S'rî
S'uka zei: 'Toen, op de dag van de nieuwe maan, stak er een
hevige wind op die het stof deed opwaaien, o Koning, met overal
de geur van pus.
S'rî
S'uka zei: 'Toen, op de dag van de nieuwe maan, stak een
hevige wind op die het stof verspreidde, o Koning, met
overal de geur van pus. (Vedabase)
Tekst
2
Daaropvolgend
daalde er in het offerperk een regen van abominabele zaken neer
voortgebracht door Balvala. Toen verscheen hij zelf ten tonele
met een opgeheven drietand.
Daarop
kwam er daar in het offerperk een regen van abominabele
zaken neer voortgebracht door Balvala, waarna hij ten tonele
verscheen met een drietand
omhoog.
(Vedabase)
Tekst
3-4
De aanblik van
dat immense lichaam dat er net zo uitzag als een berg houtskool
met een haarknot en een baard van vlammend koper,
angstaanjagende tanden en een gezicht met samengeknepen
wenkbrauwen, deed Râma denken aan Zijn knots, die
vijandige legers onderuithaalt, en Zijn ploeg, die de Daitya's
onderwerpt, die beiden direct aan Zijn zijde klaar
stonden.
De
aanblik van dat immense lichaam dat er net zo uitzag als een
berg roet met een haarknot en een baard van vlammend koper,
angstaanjagende tanden en een gezicht met samengeknepen
wenkbrauwen, deed Râma denken aan Zijn knots, die
vijandige legers onderuithaalt, en Zijn ploeg, die de
daitya's onderwerpt, die beiden direct aan Zijn zijde klaar
stonden. (Vedabase)
Tekst
5
Met de punt van
Zijn ploeg Balvala die zich in de lucht bewoog dichterbij naar
beneden trekkend, bracht Balarâma met Zijn knots de
plaaggeest van de brahmanen een slag op zijn hoofd
toe.
Met
de punt van Zijn ploeg Balvala die zich in de lucht bewoog
dichterbij naar beneden trekkend, bracht Balarâma met
Zijn knots de plaaggeest van de brahmanen een slag op zijn
hoofd toe.
(Vedabase)
Tekst
6
Hij, een
noodkreet slakend, stortte met zijn voorhoofd opengebarsten
stromend van het bloed ter aarde als een roodaarden berg
getroffen door een blikseminslag.
Hij,
een noodkreet slakend, stortte met zijn voorhoofd
opengebarsten stromend van het bloed ter aarde als een
roodaarden berg getroffen door een blikseminslag.
(Vedabase)
Tekst
7
De wijzen
staken gezamelijk de loftrompet en beloonden Râma met
praktische zegeningen, waarbij ze Hem ceremonieel besprenkelden
met water, net zoals de grote zielen dat deden met
[Indra] de doder van Vritrâsura [Indra, zie
6.13].
De
wijzen tezamen van lof beloonden Râma met
gegarandeerde zegeningen, Hem in ceremonie besprenkelend met
water, zoals de grote zielen het deden met de doder van
Vritrâsura [Indra, zie 6.13].
(Vedabase)
Tekst
8
Ze gaven
Râma een Vaijayantî
bloemenslinger van nimmer verwelkende lotussen waarin
S'rî huisde en een goddelijk stel kleren samen met
hemelse sieraden.
Ze
gaven Râma een vaijayantî bloemenslinger thuis
aan S'rî van nimmer verwelkende lotussen en een
goddelijk stel kleren met goddelijke sieraden.
(Vedabase)
Tekst
9
Na van hen
afscheid genomen te hebben kwam Hij tezamen met de brahmanen
bij de Kaus'ikî rivier aan alwaar ze een bad namen.
Vandaar ging Hij verder naar het meer waar de Sarayû van
wegstroomt.
Na
van hen afscheid genomen te hebben kwam Hij tezamen met de
brahmanen bij de Kaus'ikî rivier aan alwaar ze een bad
namen en ging Hij vandaar naar het meer waaruit de
Sarayû stroomt.
(Vedabase)
Tekst
10
De loop van de
Sarayû volgend kwam Hij aan in Prayâga waar Hij een
bad nam om de halfgoden en anderen gunstig te stemmen.
Vervolgens begaf Hij zich naar de hermitage van
Pulaha
Rishi [zie
ook 5.7:
8-9].
De
Sarayû stroom volgend baadde Hij aangekomen in
Prayâga zich daar met het gunstig stemmen van de
halfgoden en dergelijke en begaf Hij zich naar de hermitage
van Pulaha Rishi [zie ook 5.7:
8-9].
(Vedabase)
Tekst
11-15
Na zich te
hebben ondergedompeld in de Gomatî, de Gandakî, de
S'ona en de Vipâs'â rivier, ging Hij naar
Gayâ om Zijn voorvaderen te aanbidden en naar de monding
van de Ganges voor rituele wassingen. Op de berg Mahendra zag
Hij Heer Paras'urâma. Daar Hem Zijn eerbetuigingen te
hebben gebracht nam Hij vervolgens een bad in de
Saptagodâvarî ['zeven
Godâvarî's] alsook in de rivieren de
Venâ, de Pampâ en de Bhîmarathî. Toen
Heer Skanda [Kârttikeya] met een bezoek te hebben
vereerd, bezocht Râma S'rî-s'aila, de
verblijfplaats van Heer Giris'a [S'iva] en zag de
Meester in Dravida-des'a [de zuidelijke provincies] de
berg die het heiligst is, de Venkatha [van
Bâlajî]. Volgend op de steden
Kâmakoshnî en Kâñcî ging Hij
naar de rivier de Kâverî en naar de grootste van
hen allen, de allerheiligste S'rî-ranga, alwaar de Heer
Zich manifesteerde [als Ranganâtha]. Van de berg
van de Heer de Rishabha, ging Hij naar zuidelijk Mathurâ
[Madurai waar de godin Mînâkshî
verblijft] en naar Setubandha
[Kaap Comorin], waar men van zelfs de zwaarste zonden
verlost raakt.
Na
zich te hebben ondergedompeld in de Gomatî, de
Gandakî, de S'ona en de Vipâs'â rivier,
ging Hij naar Gayâ, om Zijn voorvaderen te aanbidden
en naar de monding van de Ganges voor rituele wassingen. Op
de berg Mahendra Heer Paras'urâma ziend en vererend
nam Hij vervolgens een bad in de Saptagodâvarî
['zeven Godâvarî's'] zowel als in de
rivieren de Venâ, de Pampâ en de
Bhîmarathî. Na Heer Skanda
[Kârttikeya] te hebben gezien, bezocht
Râma S'rî-s'aila, de verblijfplaats van Heer
Giris'a [S'iva], en zag de Meester in Dravida-des'a
[de zuidelijke provincies] de berg die het heiligst
is, de Venkatha [van Balajî]. Na de steden
Kâmakoshnî en Kâñcî ging Hij
naar de rivier de Kâverî en naar de grootste van
hen allen, de allerheiligste S'rî-ranga, alwaar de
Heer Zich manifesteerde [als Ranganatha]. Op weg
naar de plaats van de Heer de berg Rishabha, ging Hij naar
zuidelijk Mathurâ [Madurai waar de godin
Mînâkshî verblijft] en naar Setubandha
[Kaap Comorin], waar de zwaarste zonden worden
vernietigd.
(Vedabase)
Tekst
16-17
Daar schonk de
Hanteerder van de Ploeg, Halâyudha, een groot aantal
koeien weg aan de brahmanen. Toen Zich begevend naar de
rivieren de Kritamâlâ en de Tâmraparnî
en de Malaya bergketen, boog Hij Zich aldaar voorover om
Âgastya
Muni de eer te bewijzen die neerzat in meditatie en Hem zijn
zegen gaf. Met zijn toestemming weer verder begaf Hij Zich naar
de zuidelijke oceaan naar Kanyâkumârî
['kuis meisje'] waar Hij de godin Durgâ
zag [bekend als Kanyâ].
Daar
schonk de Hanteerder van de Ploeg, Halâyudha, een
groot aantal koeien weg aan de brahmanen. Toen naar de
rivieren de Kritamâlâ en de
Tâmraparnî en de Malaya bergketen, boog Hij zich
aldaar voorover om Âgastya Muni de eer te bewijzen die
neerzat in meditatie en Hem zijn zegen gaf. Met zijn
toestemming weer verder begaf Hij Zich naar de zuidelijke
oceaan naar Kanyâkumârî ['kuis
meisje'] alwaar Hij de godin Durgâ zag [bekend
als Kanyâ]. (Vedabase)
Tekst
18
Toen
Phâlguna bereikend nam Hij een bad in het heilige meer
van de vijf Apsara's alwaar Heer Vishnu Zich vertoonde en
schonk Hij nogmaals een talloos aantal koeien
weg.
Toen
Phâlguna bereikend en een bad nemend in het heilige
meer van de vijf Apsara's waar Heer Vishnu Zich vertoonde,
gaf Hij een talloos aantal koeien uit handen [ze
wegschenkend in liefdadigheid].
(Vedabase)
Tekst
19-21
Vervolgens
reisde de Opperheer door Kerala en Trigarta waarna Hij in
Gokarna [noordelijk Karnataka] aankwam, een plaats
heilig vanwege de manifestatie van Dhûrjathi ['hij
met de massa samengeklitte lokken'], S'iva. Na een bezoek
aan de vereerde godin [Pârvatî] die
verblijft op een eiland voor de kust ging Balarâma naar
S'ûrpâraka om Zich onder te dompelen in de wateren
van de Tâpî, de Payoshnî en de
Nirvindhyâ. Toen betrad Hij het Dandakawoud en ging Hij
naar de Revâ waar zich de stad Mâhishmatî
bevindt; daar beroerde Hij het water van de Manu-tîrtha
en keerde Hij terug naar Prabhâsa.
Vervolgens
reisde de Opperheer door Kerala en Trigarta en kwam Hij toen
in Gokarna [noordelijk Karnataka] aan, een plaats
heilig voor de manifestatie van Dhûrjathi ['hij
met de massa samengeklitte lokken'], S'iva. Met het zien
van de vereerde godin [Pârvatî]
verblijvend op een eiland voor de kust ging Balarâma
naar S'ûrpâraka om zich onder te dompelen in de
wateren van de Tâpî, de Payoshnî en de
Nirvindhyâ. Toen betrad Hij het Dandakawoud en ging
Hij naar de Revâ waar men de stad
Mâhishmatî aantreft; daar beroerde Hij het water
van de Manu-tîrtha en keerde Hij terug in
Prabhâsa.
(Vedabase)
Tekst
22
Van de
brahmanen hoorde Hij dat in een slag [te Kurukshetra]
tussen de Kuru's en de Pândava's al de koningen elkaar
wederzijds aan het vernietigen waren. Hij concludeerde dat de
aarde verlost raakte van haar last [zie ook b.v.
10.50:
9].
Van
de brahmanen hoorde Hij dat in een slag [bij
Kurukshetra] tussen de Kuru's en de Pândava's al
de koningen hun vernietiging ondergingen, waartoe hij
concludeerde dat de aarde verlost raakte van de last
[zie ook b.v. 10.50: 9].
(Vedabase)
Tekst
23
Hij, de
geliefde Zoon van de Yadu's, ging toen naar het slagveld alwaar
Hij Bhîma en Duryodhana probeerde te stoppen die elkaar
aldaar bestreden met knotsen [zie ook 10.57:
26].
Hij,
de geliefde Zoon van de Yadu's, ging toen naar de veldslag
met de bedoeling Bhîma en Duryodhana te stoppen die
elkaar op het slagveld bestreden met knotsen [zie ook
10.57: 26]. (Vedabase)
Tekst
24
Maar toen
Yudhishthhira, de tweeling Nakula en Sahadeva, Krishna en
Arjuna Hem zagen, waren ze stil in het brengen van hun
eerbetuigingen met de brandende vraag: 'Wat wil Hij met Zijn
komst hier ons nu vertellen?'
Maar
toen Yudhishthhira, de tweeling Nakula en Sahadeva, Krishna
en Arjuna Hem zagen, waren ze stil in het brengen van hun
eerbetuigingen met de brandende vraag: 'Wat wil Hij, hier
komend, ons nu vertellen?' (Vedabase)
Tekst
25
Met voor ogen
de twee die met knotsen in hun handen, zich vaardig in cirkels
bewegend, verwoed streefden naar de overwinning, zei Hij dit:
De
twee ziend die met knotsen in hun handen, zich vaardig in
cirkels bewegend, verwoed streefden naar de overwinning, zei
Hij dit: (Vedabase)
Tekst
26
'O Koning, o
Grote Eter, jullie twee krijgsheren zijn gelijk qua kunnen; de
een is denk Ik van een grotere lichaamskracht, terwijl de ander
technisch beter getraind is.
'O
Koning, o Grote Eter, jullie twee krijgsheren zijn gelijk
qua kunnen; de een is denk ik van een grotere
lichaamskracht, terwijl de ander technisch beter getraind
is. (Vedabase)
Tekst
27
Ik zie niet in
hoe van wie van jullie twee hier ook, volkomen aan elkaar
gewaagd als je bent, nu een zege of het tegengestelde kan
worden verwacht; stop daarom met dit nutteloze vechten.'
Ik
zie niet in hoe van ieder van jullie hier, van een gelijk
vermogen zijnde, dan een zege of het tegengestelde kan
worden verwacht; stop daarom met dit vruchteloze vechten.'
(Vedabase)
Tekst
28
Hoewel ze
beiden goed bij hun verstand waren, sloegen ze geen acht op
Zijn woorden, o Koning, omdat ze steeds in gedachten hielden
hoe grof de beledigingen waren geweest en hoezeer ze zich
hadden misdragen.
De
twee, hoewel zinnig, sloegen geen acht op Zijn woorden, o
Koning, erop gebrand als ze waren in hun vijandigheid zich
constant elkaars grove taal en wangedrag te herinneren.
(Vedabase)
Tekst
29
Concluderend
dat het hun lot was ging Râma naar Dvârakâ
waar Hij werd begroet door een uitgelaten familie onder leiding
van Ugrasena.
Concluderend
dat het hun lot was ging Râma naar Dvârakâ
waar Hij werd begroet door een uitgelaten familie onder
leiding van Ugrasena. (Vedabase)
Tekst
30
Met Hem weer
terugkerend naar Naimishâranya betrokken de wijzen Hem,
de Verpersoonlijking Aller Offers die van alle krijg had
afgezien, met genoegen bij al de verschillende soorten rituelen
[*].
Met
Hem weer terugkerend naar Naimishâranya betrokken de
wijzen Hem, de Verpersoonlijking Aller Offers die van alle
krijg had afgezien, met genoegen bij al de verschillende
soorten rituelen [*]. (Vedabase)
Tekst
31
De Allerhoogste
Heer, de Almachtige, verleende hen de volmaakt zuivere,
geestelijke kennis waarmee ze toen dit universum konden
waarnemen als zich in Hem bevindend en ook Hemzelf als
alomtegenwoordig in de schepping.
De
Allerhoogste Heer, de Almachtige, verleende hen de volmaakt
zuivere, geestelijke kennis waarmee ze daadwerkelijk dit
universum konden waarnemen als zich in Hem bevindend zowel
als Hemzelf alomtegenwoordig in de
schepping.
(Vedabase)
Tekst
32
Nadat Hij
tezamen met Zijn vrouw [Revatî: zie
9.3:
29-33] het
afsluitende rituele avabhritha bad had uitgevoerd kwam
Hij, goed gekleed, fraai opgesmukt en omringd door Zijn familie
en andere verwanten en vrienden, net zo schitterend voor de dag
als de maan in haar volle glorie [vol en met de sterren
eromheen].
Tezamen
met Zijn vrouw [Revatî: zie 9.3: 29-33] het
afsluitende rituele avabhritha bad genomen hebbend verscheen
Hij, goed gekleed, fraai opgesierd en omringd door Zijn
familie en andere verwanten en vrienden, zo schitterend als
de maan met haar eigen licht [de sterren].
(Vedabase)
Tekst
33
Van dit soort
[spel en vermaak] van de machtige, onbegrensde en
ondoorgrondelijke Balarâma, die Zich bij de macht van
Zijn begoochelende vermogen vertoont als een menselijk wezen,
zijn er zeker vele andere.
Van
dit soort [spel en vermaak] van de machtige,
onbegrensde en ondoorgrondelijke Balarâma, die middels
Zijn illusiewekkende energie zich vertoont als een menselijk
wezen, zijn er zeker vele
andere.
(Vedabase)
Tekst
34
Wie ook die met
regelmaat bij zonsopkomst en zonsondergang zich de handelingen
van Râma herinnert welke allen even verbazingwekkend
zijn, zal Heer Vishnu dierbaar
zijn.'
Wie
ook die met regelmaat bij zonsopkomst en zonsondergang zich
de handelingen van Râma herinnert welke allen even
verbazingwekkend zijn, zal Heer Vishnu lief
zijn.'
(Vedabase)
*
S'rîla Prabhupâda schrijft hier: 'Feitelijk
heeft Heer Balarâma niets van doen met het houden van de
offerplechtigheden die voor de gewone man zijn weggelegd; Hij
is de Hoogste Persoonlijkheid van God, en daarom is Hij de
genieter van al dergelijke offers. Als zodanig, was Zijn
voorbeeldige handelen in het uitvoeren van de offers er alleen
maar ter lering van de gewone man, om te laten zien hoe het te
houden op de voorschriften van de Veda's'.