regelbalk

 

Bhajahû Re Mana

 

 

 

Canto 11

 

Hoofdstuk 16

 

De Volheden van de Heer

(1) S'rî Uddhava zei: 'Jij bent de grootste, het Allerhoogste Zelve, niet beteugeld zonder een begin en een eind; de ware beschermer en de handhaving, vernietiging en schepping van alles wat bestaat. (2) O, Allerhoogste Heer, voor de goddelozen moeilijk te begrijpen als Je bent, aanbidden de brahmanen Jou in Je werkelijkheid van aanwezig zijn in zowel de hogere als in lagere levensvormen van de schepping. (3) AlsJeblieft spreek voor mij over de verscheidenheid en de gedaanten [zie catur vyûha], waarmee de grote wijzen, met toewijding Jou aanbiddend, die volmaaktheid bereiken. (4) O handhaver van Alle Wezens, aan het oog onttrokken ben Je bezig als de Eigenlijke Ziel van de levende wezens die, begoocheld door Jou hen gade slaand, Jou niet zien. (5) En, alsJeblieft, leg me uit o grootste Macht, wat al Je potentieel is door Jou gemanifesteerd in alle richtingen op aarde, in de hemel en in de hel; mijn eerbetuigingen aan Jouw lotusvoeten, die het verblijf vormen van alle heilige plaatsen.'

(6) De Allerhoogste Heer zei: 'Deze vraag, o beste van hen die van navraag weten te zijn, stelde Arjuna Mij toen hij het verlangde met zijn rivalen de strijd aan te binden ten tijde van de vernietiging [te Kurukshetra, zie B.G. 2: 54, 13: 1-2, 14: 21, 18: 1]. (7) Zich bewust van het feit dat het doden van zijn verwanten een goddeloos, abominabel iets was om te doen met de heerschappij voor ogen, zag hij er van af zeggende met een wereldse geest, 'Dan ben ik degene die afslacht en zijn zij degenen die worden afgeslacht' [B.G.: 1: 37-45, vergelijk 2: 19]. (8) Hij, de tijger onder de mensen, net als jij, voorafgaande aan de veldslag, Mij vragen stellend, werd toen door Mij met logische argumenten voorgelicht inzake de materie.

(9) Ik ben van al deze levensvormen, de Ziel, o Uddhava, hun Begunstiger en Beheerser, Ik ben de handhaving, schepping en vernietiging van al de levende wezens. (10) Ik ben het doel van hen die naar vooruitgang streven, de Tijd van hen die controle uitoefenen, de geaardheden van de natuur ben Ik eveneens, en ook ben Ik het evenwicht en de natuurlijke deugd in de godvruchtigen. (11) Van alles wat van kwaliteit is ben Ik de primaire draad, van alles wat groot is ben Ik de totaliteit, van het subtiele ben Ik de geestelijke ziel voorwaar en van de zaken die moeilijk te overwinnen zijn ben Ik de geest. (12) Ik ben Hiranyagarbha [Brahmâ de oorspronkelijke leraar] van de Veda's, van de mantra's ben Ik de drie-letterige omkâra, van de letters ben Ik de eerste [de 'a'], en van de heilige versvoeten ben Ik de drievoetige [de gâyatrî-mantra]. (13) Van al de goden ben Ik Indra, onder de Vasu's ben Ik Agni, onder de zoons van Aditi ben Ik Vishnu en onder de Rudra's ben Ik de Rood-Blauwe [S'iva, zie ook 3.12: 7]. (14) Bhrigu ben Ik onder de brahmaanse wijzen, van de brahmaanse koningen ben Ik Manu, van de brahmaanse halfgoden ben Ik Nârada en onder de koeien ben Ik Kâmadhenu [de koe van overvloed]. (15) Van de volmaakten van beheersing ben Ik Kapila, Garuda ben Ik onder de vogels, Daksha onder de stamvaders, en Aryamâ onder de voorvaderen. (16) O Uddhava ken Mij onder de zoons van Diti als Prahlâda, de beheerser der onverlichten, ken Mij als de maan voor de sterren en de kruiden, en als Kuvera, de heer der rijkdom onder de yaksha's en râkshasa's. (17) Airâvata ben Ik onder de statige olifanten, Varuna, de meester onder de wezens van het water, van de dingen die verhitten en licht geven ben Ik de zon, en onder de menselijke wezens ben Ik de heerser over het rijk. (18) Uccaihs'ravâ ben Ik onder de paarden, het goud onder de metalen, Yamarâja onder de regelaars en ook ben Ik Vâsuki onder de serpenten. (19) Anantadeva ben Ik onder de gekraagde slangen, van alle beesten met tanden en hoorns ben Ik de leeuw, van de geestelijke orden [de statusgroepen, de âs'rama's] ben Ik de vierde [de sannyâsi's] en onder de roepingen [varna's] ben Ik de eerste [de brahmanen] o zondenloze. (20) Onder de heilige plaatsen en dat wat stroomt ben Ik de Ganges, de oceaan ben Ik onder de watervlakten, de boog onder de wapens en de vernietiger van Tripura [S'iva] onder hen die de boog hanteren. (21) Meru ben Ik onder de bergen, onder de onbegaanbare plaatsen ben Ik de Himalaya's, van de bomen de as'vattha, en onder de planten ben Ik de planten die graankorrels hebben [gerst]. (22) Onder de priesters ben Ik Vasishthha, onder hen die zweren bij de Veda ben Ik Brihaspati, Kârttikeya [Skanda] ben Ik onder de legeraanvoerders en onder hen die van geestelijke vooruitgang zijn ben Ik de hoogste heer die ongeboren is [Brahmâ, de Schepper]. (23) Van de offers ben Ik de studie van de Veda, van de geloften ben Ik de gelofte der geweldloosheid, en van alle zuiveraars ben Ik het zuivere vuur, de wind, de zon, het zuivere water en de spraak in eigen persoon. (24) Van het yogaproces ben Ik het eindstadium van de samâdhi, omzichtig advies ben Ik onder hen die de overwinning verlangen, van alle onderscheidingsvermogen ben Ik de metafysische logica [of de spirituele wetenschap van het onderscheiden van geest en stof], en onder de speculatieve filosofen ben Ik de keuze. (25) Onder de dames ben Ik S'atarûpâ [de vrouw van Manu, zie 3.12: 54] en onder de mannen ben Ik Svâyambhuva Manu, de wijze Nârâyana [zie 10.87: 4] ben Ik onder de wijzen als ook Sanat Kumâra onder de celibatairen. (26) Van de religieuze beginselen ben Ik de verzaking, van alle zaken die fundamenteel zijn ben Ik het innerlijk besef, van de geheimen ben Ik de vriendelijkheid en de stilte, en van het sexuele paar ben Ik inderdaad de ongeborene [Brahmâ]. (27) Van wat steeds waakzaam is ben Ik het zonnejaar, van de seizoenen ben Ik het voorjaar, van de maanden ben Ik Mârgas'îrsha [November-December], en van de huizen van de maan [de 27 nakshatra's] ben Ik Abhijit. (28) Van de yuga's ben Ik Satya-yuga, onder de nuchteren ben Ik Devala en Asita, van de bewerkers van de Veda ben Ik Dvaipâyana [Vyâsadeva], en onder de geleerden geschoold in de spiritualiteit ben Ik S'ukrâcârya. (29) Van hen die aanspraak kunnen maken op de naam Bhagavân [de Allerhoogste Heer] ben Ik Vâsudeva, onder Mijn toegewijden ben Ik jou inderdaad [Uddhava], onder de aapachtigen ben Ik Hanumân, en onder de wetenschappers ben Ik Sudars'ana. (30) Van de juwelen ben Ik de robijn, van alles wat mooi is ben Ik de lotuskelk, van alle grassoorten ben Ik het kus'agras en van de rituele uitgietingen ben Ik de ghee van de koe. (31) Van het ondernemen ben Ik het fortuin, van de bedriegers ben Ik het gokken, de vergevingsgezindheid ben Ik onder de toleranten en het karakter ben Ik van hen die van de geaardheid goedheid zijn. (32) De geestelijke en lichamelijke kracht ben Ik van de sterken; alsjeblieft, weet dat Ik onder de toegewijden de verrichte [toegewijde] arbeid ben en dat onder Mijn negen gedaanten [de nava mûrti], waarmee deze sâtvata's Mij aanbidden, Ik de Opperste Oorspronkelijke Gedaante ben [Vâsudeva]. (33) Onder de zangers van de hemel ben Ik Vis'vâvasu, en onder de hemelse dansmeisjes ben Ik Pûrvacitti; Ik ben de onverzettelijkheid van de bergen en het aroma waargenomen van de aarde. (34) Ik ben de fijne smaak van water en onder de zaken het meest schitterend ben Ik de Zon; de straling ben Ik van de maan, de sterren en de zon, en Ik ben de bovenzinnelijke geluidsvibratie in de hemel [zie ook 11.15: 19]. (35) Van hen die van de brahmaanse cultuur zijn ben Ik Bali, van de helden ben Ik Arjuna en inderdaad ben Ik het zich opwerpen, het zich handhaven en het uiteindelijke opgaan van alle levende wezens. (36) Van de sensuele macht der zinnen ben Ik het lopen, de spraak, de uitscheiding, het hanteren en de sexuele vreugde [de karmendriya's]; en de aanraking, het zicht, de tast, het gehoor en de reuk [de jñânendriya's].

(37) Dit alles wat Ik opsomde - de subtiele vorm van de aarde [de reuk], van de lucht [de tast], van de ether [het geluid], van het water [de smaak], van het vuur [het licht]; het geheel van de materie, de zestien elementen [die vijf basiselementen, de indriya's en de geest], de persoon, het ongemanifesteerde en de geaardheden rajas, tamas en sattva - ben Ik, de Allerhoogste, de geestelijke kennis en de vaste overtuiging [ermee]. (38) Ik ben de Opperste Beheerser van het levende wezen, de guna's en de grotere werkelijkheid; Ik, de Ziel van allen, ben waarlijk alles, Hij buiten wie er hoe dan ook niets bestaat. (39) Het natellen van de atomen kan door Mij worden bereikt na de nodige tijd maar dat geldt niet voor volheden van Mij, Ik die de universa schep met miljoenen tegelijk [vergelijk 10.14: 7]. (40) Welke macht, schoonheid, roem, heerschappij [zie siddhi's], bescheidenheid, verzaking, plezier, fortuin, kracht, tolerantie of wijsheid er ook moge zijn, vormt een integraal onderdeel van Mij. (41) Al deze geestelijke volheden die Ik in het kort opsomde voor jou [zie ook B.G. 7, 9 en 10] zijn, met ieder van hen [in expansies van de Heer en] vervat in overeenkomstige termen [in de geschriften, in de leringen], er dienovereenkomstig als transformaties van de geest. (42) Beheers de geest, beheers de spraak, beheers het ademen en de zinnen; beheers jezelf met je ziel zo dat je nimmer weer zult struikelen op het pad van het materieel bestaan. (43) Zeker is iemand die niet volledig met zijn intelligentie de spraak en de geest beheerst, een transcendentalist wiens geloften, boetedoening en liefdadigheid wegsijpelen als water uit een ongebakken pot. (44) Derhalve moet degene die Mij toegewijd is gelijkgericht in Mijn bhakti zijn woorden, levensadem en geest beheersen en aldus, met die intelligentie, aan zijn levensdoel beantwoorden.

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

The Lord's Opulence

 

Tekst 1:

S'rî Uddhava zei: 'Jij bent de grootste, het Allerhoogste Zelve, niet beteugeld zonder een begin en een eind; de ware beschermer en de handhaving, vernietiging en schepping van alles wat bestaat.

S'rî Uddhava said - My dear Lord, You are beginningless and endless, the Absolute Truth Himself, unlimited by anything else. You are the protector and life-giver, the destruction and creation of all things that exist.

 

Tekst 2:

O, Allerhoogste Heer, voor de goddelozen moeilijk te begrijpen als Je bent, aanbidden de brahmanen Jou in Je werkelijkheid van aanwezig zijn in zowel de hogere als in lagere levensvormen van de schepping.

My dear Lord, although it is difficult for the impious to understand that You are situated in all superior and inferior creations, those brâhmanas who are actual knowers of the Vedic conclusion worship You in truth.

 

Tekst 3:

AlsJeblieft spreek voor mij over de verscheidenheid en de gedaanten [zie catur vyûha], waarmee de grote wijzen, met toewijding Jou aanbiddend, die volmaaktheid bereiken.

Please tell me of the perfections that great sages achieve by worshiping You with devotion. Also, kindly explain which of Your different forms they worship.

 

Tekst 4:

O handhaver van Alle Wezens, aan het oog onttrokken ben Je bezig als de Eigenlijke Ziel van de levende wezens die, begoocheld door Jou hen gade slaand, Jou niet zien.

O my Lord, maintainer of all, although You are the Supersoul of the living entities, You remain hidden. Thus being bewildered by You, the living entities cannot see You, although You are seeing them.

  

Tekst 5:

En, alsJeblieft, leg me uit o grootste Macht, wat al Je potentieel is door Jou gemanifesteerd in alle richtingen op aarde, in de hemel en in de hel; mijn eerbetuigingen aan Jouw lotusvoeten, die het verblijf vormen van alle heilige plaatsen.'

O supremely potent Lord, please explain to me Your innumerable potencies, which You manifest on the earth, in heaven, in hell and indeed in all directions. I offer my humble obeisances at Your lotus feet, which are the shelter of all holy places.

 

Tekst 6

De Allerhoogste Heer zei: 'Deze vraag, o beste van hen die van navraag weten te zijn, stelde Arjuna Mij toen hij het verlangde met zijn rivalen de strijd aan te binden ten tijde van de vernietiging [te Kurukshetra, zie B.G. 2: 54, 13: 1-2, 14: 21, 18: 1].

The Supreme Personality of Godhead said - O best of those who know how to inquire, on the Battlefield of Kurukshetra, Arjuna, desiring to fight with his rivals, asked Me the same question that you are now posing.

 

Tekst 7

Zich bewust van het feit dat het doden van zijn verwanten een goddeloos, abominabel iets was om te doen met de heerschappij voor ogen, zag hij er van af zeggende met een wereldse geest, 'Dan ben ik degene die afslacht en zijn zij degenen die worden afgeslacht' [B.G.: 1: 37-45, vergelijk 2: 19].

On the Battlefield of Kurukshetra Arjuna thought that killing his relatives would be an abominable, irreligious activity, motivated only by his desire to acquire a kingdom. He therefore desisted from the battle, thinking, 'I would be the killer of my relatives. They would be destroyed.' Thus Arjuna was afflicted with mundane consciousness.

 

Tekst 8

Hij, de tijger onder de mensen, net als jij, voorafgaande aan de veldslag, Mij vragen stellend, werd toen door Mij met logische argumenten voorgelicht inzake de materie.

At that time I enlightened Arjuna, the tiger among men, with logical arguments, and thus in the front of the battle Arjuna addressed Me with questions in the same way that you are now inquiring.

 

Tekst 9

Ik ben van al deze levensvormen, de Ziel, o Uddhava, hun Begunstiger en Beheerser, Ik ben de handhaving, schepping en vernietiging van al de levende wezens.

My dear Uddhava, I am the Supersoul of all living entities, and therefore I am naturally their well-wisher and supreme controller. Being the creator, maintainer and annihilator of all entities, I am not different from them.

 

Tekst 10

Ik ben het doel van hen die naar vooruitgang streven, de Tijd van hen die controle uitoefenen, de geaardheden van de natuur ben Ik eveneens, en ook ben Ik het evenwicht en de natuurlijke deugd in de godvruchtigen.

I am the ultimate goal of all those seeking progress, and I am time among those who exert control. I am the equilibrium of the modes of material nature, and I am natural virtue among the pious.

 

 Tekst 11

Van alles wat van kwaliteit is ben Ik de primaire draad, van alles wat groot is ben Ik de totaliteit, van het subtiele ben Ik de geestelijke ziel voorwaar en van de zaken die moeilijk te overwinnen zijn ben Ik de geest.

Among things possessing qualities I am the primary manifestation of nature, and among great things I am the total material creation. Among subtle things I am the spirit soul, and of things that are difficult to conquer I am the mind.

 

Tekst 12

Ik ben Hiranyagarbha [Brahmâ de oorspronkelijke leraar] van de Veda's, van de mantra's ben Ik de drie-letterige omkâra, van de letters ben Ik de eerste [de 'a'], en van de heilige versvoeten ben Ik de drievoetige [de gâyatrî-mantra].

Among the Vedas I am their original teacher, Lord Brahmâ, and of all mantras I am the three-lettered omkâra. Among letters I am the first letter, 'a,' and among sacred meters I am the Gâyatrî mantra.

 

Tekst 13

Van al de goden ben Ik Indra, onder de Vasu's ben Ik Agni, onder de zoons van Aditi ben Ik Vishnu en onder de Rudra's ben Ik de Rood-Blauwe [S'iva, zie ook 3.12: 7].

Among the demigods I am Indra, and among the Vasus I am Agni, the god of fire. I am Vishnu among the sons of Aditi, and among the Rudras I am Lord S'iva.

 

Tekst 14

Bhrigu ben Ik onder de brahmaanse wijzen, van de brahmaanse koningen ben Ik Manu, van de brahmaanse halfgoden ben Ik Nârada en onder de koeien ben Ik Kâmadhenu [de koe van overvloed].

Among saintly brâhmanas I am Bhrigu Muni, and I am Manu among saintly kings. I am Nârada Muni among saintly demigods, and I am Kâmadhenu among cows.

 

Tekst 15

Van de volmaakten van beheersing ben Ik Kapila, Garuda ben Ik onder de vogels, Daksha onder de stamvaders, en Aryamâ onder de voorvaderen.

I am Lord Kapila among perfected beings and Garuda among birds. I am Daksha among the progenitors of mankind, and I am Aryamâ among the forefathers.

 

Tekst 16

O Uddhava ken Mij onder de zoons van Diti als Prahlâda, de beheerser der onverlichten, ken Mij als de maan voor de sterren en de kruiden, en als Kuvera, de heer der rijkdom onder de yaksha's en râkshasa's.

My dear Uddhava, among the demoniac sons of Diti know Me to be Prahlâda Mahârâja, the saintly lord of the asuras. Among the stars and herbs I am their lord, Candra (the moon), and among Yakshas and Râkshasas I am the lord of wealth, Kuvera.

  

Tekst 17

Airâvata ben Ik onder de statige olifanten, Varuna, de meester onder de wezens van het water, van de dingen die verhitten en licht geven ben Ik de zon, en onder de menselijke wezens ben Ik de heerser over het rijk.

I am Airâvata among lordly elephants, and among aquatics I am Varuna, the lord of the seas. Among all things that heat and illuminate I am the sun, and among human beings I am the king.

 

Tekst 18

Uccaihs'ravâ ben Ik onder de paarden, het goud onder de metalen, Yamarâja onder de regelaars en ook ben Ik Vâsuki onder de serpenten.

Among horses I am Uccaihs'ravâ, and I am gold among metals. I am Yamarâja among those who suppress and punish, and among serpents I am Vâsuki.

 

Tekst 19

Anantadeva ben Ik onder de gekraagde slangen, van alle beesten met tanden en hoorns ben Ik de leeuw, van de geestelijke orden [de statusgroepen, de âs'rama's] ben Ik de vierde [de sannyâsi's] en onder de roepingen [varna's] ben Ik de eerste [de brahmanen] o zondenloze.

O sinless Uddhava, among the best of snakes I am Anantadeva, and among those animals with sharp horns and teeth I am the lion. Among the social orders I am the fourth, or the renounced order of life, and among the occupational divisions I am the first, the brâhmanas.

 

Tekst 20

Onder de heilige plaatsen en dat wat stroomt ben Ik de Ganges, de oceaan ben Ik onder de watervlakten, de boog onder de wapens en de vernietiger van Tripura [S'iva] onder hen die de boog hanteren.

Among sacred and flowing things I am the holy Ganges, and among steady bodies of water I am the ocean. Among weapons I am the bow, and of the wielders of weapons I am Lord S'iva.

 

Tekst 21

Meru ben Ik onder de bergen, onder de onbegaanbare plaatsen ben Ik de Himalaya's, van de bomen de as'vattha, en onder de planten ben Ik de planten die graankorrels hebben [gerst].

Among residences I am Mount Sumeru, and of impervious places I am the Himalayas. Among trees I am the holy fig tree, and among plants I am those that bear grains.

 

 Tekst 22

Onder de priesters ben Ik Vasishthha, onder hen die zweren bij de Veda ben Ik Brihaspati, Kârttikeya [Skanda] ben Ik onder de legeraanvoerders en onder hen die van geestelijke vooruitgang zijn ben Ik de hoogste heer die ongeboren is [Brahmâ, de Schepper].

Among priests I am Vasishthha Muni, and among those highly situated in Vedic culture I am Brihaspati. I am Kârtikeya among great military leaders, and among those advancing in superior ways of life I am the great personality Lord Brahmâ.

 

 Tekst 23

Van de offers ben Ik de studie van de Veda, van de geloften ben Ik de gelofte der geweldloosheid, en van alle zuiveraars ben Ik het zuivere vuur, de wind, de zon, het zuivere water en de spraak in eigen persoon.

Among sacrifices I am study of the Veda, and I am nonviolence among vows. Among all things that purify I am the wind, fire, the sun, water and speech.

 

 Tekst 24

Van het yogaproces ben Ik het eindstadium van de samâdhi, omzichtig advies ben Ik onder hen die de overwinning verlangen, van alle onderscheidingsvermogen ben Ik de metafysische logica [of de spirituele wetenschap van het onderscheiden van geest en stof], en onder de speculatieve filosofen ben Ik de keuze.

Among the eight progressive states of yoga I am the final stage, samâdhi, in which the soul is completely separated from illusion. Among those desiring victory I am prudent political counsel, and among processes of expert discrimination I am the science of the soul, by which one distinguishes spirit from matter. Among all speculative philosophers I am diversity of perception.

 

 Tekst 25

Onder de dames ben Ik S'atarûpâ [de vrouw van Manu, zie 3.12: 54] en onder de mannen ben Ik Svâyambhuva Manu, de wijze Nârâyana [zie 10.87: 4] ben Ik onder de wijzen als ook Sanat Kumâra onder de celibatairen.

Among ladies I am S'atarûpâ, and among male personalities I am her husband, Svâyambhuva Manu. I am Nârâyana among the sages and Sanat-kumâra among brahmacârîs.

 

 Tekst 26

Van de religieuze beginselen ben Ik de verzaking, van alle zaken die fundamenteel zijn ben Ik het innerlijk besef, van de geheimen ben Ik de vriendelijkheid en de stilte, en van het sexuele paar ben Ik inderdaad de ongeborene [Brahmâ].

Among religious principles I am renunciation, and of all types of security I am consciousness of the eternal soul within. Of secrets I am pleasant speech and silence, and among sexual pairs I am Brahmâ.

 

 Tekst 27

Van wat steeds waakzaam is ben Ik het zonnejaar, van de seizoenen ben Ik het voorjaar, van de maanden ben Ik Mârgas'îrsha [November-December], en van de huizen van de maan [de 27 nakshatra's] ben Ik Abhijit.

Among the vigilant cycles of time I am the year, and among seasons I am spring. Among months I am Mârgas'îrsha, and among lunar houses I am the auspicious Abhijit.

 

 Tekst 28

Van de yuga's ben Ik Satya-yuga, onder de nuchteren ben Ik Devala en Asita, van de bewerkers van de Veda ben Ik Dvaipâyana [Vyâsadeva], en onder de geleerden geschoold in de spiritualiteit ben Ik S'ukrâcârya.

Among ages I am the Satya-yuga, the age of truth, and among steady sages I am Devala and Asita. Among those who have divided the Vedas I am Krishna Dvaipâyana Vedavyâsa, and among learned scholars I am S'ukrâcârya, the knower of spiritual science.

 

 Tekst 29

Van hen die aanspraak kunnen maken op de naam Bhagavân [de Allerhoogste Heer] ben Ik Vâsudeva, onder Mijn toegewijden ben Ik jou inderdaad [Uddhava], onder de aapachtigen ben Ik Hanumân, en onder de wetenschappers ben Ik Sudars'ana.

Among those entitled to the name Bhagavân I am Vâsudeva, and indeed, you, Uddhava, represent Me among the devotees. I am Hanumân among the Kimpurushas, and among the Vidyâdharas I am Sudars'ana.

 

 Tekst 30

Van de juwelen ben Ik de robijn, van alles wat mooi is ben Ik de lotuskelk, van alle grassoorten ben Ik het kus'agras en van de rituele uitgietingen ben Ik de ghee van de koe.

Among jewels I am the ruby, and among beautiful things I am the lotus cup. Among all types of grass I am the sacred kus'a, and of oblations I am ghee and other ingredients obtained from the cow.

 

 Tekst 31

Van het ondernemen ben Ik het fortuin, van de bedriegers ben Ik het gokken, de vergevingsgezindheid ben Ik onder de toleranten en het karakter ben Ik van hen die van de geaardheid goedheid zijn.

Among the enterprising I am fortune, and among the cheaters I am gambling. I am the forgiveness of the tolerant and the good qualities of those in the mode of goodness.

 

 Tekst 32

De geestelijke en lichamelijke kracht ben Ik van de sterken; alsjeblieft, weet dat Ik onder de toegewijden de verrichte [toegewijde] arbeid ben en dat onder Mijn negen gedaanten [de nava mûrti], waarmee deze sâtvata's Mij aanbidden, Ik de Opperste Oorspronkelijke Gedaante ben [Vâsudeva].

Of the powerful I bodily and mental strength, and I am the devotional activities of My devotees. My devotees worship Me in nine different forms, among which I am the original and primary Vâsudeva.

 

 Tekst 33

Onder de zangers van de hemel ben Ik Vis'vâvasu, en onder de hemelse dansmeisjes ben Ik Pûrvacitti; Ik ben de onverzettelijkheid van de bergen en het aroma waargenomen van de aarde.

Among the Gandharvas I am Vis'vâvasu, and I am Pûrvacitti among the heavenly Apsaras. I am the steadiness of mountains and the fragrant aroma of the earth.

 

 Tekst 34

Ik ben de fijne smaak van water en onder de zaken het meest schitterend ben Ik de Zon; de straling ben Ik van de maan, de sterren en de zon, en Ik ben de bovenzinnelijke geluidsvibratie in de hemel [zie ook 11.15: 19].

I am the sweet taste of water, and among brilliant things I am the sun. I am the effulgence of the sun, moon and stars, and I am the transcendental sound that vibrates in the sky.

 

 Tekst 35

Van hen die van de brahmaanse cultuur zijn ben Ik Bali, van de helden ben Ik Arjuna en inderdaad ben Ik het zich opwerpen, het zich handhaven en het uiteindelijke opgaan van alle levende wezens.

Among those dedicated to brahminical culture I am Bali Mahârâja, the son of Virocana, and I am Arjuna among heroes. Indeed, I am the creation, maintenance and annihilation of all living entities.

 

 Tekst 36

Van de sensuele macht der zinnen ben Ik het lopen, de spraak, de uitscheiding, het hanteren en de sexuele vreugde [de karmendriya's]; en de aanraking, het zicht, de tast, het gehoor en de reuk [de jñânendriya's].

I am the functions of the five working senses - the legs, speech, anus, hands and sex organs - as well as those of the five knowledge-acquiring senses - touch, sight, taste, hearing and smell. I am also the potency by which each of the senses experiences its particular sense object.

 

 Tekst 37

Dit alles wat Ik opsomde - de subtiele vorm van de aarde [de reuk], van de lucht [de tast], van de ether [het geluid], van het water [de smaak], van het vuur [het licht]; het geheel van de materie, de zestien elementen [die vijf basiselementen, de indriya's en de geest], de persoon, het ongemanifesteerde en de geaardheden rajas, tamas en sattva - ben Ik, de Allerhoogste, de geestelijke kennis en de vaste overtuiging [ermee].

I am form, taste, aroma, touch and sound; false ego; the mahat-tattva; earth, water, fire, air and sky; the living entity; material nature; the modes of goodness, passion and ignorance; and the transcendental Lord. All these items, along with knowledge of their individual symptoms and the steady conviction that results from this knowledge, represent Me.

 

 Tekst 38

Ik ben de Opperste Beheerser van het levende wezen, de guna's en de grotere werkelijkheid; Ik, de Ziel van allen, ben waarlijk alles, Hij buiten wie er hoe dan ook niets bestaat.

As the Supreme Lord I am the basis of the living entity, of the modes of nature and of the mahat-tattva. Thus I am everything, and nothing whatsoever can exist without Me.

 

 Tekst 39

Het natellen van de atomen kan door Mij worden bereikt na de nodige tijd maar dat geldt niet voor volheden van Mij, Ik die de universa schep met miljoenen tegelijk [vergelijk 10.14: 7].

Even though over a period of time I might count all the atoms of the universe, I could not count all of My opulences which I manifest within innumerable universes.

 

 Tekst 40

Welke macht, schoonheid, roem, heerschappij [zie siddhi's], bescheidenheid, verzaking, plezier, fortuin, kracht, tolerantie of wijsheid er ook moge zijn, vormt een integraal onderdeel van Mij.

Whatever power, beauty, fame, opulence, humility, renunciation, mental pleasure, fortune, strength, tolerance or spiritual knowledge there may be is simply an expansion of My opulence.

 

 Tekst 41

Al deze geestelijke volheden die Ik in het kort opsomde voor jou [zie ook B.G. 7, 9 en 10] zijn, met ieder van hen [in expansies van de Heer en] vervat in overeenkomstige termen [in de geschriften, in de leringen], er dienovereenkomstig als transformaties van de geest.

I have briefly described to you all My spiritual opulences and also the extraordinary material features of My creation, which are perceived by the mind and defined in different ways according to circumstances.

 

 Tekst 42

Beheers de geest, beheers de spraak, beheers het ademen en de zinnen; beheers jezelf met je ziel zo dat je nimmer weer zult struikelen op het pad van het materieel bestaan.

Therefore, control your speaking, subdue the mind, conquer the life air, regulate the senses and through purified intelligence bring your rational faculties under control. In this way you will never again fall onto the path of material existence.

 

 Tekst 43

Zeker is iemand die niet volledig met zijn intelligentie de spraak en de geest beheerst, een transcendentalist wiens geloften, boetedoening en liefdadigheid wegsijpelen als water uit een ongebakken pot.

A transcendentalist who does not completely control his words and mind by superior intelligence will find that his spiritual vows, austerities and charity flow away just as water flows out of an unbaked clay pot.

 

 Tekst 44

Derhalve moet degene die Mij toegewijd is gelijkgericht in Mijn bhakti zijn woorden, levensadem en geest beheersen en aldus, met die intelligentie, aan zijn levensdoel beantwoorden.

Being surrendered to Me, one should control the speech, mind and life air, and then through loving devotional intelligence one will completely fulfill the mission of life.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties