterren en planeten in een gunstige stand. Overal was er vrede, de sterren twinkelden aan de hemel en de steden, dorpen, weidegronden en delfplaatsen waren op hun best. Met de rivieren kristalhelder, de meren prachtig met lotussen en groepjes vogels en zwermen bijen die lieflijk hun lof zongen in de bloeiende wouden, waaide een briesje met een zachte streling geurig en stofvrij en brandden de vuren der tweemaal geborenen stabiel en onverstoord. De geesten der geheiligden, onderdrukt als ze waren geweest door de Asura [Kamsa en zijn mannen], raakten helemaal verguld toen in die situatie de pauken gezamenlijk weerklonken op het moment dat de Ongeborene Zijn geboorte ging nemen.S'rî S'uka zei: 'Toen was er daar het hoogste uur alles welgezind en meest geschikt met het teken Rohinî rijzend en al de sterren en planeten in een gunstige stand. Overal was er vrede, het gesternte twinkelde aan de hemel en de steden, dorpen, weidegronden en delfplaatsen waren op hun best. Met de rivieren kristalhelder, de meren prachtig met lotussen en groepjes vogels en zwermen bijen lieflijk hun lof zingend in de bloeiende wouden, waaide een briesje met een zachte streling geurig en stofvrij en brandden de vuren der tweemaal geborenen stabiel en onverstoord. De geesten der geheiligden, onderdrukt als ze waren geweest door de asura [Kamsa en zijn mannen], raakten helemaal verguld toen in die situatie de pauken gezamenlijk weerklonken met de op handen zijnde geboorte van de Ongeborene. (Vedabase)
De allerbesten en de bewoners van de hemel zongen; de vervolmaakten en de halfgoden baden en de [vidyâdhara] vrouwen van kennis dansten in grote vreugde tezamen met de dansmeisjes van God.
De allerbesten en de bewoners van de hemel zongen; de vervolmaakten en de halfgoden baden en de [vidyâdhara-]vrouwen van kennis dansten in grote vreugde tezamen met de dansmeisjes van God. (Vedabase)
De wijzen en de goddelijken deden blij de fijnste bloemen neerregenen en de wolken rommelden zachtjes gelijk de golven van de oceaan toen in het holst van de nacht [om middernacht] Janârdana, de Begunstiger van de Hele Wereld, verscheen uit de goddelijke gedaante van Devakî; Heer Vishnu, Hij die verblijft in ieders hart had zich compleet in ieder opzicht gemanifesteerd, zoals de volle maan opkomt in het oosten.
De wijzen en de goddelijken deden blij de fijnste bloemen neerregenen en de wolken rommelden zachtjes gelijk de golven van de oceaan toen in het holst van de nacht [om middernacht] Janârdana, de Begunstiger van de Hele Wereld, verscheen uit de [als een expansie van Krishna] goddelijke gedaante van Devakî; Heer Vishnu, Hij die verblijft in ieders hart had zich compleet in ieder opzicht gemanifesteerd, zoals de volle maan dat doet in het oosten. (Vedabase)
Dat wonderbaarlijke kind was, schitterend met lotusgelijke ogen en vier armen die de verschillende wapens omhoog hielden, gesierd met het S'rîvatsa-teken, het schitterende Kaustubhajuweel om Zijn nek, met gele kleding en een huidskleur mooi als die van regenwolken. Vasudeva zag Hem prachtig opgesierd sprankelen met een met vaidûrya (tijgeroog) bezette helm en oorhangers bij weelderig loshangende haarlokken, een uitgelezen gordel om Zijn middel en arm- en polsbanden om Zijn armen.
Dat wonderbaarlijke kind was, schitterend met lotusgelijke ogen en vier armen die de verschillende wapens omhoog hielden, gesierd met het S'rîvatsa-teken, het schitterende Kaustubhajuweel om Zijn nek, Zijn gele kleding en een huidskleur mooi als die van regenwolken. Vasudeva zag Hem prachtig opgesierd sprankelen met een met Vaidûrya bezette helm en oorhangers bij weelderig loshangende haarlokken, een uitgelezen gordel om Zijn middel en arm- en polsbanden om Zijn armen. (Vedabase)
Hij, Ânakadundubhi, die versteld stond toen hij de prachtige verschijning van de Heer als zijn zoon zag, droomde op dat moment overweldigd door grote blijdschap van het houden van een feestelijke plechtigheid ter gelegenheid van de nederdaling van Krishna waarbij hij een tienduizendtal koeien zou kunnen wegschenken aan de tweemaal geborenen.
Hij, Ânakadundubhi, die versteld stond toen hij de prachtige verschijning van de Heer als zijn zoon zag, droomde op dat moment overweldigd door grote blijdschap van het houden van een feestelijke plechtigheid ter gelegenheid van de nederdaling van Krishna waarbij hij een tienduizendtal koeien zou kunnen wegschenken aan de tweemaal geborenen. (Vedabase)
Begrijpend dat Hij de Oorspronkelijke Persoonlijkheid was, richtte hij, wiens angsten onder Zijn invloed waren verdreven, met gevouwen handen ter aarde gevallen gebeden tot het kind, o zoon van Bharata, in staat van vervoering over Zijn schoonheid die de gehele plek waar Hij was geboren alom verlichtte.
Begrijpend dat Hij de Oorspronkelijke Persoonlijkheid was, richtte hij, met onder Zijn invloed zijn angsten verdreven, met gevouwen handen ter aarde gevallen gebeden tot het kind, o zoon van Bharata, in staat van vervoering over Zijn schoonheid die de gehele plek waar Hij was geboren alom verlichtte. (Vedabase)
Vasudeva zei: 'Ik ben me volledig van U bewust, mijn Heer, als rechtstreeks de Oorspronkelijke Persoon bovenzinnelijk aan de geaardheden der natuur, als het absolute begrip en de gelukzaligheid [sat-cit-ânanda] in zijn ware gedaante, de intelligentie die waakt over een ieder.
Vasudeva zei: 'Ik ben me volledig van U bewust, mijn Heer, als rechtstreeks de Oorspronkelijke Persoon bovenzinnelijk aan de geaardheden der natuur, als het absolute begrip en de gelukzaligheid [sat-cit-ânanda] in zijn ware gedaante, de intelligentie die waakt over een ieder. (Vedabase)
U voorzeker staat bekend als Hem die, na in den beginne door Zijn persoonlijk vermogen deze wereld geschapen te hebben bestaande uit de drie geaardheden [zie B.G 7: 4-6], toen inderdaad schijnt te zijn binnengegaan [als avatâra's] zonder werkelijk erin binnen gegaan te zijn [zie ook 7.12: 15 en B.G. 9: 11].
U voorzeker staat bekend als Hem die, na in den beginne door Zijn persoonlijk vermogen deze wereld geschapen te hebben bestaande uit de drie geaardheden [zie B.G 7: 4-6], toen inderdaad schijnt te zijn binnengegaan [als avatâra's] zonder werkelijk erin binnen gegaan te zijn [zie ook 7.12: 15 en B.G. 9: 11]. (Vedabase)
Het is zoals men de elementen der materie kent die in hun niet-getransformeerde staat gevangen zijn in combinaties [van moleculen] die tezamen inderdaad het gehele universum uitmaken; nadat hun samengaan in de combinaties te zijn verschenen doen ze zich voor alsof ze zijn binnengegaan, maar dat binnengaan kan niet waar zijn aangezien ze, in deze scheppingskwestie, er met U vanaf het begin reeds waren. Op deze manier bezien, uitgaande van de ware intelligentie en wat haar eigen is, o mijn Heer, wordt U, alhoewel gearriveerd met de zinsobjecten en de geaardheden der natuur, niet bepaald door de materiële kwaliteiten aangezien U zich [in feite] overal bevindt; er is niet zoiets als een binnen- en een buitenkant aan [het volledige van] U omdat, met alles wat bij U hoort, U de bestaansgrond bent van alles en iedereen [zie ook B.G. 9: 4-6].
Het is zoals men de elementen der materie kent die in hun niet-getransformeerde staat gevangen zijn in combinaties [van moleculen] die tezamen inderdaad het gehele universum uitmaken; na op hun samengaan te zijn geschapen doen ze zich voor alsof ze zijn binnengegaan, maar dat binnengaan kan niet waar zijn aangezien ze, in deze scheppingskwestie, er met U vanaf het begin reeds waren. Op deze manier bezien, uitgaande van de ware intelligentie en wat haar eigen is, o mijn Heer, wordt U, alhoewel gearriveerd met de zinsobjecten en de geaardheden der natuur, niet bepaald door de materiële kwaliteiten aangezien U zich [in feite] overal bevindt; er is niet zoiets als een binnen en een buitenkant aan [het volledige van] U omdat, met alles wat bij U hoort, U de bestaansgrond bent van alles en iedereen [zie ook B.G. 9.4-6]. (Vedabase)
Een ieder die, zich in de positie van een herkenbaar matereel lichaam bevindend, het volhoudt te handelen alsof hij een apart bestaan voor zichzelf zou hebben los van het oorspronkelijke zelf of de ziel, is een dwaas; hij is een persoon die, van valse vereenzelviging, als dom wordt afgewezen daar hij verstoken is van de juiste analyse en het hem ontbreekt aan een volledig besef van 'dat' [of tat]. [zie ook B.G. 18: 16, B.G. 7: 4-5 en *]
Een ieder die, zich bevindend in de positie van een waarneembaar voorwerp, het volhoudt te handelen alsof hij een apart bestaan voor zichzelf zou hebben los van het oorspronkelijke zelf of de ziel, is een dwaas; hij is een persoon die, van valse vereenzelviging, als dom wordt afgewezen daar hij verstoken is van de juiste analyse en het ontbreekt aan een volledig besef van 'dat' [of tat]. [zie ook B.G. 18: 16 , B.G. 7: 4-5 en *] (Vedabase)
O Almachtige Heer, de geboorte, het verblijven en eindigen van dit alles is, zo concluderen de geletterden, er vanwege U, die onverdorven bent, vrij van toeneigingen en vrij van de geaardheden; in U, de Beheerser, het Hoogste Brahman, is er geen tegenstrijdigheid in het beheerst zijn door de geaardheden die U overschouwt [zie B.G. 9: 10].
O Almachtige Heer, de geboorte, het verblijven en eindigen van dit alles is, zo concluderen de geletterden, er vanwege U, die onverdorven bent, vrij van toeneigingen en vrij van de geaardheden; in U, de Beheerser, het Hoogste Brahman, is er geen tegenstrijdigheid in het beheerst zijn door de geaardheden die U overschouwt [zie B.G. 9: 10]. (Vedabase)
U als zodanig, neemt voor de handhaving van de drie werelden middels Uw eigen vermogen, het witte aan [van de goedheid] zowel als de kleur die hoort bij het creatieve, het rood van het vol zijn van de hartstocht en de kleur van het duister in de onwetendheid over het uiteindelijke van de vernietiging.
U als zodanig, neemt voor de handhaving van de drie werelden middels Uw eigen vermogen, het witte aan [van de goedheid] zowel als de kleur die hoort bij het creatieve, het rood van het vol zijn van de hartstocht en de kleur van het duister in de onwetendheid over het uiteindelijke van de vernietiging. (Vedabase)
U hier op deze planeet, o Machtige, bent nu als het Volledige van de Controle verschenen in mijn huis om de wildemannen te weren - en hun legers te vernietigen - die met miljoenen tegelijk over de gehele wereld onverlicht zich voordoen als koningen en staatslieden [zie ook B.G 4: 8].
U hier op deze planeet, o Machtige, bent nu als het Volledige van de Kontrole verschenen in mijn huis om de wildemannen te weren - en hun legers te vernietigen - die met miljoenen tegelijk over de gehele wereld onverlicht zich voordoen als koningen en staatslieden [zie ook B.G 4:8]. (Vedabase)
Maar deze ene zo goddeloos [Kamsa] die, nadat hij vernam over Uw geboorte bij ons thuis, al de broers vermoordde vóór U, o Heer der Godvruchtigen zal, door zijn gezagvoerders op de hoogte gesteld van Uw verschijnen, nu zonder twijfel terstond de wapens ter hand nemen.'
Maar deze ene zo goddeloos [Kamsa] die, nadat hij vernam over Uw geboorte bij ons thuis, al de broers vermoordde vóór U, o Heer der Godvruchtigen zal, door zijn gezagvoerders op de hoogte gesteld van Uw verschijnen, nu voorzeker terstond de wapens ter hand nemen.' (Vedabase)
S'uka zei: 'Nadat ze hadden gezien dat die zoon van hun al de eigenschappen had van de Allerhoogste Persoonlijkheid, bracht Devakî, bang voor Kamsa maar ook zeer verrast, Hem haar gebeden.
S'uka zei: 'Nadat ze hadden gezien dat die zoon van hun al de eigenschappen had van de Allerhoogste Persoonlijkheid, bracht Devakî, bang voor Kamsa maar ook zeer verrast, Hem haar gebeden. (Vedabase)
S'rî Devakî zei: 'Als de vorm die God aanneemt wordt U somtijds als ongezien beschouwd, als oorspronkelijk, als het Brahman, het licht, de vrijheid boven de geaardheden, het onveranderlijke en de maat van alle goedheid; U bent die Ene onverdeeld, vrij van materiële motieven, die rechtstreeks die Heerlijkheid is, Vishnu, het licht van de Superziel [vergelijk: B.G. 14: 27].
S'rî Devakî zei: 'Als de vorm die God aanneemt wordt U somtijds als ongezien beschouwd, oorspronkelijk, het Brahman, het licht, de vrijheid boven de geaardheden, het onveranderlijke en de maat van alle goedheid; U bent die Ene onverdeeld, vrij van materiële motieven, die rechtstreeks die Heerlijkheid is, Vishnu, het licht van de Superziel [vergelijk: B.G. 14: 27]. (Vedabase)
Als de kosmos op zijn einde loopt na miljoenen en miljoenen jaren en de primaire elementen opgaan in het subtiele en al het gemanifesteerde door de kracht van de Tijd in het ongemanifesteerde verandert, is Uwe Heerlijkheid, Hij met de Vele Namen, de enige die overblijft.
Als de kosmos op zijn einde loopt na miljoenen en miljoenen jaren en de primaire elementen opgaan in het subtiele en al het gemanifesteerde door de kracht van de Tijd in het ongemanifesteerde verandert, is Uwe Heerlijkheid, Hij met de Vele Namen, de enigste die overblijft. (Vedabase)
Deze Tijd zo almachtig, waardoor, van de kleinste tijdmaat tot aan de maat van een jaar, deze gehele schepping werkt, wordt gezegd Zijn bewegen te zijn, de Autoriteit van het Ongemanifesteerde dat U bent, de veilige haven, de Allerhoogste Beheerser die ik mijn overgave bied.
Deze Tijd zo almachtig, waardoor, van de kleinste maat tot aan de maat van een jaar, deze gehele schepping werkt, wordt gezegd Zijn bewegen te zijn, de Autoriteit van het Ongemanifesteerde dat U bent, de veilige haven, de Allerhoogste Beheerser die ik mijn overgave bied. (Vedabase)
De sterfelijken bevreesd voor het serpent van de dood vluchten in alle richtingen maar kunnen de vrees niet van zich afschudden; gelukkig als ze zijn de lotusvoeten te verwerven echter, slapen ze nu onverstoord en slaat de dood voor hen op de vlucht.
De sterfelijken bevreesd voor het serpent van de dood vluchten naar overal maar kunnen de onbevreesdheid niet bereiken; maar met het geluk de lotusvoeten te verwerven slapen ze nu onverstoord en slaat de dood voor hen op de vlucht. (Vedabase)
O Heerlijkheid, kan U, in Uw gedaante als degene die alle vrees van Uw dienaren verdrijft, ons beschermen tegen de verschrikkelijke zoon van Ugrasena waar we zo bang voor zijn en kan U alstUblieft, als deze Oorspronkelijke Persoonlijkheid waar we in ons mediteren op gericht zijn, er voor zorgen dat U niet te zien bent voor hen die U willen zien met materiële ogen [vergelijk B.G. 11: 8]?
O Heerlijkheid, kan U, in Uw gedaante als degene die alle vrees van Uw dienaren verdrijft, ons beschermen tegen de verschrikkelijke zoon van Ugrasena waar we zo bang voor zijn en, alstUblieft, U als deze Oorspronkelijke Persoonlijkheid waar we in ons mediteren op gericht zijn, weest niet rechtstreeks zichtbaar voor hen die kijken met een materiële blik [vergelijk B.G. 11: 8]. (Vedabase)
O Madhusûdana, vanwege Uw verschijnen ben ik in angst verzet benauwd voor Kamsa; moge Uw geboorte uit mijn schoot aan de aandacht ontsnappen van die grote zondaar.
O Madhusûdana, vanwege Uw verschijnen ben ik in angst verzet benauwd voor Kamsa; moge Uw geboorte uit mijn schoot aan de aandacht ontsnappen van die grote zondaar. (Vedabase)
Trek, o Alles-doorvarende Heer, die bovennatuurlijke vierarmige gedaante van U in die zo rijk is met de voorwerpen van de lotus, de schelphoorn, de schijf en de knots.
Trek, o Alles-doorvarende Heer, die bovennatuurlijke vierarmige gedaante van U in zo rijk met de voorwerpen van de lotus, de schelphoorn, de schijf en de knots. (Vedabase)
De ganse schepping met alles erin wordt door de transcendentale Oorspronkelijke Persoonlijkheid van Uwe Heerlijkheid met gemak geborgen en behouden binnen in Uw lichaam ten tijde van de vernietiging; het is werkelijk onmogelijk dat in deze menselijke wereld, o God, het zich zo voordeed dat deze gedaante mijn schoot is binnengegaan!'
De ganse schepping met alles erin wordt door de transcendentale Oorspronkelijke Persoonlijkheid van Uwe Heerlijkheid met gemak geborgen en behouden binnen in Uw lichaam ten tijde van de vernietiging; het is werkelijk onmogelijk dat in deze menselijke wereld, o God, het zich zo voordeed dat deze gedaante mijn schoot is binnengegaan!' (Vedabase)
De Opperheer gaf ten antwoord: 'U raakte in een voorgaand tijdperk bekend als Pris'ni, o kuise dame, en hij [Vasudeva] was toentertijd een Prajâpati bekend als Sutapâ, een onberispelijk vrome persoon.
De Opperheer gaf ten antwoord: 'U raakte in een voorgaand tijdperk bekend als Pris'ni, o kuise dame, en hij [Vasudeva] was toentertijd een prajâpati bekend als Sutapâ, een onberispelijk vrome persoon. (Vedabase)
Toen jullie beiden in die tijd er door Heer Brahmâ toe werden opgedragen nageslacht te verwekken, waren jullie vervolgens van zware boetedoeningen met het volledig onder controle houden van jullie zinnen.
Toen jullie beiden in die tijd er door Heer Brahmâ toe werden opgedragen nageslacht te verwekken, waren jullie vervolgens van zware boetedoeningen met het volledig onder kontrole houden van jullie zinnen. (Vedabase)
De regen, de wind, de brandende zon en de strenge koude en hitte van de seizoenswisselingen verdragend, werd middels het beoefenen van de onthouding de geest vrijgemaakt; enkel gevallen blad en lucht etend werden jullie zuiver en vredig en volbrachten jullie sereen Mijn verering biddend om een gunst van Mij.
De regen, de wind, de brandende zon en de strenge koude en hitte van de seizoenswisselingen verdragend, werd middels het beoefenen van de onthouding de geest vrijgemaakt; enkel gevallen blad en lucht etend werden jullie zuiver en vredig en volbrachten jullie sereen Mijn verering biddend om een gunst van Mij. (Vedabase)
Met jullie aldus van ernstige boete zijnd beoefenen van de moeilijkste verzakingen, verstreken zo'n twaalfduizend hemelse jaren van eenvoudig aan Mij denken.
Met jullie zo van ernstige boete beoefenen van de moeilijkste verzakingen verstreken zo'n twaalfduizend hemelse jaren van eenvoudig aan Mij denken. (Vedabase)
Door deze innerlijke vastbeslotenheid en constante, trouwe dienst en boetvaardigheid o zondelozen, verscheen Ik, uitgeroepen tot de gunstigste van alle wensvervullers, zeer tevreden zijnd over jullie tweeën vervolgens in deze gedaante ertoe bereid om aan jullie verlangens tegemoet te komen en werd, toen jullie er door Mij toe werden verzocht na te denken over een gunst voor jezelf, Ik gevraagd een zoon zoals Ik nu ben te worden.
Door deze innerlijke vastbeslotenheid en constante, trouwe dienst en boetvaardigheid o zondenlozen, verscheen Ik, uitgeroepen tot de gunstigste van alle wensvervullers, zeer tevreden over jullie tweeën toen in deze gedaante voor jullie bereid om aan jullie verlangens tegemoet te komen en werd, toen jullie er door Mij toe werden verzocht jullie geesten open te stellen voor een gunst, Ik gevraagd een zoon gelijk Ik nu ben te worden. (Vedabase)
Als man en vrouw zonder een kind vroegen jullie, terwille van het zinnelijk leven om dit te bereiken in jullie zo sterk aangetrokken zijn tot Mijn goddelijke energie, Mij nimmer om bevrijd te raken uit deze wereld [zie ook 4.9: 30-35].
Als man en vrouw zonder een kind vroegen jullie, vanwege het zinnelijk leven om dit te bereiken zo sterk aangetrokken tot Mijn goddelijke energie, Mij nimmer om bevrijd te raken uit deze wereld [zie ook 4.9: 30-35]. (Vedabase)
Na Mijn vertrek gingen jullie, na de zegening te hebben ontvangen, ertoe over seksueel te genieten en werd door jullie tweeën het verlangde resultaat bereikt van het krijgen van een zoon als Ik.
Na Mijn vertrek gingen jullie, na de zegening te hebben ontvangen, ertoe over sexueel te genieten en werd door jullie tweeën het verlangde resultaat bereikt van het hebben van een zoon als Ik. (Vedabase)
Niemand anders in deze wereld aantreffend met een dergelijk karakter en zulke kwaliteiten werd Ik jullie zoon en sta Ik aldus bekend als Pris'nigarbha.
Niemand anders in deze wereld aantreffend gelijk van karakter en kwaliteiten werd Ik jullie zoon en sta Ik aldus bekend als Pris'nigarbha. (Vedabase)
Uit jullie tweeën verscheen Ik via Kas'yapa uit Aditi nogmaals en stond Ik, gevierd als Upendra, omdat Ik een dwerg was, ook wel bekend als Vâmana [zie 8.17-22].
Uit jullie tweeën verscheen Ik door Kas'yapa uit Aditi nogmaals en stond Ik, gevierd als Upendra, omdat Ik een dwerg was, ook wel bekend als Vâmana [zie 8.17-22]. (Vedabase)
Neem het van Mij aan, o kuise dame, dat Ik met jullie voor de derde keer nu in deze zelfde verschijning [ten volle als Krishna], weer met de lichamen van jullie tweeën, Mijn geboorte heb genomen.
Neem voor waar aan, o kuise dame, dat Ik met jullie voor de derde keer inderdaad in deze zelfde verschijning [nu ten volle als Krishna], weer met de lichamen van jullie tweeën, Mijn geboorte heb genomen. (Vedabase)
Deze [vierhandige] gedaante is jullie getoond terwille van de herinnering aan Mijn voorgaande verschijningen, anders zou het spiritueel begrip van Mijn identiteit zich niet voordoen met dit vergankelijke beeld.
Deze [vierhandige] gedaante is jullie getoond terwille van de herinnering aan Mijn voorgaande verschijningen, anders zou het spiritueel begrip van Mijn identiteit zich niet voordoen met dit sterfelijke beeld. (Vedabase)
Mij met liefde en zorg behandelend zullen jullie twee in het voortdurende bewustzijn van Mij als zijnde zowel jullie zoon als het Spiritueel Volkomene, beiden Mijn bovenzinnelijk verblijf bereiken.
Mij met liefde en zorg behandelend zullen jullie twee in het voortdurende bewustzijn van Mij als zijnde zowel jullie zoon als het Spiritueel Volkomene, beiden Mijn bovenzinnelijk verblijf bereiken.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Na aldus te hebben gesproken hield de Persoonlijkheid van God, de Allerhoogste Heer zich stil terwijl Hij voor ogen van Zijn ouders de gedaante aannam van een gewoon mensenkind.
S'rî S'uka zei: 'Na aldus te hebben gesproken hield de Persoonlijkheid van God, de Allerhoogste Heer zich stil terwijl Hij voor ogen van Zijn ouders de gedaante aannam van een gewoon mensenkind. (Vedabase)
En daarna, toen de zoon van S'ûrasena zoals hem was gezegd door de Opperheer zorgzaam zijn zoon wegvoerde van zijn geboorteplaats, nam precies op het ogenblik dat hij Hem naar buiten wilde brengen Yogamâyâ [zie 10.2: 6-12], de ongeborene der transcendentie, haar geboorte uit de vrouw van Nanda.
En daarna, toen de zoon van S'ûrasena zoals hem was gezegd door de Opperheer zorgzaam zijn zoon wegvoerde van zijn geboorteplaats, nam precies op het ogenblik dat hij Hem naar buiten wilde brengen Yogamâyâ [zie 10.2: 6-12], de ongeborene der transcendentie, haar geboorte uit de vrouw van Nanda. (Vedabase)
Onder haar invloed hadden de wachters als ook de rest van de mensen, diep in slaap hun bewustzijn van al hun zinnen verloren en waren ook al de zwaar uitgevoerde deuren en poorten die waren vergrendeld met bouten en kettingen uit zichzelf wijd open gezwaaid zoals de duisternis wijkt voor de zon, toen Vasudeva die Krishna droeg naderde. De wolken enigszins rommelend lieten de regen stromen, maar gevolgd door S'esha Nâga werd de regen tegengehouden door de uitgespreide kragen.
Onder haar invloed hadden de wachters als ook de rest van de mensen, diep in slaap hun bewustzijn van al hun zinnen verloren en waren ook al de zwaar uitgevoerde deuren en poorten die waren vergrendeld met bouten en kettingen uit zichzelf wijd open gezwaaid zoals de duisternis wijkt voor de zon, toen Vasudeva die Krishna droeg naderde. De wolken bescheiden rommelend lieten de regen stromen, maar gevolgd door S'esha Nâga werd de regen tegengehouden door de uitgespreide kragen. (Vedabase)
Vanwege Indra's gedurige regenval was van het diepe water van Yamarâja's jongere zuster, de Yamunâ, het oppervlak aan het schuimen van de gewelddadige golven maar de kolkende, onrustige, woeste stroom week uiteen precies zoals de oceaan dat voorheen had gedaan voor de Echtgenoot van Sîtâ [Heer Râma, zie 9.10: 13-15].
Vanwege Indra's gedurige regenval was van het diepe water van Yamarâja's jongere zuster, de Yamunâ, het oppervlak aan het schuimen van de gewelddadige golven maar de kolkende, onrustige, woeste stroom week uiteen precies zoals de oceaan dat voorheen had gedaan voor de Echtgenoot van Sîtâ [Heer Râma, zie 9.10: 13-15]. (Vedabase)
De zoon van S'ûrasena trof met het bereiken van het koeiendorp van Nanda al de koeherders daar diep in slaap aan en met hen onder zeil plaatste hij zijn zoon op Yas'odâ's bed en pakte hij haar dochter op om terug te keren naar zijn verblijfplaats.
De zoon van S'ûrasena trof met het bereiken van het koeiendorp van Nanda al de koeherders daar diep in slaap aan en met hen onder zeil plaatste hij zijn zoon op Yas'odâ's bed en pakte hij haar dochter op om terug te keren naar zijn verblijfplaats. (Vedabase)
Daar plaatste hij het meisje op Devakî's bed en legde hij zichzelf weer de ketenen aan voor zijn voeten zodat hij als voorheen gevangen bleef.
Daar plaatste hij het meisje op Devakî's bed en legde hij zichzelf weer de ketenen aan voor zijn voeten zodat hij als voorheen gevangen bleef. (Vedabase)
Yas'odâ, de vrouw van Nanda die ook een kind had gebaard, had er geen idee van hoe het er precies uitzag omdat overmand door slaap van het zware bevallen haar geheugen haar in de steek had gelaten.'
(53) Yas'odâ, de vrouw van Nanda die ook een kind had gebaard, had er geen idee van hoe het er precies uitzag daar overmand door slaap van het zware bevallen haar geheugen haar in de steek had gelaten. (Vedabase)
Voetnoot:
*: Svâmî Prabhupâda geeft als commentaar: 'Als we deze wereld als vals beschouwen, vallen we in de categorie van de Asura's, die zeggen dat deze wereld onwerkelijk is, geen reden van bestaan heeft noch een controlerende God kent (asatyam apratishthham te jagad âhur anîs'varam). Zoals beschreven in het zestiende Hoofdstuk van de Bhagavad Gîtâ, is dit de conclusie der demonen.'
Voor
deze vertaling werd het enige deel dat Svâmî
Prabhupâda van het tiende Canto schreef
gebruikt.
Zie de
S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina..
The first painting on this page is titled: "Birth of Shri Krishna"
,
©
Excoticindia.com,
used with permission.
De tweede (met de computer verbeterde) afbeelding van Vasudeva met
Krishna die uit de gevangenis ontsnapt is van Raja
Ravi Varma.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.