regelbalk



  
 

Canto 8

Nrisimha Pranâma

 

 

Hoofdstuk 6: De Sura's en Asura's kondigen een Wapenstilstand af

(1) S'rî S'uka zei: 'O Koning, de Allerhoogste Heer Hari, de Meester, aldus verheerlijkt door de goddelijken verscheen toen voor hen met een gloed van duizend opgaande zonnen. (2) Om die reden was op dat moment het gezichtsvermogen van de halfgoden geblokkeerd. Ze zagen elkaar niet meer noch iets in welke richting ook, niet in de hemel of op het land, om nog maar te zwijgen van de Almachtige zelf. (3-7) Zo gauw de Machtige Heer Viriñca en Heer S'iva Zijn onberispelijke verschijning die zo prachtig was als een donker juweel ontwaarden, met voor hun ogen Zijn oogwit zo roze als een lotushart, Zijn geelzijden kleding met de gloed van gesmolten goud, de grote schoonheid en gratie van al Zijn ledematen, Zijn glimlach, Zijn fraaie wenkbrauwen, de kaaklijn van Zijn prachtige gezicht en de aantrekkelijke schikking van Zijn helm vol edelstenen, Zijn sieraden, het licht van Zijn oorhangers, Zijn gordel en pols- en armbanden, Zijn halssnoer en enkelbelletjes, het Kaustubha-juweel op Zijn borst die zich beweegt met S'rî Lakshmî, Zijn bloemenslingers en Zijn cakra-schijf en andere wapens die Hem eerden in hun persoonlijke vormen, wierpen al de onsterfelijken samen met de Hoogste Persoonlijkheid der Vernietiging [S'iva] zich voor Hem ter aarde. De meester van al de goden [Brahmâ] aanbad Hem toen [als volgt].

(8) S'rî Brahmâ zei: 'Hem die nimmer Zijn geboorte nam maar altijd ten tonele verschijnt, Hij die vrij is van de geaardheden der natuur, die oceaan van gelukzaligheid voorbij aan al het bestaande, Hij kleiner dan het atoom wiens gedaante niet te vatten is, U de Hoogste Autoriteit betuigen wij keer op keer de eer [zie ook B.G. 4: 6]. (9) Deze gedaante van U, o Beste van alle Personen, is aanbiddelijk en goedgunstig voor allen die in hun yogapraktijk streven overeenkomstig de Vedische aanwijzingen van de Tantra's [specifieke Vedische verhandelingen]. O Allerhoogste Bestuurder in Uw gedaante van het universum kunnen we [tegelijkertijd] zowel ons als de drie werelden zien. (10) Deze omlijsting van de ziel heeft zijn begin in U, zijn midden in U en zijn einde in U. U als het begin, het midden en het einde van het universum bent als de aarde die het bepalende element is van een aarden pot. (11) Dit geheel van U afhankelijke universum dat U schiep middels Uw begoochelende energie, dit universum dat uit U voortkwam en waarvan U de toevlucht bent, ging U binnen. Ontwikkelde geesten thuis in de geschriften die verbonden zijn met U zien geestelijk in dat terwijl er [fysiek] sprake is van transformatie als gevolg van de drie geaardheden U desondanks niet door die geaardheden bepaald wordt. (12) Mensen die door hun yogapraktijk intelligent zijn met de geaardheden van de natuur zullen, zo bevestigen de geleerden, U bereiken zoals men vuur krijgt uit hout, de nectar van melk krijgt van de koeien, granen en water krijgt van de aarde en men zijn levensonderhoud vindt door te ondernemen. (13) Nu we U in Uw volle glorie voor ons vandaag zien verschijnen als de Meester met de Lotusnavel waar we zo lang naar verlangden, hebben we ons doel het hoogste geluk te zien bereikt, als waren we olifanten die in nood verkerend door een bosbrand het water van de Ganges bereiken. (14) Waarvan kunnen wij U die de getuige bent van alles en allen nu op de hoogte stellen? Alstublieft, o grote Ziel vanbinnen en vanbuiten aanwezig, kunt U voor ons, de bestuurders van het hele universum, dat doen waarvoor we Uw lotusvoeten hebben opgezocht? (15) Ik, hij die verblijft op de berg [S'iva], de verlichte zielen en allen bestuurd door stamvaders als Daksha, zijn als vonken in verhouding tot het vuur dat U bent. Hoe kunnen wij onafhankelijk van U nu tot begrip komen mijn Heer? Schenk ons alstUblieft het goede geluk van de mantra's voor de halfgoden en brahmanen.'

(16) S'rî S'uka zei: 'Aldus aanbeden door Viriñca [Brahmâ] en allen, begrijpend wat ze in hun harten verlangden, antwoordde Hij met woorden rollend als de donder hen die in gebed hun zinnen beheersten. (17) Hoewel de Heer zelfstandig de taak kon vervullen van al de godsbewusten tezamen, wilde Hij zich als hun Heer en Meester vermaken met het spel van het karnen van de oceaan en sprak Hij [daarom als volgt] tot hen. (18) De Allerhoogste Heer zei: 'Luister o Brahmâ en S'iva, o goden, naar wat Ik te zeggen heb. Luistert nu allen aandachtig want dat zal jullie Sura's van het uiteindelijke geluk verzekeren. (19) Ga voorlopig voor de zegeningen van het overeenkomen van een wapenstilstand met de Daitya's en Danava's die het momenteel voor de wind gaat. (20) O goden, als het in het belang is van de eigen plichten moet men zelfs met zijn vijanden tot een vergelijk willen komen, zoals een slang dat zou doen met een muis al naar gelang zijn positie [*]. (21) Ga er direct toe over je in te spannen voor het produceren van de nectar waarvan drinkend iemand die in doodsgevaar verkeert de onsterfelijkheid kan bereiken. (22-33) Werp allerlei klimplanten, grassen, groenten en kruiden in de oceaan van melk en sla vervolgens met Mijn hulp o goden, zorgvuldig aan het karnen door Vâsuki [de slang] te gebruiken als het touw en de berg Mandara als de  karnstok. Dat zal de Daitya oppositie bezighouden, maar jullie zullen er de vruchten van plukken [de nectar]. (24) Maak je niet kwaad, want tewerk gaan in vrede is de beste manier om ieder doel te bereiken. Accepteer daarom alles wat de Asura's maar van je verlangen o Sura's. (25) Wees niet bang voor het kâlakûtha ['valse tijd'] gif dat uit de oceaan van melk zal verschijnen en laat je nimmer leiden door begeerte, lust en woede met het resultaat van het karnen.'

(26) S'rî S'uka zei: 'Nadat de Almachtige Heer aldus de halfgoden van advies had gediend, verdween de Hoogste Persoonlijkheid, de Meester die zich naar eigen genoegen beweegt uit het zicht, o Koning. (27) Na Hem, de Allerhoogste Heer, hun eerbetuigingen te hebben gebracht, keerden de Grote Vader en Heer Bhava [S'iva] terug naar hun verblijfplaatsen. De Sura's zochten toen koning Bali op. (28) De achtenswaardige leider van de Daitya's [koning Bali] zag dat, hoewel zijn kapiteins in staat van paraatheid verkeerden, de [goddelijke] vijanden niet van zins waren de strijd met hen aan te binden en dus hield hij zijn mannen tegen. Hij wist wanneer het tijd was om te vechten en wanneer het tijd was om te onderhandelen. (29) Samen benaderden ze de zoon van Virocana [Bali] die voor hen zat, hij die, goed beschermd door de Asura bevelhebbers, als de veroveraar van al de werelden was gezegend met een grote weelde. (30) De grote Indra behaagde in vriendelijke bewoordingen hem zo goed als hij kon en legde met grote intelligentie alles aan hem voor wat ze hadden vernomen van de Allerhoogste Persoonlijkheid. (31) Dat was [politiek gesproken] allemaal heel goed te aanvaarden voor  zowel de Daitya heerser als voor de andere Asura aanvoerders S'ambara, Arishthanemi en de rest van de inwoners van Tripura. (32) Nadat ze vervolgens tot het besluit waren gekomen om vriendelijk te zijn voor elkaar, begonnen zij, Deva en Asura, aan de verheven onderneming van het karnen ter wille van de nectar, o bestraffer der vijanden. (33) Daartoe rukten ze uit alle macht onder luid geschreeuw de berg Mandara van zijn plaats, grepen hem stevig beet en brachten hem naar de oceaan. (34) Indra en de zoon van Virocana die over een grote afstand de lading meetorsten konden vermoeid geraakt de last niet langer dragen en lieten hem op de weg vallen. (35) De enorme berg van goud die toen naar beneden kwam verpletterde met zijn grote gewicht vele van de verlichte en onverlichte zielen. (36) Toen verscheen de Allerhoogste Heer gezeten op Garuda voor hen die zowel hun armen en benen als hun harten hadden gebroken. (37) Met een enkele blik geworpen op de onsterfelijken en de sterfelijken die waren verpletterd door de vallende berg, wekte Hij hen weer tot leven, zonder een schrammetje en vrij van verdriet. (38) Met het grootste gemak zette Hij met één hand de berg op Garuda, klom er ook op en bracht hem omringd door de Sura's en de Asura's naar de oceaan. (39) Aldaar de berg van zijn schouder ladend ging Garuda, de grootste aller vogels, ermee naar de waterkant en zette hem neer. Daarna werd hij door de Heer weggestuurd [zodat hij Vâsuki niet zou opeten].'

 

 

next                          

 
 
Derde herziene editie, geladen 16 juni, 2012. 

 


 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'O Koning, de Allerhoogste Heer Hari, de Meester, aldus verheerlijkt door de goddelijken verscheen toen voor hen met een gloed van duizend opgaande zonnen.

S'rî S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer Hari, de Hoogste Beheerser, aldus aanbeden door de goddelijken verscheen toen voor hen, o Koning, met een gloed van duizenden opgaande zonnen. (Vedabase)

 

Tekst 2

Om die reden was op dat moment het gezichtsvermogen van de halfgoden geblokkeerd. Ze zagen elkaar niet meer noch iets in welke richting ook, niet in de hemel of op het land, om nog maar te zwijgen van de Almachtige zelf.

Om die reden was op dat moment het gezichtsvermogen van de goddelijken geblokkeerd; ze zagen niets in welke richting ook, noch in de hemel, noch op het land, noch zagen ze zichzelf, en waar was de Almachtige nu te zien?  (Vedabase)

 

Tekst 3-7

Zo gauw de Machtige Heer Viriñca en Heer S'iva Zijn onberispelijke verschijning die zo prachtig was als een donker juweel ontwaarden, met voor hun ogen Zijn oogwit zo roze als een lotushart, Zijn geelzijden kleding met de gloed van gesmolten goud, de grote schoonheid en gratie van al Zijn ledematen, Zijn glimlach, Zijn fraaie wenkbrauwen,  de kaaklijn van Zijn prachtige gezicht en de aantrekkelijke schikking van Zijn helm vol edelstenen, Zijn sieraden, het licht van Zijn oorhangers, Zijn gordel en pols- en armbanden, Zijn halssnoer en enkelbelletjes, het Kaustubha-juweel op Zijn borst die zich beweegt met S'rî Lakshmî, Zijn bloemenslingers en Zijn cakra-schijf en andere wapens die Hem eerden in hun persoonlijke vormen, wierpen al de onsterfelijken samen met de Hoogste Persoonlijkheid der Vernietiging [S'iva] zich voor Hem ter aarde. De meester van al de goden [Brahmâ] aanbad Hem toen [als volgt].

Maar zo gauw ze Zijn gestalte ontwaarden, zo zuiver met de gloed van een blauwe diamant, Zijn oogwit zo roze als een lotushart, Zijn glans van gesmolten goud, Zijn geelzijden kleding, de grote schoonheid en gratie van al Zijn ledematen, Zijn glimlach, Zijn fraaie wenkbrauwen, Zijn helm vol edelstenen, de opsmuk van al Zijn sierselen, het licht van Zijn oorhangers, de kaaklijn van Zijn prachtige gezicht, Zijn gordel en banden, Zijn halssnoer en enkelbelletjes alles prachtig geschikt, het Kaustubhajuweel op Zijn borst, S'rî Lakshmî die zich met Hem meebewoog, Zijn bloemenslingers en Zijn cakra en Zijn andere wapens, wierpen al de onsterfelijke zielen tezamen met Heer S'iva, die voor hen allen de enige goddelijkheid vormde, zich met lijf en leden ter aarde en verheerlijkte de o zo machtige Heer Brahmâ, de aanvoerder van de goden, de Allerhoogste Persoonlijkheid. (Vedabase)

 

Tekst 8

S'rî Brahmâ zei: 'Hem die nimmer Zijn geboorte nam maar altijd ten tonele verschijnt, Hij die vrij is van de geaardheden der natuur, die oceaan van gelukzaligheid voorbij aan al het bestaande, Hij kleiner dan het atoom wiens gedaante niet te vatten is, U de Hoogste Autoriteit betuigen wij keer op keer de eer [zie ook B.G. 4: 6].

S'rî Brahmâ zei: 'Jegens Hem die nimmer geboorte nam maar altijd ten tonele verschijnt, Hij die vrij is van de geaardheden, die oceaan van gelukzaligheid voorbij alle bestaan, die kleinste van alle atomen zo ondoorgrondelijk in al Zijn trekken, jegens U, de Ondoorgrondelijke, ons herhaaldelijk eerbetoon [zie ook B.G.  4: 6]. (Vedabase)

  

Tekst 9

Deze gedaante van U, o Beste van alle Personen, is aanbiddelijk en goedgunstig voor allen die in hun yogapraktijk streven overeenkomstig de Vedische aanwijzingen van de Tantra's [specifieke Vedische verhandelingen]. O Allerhoogste Bestuurder in Uw gedaante van het universum  kunnen we [tegelijkertijd] zowel ons als de drie werelden zien.

Deze gedaante van U, o Beste van alle Personen, is zo aanbiddelijk en goedgunstig voor allen die verlangen overeenkomstig de vedische aanwijzingen zoals verstaan vanuit de tantra's [speciale vedische verhandelingen] in het praktizeren van de yoga; o bestuurder die met ons de drie werelden regeert, o, in U zien we rechtstreeks het Universum compleet. (Vedabase)


Tekst 10

Deze omlijsting van de ziel heeft zijn begin in U, zijn midden in U en zijn einde in U. U als het begin, het midden en het einde van het universum bent als de aarde die het bepalende element is van een aarden pot.

Jegens U in het begin was er, jegens U in het midden was er, jegens U op het eind zal dit alles er zijn; de aanvang, het einde en het midden van deze kosmische schepping beheerst U in zijn geheel: zoals de aarde staat tot de pot ervan gemaakt, bent U de leiding der transcendentie.  (Vedabase)

Tekst 11

Dit geheel van U afhankelijke universum dat U schiep middels Uw begoochelende energie, dit universum dat uit U voortkwam en waarvan U de toevlucht bent, ging U binnen. Ontwikkelde geesten thuis in de geschriften die verbonden zijn met U zien geestelijk in dat terwijl er [fysiek] sprake is van transformatie als gevolg van de drie geaardheden U desondanks niet door die geaardheden bepaald wordt.

U, door Uw eeuwig energetish vermogen, met Uw Ziel als de toevlucht, gaat, uit Uzelf voor het heil van de schepping dit universum zo immens binnen en zij die verbonden zijn, zij die vol van de S'âstra zijn, zien, als hooggestemde personen met een gevorderd bewustzijn, U, in de transformatie van de geaardheden hoewel U door de kwaliteiten der natuur onberoerd blijft. (Vedabase)


Tekst 12

Mensen die door hun yogapraktijk intelligent zijn met de geaardheden van de natuur zullen, zo bevestigen de geleerden, U bereiken zoals men vuur krijgt uit hout, de nectar van melk krijgt van de koeien, granen en water krijgt van de aarde en men zijn levensonderhoud vindt door te ondernemen.

Zoals met vuur uit het hout, zoals met de nectar uit de koeien, zoals met de granen en het water die men vindt op deze aarde en ook zoals met het levensonderhoud verkregen uit eigen ondernemen, bereikt het levend wezen door de praktijk van de yoga, intelligent naar de geaardheden, inderdaad U, zo bevestigen het de grootsten. (Vedabase)

 

Tekst 13

Nu we U in Uw volle glorie voor ons vandaag zien verschijnen als de Meester met de Lotusnavel waar we zo lang naar verlangden, hebben we ons doel het hoogste geluk te zien bereikt, als waren we olifanten die in nood verkerend door een bosbrand het water van de Ganges bereiken.

O Heer van ons allen, o Meester in Uw volheid hier aanwezig voor ons, met de lotus uit Uw navel, hebben we zolang gewacht verlangend naar het doel en nu vandaag mogen we allen de visie van het geluk dan koesteren, gelijk olifanten, die in nood in een bosbrand, het water van de Ganges zouden koesteren. (Vedabase)

 

Tekst 14

Waarvan kunnen wij U die de getuige bent van alles en allen nu op de hoogte stellen? Alstublieft, o grote Ziel vanbinnen en vanbuiten aanwezig, kunt U voor ons, de bestuurders van het hele universum, dat doen waarvoor we Uw lotusvoeten hebben opgezocht?

O Ziel, die voor een ieder het voorbije is, over de bedoeling waarvoor we kwamen tot Uw voeten hoeven we U, de getuige van allen, niet te informeren; moge U zo goed zijn aan onze verlangens tegemoet te komen voor de leniging van de behoeften van deze zielen overeenkomstig de plaatsen door hen bestuurd.  (Vedabase)


Tekst 15

Ik, hij die verblijft op de berg [S'iva], de verlichte zielen en allen bestuurd door stamvaders als Daksha, zijn als vonken in verhouding tot het vuur dat U bent. Hoe kunnen wij onafhankelijk van U nu tot begrip komen mijn Heer? Schenk ons alstUblieft het goede geluk van de mantra's voor de halfgoden en brahmanen.'

Ik en Hij die verblijft op de berg [S'iva], de verlichten en allen zo geleid door stamvaders als Daksha, zijn als vonken in verhouding tot het vuur dat U bent mijn Heer - hoe kunnen wij als losse deeltjes nu tot begrip komen, o mijn Heer? Schenk ons alstUblieft het goede geluk, de mantra's, van de tweemaal geborenen en de brahmaan.'  (Vedabase)

  

Tekst 16

S'rî S'uka zei: 'Aldus aanbeden door Viriñca [Brahmâ] en allen, begrijpend wat ze in hun harten verlangden, antwoordde Hij met woorden rollend als de donder hen die in gebed hun zinnen beheersten.

S'rî S'uka zei: 'Aldus aanbeden door Viriñca [Brahmâ] en allen, begrijpend wat ze in hun harten verlangden, antwoordde Hij met woorden rollend als de donder hen die in gebed hun zinnen beheersten.  (Vedabase)

 

Tekst 17

Hoewel de Heer zelfstandig de taak kon vervullen van al de godsbewusten tezamen, wilde Hij zich als hun Heer en Meester vermaken met het spel van het karnen van de oceaan en sprak Hij [daarom als volgt] tot hen.

Hoewel de Beheerser alleen op zichzelf aankon wat de goddelijken te doen stond, wilde Hij als hun Heer Zijn spel gaan genieten van het karnen van de oceaan en sprak Hij tot hen.  (Vedabase)

 

Tekst 18

De Allerhoogste Heer zei: 'Luister o Brahmâ en S'iva, o goden, naar wat Ik te zeggen heb. Luistert nu allen aandachtig want dat zal jullie Sura's van het uiteindelijke geluk verzekeren.

De Allerhoogste Heer zei: 'Luister o Brahmâ en S'iva, o goden, naar wat Ik te zeggen heb; luistert nu allen aandachtig omdat dat jullie sura's al het goede geluk zal brengen. (Vedabase)

 

Tekst 19

Ga voorlopig voor de zegeningen van het overeenkomen van een wapenstilstand met de Daitya's en Danava's die het momenteel voor de wind gaat.

In afwachting van je eigen voorspoed, stel je in op een wapenstilstand met de Daitya's en Danava's hun zegeningen van een gunstige tijd. (Vedabase)

 

Tekst 20

O goden, als het in het belang is van de eigen plichten moet men zelfs met zijn vijanden tot een vergelijk willen komen, zoals een slang dat zou doen met een muis al naar gelang zijn positie [*].

Als het van belang is voor de eigen plichten moet men zelfs met zijn vijanden tot een vergelijk willen komen, zoals een slang dat zou doen met een muis o goden, naar het belang van zijn eigen positie [*]. (Vedabase)

 

Tekst 21

Ga er direct toe over je in te spannen voor het produceren van de nectar waarvan drinkend iemand die in doodsgevaar verkeert de onsterfelijkheid kan bereiken.

Aarzel niet je in te spannen voor de nectar waarvan welk levend wezen ook dat in doodsgevaar verkeert onsterfelijk kan worden als ervan gedronken wordt. (Vedabase)


Tekst 22-23

Werp allerlei klimplanten, grassen, groenten en kruiden in de oceaan van melk en sla vervolgens met Mijn hulp o goden, zorgvuldig aan het karnen door Vâsuki [de slang] te gebruiken als het touw en de berg Mandara als de  karnstok. Dat zal de Daitya oppositie bezighouden, maar jullie zullen er de vruchten van plukken [de nectar].

Met het in de oceaan van melk geworpen hebben van allerlei klimplanten, grassen, groenten en kruiden en het met Mijn hulp gebruiken van Vâsuki [de slang] als het touw voor de karnstok die de berg Mandara is, ga zorgvuldig tewerk met het karnen; het zal de samenzweerders der belemmering bezighouden maar jullie allen, zullen er de vruchten van plukken.  (Vedabase)

 

Tekst 24

Maak je niet kwaad, want tewerk gaan in vrede is de beste manier om ieder doel te bereiken. Accepteer daarom alles wat de Asura's maar van je verlangen o Sura's.

Jullie moeten allen tezamen accepteren wat de Asura's ook maar van je verlangen o Sura's, wordt er niet kwaad over, daar tewerkgaand in vrede alle doelen zullen worden bereikt met het grootste succes.  (Vedabase)

 

Tekst 25

Wees niet bang voor het kâlakûtha ['valse tijd'] gif dat uit de oceaan van melk zal verschijnen en laat je nimmer leiden door begeerte, lust en woede met het resultaat van het karnen.'

Wees niet bevreesd voor het kâlakûtha ['valse tijd'] gif dat uit de oceaan van melk zal verschijnen en laat je nooit leiden door begeerte, lust en woede met dat wat wordt voorgebracht.' (Vedabase)

 

Tekst 26

S'rî S'uka zei: 'Nadat de Almachtige Heer aldus de halfgoden van advies had gediend, verdween de Hoogste Persoonlijkheid, de Meester die zich naar eigen genoegen beweegt, uit het zicht o Koning.

S'rî S'uka zei: 'Nadat de Allerhoogste Heer aldus de goddelijken van advies had gediend, verdween het Hoogste Voorbeeld vandaar, o Koning, daar Hij de Beheerser is die zich vrij beweegt.  (Vedabase)

 

Tekst 27

Na Hem, de Allerhoogste Heer, hun eerbetuigingen te hebben gebracht, keerden de Grote Vader en Heer Bhava [S'iva] terug naar hun verblijfplaatsen. De Sura's zochten toen koning Bali op.

Toen ze Hem, hun Allerhoogste Heer, hun eerbetuigingen hadden gebracht, keerde de Grote Vader met de Heer der Wording [Bhava, S'iva] terug naar hun verblijfplaatsen en werd koning Bali door de Sura's benaderd. (Vedabase)

 

Tekst 28

De achtenswaardige leider van de Daitya's [koning Bali] zag dat, hoewel zijn kapiteins in staat van paraatheid verkeerden, de [goddelijke] vijanden niet van zins waren de strijd met hen aan te binden en dus hield hij zijn mannen tegen. Hij wist wanneer het tijd was om te vechten en wanneer het tijd was om te onderhandelen.

De achtenswaardige leider van de Daitya's [Bali] zag heel goed dat, hoewel zijn kapiteins in staat van paraatheid verkeerden, de vijanden niet van zins waren te vechten en dus hield hij ze terug, zich wel bewust van wat de tijd om te vechten en de tijd om te onderhandelen was.  (Vedabase)

 

Tekst 29

Samen benaderden ze de zoon van Virocana [Bali] die voor hen zat, hij die, goed beschermd door de Asura bevelhebbers, als de veroveraar van al de werelden was gezegend met een grote weelde.

Ze kwamen allen tot de zoon van Virocana [Bali] en gingen met hem zitten, die, goed beschermd door de Asura bevelhebbers, als de veroveraar van al de werelden was gezegend met een grote weelde.  (Vedabase)

 

Tekst 30

De grote Indra behaagde in vriendelijke bewoordingen hem zo goed als hij kon en legde met grote intelligentie alles aan hem voor wat ze hadden vernomen van de Allerhoogste Persoonlijkheid.

De grote Indra in zachte bewoordingen hem behagend zo goed als hij kon, legde als de grootste intelligentie alles aan hem voor wat ze hadden vernomen van de Allerhoogste Persoonlijkheid.  (Vedabase)

 

Tekst 31

Dat was [politiek gesproken] allemaal heel goed te aanvaarden voor zowel de Daitya heerser als voor de andere Asura aanvoerders S'ambara, Arishthanemi en de rest van de inwoners van Tripura.

Het was allemaal heel goed te aanvaarden voor de daitya heerser alsook voor de andere Asura aanvoerders S'ambara, Arishthanemi en de rest van de inwoners van Tripura.  (Vedabase)

 

Tekst 32

Nadat ze vervolgens tot het besluit waren gekomen om vriendelijk te zijn voor elkaar, begonnen zij, Deva en Asura, aan de verheven onderneming van het karnen ter wille van de nectar, o bestraffer der vijanden.

Direct daarop besluitend tot een wapenstilstand tussen hen, begonnen zij, deva en Asura, met de verheven onderneming van het karnen voor de nectar, o bestraffer der vijanden. (Vedabase)

 

Tekst 33

Daartoe rukten ze uit alle macht onder luid geschreeuw de berg Mandara van zijn plaats, grepen hem stevig beet en brachten hem naar de oceaan.

Daartoe rukten ze allen uit alle macht, met grote kracht onder luid geschreeuw de Mandara Berg van zijn plaats en namen ze die mee naar de oceaan met hun sterke en stoere armen. (Vedabase)

 

Tekst 34

Indra en de zoon van Virocana die over een grote afstand de lading meetorsten konden vermoeid geraakt de last niet langer dragen en lieten hem op de weg vallen.

Over een grote afstand die lading meetorsend konden Indra en de zoon van Virocana vermoeid geraakt de last niet nog langer dragen zodat ze hem halverwege achterlieten. (Vedabase)

 

Tekst 35

De enorme berg van goud die toen naar beneden kwam verpletterde met zijn grote gewicht vele van de verlichte en onverlichte zielen.

De enorme berg van goud die ter plekke naar beneden kwam verpletterde met zijn grote gewicht vele van de verlichte en de onverlichte zielen.  (Vedabase)

 

Tekst 36

Toen verscheen de Allerhoogste Heer gezeten op Garuda voor hen die zowel hun armen en benen als hun harten hadden gebroken.

Gedragen door Garuda verscheen de Allerhoogste Heer daarna voor hen allen die zowel hun armen en benen als hun harten hadden gebroken.  (Vedabase)

 

Tekst 37

Met een enkele blik geworpen op de onsterfelijken en de sterfelijken die waren verpletterd door de vallende berg, wekte Hij hen weer tot leven, zonder een schrammetje en vrij van verdriet.

Middels een enkele blik geworpen op de onsterfelijken en de sterfelijken die waren verpletterd door de vallende berg, wekte hij hen weer tot leven zonder een schrammetje en vrij van verdriet. (Vedabase)

 

Tekst 38

Met het grootste gemak zette Hij met één hand de berg op Garuda, klom er ook op en bracht hem omringd door de Sura's en de Asura's naar de oceaan.

Met het grootste gemak plaatste Hij met één hand de berg op Garuda, .sura's en de Sura's naar de oceaan.  (Vedabase)

 

Tekst 39

Aldaar de berg van zijn schouder ladend ging Garuda, de grootste aller vogels, ermee naar de waterkant en zette hem neer. Daarna werd hij door de Heer weggestuurd [zodat hij Vâsuki niet zou opeten].'

Aldaar de berg van zijn schouder ladend ging Garuda, de grootste aller vogels, ermee naar de waterkant en zette hij hem daar neer, waarna hij door de Heer werd heengezonden [zodat hij Vâsuki niet zou opeten].' (Vedabase)

 

*: Het idee hier is dat van een muis en een slang. De muis, met de slang gevangen in een mand, maakt een gat waardoor beiden ontsnappen waarna de slang de muis opeet.

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De eerste afbeelding is een mandala van Vishnu. Jayateja, Pata/Paubha, dated 1420
Ter beschikking gesteld door
LACMA.
De tweede afbeelding is een tekening getiteld: 'The Hindu God Vishnu Riding on His Mount Garuda',
India, Rajasthan, Bundi, South Asia, circa 1750-1775. Ter beschikking gesteld door
LACMA.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties