regelbalk

 

    
S'rî S'rî Gurv-ashthaka

 

 

 

 

Canto 12

 

Hoofdstuk 5

 

De Laatste Instructies voor Mahârâja Parîkchit

(1) S'rî S'uka zei: 'Ik heb reeds uitgebreid beschreven de Allerhoogste Heer Hari, de Ziel van Een Ieder uit wiens voldoening heer Brahmâ werd geboren [3.8] uit wiens woede S'iva [3.12: 7] geboorte nam. (2) O Koning, u, denkend 'Ik ga sterven', moet deze dierlijke mentaliteit opgeven; u werd in het verleden niet geboren, noch bent u vandaag er niet, noch zal u, zoals dat met het lichaam het geval is, worden vernietigd [zie ook B.G. 2: 12 & 2: 20]. (3) U zal, gelijk een spruit uit een zaadje, niet uw bestaan vinden in het worden van uw kinderen of in het aannemen van de gedaante van uw kleinkinderen en zo voorts; u bent net zo verschillend van het lichaam en wat er bij hoort als een vuur [verschilt van brandhout *]. (4) Omdat men, zoals men dat ziet in een droom waarin je hoofd eraf gehakt wordt, de getuige is van het eigen zelf dat is samengesteld uit de vijf materiële elementen, is daarom de ziel van het lichaam ongetwijfeld ongeboren en onsterfelijk [zie ook B.G. 2: 22]. (5) Als er een pot wordt gebroken blijft de lucht in de pot de lucht als voorheen; zo ook keert, als het lichaam wordt opgegeven, de individuele ziel terug naar zijn spirituele oorsprong [brahma]. (6) De geest is als oorzaak verbonden met de lichamen, de kwaliteiten en de handelingen van de ziel; terwijl het mâyâ is, het illusiewekkend vermogen van de Heer, dat de geest in het leven roept [middels het ahankâra] en aldus het materiële bestaan van het individuele levende wezen [zie ook 2.5: 25, 3.26: 31-32, 3.27: 2-5]. (7) De combinatie van olie, een houder, een pit en vuur is wat men samen ziet in het functioneren van een lamp, zo ook is er, ontwikkeld en vernietigd door de actie van de geaardheden van de hartstocht, de onwetendheid en de goedheid, het materiële bestaan van [een individuele ziel met] een functionerend lichaam. (8) De ziel, die er niet is als het grofstoffelijke [de deha] of het subtiele [de linga], is zelfverlicht, en vormt aldus, zo onveranderlijk als de ether, de basis [âdhâra] die eeuwig is en alle beschrijving te boven gaat. (9) O prabhu, neem door met het op deze manier mediterend op Vâsudeva uw intelligentie aan het werk zetten in logische redeneringen, uw ware zelf zorgvuldig in overweging en hoe die ziel zich met uw geest bevindt in het stoffelijk omhulsel. (10) Takshaka [de slangenvogel] gestuurd door de woorden van de brahmaan [1.18] zal u niet verbranden; de vertegenwoordigers van de dood kunnen u niet verbranden, u [als u de rol speelt van] de Beheerser van het zelf die de dood zelve is voor deze veroorzakers van de dood [zie ook 11.31: 12]. (11-12) 'Ik ben de Oorspronkelijke Allerhoogste Geest, de Verblijfplaats van het Absolute, ik ben de Hoogste Bestemming'; als u met deze overweging uzelf plaatst in het Allerhoogste Zelf dat vrij is van materiële aanduidingen, zal u, met de ganse wereld aldus gescheiden van het zelf, zelfs geen weet hebben van Takshaka en uw lichaam als hij, zijn lippen likkend en met zijn bek vol gif, in uw voet bijt. (13) Mijn beste, wat wilt u nog meer horen na dit wat ik op uw vragen, o Koning, vertelde over de wederwaardigheden van de Heer?'

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

S'ukadeva Gosvâmî's Final Instructions to Mahârâja Parîkshit

 

Tekst 1:

S'rî S'uka zei: 'Ik heb reeds uitgebreid beschreven de Allerhoogste Heer Hari, de Ziel van Een Ieder uit wiens voldoening heer Brahmâ werd geboren [3.8] uit wiens woede S'iva [3.12: 7] geboorte nam.

S'ukadeva Gosvâmî said: This S'rîmad-Bhâgavatam has elaborately described in various narrations the Supreme Soul of all that be-the Personality of Godhead, Hari-from whose satisfaction Brahmâ is born and from whose anger Rudra takes birth.

 

Tekst 2:

O Koning, u, denkend 'Ik ga sterven', moet deze dierlijke mentaliteit opgeven; u werd in het verleden niet geboren, noch bent u vandaag er niet, noch zal u, zoals dat met het lichaam het geval is, worden vernietigd [zie ook B.G. 2: 12 & 2: 20].

O King, give up the animalistic mentality of thinking, "I am going lo die." Unlike the body, you have not taken birth. There was not a time in the past when you did not exist, and you are not about to be destroyed.

  

Tekst 3

U zal, gelijk een spruit uit een zaadje, niet uw bestaan vinden in het worden van uw kinderen of in het aannemen van de gedaante van uw kleinkinderen en zo voorts; u bent net zo verschillend van het lichaam en wat er bij hoort als een vuur [verschilt van brandhout *].

You will not take birth again in the form of your sons and grandsons, like a sprout taking birth from a seed and then generating a new seed. Rather, you are entirely distinct from the material body and its paraphernalia, in the same way that fire is distinct from its fuel.

  

 Tekst 4

Omdat men, zoals men dat ziet in een droom waarin je hoofd eraf gehakt wordt, de getuige is van het eigen zelf dat is samengesteld uit de vijf materiële elementen, is daarom de ziel van het lichaam ongetwijfeld ongeboren en onsterfelijk [zie ook B.G. 2: 22].

In a dream one can see his own head being cut off and thus understand that his actual self is standing apart from the dream experience. Similarly, while awake one can see that his body is a product of the five material elements. Therefore it is to be understood that the actual self, the soul, is distinct from the body it observes and is unborn and immortal.

 

Tekst 5

Als er een pot wordt gebroken blijft de lucht in de pot de lucht als voorheen; zo ook keert, als het lichaam wordt opgegeven, de individuele ziel terug naar zijn spirituele oorsprong [brahma].

When a pot is broken, the portion of sky within the pot remains as the element sky, just as before. In the same way, when the gross and subtle bodies die, the living entity within resumes his spiritual identity.

 

Tekst 6

De geest is als oorzaak verbonden met de lichamen, de kwaliteiten en de handelingen van de ziel; terwijl het mâyâ is, het illusiewekkend vermogen van de Heer, dat de geest in het leven roept [middels het ahankâra] en aldus het materiële bestaan van het individuele levende wezen [zie ook 2.5: 25, 3.26: 31-32, 3.27: 2-5].

The material bodies, qualities and activities of the spirit soul are created by the material mind. That mind is itself created by the illusory potency of the Supreme Lord, and thus the soul assumes material existence.

 

Tekst 7

De combinatie van olie, een houder, een pit en vuur is wat men samen ziet in het functioneren van een lamp, zo ook is er, ontwikkeld en vernietigd door de actie van de geaardheden van de hartstocht, de onwetendheid en de goedheid, het materiële bestaan van [een individuele ziel met] een functionerend lichaam.

A lamp functions as such only by the combination of its fuel, vessel, wick and fire. Similarly, material life, based on the soul's identification with the body, is developed and destroyed by the workings of material goodness, passion and ignorance, which are the constituent elements of the body.

 

 Tekst 8

De ziel, die er niet is als het grofstoffelijke [de deha] of het subtiele [de linga], is zelfverlicht, en vormt aldus, zo onveranderlijk als de ether, de basis [âdhâra] die eeuwig is en alle beschrijving te boven gaat.

The soul within the body is self-luminous and is separate from the visible gross body and invisible subtle body. It remains as the fixed basis of changing bodily existence, just as the ethereal sky is the unchanging background of material transformation. Therefore the soul is endless and without material comparison.

  

 Tekst 9

O prabhu, neem door met het op deze manier mediterend op Vâsudeva uw intelligentie aan het werk zetten in logische redeneringen, uw ware zelf zorgvuldig in overweging en hoe die ziel zich met uw geest bevindt in het stoffelijk omhulsel.

My dear King, by constantly meditating upon the Supreme Lord, Vâsudeva, and by applying clear and logical intelligence, you should carefully consider your true self and how it is situated within the material body.

 

Tekst 10

Takshaka [de slangenvogel] gestuurd door de woorden van de brahmaan [1.18] zal u niet verbranden; de vertegenwoordigers van de dood kunnen u niet verbranden, u [als u de rol speelt van] de Beheerser van het zelf die de dood zelve is voor deze veroorzakers van de dood [zie ook 11.31: 12].

The snake-bird Takshaka, sent by the curse of the brâhmana, will not burn your true self. The agents of death will never burn such a master of the self as you, for you have already conquered all dangers on your path back to Godhead.

 

Tekst 11-12

'Ik ben de Oorspronkelijke Allerhoogste Geest, de Verblijfplaats van het Absolute, ik ben de Hoogste Bestemming'; als u met deze overweging uzelf plaatst in het Allerhoogste Zelf dat vrij is van materiële aanduidingen, zal u, met de ganse wereld aldus gescheiden van het zelf, zelfs geen weet hebben van Takshaka en uw lichaam als hij, zijn lippen likkend en met zijn bek vol gif, in uw voet bijt.

You should consider, "I am nondifferent from the Absolute Truth, the supreme abode, and that Absolute Truth, the supreme destination, is nondifferent from me." Thus resigning yourself to the Supreme Soul, who is free from all material misidentifications, you will not even notice the snake-bird Takshaka when he approaches with his poison-filled fangs and bites your foot. Nor will you see your dying body or the material world around you, because you will have realized yourself to be separate from them.

 

Tekst 13

Mijn beste, wat wilt u nog meer horen na dit wat ik op uw vragen, o Koning, vertelde over de wederwaardigheden van de Heer?'

Beloved King Parîkshit, I have narrated to you the topics you originally inquired about-the pastimes of Lord Hari, the Supreme Soul of the universe. Now, what more do you wish to hear?

 

* In de s'ruti-mantra wordt gezegd: pitâ putrena pitrimân yoni-yonau: "Een vader heeft een vader in zijn zoon, zodat hij geboorte kan nemen als zijn eigen kleinzoon."

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties